‘Onze ambities op het gebied van duurzaamheid worden steeds hoger’

Diana Visser, directeur sustainability bij het biotechbedrijf Corbion, over het omgaan met de SDG’s

PwC-specialist Linda Midgley in gesprek met Diana Visser, directeur sustainability Corbion

Dat duurzaamheid een strategische pijler moet worden, is voor veel bedrijven inmiddels duidelijk. Maar waar begin je en hoe ga je om met de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties? Linda Midgley, PwC-specialist op het gebied van SDG’s, praat hierover met Diana Visser, directeur sustainability bij het biotechbedrijf Corbion.

Corbion produceert duurzame voedings- en biochemische ingrediënten en brengt innovatieve biotechnologische oplossingen op de markt. Het bedrijf heeft daarvoor een duurzaamheidsprogramma en is aangesloten bij het Science Based Targets-initiatief. Dat ondersteunt bedrijven bij het definiëren van de aanpak en de methoden die helpen bij het vaststellen van doelstellingen voor een lagere CO2-uitstoot.

Linda Midgley: ‘Wat is de ambitie van Corbion als het gaat om duurzaamheid en de SDG’s?’

Diana Visser: ‘Als bedrijf moet je kijken naar de materiële onderwerpen die dicht bij je staan en waarmee je positieve impact kunt maken of negatieve impact kunt verminderen. Als je datgene wat je als bedrijf wilt bereiken, in lijn kunt brengen met de SDG’s, ben je goed op weg. Corbion heeft SDG 2 (geen honger) en SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie) als focus. Die sluiten goed aan bij onze bedrijfsactiviteiten. Bijna al onze grondstoffen hebben een oorsprong in de landbouw. Het is dus belangrijk voor ons om te kijken hoe de landbouw kan verduurzamen. Als dat niet lukt, heeft het ook effect op ons. In onze samenwerking met leveranciers  kijken we hoe we ze kunnen helpen en kunnen uitdagen om te verduurzamen. Daarnaast kunnen onze producten een bijdrage leveren aan het verminderen van voedselverspilling, van de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en van de uitstoot van CO2. Samen met klanten kijken we hoe onze producten ze kunnen helpen om een positieve impact te maken en daarmee gezamenlijk een bijdrage te leveren aan het behalen van de SDG’s.’

- Vaak zijn bedrijven terughoudend om ambitieuze doelen te stellen, bang als ze zijn om afgestraft te worden als ze die doelen niet halen. Hoe is dat bij Corbion?

‘Je moet bij het vaststellen van doelen realistisch, maar tegelijkertijd ambitieus zijn. Misschien weet je nog niet precies hoe je een bepaald doel gaat bereiken. Of wat als een doel te ambitieus is en je het niet haalt? Transparantie is de sleutel; bij het niet-halen van een doelstelling kan een plausibele uitleg veel goedmaken.

Ik zie ook dat er na het vaststellen van een doel zoveel op gang komt, dat je waarschijnlijk nog veel ambitieuzer had kunnen zijn. Corbion heeft bewust ervoor gekozen om doelen voor de lange termijn te definiëren. Daarmee laten we aan de buitenwereld onze ambitie zien op de onderwerpen die wij belangrijk vinden. Duurzaamheid gaat over de gezondheid van de onderneming op lange termijn. Het definiëren van langetermijndoelen helpt ons bovendien intern om innovaties voor elkaar te krijgen, omdat je met die doelen duidelijk aangeeft waar je naartoe wilt. Ze geven richting aan onze hele organisatie. De impact die we maken met de toepassingen van onze producten koppelen we aan de SDG’s. Hierbij nemen we de eerste stappen om de impact van onze producten op de SDG’s te meten. Dat is belangrijk, want zo kunnen we onze businessdoelstellingen vertalen in wat – ook op de langere termijn – de impact zal zijn op mens en milieu.'

- Bedrijven vinden het soms lastig om medewerkers mee te krijgen in de hogere ambities. Hoe is dat bij Corbion?

‘Wij willen onze CO2-emissie verlagen in lijn met de klimaatafspraken die in Parijs zijn gemaakt. We hebben die ambitie uitgesproken zodat we aan de slag konden, ook al wisten we nog niet helemaal hoe de weg ernaartoe er precies uit zou zien. Daarom hebben we ons aangesloten bij het Science Based Targets-initiatief (SBTi). Dit initiatief ondersteunt bedrijven onder meer bij het definiëren van de aanpak en de methoden die helpen bij het vaststellen van ambitieuze doelstellingen voor een lagere CO2-uitstoot. De wetenschappelijk basis van het SBTi past goed bij een technisch innovatief bedrijf als Corbion. Dat heeft geholpen om collega’s mee te krijgen. Wat ook hielp, is dat deelname aan het SBTi betekende dat we twee jaar de tijd kregen om het doel uit te werken. Deze tijd hebben we gebruikt om een roadmap te maken, zodat er vertrouwen ontstond in de haalbaarheid. Veel van onze klanten, vooral in de voedselsector, zijn ook aangesloten bij het SBTi. Gesprekken met hen over hun ervaringen hebben onze medewerkers mede over de drempel geholpen. Het aanhaken van soortgelijke bedrijven als Corbion was ook belangrijk, omdat sommige medewerkers het idee hadden dat alleen zeer grote bedrijven als Nestlé en Unilever bij SBTi zijn aangesloten.’

‘Wij willen onze CO2-emissie verlagen in lijn met de klimaatafspraken die in Parijs zijn gemaakt. We hebben die ambitie uitgesproken zodat we aan de slag konden, ook al wisten we nog niet helemaal hoe de weg ernaartoe er precies uit zou zien.'

Diana Visser Directeur sustainability Corbion

‘Je ziet dat ons duurzaamheidsbeleid positief werkt in allerlei ratings en we krijgen steeds meer vragen van investeerders die graag verantwoord willen beleggen. Die hebben vaak maar een klein aantal bedrijven dat aan hun criteria voldoet en waarin ze dus kunnen investeren. Corbion hoort daar ook bij.'

Diana Visser Directeur sustainability Corbion

- Jullie hebben dus twee jaar de tijd gehad om de roadmap en het doel te ontwikkelen. Kun je ons meenemen in dat proces?

‘Via workshops hebben we intern allerlei ideeën verzameld en uiteindelijk is er onder leiding van een projectleider binnen onze research & development-afdeling een roadmap opgesteld voor nieuwe projecten op het gebied van duurzaamheid. Het was cruciaal dit breder te trekken dan de afdeling Sustainability, omdat het zo meer handen en voeten kreeg. Sommige ideeën zijn al klaar voor implementatie, andere hebben nog onderzoek en (door)ontwikkeling nodig.

De komende vijf jaar willen we met investeringsprojecten energie besparen om een verdere CO2-reductie te realiseren. Daarnaast willen we onder meer de CO2-uitstoot verlagen die te maken heeft met grondstoffen en transport. We hebben daarom met onze belangrijkste leveranciers gesproken om informatie te verzamelen en te kijken wat de mogelijkheden en de uitdagingen zijn. Deze gesprekken hebben niet onze doelen bepaald, want die worden bepaald door de (klimaat)wetenschap. Maar onze interacties met leveranciers, peers en andere bedrijven die al met het SBTi werken, hebben wel de weg ernaartoe bepaald.

Onze klanten zijn ook ambitieus en sluiten zich ook bij het SBTi aan. Door middel van zogenoemde engagement targets zeg je als bedrijf toe dat je leveranciers gaat overhalen om ook science based targets te definiëren. Als je die, zoals wij, al gedefinieerd hebt, ben je meteen voorkeursleverancier. Klanten gaan dat tegenwoordig steeds meer uitvragen om te bepalen welke leveranciers ze welk volume gaan toekennen. In dat traject worden veel vragen gesteld over duurzaamheid. Best in class zijn levert je iets op en het helpt ook de commerciële teams weer.’

- Vaak zie je dat bedrijven vaart maken met de plannen, maar de implementatie lastig blijkt. Herkenbaar?

‘Als je als bedrijf groeit met het gebruik van oude technologie, neemt jouw CO2-uitstoot toe. Maar als je nieuwe technologie slim inzet, kun je investeren in groei en tegelijkertijd jouw voetafdruk verkleinen. Groei en CO2-reductie hoeven elkaar niet te bijten. Een voorbeeld is melkzuur, een van onze belangrijkste producten en waarvan we allerlei afgeleide producten maken. Een groot deel van de voetafdruk van de melkzuurproductie is gerelateerd aan het gebruik van kalk. Bij de productie van kalk komt namelijk veel CO2 vrij. We hebben een nieuwe technologie ontwikkeld waarbij we door slim te recyclen geen kalk meer nodig hebben. Dat verlaagt  de CO2-uitstoot over de hele keten significant. Deze technologie is nu klaar voor implementatie. Onze volgende nieuwe melkzuurfabriek gaat deze technologie gebruiken, maar een nieuwe fabriek neerzetten kan dus alleen als je als bedrijf groeit.’

- Kun je nog meer voorbeelden noemen van producten waarmee jullie een bijdrage leveren?

‘Ik zie Corbion als een enabler van de circulaire economie. Wij maken duurzame ingrediënten die kunnen helpen om de houdbaarheid van voedselproducten te verlengen. Dat is een manier om voedselverspilling te verminderen. Een ander belangrijk aspect van onze producten is het bevorderen van voedselveiligheid. Daarmee gaan we ook voedselverspilling tegen, omdat producten die bijvoorbeeld met de listeria-bacterie zijn besmet worden weggegooid. Een ander voorbeeld is onze biochemiedivisie die milieuvriendelijke oplosmiddelen voor pesticides maakt en kijkt hoe zo’n oplosmiddel de effectiviteit van een pesticide weer kan verbeteren. Dat kan ook weer een bijdrage leveren aan het verduurzamen van de landbouw.

Met onze producten leveren we een positieve bijdrage aan mens en milieu, maar tegelijkertijd is het cruciaal om ervoor te zorgen dat het in de keten ook goed zit. In ons programma voor verantwoorde inkoop richten we ons in eerste instantie op de vijf belangrijkste landbouwgerelateerde grondstoffen die we gebruiken: rietsuiker, palmolie, soja, maïs en tarwe. Hierbij maken we gebruik van certificeringen, eigen codes en audits bij onze leveranciers.’

- Wat ik vaak hoor van bedrijven is dat de toepassingen er wel zijn, maar dat de markt er nog niet klaar voor is. Of dat andere partijen niet willen meewerken. Hebben jullie al samengewerkt met anderen om duurzame oplossingen echt een push te geven?

‘Een mooi voorbeeld vind ik ons duurzame product AlgaPrime DHA. Dat is een alternatief voor de omega-3 rijke visolie die in visvoer voor kweekvis zit. Wij kunnen dit essentiële vetzuur produceren uit suiker met behulp van algen, in plaats van uit grote hoeveelheden andere vissen. Ons product heeft een link met SDG 2 en 12, want kweekvis zal een belangrijke factor zijn om ook in 2050 op een duurzame manier voldoende voedsel voor iedereen te kunnen produceren. Wij leveren AlgaPrime DHA aan producenten van visvoer en die leveren het weer aan viskwekers. We werken nauw samen met de visvoerproducenten, maar ook met ngo’s, universiteiten en duurzaamheidsexperts om ons verhaal goed te kunnen onderbouwen en te communiceren. Daarnaast kan de druk van een retailer helpen. Een voorbeeld is Tesco, deze retailer wil het boodschappenmandje verduurzamen en als onderdeel van dat programma bekijkt zij hoe ze het gebruik van algenolie kan verhogen. Hiermee kreeg de verduurzaming van viskweek een extra push.’

‘Welke impact heeft het duurzaamheidsbeleid van Corbion op investeerders en financiers?’

‘Je ziet dat ons duurzaamheidsbeleid positief werkt in allerlei ratings en we krijgen steeds meer vragen van investeerders die graag verantwoord willen beleggen. Die hebben vaak maar een klein aantal bedrijven dat aan hun criteria voldoet en waarin ze dus kunnen investeren. Corbion hoort daar ook bij. Verder hebben we een duurzame lening via de Rabobank en krijgen we een rentekorting als we onze duurzaamheidsdoelstellingen halen. Een van onze leveranciers heeft nu ook zo’n lening.’

- Tot slot, wat is jullie volgende stap?

‘We nemen duurzaamheid heel serieus. We zeggen niet: onze positieve impact en de vermindering van onze negatieve impact resulteren in een positief nettoresultaat en daarom hoeven we niets meer te doen. Dat zou niet geloofwaardig zijn. Wij blijven steeds ambitieuzere doelstellingen op het gebied van duurzaamheid stellen, we blijven onderzoeken hoe onze producten en innovaties bijdragen aan de SDG’s en we blijven met anderen samenwerken om vraag en aanbod van duurzame producten op elkaar aan te sluiten. Dat gaat ook goed samen met de groei van onze organisatie.’

Contact

Linda Midgley

Linda Midgley

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 31 99

Volg ons