Skip to content Skip to footer

Loading Results

De arbeidsmarkt in 2025

Vier scenario’s rondom samenstelling beroepsbevolking en arbeidsproductiviteit

Rapport 'Reshaping work'

De mate waarin de Nederlandse arbeidsmarkt verandert, hangt sterk samen met de dynamiek rondom flexibel werk en de snelheid waarin de beroepsbevolking nieuwe, digitale vaardigheden kan of moet leren. Omdat beide ontwikkelingen zeer onzeker zijn, heeft PwC vier scenario’s ontwikkeld van hoe de arbeidsmarkt er in 2025 zou kunnen uitzien.

De scenario’s zijn terug te vinden in het rapport Reshaping work. Future scenarios for the labour market in the Netherlands. Elk scenario leidt tot andere uitkomsten als het gaat om bijvoorbeeld de samenstelling van de beroepsbevolking (een verdeling tussen vast, flexibel en zelfstandig) en de arbeidsproductiviteit.

De publicatie is bedoeld om alle partijen die hiermee te maken hebben, werkgevers, (flexibele) werknemers en de overheid, meer inzicht te geven in de gevolgen van mogelijke ontwikkelingen en besluiten, zodat zij daar rekening mee kunnen houden in hun beslissingen. Het rapport spreekt geen voorkeur uit voor één van de scenario’s. 

Afhankelijk van het scenario kan het aandeel van flexibele arbeid en zelfstandigen stijgen naar 57 procent van de beroepsbevolking of stabiel blijven op de huidige 39 procent. De arbeidsproductiviteit die de afgelopen jaren gemiddeld met 0,8 procent toenam, zou jaarlijks met 1,8 procent kunnen stijgen of met slechts 0,3 procent.

Gaan werkgevers een deel van de risico’s van flexwerk dragen?

De scenario’s zijn opgesteld langs twee assen van onzekerheden. De eerste onzekerheid is de vraag of de verplichtingen van werkgevers ten opzichte van ‘flexwerkers’ en zzp'ers zal toenemen of afnemen. In dit rapport is deze groep ‘flexers’ gedefinieerd als iedereen zonder contract voor onbepaalde tijd.

Op dit moment liggen de grootste risico’s van flexwerken, zoals uitval door ziekte, werkloosheid, maar ook de verantwoordelijkheid voor om- en bijscholing, bij deze flexwerkers of zzp’ers. Het rapport gaat ervan uit dat als werkgevers (een deel van) die risico’s overnemen het aantal flexwerkers groter wordt. Uit eerder onderzoek is namelijk gebleken dat een groot deel van de werkenden behoefte heeft aan het zelf indelen van de dag en de loopbaan. Als het verschil tussen vast en flex minder groot is dan nu, zou een groter deel van de werkers voor een meer flexibele arbeidsrelatie kiezen.

Snelle of gematigde skillstransitie?

De andere as beweegt zich langs de vraag in welk tempo Nederland de zogenoemde ‘skillstransitie’ door zal gaan. Vooral digitalisering, maar ook ontwikkelingen als de overgang naar duurzame energie, zorgen ervoor dat er van de beroepsbevolking langzamerhand andere vaardigheden worden gevraagd. De vraag hoe snel de skillstransitie zal verlopen, is mede afhankelijk van de vraag hoe urgent dit probleem bij werkgevers, werknemers en overheid ervaren wordt. Het PwC-onderzoek How to make vulnerable jobs ready for the future stelt dat 1,6 miljoen banen dreigen te verdwijnen door onder andere automatisering en dat omscholing cruciaal is om te voorkomen dat deze mensen ook daadwerkelijk aan de zijlijn komen te staan.

De vier scenario’s 

De twee onzekerheden - het al dan niet vergroten van de verantwoordelijkheden van de werkgevers ten opzichte van flexwerkers en het tempo van de skillstransitie - leiden tot vier scenario's.

Scenario 1: concurrerende arbeidsmarkt

  • Het aandeel flexwerkers op de totale beroepsbevolking neemt toe (tot maximaal 57 procent), omdat het verschil tussen flex en vast veel kleiner wordt.
  • De overheid en werkgevers investeren fors in bijscholing van werknemers.
  • Mede daardoor neemt de arbeidsproductiviteit maximaal toe met 1,8 procent per jaar. 
  • Omdat de kosten voor werkgevers tussen vast en flexibel in dit scenario vergelijkbaar zijn, zullen deze meer geneigd zijn vooral laaggeschoolden eerder een vast dienstverband te geven. Voor deze groep wordt tegelijkertijd de scholingsmogelijkheden groter.
  • Voor hoger geschoolde werknemers, die nu al gemakkelijker een vaste baan vinden, kan dit scenario aantrekkelijke flexibele mogelijkheden betekenen. Omdat hun vaardigheden schaarser zijn, zullen werkgevers meer bereid zijn om meer opties aan te bieden, waaronder flexibele arbeidsovereenkomsten.

Scenario 2: kwetsbare arbeidsmarkt

  • De voorkeur voor flexibel werken neemt ook in dit scenario toe, maar minder dan in scenario 1. De risico’s van flexwerk zijn weliswaar beter verdeeld, maar omdat de skillstransitie geleidelijk verloopt, komt het aandeel flexibel of zelfstandig in dit scenario uit op maximaal 49 procent tegenover 57 procent in scenario 1. Dat hangt samen met de verwachting van werknemers dat zij in een vaste baan meer bijscholingsmogelijkheden hebben dan wanneer zij flexibel werken.
  • De arbeidsproductiviteit neemt toe, maar in een veel langzamer tempo.
  • De geleidelijke overgang naar nieuwe vaardigheden betekent dat werkgevers voorrang zullen geven aan het bijscholen van mensen om hun productiviteit te verhogen. Ze richten zich veel minder op de upskilling van mensen in banen die geautomatiseerd kunnen worden of weinig relevant zijn voor de toekomst.
  • Hoewel het verdelen van de risico's van flexibele arbeid voordelig is voor de werknemers, creëert een zeer flexibele beroepsbevolking in combinatie met een tragere overgang naar andere vaardigheden een kwetsbare situatie, vooral voor lager geschoolde werknemers. Dit scenario betekent dat zij minder bijscholingsmogelijkheden hebben.

Scenario 3: status quo-uitdaging

  • In dit scenario verandert er weinig tot niets in de verplichtingen van werkgevers ten opzichte van flexibele werknemers of zelfstandigen. Hierdoor verandert er bij werknemers niets in hun voorkeur voor vast of flexibel werk. Op korte termijn zal het aandeel van ‘flex’ naar verwachting zelfs dalen (van 39 naar 37 procent) door de effecten van Covid-19.
  • Ook de overgang naar nieuwe vaardigheden zal in hetzelfde tempo doorgaan als nu, en werkgevers zullen meer blijven investeren in vaste werknemers dan in flexibele krachten of zelfstandigen. Dit zet een rem op de verbetering van de arbeidsproductiviteit in de economie, die in dit scenario tot 2025 slechts met 0,3 procent groeit.
  • In veel opzichten is dit scenario vergelijkbaar met de huidige situatie, met slechts geringe veranderingen in de structuur van de beroepsbevolking of het effect op de economie. Werkgevers blijven geconfronteerd worden met een tekort aan juiste vaardigheden en het zal belangrijk voor hen zijn om gerichte investeringen te doen in de bijscholing van hun vaste arbeidskrachten.
  • Omdat de overgang naar nieuwe vaardigheden stapsgewijs verloopt, zullen werkgevers prioriteit geven aan bij- en omscholing op gebieden waar dit het meeste rendement oplevert. Lager geschoolde banen blijven kwetsbaar, aangezien sommige ervan verouderd kunnen raken voordat zij de kans krijgen om zich bij te scholen.

Scenario 4: veilige arbeidsmarkt

  • Omdat de risico's van flexibele arbeid en arbeid als zelfstandige ook in dit scenario niet afnemen, zal de voorkeur voor flexibiliteit naar verwachting niet substantieel toenemen. De voorkeur zal licht blijven dalen en in dezelfde orde van grootte blijven als nu (38 procent).
  • Een snelle skillstransitie zal waarschijnlijk een aanzienlijk effect hebben op de beroepsbevolking en de economie als geheel. Werkgevers en de overheid zullen meer investeren in bij- en omscholing, wat het verschil in bijscholingskansen voor vaste, flexibele en zelfstandige werknemers verkleint.
  • De invloed op de arbeidsproductiviteit is gunstig en kan tot 2025 jaarlijks met 1,4 procent toenemen (maximaal effect).
  • De vaardigheden van de beroepsbevolking verbeteren in het algemeen, dus ook de vaardigheden van de flexibele werkers en de zelfstandigen. Zij zullen daardoor een hoger gemiddeld uurloon kunnen vragen, ze hebben op de arbeidsmarkt een betere concurrentiepositie en lopen minder risico’s op achterblijvende vaardigheden.

Dowload de publicatie

Om deze publicatie te kunnen downloaden, dient u onderstaand formulier in te vullen.

Required fields are marked with an asterisk(*)

Bij het verstrekken van uw e-mailadres erkent u de privacy statement gelezen te hebben, en gaat u akkoord met het verwerken van de data in overeenkomst met de privacy statement (inclusief internationale gegevensuitwisseling). Mocht u op een bepaald moment van gedachten veranderen over het ontvangen van informatie van ons, dan kunt u ons dit laten weten via het contactformulier.

Contact

Bastiaan Starink

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 375 58 28

Jan Willem Velthuijsen

Jan Willem Velthuijsen

Chief Economist, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 248 32 93

Volg ons