‘We moeten duidelijker maken wat de natuur ons oplevert’

Koos Biesmeijer (Naturalis) over het belang van biodiversiteit en COP15

De VN-top over biodiversiteit komt geen dag te vroeg. Het natuurlijk kapitaal van de aarde is in verval en onze eerste levenslijn staat daarmee onder druk. Dit heeft gevolgen voor ons allemaal, ook voor de toekomstbestendigheid van organisaties. In het Canadese Montreal spreken beleidsmakers, politici en natuurdeskundigen tijdens COP15 over de toekomst van biodiversiteit.

Wij vragen ons netwerk van experts naar de verwachtingen én kansen van deze top, want alleen gezamenlijk kunnen we vooruitgang boeken. Vandaag: Koos Biesmeijer, hoogleraar Natuurlijk Kapitaal aan de Universiteit Leiden, wetenschappelijk directeur van het Naturalis Biodiversity Center, bijenexpert én vice-voorzitter van Natuurmonumenten.

Koos Biesmeijer: ‘Een “Parijsakkoord voor de biodiversiteit” is een beetje te ver weg, ben ik bang’

De VN-klimaattop COP27 is net afgerond en de uitkomsten stellen menigeen teleur. Nu kijkt de wereld verwachtingsvol naar COP15. Wat zijn uw verwachtingen van deze VN-top omtrent natuur?

‘Ik verwacht dat de landen serieus onderhandelen over de doelen, maar ik hoop vooral dat er harde afspraken gemaakt worden over hoe die doelen gehaald gaan worden. De EU onderhandelt namens alle lidstaten en kan daardoor een stevige positie innemen die in lijn is met de Green Deal, de EU Biodiversity Strategy en de Nature Restoration Law. Al deze instrumenten samen geven ook Nederland nu al duidelijk een richting, urgentie en handelingsperspectief.’

Het Klimaatakkoord van Parijs zorgde voor een keerpunt in de strijd tegen klimaatverandering door vast te stellen dat de gemiddelde temperatuurstijging op aarde onder de twee graden Celsius moet blijven. De hoop leeft dat COP15 het zogenoemde ‘Parijs voor biodiversiteit’ wordt. Hoe realistisch is dat?

‘Een “Parijsakkoord voor de biodiversiteit” is een beetje te ver weg, ben ik bang. Alhoewel dat natuurlijk het allermooiste zou zijn. Ik hoop dat er echt afspraken gemaakt worden over hoe we de doelen gaan halen en hoeveel geld er voor nodig en beschikbaar is.’

Het Global Biodiversity Framework heeft in eerste concept vier langetermijndoelen voor 2050 en ruim twintig subdoelen voor 2030 geformuleerd. Tijdens COP15 wordt over deze doelen gesproken en onderhandeld. Een van de doelen is het voorkomen of verminderen van de introductie van invasieve exoten en vestiging met minstens vijftig procent. Een exoot is invasief als deze zich sterk verspreidt en dus een plaag wordt. Wat zijn uw gedachten bij deze doelstelling?

‘Invasieve soorten vormen in veel systemen een bedreiging, en soms een kans. Ze worden vooral door menselijke activiteit verspreid. Deze doelstelling zegt eigenlijk twee dingen. Ten eerste dat we minder soorten willen verspreiden, maar dat is vrijwel onmogelijk omdat de economie nu eenmaal een global business is. Ten tweede dat invasieve soorten verwijderd moeten worden, maar dat is zeer kostbaar en ook lastig.’

‘Ratten of geiten van een eiland verwijderen is soms nog mogelijk, maar rivierkreeften of een eenjarige plant als de reuzenbalsemien uit Nederland verwijderen is echt onmogelijk. We moeten leren om met ze samen te leven. Het lijkt me wel goed om prioriteit te geven aan gebieden waar heel speciale biodiversiteit door exoten bedreigd wordt, zoals eilanden.’

Voldoen aan deze doelstelling klinkt ingewikkeld. Als dit doel formeel wordt vastgesteld, wat betekent dit dan voor het bedrijfsleven? Wat moeten bedrijven en fabrieken doen als de vrijblijvendheid plaatsmaakt voor een echt commitment?

‘Dat is best een issue. Het handhaven ligt dan in handen van de economische partij. In de praktijk betekent dit dat er bij elk transport gegarandeerd moet worden dat er niks meegelift is. Dat is schier onmogelijk, duur en gaat dus niet gebeuren.’

Meeliften van exoten, waar moeten we dan aan denken?

‘Ik doel hierbij op exoten die meekomen via ballastwater van schepen of bijvoorbeeld via vrachtvervoer. Voor vreemde buitenlandse planten of dieren moet je doorgaans op campings zijn of in havens, want daar stappen de lifters weer van boord.’

‘Als we geen natuur meer hebben zijn de kosten hoog en de problemen groot’

Koos Biesmeijer | wetenschappelijk directeur Biodiversity Center bij Naturalis
De Convention on Biological Diversity heeft, zoals eerder gezegd, diverse doelstellingen geformuleerd. Welke doelstelling vindt u, vanuit uw kennis en expertise, belangrijk om uit te lichten?

‘De combinatie is het belangrijkst. Het gaat om doelen die zich richten op directe bescherming en herstel. Dit betekent dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke economische (en andere) activiteiten de grootste bedreiging vormen voor de biodiversiteit. Deze activiteiten moeten we niet meer subsidiëren en zo mogelijk beperken en aanpassen.’ 

‘Die hersteldoelen moeten we combineren met de realisatie dat biodiversiteit onze toekomst is. Dat betekent dat we duidelijker moeten maken wat de natuur ons oplevert als we er goed voor zorgen én wat de hoge kosten en problemen zijn als we geen natuur meer hebben.’

Contact

Alexander Spek

Alexander Spek

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 039 89 82

Thijs IJsbrandij

Thijs IJsbrandij

Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 19 67

Volg ons