Samenwerken

Samenwerking is de norm om tot innovatie te komen

Deelnemers aan het Innovatieonderzoek Nederland 2018 werken voor het merendeel samen met externe partners om tot innovatie te komen. Wie zijn hun voornaamste innovatiepartners? Waarom werken zij met deze partijen samen en wat zou beter kunnen? PwC-partner Richard Goldstein, Public Sector Leader binnen PwC Nederland, geeft commentaar bij de uitkomsten.

Één of meerdere samenwerkingspartners

Vrijwel alle respondenten werken samen met een of meerdere samenwerkingspartners aan innovatie. Nog maar vier procent zegt geen samenwerkingspartners te hebben. Zij hebben hieraan geen behoefte of samenwerking past niet in het bedrijfsmodel of het beleid van de organisatie.

Aansluiting hogescholen en bedrijfsleven kan beter

Samenwerking met onderwijsinstellingen vindt plaats bij 42% van de respondenten. Meer dan de helft van hen werkt samen met universiteiten en onderzoeksinstellingen. Wat opvalt is dat slechts een vijfde samenwerkt met hogescholen. Samenwerking met regionale opleidingscentra (roc’s) komt maar zeer beperkt voor. Een derde van de respondenten die niet met onderwijs- en onderzoeksinstellingen samenwerkten, had als reden dat het cultuurverschil te groot is. Andere respondenten gaven aan geen goede match te kunnen vinden met een onderwijspartner.

Samenwerken met externe partners is de norm om tot innovatie te komen

De meest voorkomende samenwerking is met technologiebedrijven. Zij stonden vorig jaar nog op de derde plaats1, maar inmiddels werkt ruim de helft van de respondenten met hen samen. Dat is niet vreemd in deze tijd van digitalisering. Veel innovaties hebben een digitale component en het zijn veelal de technologiebedrijven die deze helpen ontwikkelen of hiervoor de technologie bieden.

NB Dit jaar hebben we ervoor gekozen om alleen externe samenwerkingsverbanden mee te nemen in ons onderzoek, waardoor de categorie ‘eigen medewerkers’ – vorig jaar nog de op een na meestgekozen groep om mee samen te werken – niet kon worden gekozen.

Publiek-private samenwerking stimuleren

Richard Goldstein had verwacht dat de samenwerking met hogescholen hoger zou scoren dan met universiteiten: ‘Universiteiten richten zich op fundamenteel onderzoek, maar hogescholen werken aan toegepast onderzoek dat direct vertaald kan worden naar het bedrijfsleven.’ Volgens Goldstein hebben hogescholen ook de wens om de samenwerking te vergroten. ‘Maar dit zal niet vanzelf gaan. De overheid moet meer budget beschikbaar stellen voor een langere periode. Ook is het nodig om een helderder kader en regelgeving te creëren die publiek-private samenwerking stimuleren.’

Cultuurverschillen

Bedrijven die samenwerken met onderwijsinstellingen lopen nogal eens tegen cultuurverschillen aan. Respondenten noemen bijvoorbeeld de verschillen in snelheid van het dagelijkse proces en de ervaren bureaucratie. Goldstein onderkent deze uitdagingen. ‘Al is cultuurverschil ook een mooi begrip om mee te schermen. Processen binnen onderwijsinstellingen worden vaak als bureaucratisch gezien, maar is dit daadwerkelijk anders binnen een grote corporate? Wordt daar ook niet heel goed nagedacht voordat er een investering wordt gedaan? Bij onbegrip is ons advies om een stap achteruit te doen en naar de eigen organisatie te kijken. Voldoende geduld en echt in elkaar verdiepen helpt ook de latere samenwerking.’

Intellectueel eigendom

Hoewel ze een uitdaging vormen, zijn volgens de respondenten formele zaken zoals het maken van contractuele afspraken over intellectueel eigendom of de beschikbaarheid van data veel minder problematisch. ‘Het is verstandig om de discussie over intellectueel eigendom grotendeels aan de start te voeren,’ vindt Goldstein, ‘maar laat het geen belemmering zijn in de voortgang van het samenwerkingsproces. Heel veel innovatie leidt niet tot direct succes en er moet ruimte zijn om te experimenteren en fouten te maken. Het lijkt ons beter om eerst in pilotfases resultaten te boeken en daarna de discussie over intellectueel eigendom af te ronden.’

Goldstein voegt hieraan toe dat het bedrijfsleven soms zijn houding tegenover onderwijsinstellingen moet aanpassen. ‘Met name bedrijven die samenwerken als een van hun kernwaarden benoemen. Als je samen aan een pareltje werkt, wees dan ook zo reëel om de betrokken onderwijsinstelling de erkenning en financiële compensatie te geven. Hiermee kan de instelling zichzelf verder ontwikkelen en mogelijk weer middelen vrijmaken voor de volgende doorbraak.’

Van controleren naar ruimte geven

De uitkomst van werkelijke innovatie kan niet vooraf worden gedefinieerd. Dat botst met de traditionele aanpak van controlerende functies. Binnen innovatieprocessen wordt vaak in kleinere sprints naar een concreet resultaat gewerkt dat gevalideerd kan worden bij relevante stakeholders. Als die validatie niet succesvol is, moet het project worden aangepast of gestopt. Wij vinden dat de controlerende functie deze manier van werken meer moet omarmen en ruimte moet geven om te experimenteren.

Annemarie Jorritsma zei in een interview vorig jaar dat innovatie een andere manier van verantwoorden en controleren vergt van het openbaar bestuur. Wat ons betreft geldt dit ook voor het bedrijfsleven, voor onderwijs- en kennisinstellingen en voor alle samenwerkingsverbanden tussen deze partijen. Kernpunten voor controle bij innovatie? Meer risico incalculeren en continu controleren in plaats van alleen achteraf.

Redenen voor samenwerking en verbeterpunten

De toegang tot nieuwe kennis is voor de helft van onze respondenten de belangrijkste reden om samen te werken. Dat is in lijn met de keuze voor technologiebedrijven als belangrijkste samenwerkingspartner. Daarnaast werd de beschikbaarheid van goedgeschoolde mensen bij samenwerkingspartners als argument genoemd. We zagen eerder al dat het gebrek aan voldoende en kwalitatief goed personeel een belangrijk knelpunt is bij onze respondenten.

Zaken als toegang tot de markt en het spreiden van kosten en risico’s spelen een veel beperktere rol bij het aangaan van samenwerkingsverbanden. Dit is een duidelijk verschil met vorig jaar. We zien hier het effect terug van de verbeterde economische omstandigheden.

Samenwerking positief ervaren

De samenwerking met externe partners wordt over het algemeen als positief ervaren. De helft van onze respondenten is (zeer) tevreden over de samenwerking, slechts tien procent is ontevreden. Ruim een derde van de respondenten is neutraal over de samenwerking, aangezien zij ups en downs hebben meegemaakt. Wat beter kan volgens de deelnemers is het komen tot een goede afstemming en het wederzijds delen van verwachtingen. Andere belangrijke aandachtspunten zijn overeenstemming vinden over tempo en prioriteitstelling en elkaar meer leren vertrouwen.

Voor het vierde jaar op rij onderzocht PwC het innovatieklimaat bij publieke en private organisaties in Nederland. In het Innovatieonderzoek Nederland 2018 ondervroegen we bijna honderd deelnemers over vijf thema’s: uitdagingen, proces en kernwaarden, samenwerking, trends en digitale transformatie. Een derde van de respondenten werkt op C-level en een derde heeft een functie op het gebied van innovatie of R&D. Een ruime meerderheid werkt voor een organisatie met een omzet van minstens vijftig miljoen tot meer dan een miljard euro. Twee derde werkt bij een organisatie met meer dan 250 medewerkers.

{{filterContent.facetedTitle}}

{{contentList.dataService.numberHits}} {{contentList.dataService.numberHits == 1 ? 'result' : 'results'}}
{{contentList.loadingText}}

Contact

Richard Goldstein

PS Industry Leader en Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 50 48

Steven Schotanus

Innovatiemanager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 49 14

Volg ons