Skip to content Skip to footer
Search

Loading Results

Invoering nieuwe pensioenstelsel jaar uitgesteld

18/05/21

Wet toekomst pensioenen

Minister Koolmees heeft op 10 mei 2021 een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij laat weten dat de behandeling van het wetsvoorstel rondom de invoering van het nieuwe pensioenstelsel (‘Wet toekomst pensioenen’) meer tijd kost dan vooraf ingeschat. De redenen hiervoor zijn de complexe materie en de benodigde afstemming met betrokken partijen als sociale partners, pensioenuitvoerders en toezichthouders. Daarnaast zijn er ruim achthonderd reacties binnengekomen op de internetconsultatie. Alle reacties op de consultatie worden zorgvuldig bekeken en gewogen.

Volgens de oorspronkelijke planning had de 'Wet toekomst pensioenen' inwerking moeten treden op 1 januari 2022. Minister Koolmees verwacht nu dat inwerkingtreding van de wet een jaar later, per 1 januari 2023, realistisch is. In beginsel geldt deze datum voor alle onderdelen van de wet. Minister Koolmees geeft echter wel aan dat hij met betrokken partijen en in samenspraak met de Eerste Kamer en de Tweede Kamer bekijkt of eerdere inwerkingtreding van onderdelen van de wet gewenst en mogelijk is. Hieronder behandelen wij de belangrijkste gevolgen van en aandachtspunten bij dit uitstel.

Uiterlijke transitiedatum, transitie-ftk en herziening nabestaandenpensioen

In samenspraak met sociale partners en pensioenuitvoerders heeft minister Koolmees bekeken of met het uitstel van een jaar de uiterlijke transitiedatum van 1 januari 2026 te handhaven is. Het streven van de genoemde partijen blijft om per 1 januari 2026 of waar mogelijk eerder over te gaan naar het nieuwe pensioenstelsel. Omdat echter niet uitgesloten is dat in sommige situaties een transitieperiode van drie jaar niet volstaat, is besloten de uiterlijke transitiedatum ook met een jaar uit te stellen, naar 1 januari 2027. Hierbij wordt benadrukt dat partijen er altijd voor kunnen kiezen om binnen de transitieperiode – de periode tussen inwerkingtreding van de wet en de uiterlijke transitiedatum – op een eerder moment de overstap te maken. 

Onderdeel van het wetsvoorstel is het zogenoemde transitie-ftk. Het uitgangspunt is dat in het transitie-ftk waar mogelijk met de blik van het nieuwe pensioenstelsel naar de huidige situatie wordt gekeken en gehandeld. Dit moet zorgen voor een verantwoorde, uitlegbare en evenwichtige overstap op het nieuwe stelsel. In het transitie-ftk wordt bijvoorbeeld bepaald dat fondsen eerder mogen indexeren dan in het huidige ftk, bij een dekkingsgraad van 105 procent. 

De rechtstreekse koppeling tussen het transitie-ftk en het nieuwe pensioenstelsel brengt met zich mee dat ook de periode voor het transitie-ftk in principe verschuift naar de periode tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2027. In principe, omdat minister Koolmees heeft aangegeven te willen onderzoeken of de overgangsregels van het transitie-ftk eerder kunnen ingaan dan 2023. Voorwaarde hiervoor is dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer met het wetsvoorstel hebben ingestemd.

Voor het jaar 2022 blijft net als afgelopen jaar gelden dat in de aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel onnodige kortingen worden voorkomen. De minister zal hiervoor dezelfde tijdelijke vrijstellingsregeling optuigen als in de voorgaande twee jaren waarbij ook in 2022 een minimale dekkingsgraad van negentig procent geldt. 

Hervorming van het nabestaandenpensioen is een ander belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel. Vanwege de nauwe samenhang met de aanpassingen van het pensioenstelsel voor het ouderdomspensioen blijft deze hervorming onderdeel van het totale wetsvoorstel. Daarmee wordt ook dit onderdeel met een jaar uitgesteld.

Veel bedrijfstak- en beroepspensioenfondsen stellen transitieplannen niet uit

Een aantal grote bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen heeft al aangegeven de huidige planning aan te houden. Als redenen worden genoemd dat zij deelnemers niet langer dan nodig in onzekerheid willen laten en dat zij zo snel mogelijk willen kunnen profiteren van het nieuwe pensioencontract. Een aantal fondsen geeft zelfs aan indien mogelijk nog steeds vóór 2026 al over te willen naar het nieuwe stelsel. Belangrijk hierbij is dat uitvoeringsorganisaties voldoende tijd moeten hebben voor de implementatie. Dit vraagt om tijdige besluitvorming bij sociale partners. Fondsen geven aan dat hun uitvoeringsorganisaties tussen de een en twee jaar nodig hebben om zich voor te bereiden op uitvoering van de nieuwe pensioenregeling. 

Wij achten het verstandig dat niet alleen fondsen en uitvoerders onverminderd doorgaan met de huidige planning, ook de inspanningen van sociale partners zijn hiervoor noodzakelijk. Er moeten veel complexe keuzes en onderliggende berekeningen worden gemaakt. Dit vergt veel tijd en nu doorgaan verkleint de kans dat fondsen en uitvoerders qua timing in de knel komen.

Ook voor werkgevers die niet bij een bedrijfstakpensioenfonds zitten, is afwachten onverstandig

Ook werkgevers die niet onder de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds vallen doen er goed aan niet af te wachten en aan de slag te gaan met de arbeidsvoorwaarde pensioen. Als gezegd is de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een complex traject waarin veel keuzes gemaakt moeten worden (type pensioencontract, eventueel invaren, compensatie), zeker voor ondernemingen die een eigen ondernemingspensioenfonds hebben of nog een verzekerde middelloonregeling. 

Indien je als werkgever te maken hebt met een pensioencontract dat binnen enkele jaren afloopt, is dit het moment om alvast voor te sorteren op het nieuwe pensioenstelsel. Belangrijk aandachtspunt hierbij is de eerbiedigende werking voor pensioenregelingen met een leeftijdsonafhankelijke premie. Werkgevers die voor inwerkingtreding van de 'Wet toekomst pensioenen' een regeling met een leeftijdsonafhankelijke premie hebben, mogen na overgang naar het nieuwe stelstel een leeftijdsonafhankelijke staffel blijven hanteren voor zittend personeel. Dit kan een oplossing bieden in eventuele compensatievraagstukken. Werkgevers die hun regeling nu al pensioenakkoord-proof willen maken, zullen mogelijke aanpassingen liever uitstellen totdat de wet daadwerkelijk in werking is getreden. Zij kunnen afspraken maken met hun uitvoerders over een tijdelijke verlenging.

Herijk pensioen als onderdeel van het totale arbeidsvoorwaardenpakket

Nu is ook het moment om als werkgever de arbeidsvoorwaarde pensioen als onderdeel van het totale arbeidsvoorwaardenpakket te herijken. Wat is het doel van de pensioenregeling vanuit de werkgever, wat zijn de wensen van de werknemers en wat past het beste bij het werknemersbestand? Uitstel van de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel biedt ondernemingen bijvoorbeeld meer tijd om onder werknemers te peilen hoe zij verschillende arbeidsvoorwaarden waarderen.

Wij kunnen hierbij ondersteunen door gebruik te maken van slimme HR-analytics tools. Daarnaast kan deze tooling worden toegepast bij (werkgevers met) pensioenfondsen om een risicopreferentieonderzoek uit te voeren of om anderszins na te gaan wat de voorkeuren zijn van deelnemers qua keuzemogelijkheden, wel of niet invaren of mate van gewenste zekerheid. De extra tijd kan in dit verband dus ook nuttig worden besteed aan de voorbereiding en uitvoering hiervan.

Ook bij een eventueel compensatievraagstuk is het goed om pensioen als onderdeel van het gehele arbeidsvoorwaardenpakket te bekijken. Compensatie hoeft niet per se in de pensioensfeer gezocht te worden, maar kan ook via andere arbeidsvoorwaarden plaatsvinden. Dit kan in bepaalde gevallen leiden tot kostenefficiëntie en meer waardering voor het arbeidsvoorwaardenpakket. Voor een indicatieve schatting van de compensatielast voor uw onderneming kunt u gebruik maken van onze pensioencalculator.

Vervolg wetsvoorstel

Er moeten nog enkele stappen worden gezet voordat het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer kan worden ingediend: toezicht- en uitvoeringstoetsen, adviesaanvragen. Parallel aan dit proces wordt gestart met het opstellen van de bijbehorende lagere regelgeving. Hiermee kan de lagere regelgeving worden opengesteld voor consultatie op het moment dat het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Zo heeft de Tweede Kamer bij de start van de parlementaire behandeling inzicht in het volledige pakket van concept wet- en regelgeving.

Contact

Bastiaan Starink

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 375 58 28

Jan Meijer

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 115 75 16

Volg ons