Start consultatie nieuwe groepsregeling vennootschapsbelasting

18/06/19

Het is de bedoeling dat de huidige groepsregeling in de vennootschapsbelasting (het regime fiscale eenheid) zal worden opgevolgd door een nieuwe, robuuste en toekomstbestendige groepsregeling, mede naar aanleiding van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). De nieuwe groepsregeling was al aangekondigd tijdens de parlementaire behandeling van de Wet spoedreparatie fiscale eenheid, die eerder dit jaar is aangenomen.

Keuzedocument met vier oplossingsrichtingen

De internetconsultatie legt een keuzedocument voor waarin vier mogelijke oplossingsrichtingen voor een nieuwe groepsregeling worden genoemd. Hierbij is rekening gehouden met een aantal randvoorwaarden: de nieuwe groepsregeling moet robuust en juridisch bestendig zijn, lang mee kunnen, EU-rechtelijk houdbaar, bijdragen aan een goed fiscaal ondernemingsklimaat. Verder moet hij goed uitvoerbaar zijn voor zowel het bedrijfsleven als de belastingdienst met daarbij oog voor de overgangsproblematiek. Hieronder volgt een omschrijving van de vier mogelijke oplossingsrichtingen.

1. Continueren huidige fiscale eenheidsregime met bestaande spoedreparatiemaatregelen en indien nodig uitbreiden reparatiemaatregelen

Indien ervoor wordt gekozen om het huidige regime te continueren, blijft de consolidatiegedachte gehandhaafd en blijven de spoedreparatiemaatregelen van toepassing. Dit betekent ook dat het Europeesrechtelijke risico – en daarmee een budgettair risico – blijft bestaan, indien uit de rechtspraak volgt dat nieuwe reparatiemaatregelen nodig zijn. Dit draagt niet bij aan de rechtszekerheid en robuustheid. De complexiteit van de maatregel zal hierdoor verder toenemen met als gevolg hogere administratieve lasten voor het bedrijfsleven.

2. Volledig afschaffen van de regeling van de fiscale eenheid

Een tweede oplossingsrichting is het regime in zijn geheel af te schaffen zonder dat daar een vervangende groepsregeling voor in de plaats komt. Dit zal betekenen dat iedere vennootschap zelfstandig belastingplichtig wordt en zelfstandig een belastingaangifte zal moeten indienen. Het onderling verrekenen van verliezen en winsten tussen groepsmaatschappijen is niet langer mogelijk. En ten slotte, zullen in beginsel onderlinge transacties binnen de groep niet langer kunnen plaatsvinden zonder fiscale gevolgen. Dit zal naar verwachting leiden tot een structurele budgettaire opbrengst voor de staatskas. Het is de bedoeling om deze opbrengst terug te sluizen binnen het domein van de vennootschapsbelasting. Dit zou mogelijk de eventuele negatieve gevolgen voor het ondernemingsklimaat kunnen compenseren. Als gevolg van het afschaffen van de regeling van de fiscale eenheid zal het aantal aangifteplichtigen toenemen. Dit leidt tot een structurele toename van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Tegelijkertijd zal afschaffing leiden tot minder regels wat ten gunste komt van de robuustheid en juridische bestendigheid van de vennootschapsbelasting.

3. Verlies- of winstoverdrachtregeling

Het voordeel van de fiscale eenheid om winsten en verliezen van verschillende lichamen binnen een groep met elkaar te verrekenen, kan bij een verlies- of winstoverdrachtregeling dan wel een vorm van resultaatpooling behouden blijven. Bij de verlies- of winstoverdrachtregeling bepaalt elk lichaam binnen een fiscale groep zijn eigen fiscale resultaat. Een verlies respectievelijk winst kan worden overgedragen aan een tot die fiscale groep behorend lichaam met winst respectievelijk verlies.

Een andere mogelijkheid is resultaatpooling. Fiscale bepalingen worden hierbij per lichaam toegepast. Vervolgens wordt de fiscale winst respectievelijk het fiscale verlies van alle tot de “fiscale groep” behorende lichamen bij een aangewezen lichaam van de fiscale groep in aanmerking genomen. Dat lichaam doet ook de gezamenlijke aangifte vennootschapsbelasting. Bij deze variant is per groep één aangifte vennootschapsbelasting nodig. Afhankelijk van de gestelde toegangseisen voor de toepassing van de groepsregeling kan het budgettaire gevolg neutraal zijn. In het geval dat afzonderlijke aangiften moeten worden gedaan, zullen de administratieve lasten voor het bedrijfsleven toenemen.

Een groepsregeling die uitsluitend wordt beperkt tot verrekening van winsten en verliezen van vennootschappen die tot een binnenlandse fiscale groep behoren, is, op basis van het consultatiedocument, naar het oordeel van het HvJ EU verenigbaar met het EU-recht. Wel zijn er verschillende nadelen op het gebied van bedrijfsopvolging, kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, innovatiebox, tariefopstapje etc. Dit komt met name voort uit het feit dat elk lichaam binnen de groep zelfstandig het eigen resultaat moet bepalen. Daarnaast zullen antimisbruikbepalingen nodig zijn, vergelijkbaar met de bestaande bepalingen in de fiscale-eenheidsregeling.

4. Grensoverschrijdende groepsregeling met objectvrijstelling

Bij deze regeling wordt de concerngedachte volledig doorgetrokken naar grensoverschrijdende situaties. De huidige fiscale eenheid kan zo volledig in stand blijven, waarbij voor de het buitenland toerekenbare resultaat een vrijstelling wordt verleend (zowel voor buitenlandse winsten als buitenlandse verliezen). Bepaalde bestaande spoedreparatiemaatregelen zouden kunnen vervallen. De grensoverschrijdende fiscale eenheid met toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten bestaat nog niet in andere landen. Dit maakt deze regeling kwetsbaar voor nieuwe procedures bij de rechter, waaronder bij het HvJ EU. Daarnaast zal deze optie leiden tot een structurele budgettaire derving voor de staatskas. Het kabinet heeft echter al aangegeven dat men dit geen reële optie vindt omdat dit mogelijk zou bijdragen tot een verdere uitholling van de Nederlandse belastinggrondslag.

Het document stelt bij elk van de vier mogelijke oplossingsrichtingen een aantal concrete vragen waarop een reactie kan worden gegeven. Belangengroepen, bedrijven, wetenschappers en andere geïnteresseerden kunnen reageren in de periode van 17 juni 2019 tot en met 29 juli 2019. Aan de hand van deze reacties zal – naar verwachting – in het najaar van 2019 een brief naar de Tweede Kamer worden gestuurd met daarin een schets van de beoogde groepsregeling. Naar verwachting zal het conceptwetsvoorstel dan medio 2020 voor internetconsultatie worden aangeboden.

Wat betekent dit voor u?

Welke van de vier mogelijke oplossingsrichtingen voor de nieuwe groepsregeling in de vennootschapsbelasting ook wordt gekozen, elke keuze kan verstrekkende gevolgen hebben voor alle nu bestaande fiscale eenheden vennootschapsbelasting. De precieze gevolgen zijn sterk afhankelijk van uw specifieke situatie. Neem contact op met uw PwC adviseur ter beoordeling van de vraag welke gevolgen de vier mogelijke oplossingsrichtingen voor de nieuwe groepsregeling in de vennootschapsbelasting kunnen hebben voor uw situatie.

Contact

Michel van Dun

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 14 09

Vassilis Dafnomilis

Senior Associate, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 48 39

Volg ons