Wetsvoorstel over minder snelle stijging AOW-leeftijd aangenomen

03/07/19

Op 2 juli 2019 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd met een ruime meerderheid aangenomen. De ontwikkeling van de AOW-leeftijd in dit wetsvoorstel sluit aan bij het tijdspad zoals afgesproken in het principeakkoord pensioenen van 5 juni 2019.

Om de pensioenopbouw in de tweede pijler te laten aansluiten bij dit vernieuwde tijdspad, worden door deze wet meerdere artikelen in wetten die invloed hebben op pensioen en sociale zekerheid aangepast. Ook geeft het kabinet in de nieuwe wet weer hoe in de financiële dekking wordt voorzien van de minder snelle stijging van de AOW-leeftijd.

Wat betekent dit voor u?

Voor in Nederland werkenden en Nederlandse ingezetenen

Voor burgers die AOW-rechten hebben opgebouwd, betekent dit wetsvoorstel dat de AOW-leeftijd eerder wordt bereikt dan het vorige tijdspad voorschreef.

Dit kan nadelige gevolgen hebben voor personen die zich op latere leeftijd in Nederland gevestigd hebben, omdat de opbouwfase van AOW-rechten eerder aanvangt. Daarnaast kunnen er nadelige inkomensgevolgen zijn voor personen die voor het bereiken van de AOW-leeftijd recht hebben op een socialezekerheidsuitkering. Het recht op een dergelijke uitkering vervalt bij het ingaan van de AOW-gerechtigde leeftijd. Wanneer de AOW-uitkering lager is dan de uitkering vóór AOW-leeftijd, gaat het besteedbaar inkomen van deze personen omlaag.

Voor werkgevers

Werkgevers dienen er rekening mee te houden dat de AOW-leeftijd van hun medewerkers lager wordt dan eerder was beoogd. Dat werkt door in meerdere aspecten van het arbeids- en socialezekerheidsrecht.

Uitwerking principeakkoord pensioenen

Begin juni 2019 zijn het werknemers- en werkgeversorganisaties en het kabinet het eens geworden over een pakket aan maatregelen die het pensioenstelsel wijzigen. In ons Actueelbericht “Sociale partners en kabinet bereiken principeakkoord over pensioenhervorming” lichten wij deze verschillende maatregelen uit het principeakkoord toe. Een van de onderdelen van het principeakkoord is de in de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd uitgewerkte minder snelle stijging van de AOW-leeftijd.

Vernieuwd tijdspad stijging AOW-leeftijd

In het aangenomen wetsvoorstel zal de AOW-leeftijd minder snel stijgen dan nu het geval is. In 2015 werd de stijging van de AOW-leeftijd juist versneld door de Wet verhoging AOW- en pensioenleeftijd (Wet VAP).

Voor de jaren 2020 tot en met 2024 ziet de stijging van de AOW-leeftijd eruit zoals te vinden is in bijgaande tabel. De hoogte van de AOW-leeftijd vanaf 2025 is nog niet bekend. Deze wordt vijf jaar van tevoren vastgesteld. De stijging wordt vanaf 2025 gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Hierbij levert ieder jaar aan extra levensverwachting een stijging van de AOW-leeftijd van acht maanden op, terwijl nu nog ieder jaar extra levensverwachting een stijging van de AOW-leeftijd van twaalf maanden betekent. Daarmee is de stijging ook vanaf 2025 minder sterk dan volgens de oude regels over de AOW-leeftijd.

Jaar

AOW-leeftijd 
Nieuw tijdspad

AOW-leeftijd
Oud tijdspad

2020

66 jaar en 4 maanden

66 jaar en 8 maanden

2021

66 jaar en 4 maanden

67 jaar

2022

66 jaar en 7 maanden

67 jaar en 3 maanden

2023

66 jaar en 10 maanden

67 jaar en 3 maanden

2024

67 jaar

67 jaar en 3 maanden

2025 en verder

Nog niet vastgesteld

Nog niet vastgesteld

Invloed wijziging tijdspad op wetgeving

Voor alle burgers die AOW-rechten hebben opgebouwd, betekent dit wetsvoorstel dat de AOW-leeftijd eerder wordt bereikt dan het vorige tijdspad voorschreef. Daarnaast worden in het wetsvoorstel verschillende wetten, zoals de Wet op de loonbelasting 1964, aangepast aan de nieuwe AOW-leeftijd.

Financiering van het wetsvoorstel

De gevolgen van het wetsvoorstel zijn niet budgetneutraal. In het wetsvoorstel wordt gedetailleerd toegelicht wat de gevolgen zijn voor de overheidsfinanciën en hoe de lasten verdeeld zullen worden tussen personen en bedrijven. Ook staan er enkele bezuinigingsmaatregelen in het wetsvoorstel.

Afkoop van 10% van het pensioen toegestaan

Tot slot is eind juni 2019 tevens een brief van het kabinet verschenen waaruit blijkt dat het mogelijk wordt om op pensioendatum maximaal 10% van het pensioen af te kopen en te laten uitkeren als bedrag ineens. De details hiervan moeten nog worden uitgewerkt.

Contact

Bastiaan Starink

Partner, Amsterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 64 06

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 76 54

Volg ons