Organisatie

Is uw organisatie goed voorbereid op 2020? Welke zaken kunt u nu al voor uw onderneming regelen zodat u uw fiscale positie kunt optimaliseren. Of is het juist verstandig om hiermee nog even te wachten? We hebben een selectie van tips en aandachtspunten voor u samengesteld zodat u niet voor verrassingen komt te staan. 

De volgende thema’s komen aan de orde: innovatie en investeringen, ondernemen, internationaal zakendoen, werken, vastgoed, pensioen, mobiliteit, schenken en erven  en administratie.

Klik op het tabje van uw keuze en ga direct naar het gewenste onderwerp.

Let op de tips of aandachtspunten met een * zijn niet definitief en kunnen tijdens de parlementaire behandeling van het Belastingplan nog wijzigen.

Innovatie en investeringen

Innovatie en investeringen

Tips

Dien tijdig uw WBSO-aanvraag in*

Voert uw bedrijf onderzoeks- en/of ontwikkelingsprojecten uit? Dan kunt u misschien de regeling Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) gebruiken om de (loon)kosten voor deze projecten te verlagen. Als uw onderneming per 1 januari 2020 S&O-werkzaamheden wil starten, moet de WBSO-aanvraag op tijd worden ingediend. Hebt u werknemers dan moet de aanvraag uiterlijk 30 november 2019 zijn ingediend. Voor zzp’ers geldt de deadline van 1 januari 2020. Er zijn plannen waardoor bedrijven vanaf 1 januari 2020 sneller en flexibeler gebruik kunnen maken van de fiscale innovatieregeling WBSO.

Kies voordeligste wijze van vermindering S&O-kosten*

Onder de regeling voor kosten speur- en ontwikkelingswerk (S&O-kosten) kan jaarlijks worden gekozen om in plaats van de werkelijke S&O-kosten een forfaitair bedrag per S&O-uur op te voeren. De keuze die een onderneming bij de eerste WBSO-aanvraag voor 2019 maakt, geldt voor het gehele kalenderjaar. Met Prinsjesdag heeft het kabinet aangegeven de aanvraagprocedure te gaan vereenvoudigen en verkorten. Inventariseer tijdig of het voor uw onderneming voordelig kan zijn om een beroep te doen op het forfait of juist de werkelijke S&O-kosten.

Gebruik uw herinvesteringsreserve

Als u in 2016 een herinvesteringsreserve hebt gevormd voor de winst behaald met de verkoop van een bedrijfsmiddel, is het raadzaam om voor het einde van 2019 een herinvestering te doen. Doet u dit niet, dan valt de reserve in beginsel vrij in de winst en wordt deze belast. In bijzondere omstandigheden kan de termijn voor het aanhouden van een herinvesteringsreserve worden verlengd. Het is dan van belang dat u kunt aantonen dat het voornemen om te herinvesteren eind 2019 nog bestaat, bijvoorbeeld door dit vast te leggen in notulen van directievergaderingen.

Voorkom desinvesteringsbijtelling

Wanneer u het voornemen hebt om een bedrijfsmiddel te verkopen dat u minder dan vijf jaar geleden hebt aangeschaft, dan is het voor u misschien raadzaam het bedrijfsmiddel pas begin 2020 te verkopen. Mogelijk kunt u hiermee een desinvesteringsbijtelling beperken of zelfs voorkomen.

Maak optimaal gebruik van het huidige innovatieboxtarief*

Het kabinet is van plan om per 2021 het effectieve tarief van de innovatiebox te verhogen van zeven procent naar negen procent. Als uw onderneming activiteiten verricht die mogelijk kwalificeren voor toepassing van de innovatiebox, is het verstandig om op korte termijn te kijken naar de voordelen van het innovatieboxregime en de kwalificerende winst die eventueel aan de innovatiebox zou kunnen worden toegerekend. Zo kunt u optimaal gebruikmaken van het huidige tarief van de innovatiebox.

Maximaliseer uw kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Uw recht op investeringsaftrek in 2019 vervalt als u het maximale investeringsbedrag van 318.449 euro overschrijdt. Dreigt u dit maximumbedrag te overschrijden, dan kan het raadzaam zijn om investeringen (deels) uit te stellen tot 2020.

Banken en verzekeraars: voorkom beperking renteaftrek*

Met de minimumkapitaalregel wordt de fiscale renteaftrek van banken en verzekeraars beperkt voor zover het vreemd vermogen meer bedraagt dan 92 procent van het balanstotaal. Daarbij wordt voor banken aangesloten bij de verordening kapitaalvereisten. Voor verzekeraars wordt aangesloten bij de verordening solvabiliteit II. Wij raden u aan te onderzoeken hoe u kunt zorgen dat er voldoende kapitaal op de balans staat en u voorkomt dat de minimumkapitaalregel vanaf 1 januari 2020 uw renteaftrek beperkt.

Ondernemen

Ondernemen

Tips

Voorkom verliesverdamping

Als hoofdregel geldt dat verliezen zes jaar voorwaarts verrekenbaar zijn. Na die termijn verdampen de nog niet verrekende verliezen. Mogelijk kunt u verliesverdamping per 2020 voorkomen door in 2019 maatregelen te treffen, bijvoorbeeld door de vrijval van een herinvesteringsreserve. Ook bieden de regels van goed koopmansgebruik enige ruimte.

Let op drempels generieke renteaftrekbeperking

Vanaf 1 januari 2019 geldt een beperking van de renteaftrek tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA) van een onderneming. Daarvoor geldt een drempel van 1 miljoen voor het saldo aan renten. Als u tijdig beoordeelt of de renteaftrek­beperking van toepassing is, hebt u de mogelijkheid om hierop te anticiperen. Mogelijk kunt u buiten de aftrekbeperking blijven door een fiscale eenheid aan te gaan. Is de EBITDA van uw onderneming niet toereikend om alle rentelasten af te trekken? U kunt de niet-aftrekbare rente voortwentelen naar een volgend jaar.

Doe tijdig de verplichte melding grensoverschrijdende belastingstructuren*

Op 1 juli 2020 zullen met terugwerkende kracht regels in werking treden voor verplichte informatie-uitwisseling over grensoverschrijdende transacties. Deze regels vloeien voort uit een EU richtlijn (DAC6). Deze richtlijn schrijft voor dat betrokken adviseurs of belastingbetalers een breed scala aan grensoverschrijdende belastingstructuren waarvan de implementatie na 25 juni 2018 is begonnen, moeten melden. De eerste melding vindt uiterlijk 31 augustus 2020 plaats. Als uw bedrijf een internationale structuur heeft dan raden wij u aan samen met uw adviseur te bepalen hoe u deze verplichte informatie-uitwisseling in uw belasting- en compliance strategie gaat passen. Het is ook van belang dat u tijdig meldt. U voorkomt daarmee een bestuurlijke boete van maximaal 830.000 euro (bedrag 1 januari 2019).

Bij ontvoeging uit fiscale eenheid op verzoek: dien tijdig het verzoek in*

Om per 1 januari 2020 een of meer vennootschappen uit een bestaande fiscale eenheid vennootschapsbelasting te ontvoegen, moet het verzoek tot ontvoeging uiterlijk op 31 december 2019 zijn ingediend. Dit kan praktisch zijn als u verwacht in 2020 een deelneming uit de fiscale eenheid te verkopen, afhankelijk van de afspraken bij die verkoop. Ontvoeging uit de fiscale eenheid kan ook een voordeel bieden met het oog op het tariefopstapje: tot 200.000 euro geldt in 2020 een tariefsvoordeel van 8,5 procent (17.000 euro). Een fiscale eenheid kan dit opstapje slechts eenmaal benutten, in plaats van voor iedere entiteit apart.

Let op bij financiering (aankoop) deelnemingen

Bent u zich ervan bewust dat de rente die wordt betaald op een lening die is bedoeld om een andere vennootschap te verwerven of daar al voor wordt gebruikt, misschien niet volledig fiscaal aftrekbaar is? Voor de vennootschapsbelasting gelden namelijk verschillende renteaftrekbeperkende regelingen. Door hier vooraf bij stil te staan, kunt u mogelijk voorkomen dat rente onnodig onder een aftrekbeperking valt.

Houd rekening met aanpassingen tonnageregime*

Het tonnageregime wordt op een aantal punten aangescherpt. Er komt een plafond voor in tijd- of reischarter gehouden schepen die geen EU/EER-vlag voeren. Bij ingebruikname van een schip vanaf 1 januari 2020 moet ten minste één schip van de vloot een EU/EER-vlag voeren en er komt een vlagvereiste voor scheepsmanagers. Hebben deze situaties betrekking op uw onderneming? Voor op 31 december 2019 bestaande tonnagesituaties wordt een overgangsregeling getroffen. Ook komt er een winstplafond voor niet-vervoersactiviteiten van maximaal 50 procent van de jaarwinst (bijvoorbeeld relevant voor cruiseschepen). Wij raden aan om samen met uw adviseur te beoordelen welke impact de aanpassingen op uw onderneming hebben.

Aandachtspunten

Nieuwe tarieven vennootschapsbelasting*

Uw vennootschapsbelastingtarief gaat veranderen. Het lage tarief wordt stapsgewijs verlaagd naar 16,5 procent in 2020 en 15 procent in 2021. In 2019 bedraagt het lage tarief nog 19 procent. Het hoge tarief blijft in 2020 gelijk (25 procent) maar gaat in 2021 omlaag naar 21,7 procent.

Beperking mogelijkheid verrekening buitenlandse verliezen*

U kunt buitenlandse groepsmaatschappijen niet voegen in de Nederlandse fiscale eenheid vennootschapsbelasting. Voor dit nadeel biedt de liquidatie- en stakingsverliesregeling een uitkomst. Het kabinet wil echter deze uitkomst beperken, bijvoorbeeld tot verliezen van groepsmaatschappijen gevestigd in de EU/EEG. Ook wordt de termijn voor het verrekenen van de buitenlandse verliezen beperkt. Heeft deze maatregel invloed op uw onderneming? Dan adviseren wij de ontwikkeling van deze maatregel te volgen.

Spoedreparatie fiscale eenheid

Nederlandse fiscale eenheden kunnen niet langer aanspraak maken op bepaalde voordelen van het fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting. De wetgever heeft hiertoe met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2018 de vennootschaps- en dividendbelasting op onderdelen aangepast. Mocht u de gevolgen voor uw eigen fiscale eenheid nog niet in kaart hebben gebracht, analyseer dan met uw adviseur zo snel mogelijk de positie van uw fiscale eenheid.

Dien tijdig verzoek in tot niet-verbreking fiscale eenheid

De certificering van aandelen kan leiden tot verbreking van een bestaande fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De fiscale eenheid verbreekt ook wanneer een gevoegde dochtermaatschappij de status verkrijgt van een subjectief vrijgesteld lichaam. Bij bepaalde verkoopovereenkomsten waarbij de moedermaatschappij al enige rechten verliest, kan de inspecteur worden verzocht (nog) geen verbreking te laten plaatsvinden. Dit kan voordelig zijn wanneer er nog transacties plaatsvinden tussen de te ontvoegen dochtermaatschappij en andere fiscale eenheidsmaatschappijen. Dien dit verzoek dan tijdig in, namelijk al binnen twee weken na het sluiten van de overeenkomst.

Rente- en royaltybelasting

Vanaf 2021 zullen betalingen van rentes en royalty’s die u doet in bepaalde gevallen in Nederland worden belast tegen een tarief van 21,7 procent (bronbelasting). De bronbelasting ziet met name op rente- en royaltybetalingen aan groepsmaatschappijen gevestigd in laag-belastende jurisdicties. Door hier vooraf bij stil te staan, kunt u dit mogelijk voorkomen en uw ondernemingsstructuur toekomstbestendiger maken.

CFC-regels

Wanneer uw Nederlandse onderneming meer dan 50 procent belang heeft in een laagbelaste buitenlandse dochtervennootschap of vaste inrichting, dan wordt dit belang aangemerkt als een controlled foreign company (CFC). Het gevolg is dat u bepaalde inkomensbestanddelen van die CFC aan uw Nederlandse ondernemingswinst moet toerekenen. U kunt het beste met uw adviseur naar de ondernemingsstructuur kijken om zo de mogelijke consequenties van de CFC-regels in kaart te brengen.

Inhoudingsvrijstelling dividendbelasting*

In deelnemingssituaties binnen de EU/EER geldt een inhoudingsvrijstelling voor dividendbelasting. Vanaf 1 januari 2018 geldt ook een uitgebreide inhoudingsvrijstelling voor derde landen waarmee Nederland een belastingverdrag of een vergelijkbare regeling heeft gesloten met daarin een dividendartikel. Per 2020 scherpt het kabinet de antimisbruikbepaling aan voor dividendstromen naar buitenlandse aandeelhouders zonder reële activiteiten aldaar.

Regels ten aanzien van hybride kwalificatieverschillen (ATAD2)*

Vanaf 2020 worden in Nederland regels van kracht die kwalificatieverschillen tussen belastingstelsels neutraliseren. Denk daarbij aan een betaling die in Nederland als rente wordt gekwalificeerd maar in het buitenland als dividend. Ten aanzien van internationale ondernemingsstructuren raden wij aan om samen met uw adviseur te kijken naar de gevolgen van deze nieuwe regels.

Documentatieverplichting ATAD2*

Op grond van de ATAD2-regels geldt voor elke Nederlandse onderneming een documentatieverplichting. In dit document analyseert een belastingplichtige waarom de regels niet op hem van toepassing zijn of hoe de regels zijn toegepast. Als uw onderneming internationaal opereert, raden wij aan om deze nieuwe verplichting te bespreken met uw adviseur.

Aanpassing exitheffing per 2019

De bestaande exitheffing is per 1 januari 2019 op enkele punten aangepast en in lijn gebracht met het EU-recht. Bij verplaatsing van uw vennootschap - of vermogensbestanddelen daarvan - naar het buitenland, wordt in sommige gevallen een exitheffing opgelegd. Deze exitheffing mag vanaf 2019 in plaats van de eerdere tien jaarlijkse termijnen in maximaal vijf jaarlijkse termijnen worden betaald. Verder mag er sinds 1 januari 2019 nog slechts in uitzonderlijke gevallen zekerheden worden gevraagd. 

Wijzigingen buitenlandse aanmerkelijkbelangregeling*

De buitenlandse aanmerkelijkbelangregeling bepaalt dat in bepaalde gevallen buitenlandse aandeelhouders van een Nederlandse entiteit in Nederland vennootschapsbelasting moeten betalen over ontvangen dividenden en vervreemdingswinsten. Eerder vormden de Nederlandse substance-eisen een veilige haven. Dit is niet langer het geval. Wanneer een belastingplichtige voldoet aan de substance-eisen maar de Belastingdienst aannemelijk maakt dat er sprake is van misbruik, dan wordt de buitenlandse ab-regeling alsnog toegepast. Omgekeerd hebben (potentieel) belastingplichtigen de mogelijkheid om het ontbreken van misbruik aan te tonen ook al voldoen zij niet aan de substance-eisen. Zowel de Belastingdienst als de belastingplichtige kunnen zich beroepen op de misbruikindicatoren uit de ‘Beneficial Ownership-arresten’ van het Europese Hof van Justitie.

Beperking afschrijving gebouwen in eigen gebruik

Bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting mogen vanaf 1 januari 2019 slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik totdat de boekwaarde gelijk is aan de WOZ-waarde (tot 2019 was dit 50 procent van de WOZ-waarde). Dit betekent dat het nog belangrijker is dan voorheen om de WOZ-beschikking te controleren en zo nodig bezwaar aan te tekenen. Voor gebouwen die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 2019, maar waarop minder dan drie volledige boekjaren is afgeschreven, geldt overgangsrecht. Op basis van dit overgangsrecht mag u ook na 1 januari 2019 nog afschrijven volgens de oude regels, totdat u in totaal drie volledige boekjaren hebt afgeschreven.

Wijziging btw-aftrek van gemengd gebruikt investeringsgoed

Het kan zijn dat u aan het einde van het (boek)jaar btw moet terugbetalen wanneer het gebruik van investeringsgoederen voor vrijgesteld gebruik is toegenomen ten koste van btw-belast gebruik én afwijkt van de verhouding waarin de aankoop-btw in aftrek is gebracht. Bij een toename van belast gebruik kunt u een deel van de eerder niet afgetrokken btw alsnog terugvragen.

Internationaal zakendoen

Internationaal zakendoen

Tips

Voorkom dubbele belasting en boetes

Als uw onderneming in meerdere landen actief is, hebt u met regels op het gebied van transfer pricing (TP - verrekenprijzen) te maken. De transacties tussen de vestigingen moeten at arm’s length plaatsvinden. Handelen at arm’s length houdt in dat gelieerde partijen onderling dezelfde prijzen en voorwaarden hanteren als twee onafhankelijke partijen zouden doen. Deze eis geldt niet alleen voor de levering van goederen en diensten, maar ook voor de terbeschikkingstelling van kennis, merknaam en merkrechten, en voor groepsleningen. Als een bedrijf niet at arm’s length handelt, kan dit aanleiding geven tot correcties, fiscale boetes en mogelijk zelfs dubbele belasting.

Verricht tijdig correcties om aan uw transfer-pricingpolicy te voldoen

Als een of meerdere van de groepsondernemingen - op basis van uw transfer-pricingpolicy - een bepaald routineresultaat moet behalen, is het raadzaam om voor het einde van het boekjaar de benodigde berekeningen te maken en eventuele correctiefacturen te sturen.

Opteer zo mogelijk voor simplified approach voor ‘low value-adding services’

Onder bepaalde voorwaarden, die zijn gespecificeerd in de OESO-verrekenprijsrichtlijnen en het Nederlandse verrekenprijzenbesluit, kunnen diensten die binnen de groep worden verleend, gekwalificeerd worden als ‘low value-adding services’. Als deze kwalificatie van toepassing is, kunt u opteren voor de toepassing van de ‘simplified approach’. Dat wil zeggen dat u een mark-up van 5 procent kunt toepassen, zonder dat er een benchmarkstudie nodig is. Bovendien kunt u een benefit analysis achterwege laten.

Neem start-upverliezen van buitenlandse vestiging in aftrek

Start-upverliezen (of -kosten) van en voor een nieuwe vestiging in het buitenland zijn mogelijk in aanmerking te nemen in Nederland. Als de ‘entrepreneur’ van de groep vanuit Nederland de beslissing neemt om in het buitenland te starten, is het at arm’s length als de kosten die daarmee zijn gemoeid, voor rekening en risico van die entrepreneur komen.

Controleer salarisnorm voor de 30%-regeling

Hebt u in verband met de 30%-regeling universitair geschoolde mensen in dienst die dertig jaar zijn geworden of fulltime-werknemers die parttime zijn gaan werken? Mogelijk voldoen zij dan niet meer aan de salarisnorm, waardoor de 30%-regeling niet meer van toepassing is. De standaard salarisnorm voor 2019 is vastgesteld op 37.743 euro aan belastbaar inkomen op jaarbasis. De verlaagde salarisnorm voor 2019 bedraagt 28.690 euro op jaarbasis. In voorkomende gevallen kunt u overwegen om de 30%-vergoeding te verlagen, zowel contractueel als in de salarisadministratie, waardoor de salarisnorm nog wel wordt gehaald.

Verzoek om toepassing IB-tarieven in loonaangifte onder de 30%-regeling

U kunt een afspraak maken met de Belastingdienst over het toepassen van de inkomstenbelastingtarieven in de salarisadministratie voor werknemers met de 30%-regeling zonder persoonlijke aftrekposten of overig inkomen. De aangifteplicht voor de inkomstenbelasting komt daarmee voor deze werknemers te vervallen.

Verwerk alleen de in Nederland belaste werkdagen

Als de belastingheffing over buitenlandse werkdagen op grond van een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting is toegewezen aan het andere land, kunt u daarmee al rekening houden in de Nederlandse salarisadministratie. In dat geval kunt u de inhouding van Nederlandse loonheffing beperken tot het aan Nederland toegewezen deel van het inkomen. Dit is ook van belang voor het bepalen van de hoogte van de vrije ruimte onder de werkkostenregeling en de eventueel verschuldigde eindheffing van 80 procent. Voor deze uitsluiting van loon is het wel belangrijk dat de werknemer een overzicht bijhoudt van zijn werkdagen in en buiten Nederland.

Controleer bijdrage Zorgverzekeringswet bij een ‘salary split’

Bij een salary split werkt een werknemer in verschillende landen. Een salary split kan formeel en materieel zijn. Bij een formele salary split is het van belang dat u voor elke afzonderlijke formele dienstbetrekking van de werknemer voldoet aan de registratie- en afdrachtverplichtingen. U bent namelijk per afzonderlijke dienstbetrekking de bijdrage Zorgverzekeringswet en de premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Onder omstandigheden kan de verleggingsregeling binnen concernverband een oplossing bieden voor deze dubbele last. Bij een materiële salary split is er maar één formele werkgever, waardoor u de bijdrage Zorgverzekeringswet en de premies werknemersverzekeringen slechts eenmaal hoeft af te dragen.

Verwerk buitenlandse sociale zekerheidspremies

Als u voor uw werknemers die onderworpen zijn aan buitenlandse sociale zekerheid de buitenlandse sociale zekerheidspremies in Nederland op een juiste wijze fiscaal verwerkt, leidt dit in de meeste gevallen tot een aftrekpost op het fiscale loon.

Aandachtspunten

Aanpassing internationale belastingverdragen

Het Multilateraal instrument (‘MLI’) is een onderdeel van het OESO-project tegen grondslagerosie en winstverschuiving door multinationale ondernemingen (ook wel ‘BEPS-project’ genoemd). Door het MLI kunnen landen hun bilaterale belastingverdragen in één keer BEPS-proof maken. Voor Nederland is het het MLI van kracht vanaf 1 juli 2019. Echter, het MLI is alleen van toepassing op een verdrag wanneer het ook voor de verdragspartner van kracht is én er geen voorbehoud is gemaakt voor het betreffende verdragsartikel. Mocht u gebruik maken van belastingverdragen, dan raden wij aan met uw adviseur te bekijken of het MLI iets verandert voor uw onderneming.

Tax follows the business

‘Tax follows the business’ wil zeggen dat het businessmodel van een onderneming bepaalt hoe het transfer pricingbeleid moet zijn. Als de regels voor transfer pricing (TP) goed zijn toegepast, valt de winst daar waar de onderneming haar functies uitoefent en waar zij haar risico’s en bezittingen managet. Om dit te onderbouwen is het van belang dat u onder meer een goede functionele analyse en economische onderbouwing opneemt in uw TP-documentatie.

Informeel kapitaal: verplichting tot verschaffing van extra informatie in uw Vpb-aangifte

De Belastingdienst wisselt nu al informatie uit met buitenlandse autoriteiten over informele kapitaalposities. In de aangifte vennootschapsbelasting 2019 moet u hierover meer informatie dan voorheen verstrekken. Het gaat om informatie over:

  • de omvang van de informele kapitaalstorting;
  • waarom u van mening bent dat er sprake is van een informele kapitaalstorting; en
  • de uiteindelijke moedermaatschappij en de directe aandeelhouder/rechtspersoon die de bevoordeling doet.

Als u op grond hiervan veranderingen in uw fiscale positie wilt doorvoeren, dan kunt u dit het beste nog in 2019 doen.

Transparantie en consistentie

Er is de afgelopen jaren veel nieuwe wet- en regelgeving ontwikkeld om erosie van de winstgrondslag en het winstbegrip te voorkomen. Dit ziet onder meer op toegenomen transparantie en consistentie bij de interpretatie en toepassing van wettelijke regels en begrippen. Het is daarom ook van belang om voldoende aandacht te hebben voor de opzet en onderbouwing van uw transfer pricing.

Transfer pricing documentatie: houd uw benchmarking studies compliant

Als uw onderneming meer dan 50 miljoen euro aan geconsolideerde groepsomzet heeft, bent u vanaf 1 januari 2016 onderworpen aan de Nederlandse Master File/Local File-verplichtingen. Als onderdeel hiervan moet u de zakelijkheid van al uw grensoverschrijdende intercompany transacties onderbouwen. Hiervoor wordt vaak gebruik gemaakt van zogenaamde ‘benchmarking studies’, waarin op grond van financiële informatie uit specifieke databases bepaald wordt wat de gerealiseerde winstniveaus zijn voor onafhankelijke ondernemingen die soortgelijke activiteiten verrichten. Een jaarlijkse update van deze studie is verplicht, maar elke drie jaar moet een helemaal nieuwe benchmarking studie worden verricht. Houd hier dus rekening mee voor het boekjaar 2019.

Zakelijkheid van uw intercompany financiële transacties

Financiële transacties tussen gelieerde ondernemingen staan steeds vaker op de radar van belastingdiensten. Het is dan ook raadzaam om voldoende aandacht te besteden aan uw beleid voor intercompany financiële transacties. Dit is vooral van belang omdat veel financiële transacties gebaseerd zijn op ‘reference rates’ zoals EURIBOR (Euro Interbank Offered Rate) of EONIA (Euro Overnight Index Average). De Europese invoering van de nieuwe financiële standaard ESTER (Euro Short-Term Rate) heeft invloed op de toepasselijke rentepercentages en de onderliggende overeenkomsten, zowel voor externe leningen als intercompany financiering. Zorg dus dat u tijdig uw contracten en policies aanpast.

Wettelijke definiëring vaste inrichting / vaste vertegenwoordiger*

Er komt een wettelijke definitie van vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger die in overeenstemming is met het OESO-Modelverdrag 2017. Deze gaat gelden voor niet-verdragssituaties. Daarnaast bepaalt de wet expliciet dat Nederland in verdragssituaties aansluit bij de definitie van het begrip vaste inrichting in het desbetreffende belastingverdrag. Het is van belang dat u voldoende zicht hebt of uw activiteiten een vaste inrichting kunnen opleveren voor Nederlandse of buitenlandse fiscale doeleinden. Als dit het geval is zal het namelijk een aangifteverplichting opleveren, waarbij een zakelijke winsttoerekening plaats zal moeten vinden.

Doorbelasting van hoofdkantoorkosten (management fee)

Als u hoofdkantoorkosten (een management fee) in rekening brengt aan entiteiten binnen uw groep, houd er dan rekening mee dat een managementfee moet voldoen aan bepaalde eisen, wil deze at arm’s length en fiscaal aftrekbaar zijn bij de ontvanger van de hoofdkantoordiensten. Welke eisen van toepassing zijn en hoe strikt deze worden gevolgd, kan per land verschillen. Vanuit het perspectief van de dienstverlener moet bovendien - voor zover een derde partij een vergelijkbare dienst had kunnen leveren - een kostenopslag worden doorberekend.

Overgangsrecht verkorting looptijd 30%-regeling

Per 1 januari 2019 is de looptijd van 30%-regeling verkort van acht naar maximaal vijf jaar. Er geldt overgangsrecht van twee jaar voor expats die als gevolg van de maatregel in 2019 of 2020 de 30%-regeling zouden verliezen.

Gericht vrijgestelde kosten expats 

Door de verkorting van de looptijd van de 30%-regeling wordt ook de mogelijkheid om de werkelijke extraterritoriale kosten belastingvrij te vergoeden beperkt tot vijf jaar. Bekijk welke kosten van expats na deze periode nog als gerichte vrijstelling belastingvrij kunnen worden vergoed, zoals zakelijke reiskosten.

Invoering van de Quick fixes btw

Als gevolg van de invoering van de EU Quick fixes per 2020 wordt onder andere het gebruik van het btw-identificatienummer van de afnemer verplicht voor toepassing van het btw-nultarief bij EU B2B-transacties. Het praktische gevolg is dat ondernemers alle btw-identificatienummers van buitenlandse EU-afnemers in hun (ERP-)systeem moeten vastleggen. U moet als ondernemer in staat zijn facturen uit te reiken waarop het juiste btw-identificatienummer van de afnemer staat vermeld. Ook moet u de Opgaaf Intracommunautaire Prestaties (Opgaaf ICP) juist kunnen indienen. Het is daarom belangrijk om de btw-identificatienummers van uw vaste buitenlandse afnemers al vóór 2020 te valideren/controleren in het EU VIES-systeem.

Brexit: uittreding van het VK uit de EU

De Brexit is opnieuw uitgesteld, nu tot eind januari 2020. De bedoeling is dat het VK de EU verlaat met een deal. Deze overgangsperiode duurt in beginsel tot eind 2020. Tijdens deze deal-periode zullen de EU en het VK onderhandelingen voeren over de toekomstige samenwerking. Vaak wordt hier gerefereerd aan een vrijhandelsverdrag. Dergelijke verdragen worden veelal aangehaald als het gaat om het wederzijds toepassen van preferentiële (verlaagde) invoerrechten, maar deze verdragen gaan veel verder. Het kan ook gaan over hoe de verdragspartijen zullen omgaan met bijvoorbeeld dierenwelzijn en IP-rechten. Daarnaast is het VK nu zo verweven met de EU dat ook overige verdragen gesloten moeten worden om de impact op het bedrijfsleven te beperken. Denk daarbij bijvoorbeeld aan wederzijdse landingsrechten. In juli 2020 zal een tussentijds evaluatiemoment zijn om te kijken of de overgangsperiode moet worden verlengd. Als niet voldoende vooruitgang is geboekt, moet een verzoek tot verlenging worden ingediend.

Gelet op de ervaringen van het afgelopen jaar moeten bedrijven zorgen dat ze snel en accuraat kunnen schakelen afhankelijk van politieke bewegingen. Hiervoor is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de zakelijke belangen tussen de EU en het VK en het minst gunstige scenario. Vervolgens moeten bedrijven in kaart brengen welke maatregelen nodig zijn en welke al kunnen worden genomen. Zo kunnen ze adequaat reageren en negatieve consequenties van een breuk zoveel mogelijk beperken.

Vrijhandelsverdrag tussen de EU en Japan

In februari van dit jaar hebben de EU en Japan het Economic Partnership Agreement (EPA) getekend. Dit verdrag maakt handel tussen de EU en Japan eenvoudiger. Producten van oorsprong uit de EU kunnen vanaf dit jaar tegen een lager preferentieel tarief in Japan ingevoerd worden. Daarnaast zijn verschillende non-tarifaire barrières verdwenen. Levert u goederen aan Japan of van bent u van plan dat te doen? Dan is het aan te raden om te bestuderen wat het vrijhandelsverdrag voor u kan betekenen.

Trade wars

Het afgelopen jaar heeft de wereldhandel in het teken gestaan van ‘trade wars’ (handelsconflicten). Het bekendste conflict is dat tussen de VS en China, maar ook tussen Zuid-Korea en Japan, de VS en EU en tussen Iran en het Westen, zijn de spanningen opgelopen. Als gevolg van deze spanningen hebben verschillende staten opnieuw handelsbarrières opgeworpen. Meer recent als gevolg van een beslissing van de wereldhandelsorganisatie in de casus Airbus heffen de VS sinds 18 oktober 2019 ook aanvullende rechten op goederen vanuit de EU. Wij raden bedrijven aan om zich voor te bereiden op deze en andere gevolgen van mondiale instabiliteit. De ‘Game of Trade’ kan hierin een nuttige rol spelen. Met de Game of Trade heeft PwC een interactieve ‘game based tool’ ontwikkeld waarbinnen bedrijven de effecten van handelsmaatregelen op hun business en supply chain kunnen ontdekken en strategische keuzes kunnen maken.

eHerkenning

Steeds meer overheidsinstanties vereisen dat ondernemers gebruik maken van eHerkenning voor het regelen van hun overheidszaken. eHerkenning is een digitale sleutel voor rechtspersonen, vergelijkbaar met DigID. Sinds 1 oktober 2019 is eHerkenning bijvoorbeeld vereist voor de aanvraag van een Bindende Tarief Inlichting (BTI) of een vergunning voor Authorised Economic Operator (AEO). Ondernemers hebben de keuze om zelf eHerkenning aan te vragen of een adviseur te machtigen om zaken in hun naam te regelen. Voor verschillende instanties zijn echter verschillende beveiligingsniveaus noodzakelijk of moeten andere personen gemachtigd worden. Het aanvraagproces kan daarom enige tijd in beslag nemen. Het is verstandig om goed na te gaan of eHerkenning voor uw onderneming noodzakelijk is en welke personen over eHerkenning zouden moeten beschikken. De Belastingdienst heeft hiervoor een stappenplan voor ondernemers gepubliceerd.

Werken

Werken

Tips

Benut compensatie transitievergoeding bedrijfsbeëindiging wegens ziekte of pensionering

Bent u een kleine werkgever en moet u uw bedrijf beëindigen wegens pensionering of ziekte, dan komt u vanaf januari 2021 in aanmerking voor een compensatie van de transitievergoeding. Deze kunt u bij het UWV aanvragen.

Voorkom dubbele premieplicht binnen concern

Het is mogelijk om de inhoudingsplicht van een buitenlandse werkgever naar een Nederlandse concernvennootschap te verleggen, ook wanneer er geen sprake is van een onderlinge uitzendsituatie. Door de inhoudingsplicht te verleggen, kunnen eventuele dubbele premies worden voorkomen en de administratieve lasten worden verlicht. Een gezamenlijk verzoek van het buitenlandse en Nederlandse concernonderdeel is wel vereist.

Voorkom schijnzelfstandigheid

Organisaties die zzp’ers inhuren, hebben met de inwerkingtreding van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (Wet DBA) meer verantwoordelijkheid gekregen om de arbeidsrelatie met de zzp’er te beoordelen. Het kabinet wil de Wet DBA vervangen door nieuwe wetgeving en streeft ernaar deze per 2021 in te voeren. De nieuwe wetgeving behelst een minimumtarief voor zzp’ers ter bescherming van zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt; een zelfstandigenverklaring voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt; en een webmodule en opdrachtgeversverklaring voor werkgevers. Intussen is de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot 1 januari 2021, waarbij een uitzondering geldt voor zogenaamde kwaadwillenden, bij wie wel gehandhaafd kan worden. Per 1 januari 2020 zal de Belastingdienst echter al verscherpt toezicht houden op schijnzelfstandigheid. Vanaf die datum kan de Belastingdienst ook handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen.

Benut de werkkostenregeling optimaal*

Wij adviseren u om na te gaan of u de vergoedingen en verstrekkingen die u in 2019 aan uw werknemers hebt gegeven, correct hebt verwerkt en waar gewenst hebt aangewezen als eindheffingsbestanddelen voor de werkkostenregeling. Na afloop van het jaar kunt u niet alsnog vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen. Deze controle is ook een goede gelegenheid om te inventariseren of u voor het komende kalenderjaar rekening moet houden met extra werkkosten. Door kleine wijzigingen in de werkkostenregeling vanaf 2020 heeft u volgend jaar iets meer werkkostenbudget. Het werkkostenforfait wordt verhoogd naar 1,7 procent over de eerste 400.000 euro van de loonsom (over het surplus blijft het forfait 1,2 procent). Deze verhoging betekent maximaal 2.000 euro extra werkkostenbudget per inhoudingsplichtige. Daarnaast kan onder meer de nieuwe gerichte vrijstelling voor de Verklaring omtrent gedrag (VOG) u extra ruimte in het werkkostenbudget opleveren. Bij de concernregeling wordt de verhoging van het werkkostenforfait toegepast over de totale loonsom van alle inhoudingsplichtigen. Dit kan een overweging zijn om de concernregeling al dan niet toe te passen.

Voorkom overschrijding werkkostenbudget*

Als de door u aangewezen vergoedingen en verstrekkingen het werkkostenbudget voor 2019 overschrijden, bent u over de overschrijding 80 procent eindheffing verschuldigd. De aangifte loonheffingen over januari 2020 is de laatste aangifte waarin u deze heffing kunt aangeven. Als u eindheffing moet afdragen, dan kan dit aanleiding zijn voor het wijzigen van arbeidsvoorwaarden of regelingen om een overschrijding van het budget voor 2020 te voorkomen of te beperken. Voor overschrijding van het budget voor 2020 en latere jaren krijgen werkgevers overigens een maand (aangiftetijdvak) extra om hun overschrijding van het werkkostenbudget aan te geven.

Bespaar premie door tijdige controle beschikking Werkhervattingskas

Een goede controle kan in de praktijk een premiebesparing opleveren. Als u als werkgever geen eigenrisicodrager voor de Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet bent, dan ontvangt u rond deze periode uw beschikking gedifferentieerde premie Werkhervattingskas van de Belastingdienst. Gelet op de relatief korte bezwaartermijn is het raadzaam om deze beschikking zo snel mogelijk te controleren.

Vraag loonkostenvoordeel aan

Per 2018 is het systeem van premiekortingen vervangen door het loonkostenvoordeel (LKV). LKV is een tegemoetkoming voor werkgevers die oudere of arbeidsgehandicapte werknemers in dienst nemen. U kunt in uw aangifte loonheffingen te kennen geven voor welke werknemers u recht meent te hebben op een tegemoetkoming. Het LKV ontvangt u pas na afloop van het kalenderjaar als eenmalige uitkering. Voor alle groepen LKV moet u in het bezit zijn van een doelgroepverklaring, die uiterlijk drie maanden na een indiensttreding of herplaatsing moet zijn aangevraagd.

Aandachtspunten

Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) aangenomen

Op 1 januari 2020 treedt de WAB in werking. De WAB moet het aantrekkelijker maken voor u als werkgever om werknemers een vast contract aan te bieden. Dat betekent dat er vanaf 1 januari 2020 belangrijke zaken veranderen op het gebied van het arbeidsrecht en de financiering van de Werkloosheidswet (WW). Deze wijzigingen hebben een grote impact op uw organisatie, budgetten en administratie. Bereid u dus tijdig voor op belangrijke WAB-wijzigingen.

WAB: Aangepaste ketenregeling

Op 1 januari 2020 treedt de WAB in werking.Vanaf 2020 wordt het daarom mogelijk om gedurende een periode van drie jaar (in plaats van twee jaar) maximaal drie elkaar opvolgende contracten voor bepaalde tijd aan te gaan, voordat sprake is van een contract voor onbepaalde tijd. Daarnaast wordt evenals nu de keten pas doorbroken op het moment dat tussen twee arbeidsovereenkomsten zes maanden zitten. De nieuwe regeling zal zonder overgangsrecht direct vanaf 2020 van toepassing zijn op bestaande tijdelijke contracten.

Voorbeeld:
Op 1 mei 2018 is een contract afgesloten voor bepaalde tijd van 6 maanden dat is geëindigd op 1 november 2018. Dit contract is verlengd voor een periode van 12 maanden, eindigend op 1 november 2019. Het is in deze situatie mogelijk om nogmaals een contract voor 12 maanden aan te gaan, dat zal eindigen op 1 november 2020. Door de inwerkingtreding van de nieuwe ketenregeling ontstaat er geen contract voor onbepaalde tijd per 1 mei 2020. Dit is omdat op 1 januari 2020 de oude termijn van 2 jaar nog niet is overschreden en pas per 1 januari 2020 de termijn van 3 jaar geldt.

WAB: Recht op transitievergoeding gaat in per datum indiensttreding

Werknemers hebben op dit moment pas recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding) als zij twee jaar in dienst zijn geweest. Met de inwerkingtreding van de WAB krijgen werknemers dat recht direct vanaf de aanvang van het contract. De transitievergoeding bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Per 1 januari 2020 komt de hogere transitievergoeding voor oudere werknemers te vervallen. Ook wanneer werknemers langer dan tien jaar bij hun werkgever in dienst zijn, hoeft de werkgever voor hen geen hogere transitievergoeding meer te betalen.

WAB: Oproepovereenkomst wordt minder flexibel

De WAB introduceert het begrip ‘oproepovereenkomst’ in de wet. Daarvan is sprake als de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst en een werknemer geen recht heeft op loon wanneer hij geen arbeid verricht. Bij een oproepovereenkomst gelden voor u als werkgever de volgende nieuwe regels:

  • u moet de werknemer ten minste vier dagen van tevoren oproepen; 
  • trekt u de oproep in, dan heeft de oproepkracht toch recht op loon over de opgeroepen periode;
  • als het contract met de oproepkracht een jaar heeft geduurd, dan moet u als werkgever de werknemer een aanbod voor een contract met een vast aantal uren doen.
WAB: Cumulatiegrond maakt combineren van ontslaggronden mogelijk

Als u nu de arbeidsovereenkomst met een werknemer wilt beëindigen, moet u aantonen dat één van de acht ontslaggronden volledig aan de orde is. Met de WAB wordt een negende ontslaggrond toegevoegd die het mogelijk maakt om twee of meer ontslaggronden te combineren. Tegenover deze lichte versoepeling van het ontslagrecht staat dat de rechter, naast een transitievergoeding en een eventuele billijke vergoeding, een additionele vergoeding aan de werknemer kan toekennen. Deze vergoeding is gelijk aan maximaal 50 procent van de transitievergoeding.

WAB: Payrolling wordt duurder

Payrollwerknemers krijgen recht op dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als gewone werknemers van de inlener die eenzelfde of vergelijkbare functie vervullen. Tevens wordt het lichtere uitzendregime buiten toepassing verklaard, wat onder meer betekent dat de ketenregeling van toepassing wordt op payrollwerknemers. Het payrollregime zal eveneens van toepassing zijn op werknemers die door een personeels-bv intra-concern worden uitgezonden. Maakt u gebruik van payrolling of hebt u een personeels-bv, dan hebben de wijzigingen een negatieve impact op uw kosten.

WAB: Wijziging in financiering van de Werkloosheidswet (WW)

Als werkgever gaat u minder WW-premie betalen voor werknemers die vast in dienst zijn. De WW-premie voor flexibele contracten wordt echter 5 procentpunten hoger dan voor vaste contracten. Als de dienstbetrekking binnen twee maanden na aanvang wordt beëindigd of een werknemer binnen een kalenderjaar 30 procent meer uren verloond krijgt dan contractueel voor dat jaar met hem is overeengekomen, geldt met terugwerkende kracht de hoge premie echter weer. Per 2020 moet op de loonstrook van de werknemer staan of sprake is van een vast contract of een contract voor bepaalde tijd. Bij toepassing van de lage WW-premie moet u ook een afschrift van de arbeidsovereenkomst in de loonadministratie bewaren. Zo kan de Belastingdienst controleren of u als werkgever terecht de lage WW-premie toepast. Maak ter voorbereiding op de wijziging WW-financiering een inventarisatie van de verschillende soorten contracten binnen uw organisatie. Richt tevens een proces in om per 2020 de juiste WW-premie toe te passen.

Compensatie transitievergoeding na twee jaar ziekte

Vanaf 1 april 2020 krijgt u als werkgever een compensatie voor de betaling van de transitievergoeding als u een werknemer ontslaat vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid (na twee jaar ziekte). De compensatie is afkomstig uit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf). Een slapend dienstverband waarbij de werknemer niet wordt ontslagen om betaling van de transitievergoeding te voorkomen, biedt dus geen voordeel meer. De compensatie transitievergoeding kan vanaf 1 april 2020 met een terugwerkende kracht van vijf jaar worden aangevraagd.

Extra geboorteverlof voor partner van moeder (WIEG)

Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont of degene van wie de werknemer het kind erkent, heeft de werknemer op grond van de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) per 1 januari 2019 recht op geboorteverlof van een hele werkweek met behoud van loon. De werknemer mag dit meteen opnemen of in de eerste vier weken na de geboorte, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. De WIEG regelt daarnaast dat de werknemer vanaf 1 juli 2020 binnen zes maanden na de geboorte nog vijf weken extra verlof mag opnemen tegen een uitkering van 70 procent van het loon (tot maximaal 70 procent van het maximumdagloon). Het UWV vergoedt dit aan de werkgever.

Gewijzigde toepassing loonheffingskorting voor niet-inwoners

Per 2019 moet u voor de toepassing van de heffingskortingen in de loonaangifte rekening houden met het onderscheid tussen fiscale inwoners en niet-inwoners van Nederland. Er zijn drie aparte loonbelastingtabellen gekoppeld aan de volgende drie groepen werknemers: (1) inwoners van Nederland; (2) niet-inwoners uit een EU-lidstaat of EER-land, Zwitserland of de BES-eilanden; en (3) niet-inwoners uit een ander land. Inwoners van Nederland hebben recht op het belastingdeel van alle heffingskortingen. De tweede categorie heeft alleen recht op het belastingdeel van de arbeidskorting. De laatste groep heeft geen recht op het belastingdeel van de loonheffingskorting. Om de juiste tabel te kunnen toepassen, moet u weten van welk land uw (buitenlandse) werknemers fiscaal inwoner zijn.

Nieuwe fietsregeling per 1 januari 2020

Per 2020 is er een fiscale regeling voor het ter beschikking stellen van een fiets. Als een fiets ook voor privédoeleinden aan een werknemer ter beschikking wordt gesteld, geldt vanaf 2020 een bijtelling. Zodra een werknemer de fiets voor woon-werkverkeer gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de fiets ook privé kan worden gebruikt en is de bijtelling van toepassing. De bijtelling bedraagt 7 procent van de oorspronkelijke nieuwwaarde van de fiets. Voor bijvoorbeeld een elektrische fiets van 2.000 euro geldt een jaarlijkse bijtelling van 140 euro. Uitgaande van een tarief van 37,35 procent leidt dat tot een belastingheffing van 52,29 euro per jaar ofwel minder dan 5 euro per maand voor de werknemer. De bijtelling geldt alleen bij terbeschikkingstelling van een fiets. Als de fiets eigendom wordt van de werknemer, gelden andere regels. In dat geval gaat de gehele waarde van de fiets ten koste van het werkkostenbudget. Dit vindt vaak plaats op basis van een cafetariaregeling. De werkgever heeft de fiets dan zelf in eigendom, maar er is slechts een beperkte belastingheffing bij de werknemer van toepassing.

Buitenlandse bestuurders en commissarissen

Sinds 1 januari 2017 worden activiteiten van buitenlandse bestuurders en commissarissen van Nederlandse vennootschappen per fictie geacht volledig in Nederland te zijn verricht en belastbaar te zijn.

Afschaffing fictieve dienstbetrekking commissaris

Per 2017 is de fictieve dienstbetrekking voor commissarissen en toezichthouders afgeschaft. Voor deze personen hoeft dan ook geen loonbelasting en premie volksverzekeringen te worden ingehouden. Vrijwillige voortzetting van het regime van de fictieve dienstbetrekking is in de meeste gevallen wel mogelijk via de opting-inregeling. Dit kan onder andere wenselijk zijn voor buitenlandse commissarissen aan wie de 30%-regeling is toegekend. Als gevolg van de afschaffing van de fictieve dienstbetrekking is de commissaris zelf de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet verschuldigd.

Niet-uitvoerende bestuurder in one tier board

Per 2018 is de fictieve dienstbetrekking voor de niet-uitvoerende bestuurder van een beursgenoteerde vennootschap afgeschaft. Dit is omdat de niet-uitvoerende bestuurder in feite dezelfde functie heeft als een commissaris, voor wie de fictieve dienstbetrekking al per 2017 was afgeschaft. Vanaf 1 januari 2018 moet u de vergoeding voor de niet-uitvoerende bestuurder van een beursgenoteerde vennootschap dan ook niet langer in de loonadministratie betrekken. Daarnaast is de niet-uitvoerende bestuurder zelf de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet verschuldigd. Vrijwillige voortzetting van het regime van de fictieve dienstbetrekking is in de meeste gevallen wel mogelijk via de opting-inregeling. Dit kan onder andere wenselijk zijn voor niet-uitvoerende bestuurders aan wie de 30%-regeling is toegekend. Ook in dat geval is de niet-uitvoerende bestuurder zelf de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd.

Btw-correctie voor privégebruik ondernemingsgoederen en -diensten

De kans is groot dat u (een deel van) de btw die in aftrek is gebracht voor de kosten van goederen en diensten die uw personeel in privé heeft gebruikt, moet corrigeren. Hiervoor bestaan verschillende mechanismen, waarbij het zogeheten Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) het belangrijkste is. Voor de uitgaven voor de ondernemer zelf geldt een ander correctiemechanisme. Aan het eind van ieder jaar moet u de btw-correctie voor het privégebruik berekenen en in de laatste btw-aangifte van dat jaar verwerken.

Volgens de Hoge Raad kan de terbeschikkingstelling van business-seats aan relaties zakelijk zijn en dan buiten het bereik van het BUA vallen. Btw-aftrek is voor openstaande aangiften nog mogelijk. U kunt btw verrekenen als u aannemelijk kunt maken dat het bijwonen van het evenement waarvoor u business seats hebt, plaatsvond met (potentiële) zakenrelaties. Het is aan de inspecteur om aannemelijk te maken dat de zakenrelaties

de voorbelasting voor het gebruik van de business seats (hoofdzakelijk) niet in aftrek hadden kunnen brengen. De inspecteur kan u vragen te melden wie gebruik maakt van de business seats.

Vastgoed

Vastgoed

Aandachtspunten

Vastlegging vervangingsvoornemen bij aanwezigheid herinvesteringsreserve

Bij de vervreemding van een bedrijfsmiddel kunt u onder voorwaarden een herinvesteringsreserve vormen. De herinvesteringsreserve kunt u in het jaar van vervreemding of in de daaropvolgende drie jaren in mindering brengen op een kwalificerende herinvestering. Eén van de voorwaarden is dat ten tijde van het vormen en ten behoeve van het aanhouden van een herinvesteringsreserve een vervangingsvoornemen aanwezig is. Wij adviseren om het vervangingsvoornemen voor het einde van het jaar schriftelijk vast te leggen.

Verhoging algemeen tarief overdrachtsbelasting per 2021

Het algemene tarief van zes procent geldt voor alle onroerende zaken behalve woningen. Dit tarief wordt per 2021 verhoogd tot zeven procent. Het verlaagde tarief van twee procent voor de verkrijging van woningen (of van rechten waaraan deze zijn onderworpen) wordt vooralsnog niet aangepast.

Clausule btw-schade in de (ver)koopovereenkomst voor vastgoed

Bij aan- of verkoop van vastgoed met een optie voor btw-belaste levering moet de koper schriftelijk verklaren dat hij ten minste 90 procent btw-aftrekgerechtigd is (90%-norm). Als de koper dit pand in de periode die zowel het boekjaar van levering als het daaropvolgende boekjaar omvat, toch niet voor 90 procent voor belaste activiteiten gebruikt, moet hij dit binnen vier weken na het boekjaar schriftelijk aan de verkoper en de Belastingdienst melden. Deze melding kan bij de verkoper leiden tot correctie van eerder in aftrek gebrachte btw. We raden verkopers aan om een verhaalsclausule voor deze btw-schade in de verkoopovereenkomst op te nemen.

Kortere termijn 90%-verklaring bij opvolgende opties btw-belaste levering

Ook bij doorlevering van vastgoed met een optie voor btw-belaste levering waarvoor bij de voorafgaande levering is geopteerd, is een 90%-verklaring van de koper nodig als die vorige levering korter dan twee boekjaren geleden heeft plaatsgevonden. Hiervoor is de termijn uiterlijk vier weken na de doorlevering, dus niet na afloop van het boekjaar. Vindt de doorlevering bijvoorbeeld op 2 december 2019 plaats, dan moet de verklaring binnen vier weken, dus uiterlijk op 30 december 2019, afgegeven worden.

De 90%-verklaring bij huur

Voor vastgoed dat btw-belast wordt verhuurd, moet de huurder in het eerste jaar een verklaring verstrekken aan de verhuurder en de Belastingdienst dat hij voldoet aan deze 90%-norm. De huurder die aan het einde van een boekjaar niet meer blijkt te voldoen aan de 90%-norm, moet binnen vier weken na afloop van het boekjaar een verklaring naar de verhuurder en de Belastingdienst sturen. Een ‘negatieve’ verklaring over boekjaar 2019 moet dus uiterlijk 28 januari 2020 worden verstrekt.

Pensioen

Pensioen

Tips

Optimaliseer de pensioenregeling

Bij het afsluiten van een nieuw verzekeringscontract voor uw werknemers kunt u te maken krijgen met een aanzienlijke stijging van de pensioenpremie door een combinatie van een fors lagere rekenrente en de toegenomen levensverwachting. De aanzienlijke verhoging van uw jaarlijkse pensioenlasten kan worden voorkomen door over te stappen naar een nieuwe pensioenregeling, bijvoorbeeld een beschikbare-premieregeling. Normaal gesproken wordt de sterke stijging van uw pensioenlasten bij voortzetting van uw eind- of middelloonregeling pas zichtbaar wanneer de verzekeraar u een voorstel voor verlenging van het pensioencontract doet. Dit is meestal drie tot zes maanden voor het aflopen van uw verzekeringscontract. Er resteert dan te weinig tijd om uw pensioenregeling te wijzigen naar een beschikbare-premieregeling.

Bouw optimaal pensioen op voor werknemers met 30%-regeling

Onder de werkkostenregeling behoren alle vrije vergoedingen en verstrekkingen, dus ook de 30%-vergoeding, in beginsel tot het eindheffingsloon en dus tot het fiscale loon. Dat betekent dat u pensioen kunt opbouwen voor uw werknemers over het bedrag van de 30%-regeling, zonder dat hiervoor moet worden voldaan aan aanvullende voorwaarden.

Mobiliteit

Mobiliteit

Aandachtspunten

Bijtellingspercentage voor leaseauto’s

Sinds 1 januari 2017 gelden er nieuwe bijtellingspercentages voor leaseauto’s. Deze zijn van toepassing vanaf het jaar dat de auto op naam is gezet in het kentekenregister en blijven (maximaal) vijf jaar van toepassing. De bijtellingspercentages zijn als volgt:

Het 4%-bijtellingspercentage voor emissieloze (elektrische) auto’s wordt per 1 januari 2020 verhoogd naar acht procent. Voor een auto met een cataloguswaarde hoger dan 45.000 euro geldt voor het bedrag boven de 45.000 euro een bijtellingspercentage van 22 procent.

Btw-correctie privégebruik auto van de zaak

U moet over het privégebruik van de aan uw personeel beschikbaar gestelde auto van de zaak btw betalen. Dit kan bijvoorbeeld door 2,7 procent van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm, op de aangifte te voldoen. In bepaalde situaties kunnen afwijkende regels gelden, bijvoorbeeld als de auto ouder is dan vijf jaar of de gebruiker een sluitende kilometeradministratie bijhoudt.

Schenken en erven

Schenken en erven

Tips

Maak gebruik van vrijstellingen voor schenk- en erfbelasting

Een gift of een erfenis die een algemeen nut beogende instelling (anbi), een sociaal belang behartigende instelling (sbbi) of een steunstichting sbbi (een stichting die uitsluitend is opgericht om geld in te zamelen voor het jubileum van een sbbi) verkrijgt, is onder voorwaarden vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. Dit geldt ook voor een gift die een anbi zelf doet in het kader van het algemeen belang.

Benut de giftenaftrek voor giften van uw bv aan anbi en steunstichting sbbi

Giften vanuit uw bv aan een anbi en aan een steunstichting sbbi komen onder voorwaarden in aanmerking voor de giftenaftrek voor de vennootschapsbelasting. De aftrek bedraagt ten hoogste 50 procent van de winst met een maximum van 100.000 euro. Een van de voorwaarden voor aftrek van een schenking aan een anbi is dat u als aandeelhouder geen doorslaggevende zeggenschap mag hebben over de anbi als verkrijger van uw gift. Als uw bv een zakelijk belang heeft bij de betaling aan een goed doel, is er sprake van zakelijke kosten die volledig aftrekbaar zijn voor de vennootschapsbelasting, zonder plafond. Wij adviseren per geval aan de hand van de feiten en omstandigheden te beoordelen of het om zakelijke kosten of om een gift gaat.

Vermenigvuldig uw giftenaftrek van uw gift vanuit uw bv aan culturele instellingen

U mag uw gift vanuit uw bv aan een culturele instelling vermenigvuldigen met 1,5 voor de giftenaftrek vennootschapsbelasting, met een maximum van 2.500 euro. 

Administratie

Administratie

Tips

Stel een groepsdossier en een lokaal dossier op

Heeft uw geconsolideerde groepsomzet in het boekjaar voorafgaand aan het betreffende belastingjaar de 50 miljoen euro overschreden, dan moet u vanaf belastingjaar 2016 een groepsdossier (‘Master file’) en een lokaal dossier (‘Local file’) opnemen in uw administratie. Dit moet plaatsvinden binnen de termijn die is gesteld voor het indienen van uw aangifte vennootschapsbelasting. Niet-nakoming van deze verplichtingen kan leiden tot een bestuurlijke boete, strafrechtelijke sancties en tot omkering van de bewijslast. Wet- en regelgeving bepalen welke informatie in het groepsdossier en het lokale dossier moet komen. Voor multinationale ondernemingen die bovenstaande omzeteis niet halen, geldt de (oorspronkelijke) verplichting om informatie op te nemen in de administratie waarmee aangetoond kan worden dat de ondernemingen van de groep onderling at arm’s length handelen.

Lever een landenrapport aan

Als uw geconsolideerde groepsomzet in het voorgaande boekjaar meer was dan 750 miljoen euro en de moedermaatschappij van uw bedrijf in Nederland is gevestigd, dan moet u - binnen twaalf maanden na het einde van het boekjaar van de groep - een landenrapport (‘Country-by-Country report’) aanleveren bij de Belastingdienst. In uitzonderingsgevallen kunnen ook Nederlandse groepsmaatschappijen van multinationale groepen waarvan de uiteindelijke moedermaatschappij niet in Nederland is gevestigd, verplicht zijn het landenrapport aan te leveren. Niet-nakoming van deze verplichting kan leiden tot een bestuurlijke boete en strafrechtelijke sancties.

Dien een landenrapportnotificatie in

Als uw geconsolideerde groepsomzet in het voorgaande boekjaar meer was dan 750 miljoen euro en de moedermaatschappij van uw bedrijf niet in Nederland is gevestigd, dan moet u - binnen twaalf maanden na het einde van het boekjaar van de groep - een notificatie indienen bij de Belastingdienst met betrekking tot het landenrapport (‘Country-by-Country report’). Door middel van deze notificatie moet u de Belastingdienst laten weten welke groepsmaatschappij het landenrapport zal indienen en in welk land. Niet-nakoming van deze verplichting kan leiden tot een bestuurlijke boete en strafrechtelijke sancties.

Zet toonderaandelen voor 1 januari 2020 om in aandelen op naam

Op 1 juli 2019 is de Wet omzetting aandelen aan toonder in werking getreden, waardoor vanaf deze datum toonderaandelen alleen nog kunnen worden uitgegeven via een verzamelbewijs dat bij een centraal instituut of een intermediair in bewaring wordt gegeven. Nv’s met toonderaandelen die niet in bewaring zijn gegeven bij een centraal instituut of intermediair, moeten deze aandelen voor 1 januari 2020 omzetten in aandelen op naam. Deze omzetting kan plaatsvinden door de statuten van de betreffende nv te wijzigen. Toonderaandelen die niet op 1 januari 2020 via statutenwijziging zijn omgezet in aandelen op naam, worden van rechtswege op naam gesteld. De wet stelt echter verplicht dat de statuten bij de eerstvolgende statutenwijziging wel in overeenstemming worden gebracht met de wet. Aandeelhouders van toonderaandelen kunnen de rechten verbonden aan hun omgezette aandelen pas weer uitoefenen zodra zij hun toonderstuk hebben ingeleverd bij de nv. Dit kan tot 31 december 2020. Anders worden per 1 januari 2021 deze aandelen om niet verkregen door de nv.

Benut betalingskorting vennootschapsbelasting*

Bij betaling ineens van een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting die in termijnen mag worden betaald, wordt nu een betalingskorting verleend. Die korting wordt per 2021 afgeschaft.

Meld schenkingen bij verlies anbi-status

Houd er rekening mee dat voormalige algemeen nut beogende instellingen (anbi’s) de Belastingdienst jaarlijks binnen acht maanden na het kalenderjaar uit eigen beweging moeten informeren over gedane schenkingen en het verloop van het anbi-vermogen. Als u als voormalige anbi niet, niet tijdig of niet op de voorgeschreven wijze de informatieplicht nakomt, wordt dit aangemerkt als een overtreding waarvoor een vergrijpboete kan worden opgelegd. Bij opzet of grove schuld kan de vergrijpboete oplopen tot maximaal 20.750 euro (2019). De informatieplicht geldt zolang het vermogen dat was bestemd voor het algemeen nuttige doel meer bedraagt dan 25.000 euro.

Meld datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en zo nodig ook bij de betrokkene(n)

In de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is de meldplicht datalekken opgenomen. De meldplicht datalekken omvat uitgebreide registratievereisten. Zo moet u onder meer de te verwachten gevolgen van een datalek en de in dat kader genomen of te nemen corrigerende maatregelen vastleggen. Als u een datalek niet of niet tijdig (binnen 72 uur) meldt bij de AP, riskeert u op grond van de AVG een boete van maximaal 10.000.000 euro of twee procent van de (wereldwijde) jaaromzet van de rechtspersoon.

Bedrijven en overheden die persoonsgegevens verwerken moeten dit proces op grond van de AVG adequaat beveiligen. Uw organisatie is verplicht om door de inzet van gerichte technische en organisatorische maatregelen een passend beveiligingsniveau te garanderen. Dat passende beveiligingsniveau kan door technische ontwikkelingen in de loop van de tijd veranderen en moet daarom binnen uw organisatie een blijvend punt van aandacht zijn. Daarnaast hebben personen van wie persoonsgegevens worden verwerkt belangrijke individuele rechten jegens de organisatie die de persoonsgegevens verwerkt. Zo hebben individuen het recht op inzage en correctie van persoonsgegevens en kunnen zij onder omstandigheden verzoeken om persoonsgegevens te verwijderen of over te dragen aan derden. Iedere organisatie moet in staat zijn om aan dergelijke verzoeken tijdig en correct uitvoering te geven. Dit vergt adequate interne procedures en uiteraard een volledig overzicht van de persoonsgegevens en de systemen waarin deze worden verwerkt. 

De AP houdt toezicht op de naleving van de AVG en kan daartoe onderzoeken instellen. Op verzoek moet u informatie over verwerkingsprocessen aan de AP verstrekken. Ook kan de AP u toegang vragen tot relevante systemen. In geval van overtreding van de AVG heeft de AP de bevoegdheid om boetes op te leggen.

Houd rekening met alle privacyregels bij gebruik tracking cookies en social media plugins

In 2019 hebben het Hof van Justitie van de EU en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) uitleg gegeven over het gebruik van tracking cookies en social media plugins. Tracking cookies zijn kleine tekstbestandjes die bij het bezoeken van een website op het apparaat van de websitebezoeker worden geplaatst. Andere websites kunnen deze bestanden uitlezen om een profiel van het surfgedrag van de internetgebruiker te maken. Om tracking cookies op het apparaat van een websitebezoeker te mogen plaatsen is toestemming van de bezoeker nodig. Vooraf aangevinkte selectievakjes waarvan de keuze standaard op ‘ja’ of ‘akkoord’ staat, mogen volgens het Hof niet worden gebruikt voor het vragen van deze toestemming. De websitebezoeker moet een actieve handeling verrichten voor het geven van toestemming. Dit kan bijvoorbeeld het zelf aankruisen van een selectievakje zijn. Daarnaast mag u geen gebruik maken van een cookiewall: websitebezoekers de toegang tot een website weigeren als zij geen toestemming willen geven voor het plaatsen van tracking cookies is niet toegestaan volgens de AP.

Via social media plugins (bijvoorbeeld een like-knop) kunnen aanbieders hiervan in de meeste gevallen persoonsgegevens van uw websitebezoekers verzamelen. Volgens het Hof bent u als websitebeheerder medeverantwoordelijk hiervoor, ongeacht of u toegang hebt tot de gegevens die de plugin-aanbieder verkrijgt. Vraag daarom om toestemming van de websitebezoeker om persoonsgegevens te mogen verwerken via deze plugins.

De AP kan hoge boetes uitdelen wanneer u niet voldoet aan alle privacyregels bij het gebruik van tracking cookies en social media plugins. Daarnaast kan een onderzoek van de AP bij uw organisatie leiden tot reputatieschade. Zorg daarom dat uw website is ingericht in overeenstemming met alle privacywetgeving.

Betrek altijd privacy in een due diligence bij een overname

Het is belangrijk dat u bij een overname voldoende aandacht besteedt aan hoe de target omgaat met privacy, zoals blijkt uit een praktijkgeval. In juli 2019 heeft de Britse privacyautoriteit ICO aan een hotelketen een boete van meer dan 100 miljoen euro aangekondigd wegens inbreuk op de AVG. In 2016 had de hotelketen een andere keten overgenomen. Het bleek dat in de computersystemen van de target al enige jaren een datalek zat. Dit werd twee jaar na de overname bekend. Volgens de ICO zijn organisaties verantwoordelijk voor de persoonsgegevens waarover zij beschikken. Dat houdt niet alleen in dat bij een due diligence aandacht moet worden besteed aan welke gegevens de target heeft verzameld, maar ook hoe deze gegevens zijn beveiligd. Door onvoldoende onderzoek te doen naar de target op het gebied van privacy wordt volgens de ICO een inbreuk gemaakt op de AVG. Zorg daarom dat u altijd privacy meeneemt in een due diligence bij de overname van een bedrijf. Zo minimaliseert u het risico op datalekken, hoge boetes en reputatieschade.

Aandachtspunten

Bescherming persoonsgegevens door de AVG

Door de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) is de privacywetgeving in de Europese Unie geharmoniseerd en aangescherpt. De AVG versterkt de positie van personen van wie de persoonsgegevens worden verwerkt binnen de Europese Unie of door Europese partijen. Vrijwel iedere organisatie verwerkt persoonsgegevens en heeft dus te maken met de AVG en de daarin opgenomen verplichtingen en verantwoordelijkheden. De AVG legt aan verwerkers van persoonsgegevens onder meer een verantwoordingsplicht op. Dit betekent dat u te allen tijde tegenover de nationale privacytoezichthouder (in Nederland: de Autoriteit Persoonsgegevens) moet kunnen aantonen dat u zich aan de privacyregels houdt. Onder omstandigheden bent u verplicht een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uit te voeren of een functionaris voor de gegevensbescherming (FG) aan te stellen.

Transparantie bij rulings

Wanneer u als belastingplichtige na 1 januari 2012 een grensoverschrijdende ruling bent aangegaan, dan is deze vanaf 1 januari 2017 inzichtelijk voor alle EU-lidstaten. Er is een algemene database met basisinformatie over deze rulings, die voor alle lidstaten toegankelijk zal zijn. Lidstaten kunnen een ruling opvragen, als zij menen belang te hebben bij die ruling. Daarnaast moet u ook in uw transferpricingdocumentatie (master file en local file) vermelden welke grensover­schrijdende rulings uw bedrijf heeft gesloten. Per 1 juli 2019 is het aangepaste rulingbeleid van toepassing, op grond waarvan u als onderdeel van een rulingverzoek additionele informatie moet verschaffen aan de Belastingdienst (zoals de master file). Het is niet langer in alle gevallen mogelijk om zekerheid vooraf te verkrijgen van de Belastingdienst.

Publicatie jaarrekening

De wet bepaalt voor de (niet beursgenoteerde) nv en bv dat het bestuur binnen vijf maanden na het einde van het boekjaar, de jaarrekening moet opstellen. Deze termijn kan op grond van bijzondere omstandigheden worden verlengd met vijf maanden. De overige rechtspersonen kennen allemaal een termijn van zes maanden, die verlengd kan worden met vier maanden. Hierna heeft men uiterlijk twee maanden de tijd om de jaarrekening vast te stellen en te deponeren. Hierdoor is de uiterste termijn voor publicatie twaalf maanden na het einde van het boekjaar.

Communicatie met de Belastingdienst*

Belasting- en inhoudingsplichtigen krijgen per 1 januari 2020 de mogelijkheid om te kiezen hoe ze hun zaken met de Belastingdienst regelen: op papier of digitaal. Voor bepaalde berichten (berichten van de afdeling douane binnen de Belastingdienst), groepen (ondernemers) en in bepaalde omstandigheden geldt het keuzerecht niet.

Spontane aangifte aanslagbelastingen*

De inspecteur krijgt per 1 januari 2020 voor spontane aangiften aanslagbelastingen (zoals vennootschapsbelasting) dezelfde wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden die hij nu al heeft voor aangiften die volgen op een vooraf verzonden of uitgereikte uitnodiging daartoe. Bij een spontane aangifte is niet vooraf een uitnodiging verstuurd. Daarnaast wordt de aanslag- respectievelijk navorderingstermijn met zes maanden verlengd als binnen zes maanden voor het einde van die termijn een verzoek om uitnodiging of een spontane aangifte is gedaan. Hiermee krijgt de inspecteur meer tijd om de belastingschuld en aanslag correct vast te stellen.

Beperking belastingrente vennootschapsbelasting*

Bij de vennootschapsbelasting is geen belastingrente verschuldigd als binnen vier maanden na het eind van het belastingjaar aangifte is gedaan en de aanslag in overeenstemming met de gedane aangifte wordt opgelegd. Onder de huidige regeling kan daardoor belastingrente al in rekening worden gebracht over de periode vóór het verstrijken van de aangiftetermijn (zes maanden). Deze onredelijkheid wordt per 1 januari 2020 uit de regeling gehaald, zodat pas na zes maanden belastingrente is verschuldigd.

Verkrijgen en behouden anbi-status

Voor het verkrijgen of behouden van de status van een algemeen nut beogende instelling is onder meer van belang dat de statuten van uw instelling altijd voldoen aan de actuele wettelijke criteria. Zo moeten instellingen die voor 22 juni 2012 als anbi stonden aangemerkt en hun statuten na deze datum wijzigen, de liquidatiebepaling in hun statuten in lijn brengen met de eisen die de zogenoemde Geefwet stelt. De Belastingdienst beoordeelt de statuten van anbi’s zeer kritisch. Houd er verder rekening mee dat u voldoet aan de elektronische publicatieplicht die voor anbi’s geldt. Zo moet u de financiële verantwoording binnen zes maanden na afloop van het boekjaar op het internet plaatsen en moet het beloningsbeleid openbaar zijn.

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Volg ons