Advies commissie parameters gepubliceerd: significante gevolgen voor pensioenfondsen

13/06/19

De commissie parameters toetst elke vijf jaar de verwachte rendementen die pensioenfondsen gebruiken om onder andere hun premies te berekenen en de zogeheten Ultimate Forward Rate (UFR) methode. De UFR-methode wordt gebruikt bij het vaststellen van de risicovrije rentetermijnstructuur waarmee pensioenfondsen de contante waarde van hun pensioenverplichtingen berekenen. Het advies van de commissie van onafhankelijk deskundigen is deze week gepubliceerd en heeft negatieve gevolgen voor de dekkingsgraden van pensioenfondsen. Daarnaast zal de feitelijke premie bij enkele fondsen niet meer kostendekkend zijn. Het kabinet en DNB hebben aangegeven het advies over te nemen.

Verwachte rendementen en inflatieontwikkelingen

De commissie adviseert op basis van historische gemiddelden en huidige marktinzichten de verwachte rendementen en inflatie-ontwikkelingen (prijs- en looninflatie) te verlagen. U kunt het advies met de nieuwe parameters hier raadplegen. Deze parameters worden gebruikt om premies te berekenen, te bepalen in welke mate pensioenfondsen indexatie kunnen verlenen, herstelplannen op te stellen en, bij beschikbare premieregelingen, de hoogte van de variabele uitkeringen te bepalen.

Minister Koolmees stelt dat de berekeningen die pensioenfondsen vanwege het financieel toetsingskader moeten maken met de voorgestelde parameters weer beter aansluiten bij de huidige economische situatie en neemt het advies daarom over. Dit lag in de lijn der verwachting omdat in de markt ook verwacht wordt dat het lastig wordt om bijvoorbeeld het langjarig historisch rendement, gemiddeld ongeveer 7% voor beursgenoteerde aandelen, vast te houden.

UFR-methode

Met betrekking tot de UFR-methode, die van belang is voor de rekenrente waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen berekenen, adviseert de commissie de markt zwaarder te wegen dan in de huidige situatie. Omdat de liquiditeit in de markt tot looptijden van 30 jaar inmiddels voldoende groot is wordt in de nieuwe situatie volledig op marktinformatie vertrouwd voor looptijden tussen de twintig en dertig jaar. In de huidige systematiek is dit maar tot een periode van twintig jaar. Daarnaast adviseert de commissie de ingroeifactor, die bepaalt hoe snel de rentetermijnstructuur convergeert naar de UFR, te verlagen en het niveau van de UFR te bepalen op basis van de 30-jaars forwardrente. Dit alles heeft tot gevolg dat de rekenrente in de nieuwe situatie minder afhangt van de UFR. DNB heeft besloten het advies van de commissie met betrekking tot de UFR te implementeren.

De parameters en de UFR-methode hebben geen invloed op de actuele vermogens van pensioenfondsen. De commissie parameters en minister Koolmees geven aan dat opvolging van de adviezen wel een aantal gevolgen heeft voor dekkingsgraden, feitelijke premies, kritische dekkingsgraden bij herstelplannen, en de mate van toegestane indexatie binnen de huidige systematiek:

  • De dekkingsgraden van pensioenfondsen dalen met gemiddeld 2,5%-punt door de aanpassingen in de UFR-methode.
  • Bij een aantal fondsen zal de feitelijke premie niet meer kostendekkend zijn. Bij de meeste fondsen is de impact afhankelijk van de mate waarin het fonds een prudentiemarge tussen de feitelijke en kostendekkende premie wil blijven hanteren.

  • De grens van kritische dekkingsgraden, de dekkingsgraad waaronder kortingen in een herstelplan noodzakelijk worden, stijgt met gemiddeld 6,5%-punt. Dit betekent dat fondsen eerder herstelplankortingen door zullen moeten voeren.

  • De hoogte van de dekkingsgraad waarbij volledige indexatie is toegestaan neemt toe met gemiddeld 2,7%-punt. Fondsen kunnen hierdoor later indexeren.

Wat betekent dit voor u?

De genoemde percentages zijn een gemiddelde impact voor de pensioenfondsensector, berekend door de commissie parameters. De impact voor een individueel fonds kan hiervan afwijken en wij adviseren dit voor uw fonds inzichtelijk te maken.

De nieuwe parameters voor verwachte rendementen en inflatieontwikkelingen gaan gelden vanaf 1 januari 2020. Bij het vaststellen van de premies voor 2020 mogen pensioenfondsen gebruikmaken van de huidige parameters. Voorwaarde is wel dat dit nog in 2019 gebeurt.

DNB heeft besloten de nieuwe UFR-rekenmethodiek te implementeren, maar pas op zijn vroegst per 1 januari 2021. Dat is dus na de belangrijke meetmomenten voor pensioenfondsen die dreigen te moet korten.

Het pensioenakkoord

De invloed van het eventuele pensioenakkoord op het advies van de commissie parameters is nog onduidelijk. De vakbonden zinspelen op een nieuwe adviesaanvraag wanneer er een definitief pensioenakkoord bereikt wordt. Werkgeversvereniging VNO-NCW houdt de optie van een nieuwe adviesaanvraag bij een pensioenakkoord nog open. De commissie parameters schrijft in de begeleidende brief echter dat zij bij haar advies geen rekening heeft kunnen houden met de veranderingen die mogelijk uit het pensioenakkoord voortvloeien, maar dat dit het advies voor de toekomst niet minder relevant maakt. De economische realiteit verandert volgens de commissie parameters niet als gevolg van het pensioenakkoord. U kunt meer lezen over de afspraken uit het principe-pensioenakkoord in dit bericht.

Contact

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 64 06

Lilian van Duijnhoven

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 63 17

Volg ons