De CSRD vraagt van jou dat je veel meer informatie openbaar maakt over materiële duurzaamheidsthema’s (naast enkele basisgegevens). Je moet daarom een dubbele materialiteitsbeoordeling uitvoeren. Daarmee bepaal je welke duurzaamheidskwesties voor jou en je stakeholders het belangrijkst zijn.
De dubbele materialiteitsbeoordeling bepaalt niet alleen de scope van je rapportage. Het helpt je ook om middelen slim in te zetten en geeft inzichten die je strategie versterken. Op deze pagina neem ik je mee in een proces van zeven stappen. Je ziet welke uitdagingen daarbij horen en welke strategische gevolgen dit proces heeft.
De CSRD verplicht jou om een dubbele materialiteitsbeoordeling uit te voeren. Het woord ‘dubbel’ verwijst naar twee perspectieven:
Een onderwerp is materieel als het impact heeft en/of risico’s en kansen met zich meebrengt. De CSRD geeft richtlijnen, maar jij bepaalt uiteindelijk zelf wat materieel is. Je moet jouw keuzes goed onderbouwen.
De materialiteitsbeoordeling is een belangrijke eerste stap om te voldoen aan de CSRD. De uitkomsten bepalen welke standaarden, toelichtingen en datapunten je moet opnemen en welke je mag weglaten.
Het concept van dubbele materialiteit zorgt ervoor dat je duurzaamheidsrapportage draait om wat voor jou en je stakeholders het meest relevant is. Materiële thema’s vormen ook de basis van je (duurzaamheids)strategie. Door daarop te sturen creëer je meer transparantie, betere beslissingen en betere inzet van tijd en middelen—voor jou, je stakeholders en de samenleving.
In zeven stappen kan je deze beoordeling uitvoeren. Bij elke stap krijg je een praktische aanpak en inzichten.
Stakeholders staan centraal bij de dubbele materialiteitsbeoordeling. De ESRS-standaarden (verbonden aan de CSRD) vragen om nieuwe afwegingen over welke stakeholders je betrekt.
Op wie heb jij invloed?
Wie kan jou beïnvloeden?
Een stakeholdermapping helpt om te bepalen wie je actief betrekt bij de beoordeling.
Het doel is te begrijpen hoe mensen door jouw organisatie worden geraakt en welke input en feedback zij hebben over materiële thema’s. Daarmee kun je (nieuwe) duurzaamheidsthema’s identificeren en impacts, risico’s en kansen beter scoren.
Onder de CSRD is het gebruik van stakeholderinput veranderd. Je vraagt niet meer alleen welke onderwerpen zij belangrijk vinden, maar ook wat volgens hen jouw belangrijkste impacts, risico’s en kansen zijn. Dat is soms lastig, omdat niet alle stakeholders ESG-thema’s goed kunnen vergelijken.
Daarom helpt het om interne en externe deskundigen te betrekken. Zij geven inzicht in jouw impact en zorgen ervoor dat de stakeholderdialoog zich richt op wat jij kunt verbeteren. De dialoog is nodig om input te verzamelen, maar ook om strategie, beleid en acties te bespreken.
De ESRS geeft je een lijst met sectoronafhankelijke duurzaamheidsthema’s die je moet meenemen in je materialiteitsbeoordeling.
Je moet daarnaast ook entiteitsspecifieke thema’s identificeren die niet in de ESRS staan. Denk aan jouw eigen belastingbeleid. Dat kan grote impact hebben op de samenleving en tegelijk risico’s én kansen geven door regels over fiscale transparantie en het tegengaan van belastingontwijking. Later moet je ook sectorspecifieke thema’s meenemen zodra de sectorspecifieke ESRS beschikbaar zijn.
Kijk bij het bepalen van mogelijke thema’s naar de scope van je activiteiten, je geografische werkgebieden en de stappen in je waardeketen. Gebruik eerdere materialiteitsbeoordelingen, interne documenten (zoals impact- en risicobeoordelingen), externe bronnen (zoals sectorrapporten, benchmarks en ESG-ratings) en inzichten uit je stakeholderdialoog.
Door samen te werken met interne specialisten, zoals je duurzaamheids- en risicoteams, en door interne middelen te gebruiken, zoals strategiedocumenten, voorkom je dat je wordt overspoeld door een lange lijst. Zo maak je een bruikbare, compacte lijst met thema’s die je in de volgende stappen kunt beoordelen.
Nu je weet welke duurzaamheidsthema’s mogelijk materieel zijn, ga je ze definiëren. Je moet volgens de ESRS duidelijk maken welke impacts jij hebt en welke risico’s en kansen deze thema’s voor jou opleveren. Dit bepaalt uiteindelijk of een thema in jouw duurzaamheidsverklaring moet komen.
Dit is soms uitdagend. Jouw impacts op mens en milieu kunnen positief of negatief zijn, feitelijk of potentieel, en vaak hangen ze samen met andere thema’s. Impacts, risico’s en kansen kunnen ontstaan op korte, middellange of lange termijn en kunnen te maken hebben met activiteiten en gebeurtenissen in je hele waardeketen.
Onze ervaring laat zien dat het belangrijk is om alle relevante onderdelen van je organisatie te betrekken. Zo maak je de beoordeling volledig én voorkom je dubbel werk. Omdat je naar de hele waardeketen moet kijken, raadpleeg je ook stakeholders en inhoudelijke experts. Denk aan experts op het gebied van biodiversiteit of mensenrechten, bijvoorbeeld bij werknemers in je toeleveringsketen
Nu je jouw duurzaamheidsthema’s hebt beschreven in termen van impacts, risico’s en kansen, ga je de impacts kwantificeren. In stap 5 doe je dat ook voor risico’s en kansen. Om impacts goed te beoordelen, beantwoord je vragen als:
Deze verdieping is nodig om de ESRS-parameters goed toe te passen. Het helpt je ook om later makkelijker openbaar te maken welke datapunten materieel zijn. Je moet namelijk laten zien hoe jij effecten, risico’s en kansen beheert. Door nu in detail te kijken, zie je sneller welke strategische gevolgen een thema heeft.
Voor deze kwantitatieve beoordeling verzamel je input door opnieuw met stakeholders en experts te spreken—binnen én buiten je organisatie. Dat kan via interviews, enquêtes of workshops.
Naast deze bottom-up aanpak helpt een top-down beoordeling om één grote uitdaging aan te pakken: hoe vergelijk je impacts die totaal verschillend zijn? Kun je bijvoorbeeld zeggen dat biodiversiteit een hogere materiële impact heeft dan corruptie? Een holistische blik helpt je om zulke verschillen zorgvuldig te wegen.
Nu beoordeel je hoe duurzaamheidsrisico’s en -kansen jouw ondernemingswaarde beïnvloeden. Je kijkt dus naar financiële effecten die nog niet in je jaarrekening staan. De CSRD vraagt je dit vanuit twee perspectieven te doen:
In hoeverre kun je je huidige middelen blijven gebruiken?
In hoeverre kun je je bestaande relaties behouden?
Dit is een uitdaging. Je moet namelijk begrijpen wat er in je waardeketen gebeurt én hoe duurzaamheidsontwikkelingen je processen raken. Worden vervuilende activiteiten straks zwaarder belast? Gaan klanten vragen om duurzamere producten of diensten? Wat zijn de financiële gevolgen van reputatierisico’s, bijvoorbeeld bij mogelijke mensenrechtenschendingen?
Voor een goede beoordeling heb je input nodig van verschillende deskundigen:
Duurzaamheidsteams helpen je bepalen welke gebeurtenissen risico’s of kansen geven. Denk aan nieuwe wetgeving, meer publieke aandacht of veranderende verwachtingen van stakeholders.
Risico-experts zorgen voor aansluiting op je bredere risicobeheer.
Financiële experts helpen je de financiële impact te bepalen, zoals hogere R&D-kosten, omzetverlies of stijgende operationele kosten.
Het werkt het best om deze experts samen te brengen in een workshop. Zo kunnen zij elkaar uitdagen, verschillen wegen en bepalen hoe elk onderwerp past in het grotere geheel.
Nu je alle impacts, risico’s en kansen hebt beoordeeld, kun je ranglijsten maken: van hoog naar laag, voor negatieve impacts, positieve impacts, risico’s en kansen. Door een drempel te bepalen, splits je de lijsten in materiële en niet-materiële onderwerpen.
De uitdaging zit in het bepalen van die drempel. De ESRS geeft hierover weinig richtlijnen. Je moet alle belangrijke impacts, risico’s en kansen meenemen, maar als je er te veel opneemt, wordt je rapportage en strategie minder scherp. Daarom is een dialoog met senior management en experts nodig om een compleet beeld te vormen van wat echt materieel is.
Voor je rapportage en interne besluitvorming moet je de uitkomsten nu visualiseren. Een materialiteitsmatrix kan daarbij helpen, maar is niet verplicht onder de CSRD. Het voordeel is dat een matrix een helder en compact overzicht geeft. Het nadeel is dat je informatie verliest, omdat je positieve en negatieve impacts en risico’s en kansen moet samenvoegen tot één punt in de matrix. Daarom kiezen sommige organisaties voor een gedetailleerde tabel om alle nuances te behouden.
Voor elk duurzaamheidsvraagstuk dat je als materieel hebt aangemerkt, vraagt de CSRD dat je duidelijk laat zien hoe je de effecten beheert. Dat betekent dat je niet alleen de metingen en doelstellingen laat zien, maar ook het beleid en de actieplannen die je gebruikt om je doelen te halen. Kort gezegd:
Wat wil je bereiken?
Hoe ga je dat bereiken?
De CSRD vraagt ook dat je laat zien hoe duurzaamheid je strategische planning beïnvloedt. Leg uit hoe materiële impacts, risico’s en kansen vragen om aanpassing van je bedrijfsmodel, marktpositie en waardeketen, zowel nu als in de toekomst.
Deze eisen zorgen ervoor dat je bij je bedrijfsstrategie actief rekening houdt met duurzaamheid en een langetermijnperspectief hanteert. Door je actieplannen openbaar te maken, laat je bovendien zien dat je geloofwaardig werkt aan duurzaamheidskwesties en welke delen van je organisatie hierbij betrokken zijn.
Een apart stuk over de strategische implicaties van de CSRD volgt binnenkort.
Vertaal de ESRS-criteria (zoals omvang, reikwijdte, waarschijnlijkheid en herstelbaarheid) naar duidelijke interne richtlijnen zodat iedereen consistent beoordeelt.
Werk in fases als je nieuwe strategische inzichten wilt opbouwen. De beoordeling helpt je relevante datapunten en vereisten te vinden.
Deel de uitkomsten breed in je organisatie en zorg dat ze worden gebruikt bij strategische besluitvorming.
Documenteer alle aannames en stappen. Je hebt dit nodig voor assurance.