Skip to content Skip to footer
Search

Loading Results

Aanzet voor een maatschappelijke BV: consultatie BVm

11/03/21

Het kabinet wilde een wettelijke regeling ‘die ondernemers de mogelijkheid biedt te kiezen voor een maatschappelijke BV’. Op de valreep is een aanzet daartoe in consultatie gebracht. Deze maatschappelijke BV, aangeduid als BVm, moet maatschappelijk ondernemingen (door PwC ook wel sociale ondernemingen genoemd) de erkenning en herkenning bieden waar zij behoefte aan hebben.

Op 9 maart 2021 is de internetconsultatie Besloten vennootschap met een maatschappelijk doel geopend. De beoogde regeling moet het kort gezegd mogelijk maken een BVm-status te verwerven waarmee een onderneming uitstraalt dat het maken van maatschappelijke impact boven het uitkeren van winst aan de aandeelhouders gaat. Tot 30 april 2021 kan iedereen reageren op de gedetailleerde notitie waarin de beoogde vormgeving uiteen is gezet.

Aanzet voor een wettelijke regeling BVm

Het consultatiedocument bevat geen concrete wettekst, maar een aanzet voor een wettelijke regeling voor de besloten vennootschap met een maatschappelijk doel (BVm). De aanzet bevat welomschreven kenmerken en contouren waaraan volgens de wetgever een wettelijke regeling voor de BVm zou moeten voldoen. 

Beoogd is een aparte wet voor de BVm in het leven te roepen (de BVm-wet) in plaats van de regels voor de BV te wijzigen zoals die zijn vastgelegd in het huidige Burgerlijk Wetboek. Dat betekent dat met de introductie van de BVm geen nieuwe, aparte vennootschap als rechtspersoon wordt geïntroduceerd (of een andere verschijningsvorm van de bestaande rechtspersonen). Op basis van het consultatiedocument blijft de BVm ook als reguliere BV kwalificeren. De BVm moet daarom onverminderd aan alle voorschriften voor BV’s blijven voldoen, op basis van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Reikwijdte van de BVm-wet

Alleen maatschappelijke ondernemingen met de BV als rechtsvorm vallen binnen het bereik van de BVm-wet. Dat betekent dat personenvennootschappen, maar ook andere rechtspersonen, zoals de coöperatie, vereniging of stichting geen BVm kunnen zijn. Een BV kan alleen een BVm zijn als de bestuurders dat willen. Het bestuur van de vennootschap dient voor een notaris de wil te uiten dat de BVm-wet onvoorwaardelijk van toepassing is op de vennootschap, waarbij de statuten in overeenstemming moeten zijn met de vereisten uit het beoogde wetsvoorstel (nu nog een wetgevingsaanzet). De notaris dient bij notariële akte te verklaren dat de statuten aan de wettelijke vereisten voldoen. 

Als de BVm-wet op een BV van toepassing is, dan dient hiervan opgave te worden gedaan in het handelsregister. In de handelsnaam kan de toevoeging “besloten vennootschap met maatschappelijk doel” worden gebruikt”. Alleen een BVm mag die aanduiding in de handelsnaam voeren.

De fiscale status van en de fiscale implicaties voor een BVm zijn gelijk aan die van de BV. Dat houdt in dat de fiscale wetgeving (denk bijvoorbeeld aan de Wet op de vennootschapsbelasting 1969) onverminderd van toepassing is voor een BV waarop de BVm-wet van toepassing is. Zo wordt ook een BVm geacht met haar gehele vermogen een onderneming te drijven.

Maatschappelijk belang

Een BVm zal worden verplicht een in de statuten omschreven doel van maatschappelijk belang na te streven of te bevorderen met haar werkzaamheden. De statuten bevatten een bepaald soort werkzaamheid dat in overeenstemming moet zijn met een doel van maatschappelijk belang. 

Voor de toepassing van de BVm-wet worden (limitatief) als maatschappelijke belangen beschouwd:

  • welzijn;
  • cultuur;
  • onderwijs, wetenschap en onderzoek;
  • bescherming van natuur en milieu, daaronder begrepen bevordering van duurzaamheid;
  • gezondheidszorg;
  • jeugd- en ouderenzorg;
  • ontwikkelingssamenwerking;
  • dierenwelzijn;
  • religie, levensbeschouwing en spiritualiteit;
  • de bevordering van de democratische rechtsorde;
  • volkshuisvesting;
  • mensenrechten;
  • arbeidsmarktparticipatie;
  • een combinatie van de bovengenoemde doelen.

Voor de doelafbakening is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de categorieën van doelen die voor de ANBI-regeling als algemeen nut worden beschouwd. In de wetgevingsaanzet zijn de categorieën “mensenrechten” en “arbeidsmarktparticipatie” toegevoegd als maatschappelijke belangen. Een BVm kan zelf overigens niet de ANBI-status verkrijgen, aangezien alleen stichtingen en verenigingen daarvoor in aanmerking komen.

 

Maatschappelijk doel in relatie tot winst(beleid) en verslaglegging

Op basis van het consultatievoorstel dient de algemene vergadering van aandeelhouders van een BVm bij de winstbestemming en de vaststelling van de uitkeringen als hoofdregel het maatschappelijk doel voorop te stellen. Dit mag echter de instandhouding en de langetermijnbelangen van de onderneming niet in gevaar brengen. Het bestuur van een BVm mag een besluit tot uitkering niet goedkeuren als de bestuurders meer dan gerede twijfel hebben (of behoren te hebben) dat met die uitkering een belemmering ontstaat om het maatschappelijk doel van de BVm voorop te stellen. Hierbij is bewust niet gekozen voor een strikte winst- of vermogensklem voor de BVm, maar voor een open normstelling. Wat onder “het vooropstellen van het maatschappelijk doel” dient te worden verstaan zal nader worden uitgewerkt in de memorie van toelichting op het wetsvoorstel.

Een BVm dient een maatschappelijk winst- en reservebeleid te voeren met een concrete inschatting van de te verwachten winst en de bestemming daarvan. Dit beleid moet openbaar toegankelijk zijn. Daarnaast krijgt de BVm een verplichting om via verslaglegging inzichtelijk te maken welke maatschappelijke waarde de BVm in het afgelopen boekjaar heeft gerealiseerd met haar werkzaamheden. Wat precies in het maatschappelijk verslag moet worden opgenomen verschilt naar gelang de grootte van de onderneming. 

Overschot bij ontbinding van een BVm

In de statuten van de BVm moet een bepaling worden opgenomen over de bestemming van het vermogensoverschot dat na vereffening van een BVm overblijft wanneer deze wordt ontbonden. Daarbij dienen de statuten te bepalen dat het overschot wordt bestemd voor een andere BVm of voor een andere rechtspersoon die een ideëel of sociaal doel nastreeft of bevordert (denk ook aan een stichting).

Wat betekent dit voor (maatschappelijke) ondernemingen?

Voor maatschappelijke ondernemingen zou de BVm de erkenning en herkenning moeten bieden waar behoefte aan is. Of dat inderdaad met deze wetgevingsaanzet wordt bereikt, zal ook moeten blijken uit de reacties op de internetconsultatie.

De BVm kan - naast maatschappelijk ondernemingen - ook mogelijkheden bieden aan reguliere ondernemingen. Bijvoorbeeld als een onderdeel van het concern zich richt op een sociaal maatschappelijk doel, dan kan dat bedrijfsonderdeel mogelijk worden ondergebracht in een BVm. De wettelijke regeling voor de BVm biedt deze ondernemingen daarmee de mogelijkheid om voor die sociaal maatschappelijke activiteiten een betere (h)erkenning in het maatschappelijk verkeer te verkrijgen.

Achtergronden

Verschillende onderzoeken liggen ten grondslag aan deze internetconsultatie, onder andere van Nyenrode en PwC, Universiteit Utrecht, OESO en Nyenrode en KPMG. Deze onderzoeken wijzen erkenning en herkenning aan als de grootste behoefte van sociale ondernemingen of bevestigen dat. Deze internetconsultatie is eerder aangekondigd door de huidige demissionaire staatssecretaris Keizer. Het doorzetten van de consultatie, ondanks de demissionaire status van het kabinet, is een belangrijke stap in het realiseren van de wettelijke erkenning van sociale ondernemingen.

Meer achtergronden kunt u vinden in het PwC-blog Wettelijke erkenning voor sociale ondernemingen.

Contact

Pjotr Anthoni

Pjotr Anthoni

Senior taxmanager Knowledge Centre, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 091 73 45

Volg ons