Initiatiefwetsvoorstel ter versobering van DGA-faciliteiten

09/06/22

Dit artikel is voor het laatst geüpdatet op 30 augustus 2022.

Op 7 juni 2022 hebben GroenLinks en PvdA een initiatiefwetsvoorstel ingediend waarmee de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten worden versoberd, box 2 een getrapt en hoger tarief krijgt en de marge voor de gebruikelijkloonregeling wordt afgeschaft. Het initiatiefwetsvoorstel moet per 1 januari 2023 in werking treden. Vanwege de beoogde datum van inwerkingtreding heeft de Raad van State (RvS) een spoedadvies gegeven. Daarmee kan de Tweede Kamer het voorstel in beginsel in behandeling nemen, alleen is de RvS zeer kritisch en heeft een aantal belangrijke aanbevelingen gegeven. Mogelijk zullen de indieners het voorstel eerst nog aanpassen voordat de Tweede Kamer het in behandeling neemt.

De initiatiefnemers pleiten voor een grootschalige herziening van het belastingstelsel, waarbij de regels simpeler zijn, economische activiteit wordt gestimuleerd en de lasten eerlijker worden verdeeld. Zij zien vooral een ongelijkheid tussen de belasting op arbeid en die op vermogen. Volgens hen moeten veel uitzonderingsmaatregelen worden geschrapt om dit doel te bereiken. Hun initiatiefwetsvoorstel zou een tussenstap zijn richting grondige hervorming. Dit initiatiefwetsvoorstel heeft GroenLinks eerder al aangekondigd. Een maatregel die toen werd genoemd en die niet is opgenomen in het nu ingediende initiatiefwetsvoorstel, is het verder aanscherpen van het wetsvoorstel Excessief lenen.

Wat betekent dit voor u?

Het is nog niet te voorspellen hoe het initiatiefwetsvoorstel in de politiek zal worden ontvangen. Wel is duidelijk dat de overheid grote budgettaire uitdagingen heeft en daarvoor mogelijk extra inkomsten uit belastingen zal zoeken. Op basis daarvan zou het kabinet enkele van de maatregelen die zij heeft aangekondigd met de Voorjaarsnota verder kunnen verscherpen met maatregelen uit het initiatiefwetsvoorstel. Dat zou dan terecht komen in het Pakket Belastingplan 2023.

Maatregelen

Het initiatiefwetsvoorstel bevat de volgende voorstellen, die op een enkele uitzondering na (hierna aangegeven) per 1 januari 2023 in werking moeten treden:

  • Versoberen fiscale faciliteiten bij bedrijfsopvolging:
    • verlagen van het vrijstellingspercentage Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor de schenk- en erfbelasting naar 25% en tot een maximale waarde van € 4.000.000 (2022: 100% vrijstelling tot € 1.134.403 en 83% vrijstelling over het meerdere); deze maatregel moet per 1 januari 2024 in werking treden.
    • verhuurd vastgoed standaard aanmerken als beleggingsvermogen voor de BOR;
    • invoeren minimum aandelenbelang voor toepassing BOR naar 25% (2022: toepassing BOR vanaf 5% aandelenbelang);
    • afschaffen doorschuifregeling in de inkomstenbelasting bij schenken en erven van een aanmerkelijk belang.
  • Aanpassen box 2-tarieven en schijven:
    • 25,96% tot € 58.989, en
    • 40,59% daarboven.
  • Afschaffen van de doelmatigheidsmarge van 25% in de gebruikelijkloonregeling.

Verband met o.a. Voorjaarsnota 2022

Deze maatregelen lijken in zekere mate verband te houden met de Bouwstenennotitie, de BOR-evaluatie van CPB en de maatregelen zoals aangekondigd in de Voorjaarsnota 2022, zie ook Voorjaarsnota ‘22: stevige belastingen in Prinsjesdag-opmaat.

De in de Voorjaarsnota voorgestelde maatregelen met betrekking tot de box 2-tarifering en het gebruikelijk loon zouden echter met het initiatiefwetsvoorstel flink verder worden aangescherpt. Zo zou volgens de Voorjaarsnota per 2024 (initiatiefwetsvoorstel: per 2023) de schijfgrens komen te liggen bij 67.000 euro aan inkomsten per persoon (initiatiefwetsvoorstel: 58.989 euro), met een basistarief van 26 procent (initiatiefwetsvoorstel: 25,96 procent) voor de eerste schijf en een tarief van 29,5 procent (initiatiefwetsvoorstel: 40,59 procent) voor de tweede schijf. De doelmatigheidsmarge in de gebruikelijkloonregeling zou volgens de Voorjaarsnota per 2023 omlaag gaan van 25 procent naar 15 procent (initiatiefwetsvoorstel: geheel afschaffen).

Daarnaast loopt het initiatiefwetsvoorstel vooruit op het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de CPB-evaluatie van de fiscale faciliteiten voor bedrijfsopvolging. Het kabinet heeft aangegeven dat zij op Prinsjesdag met een reactie op die evaluatie komen.

Vervolg

Nu de RvS advies heeft uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel kan de Tweede Kamer het in behandeling nemen. Vanwege de stevige inhoudelijke kritiek en aandachtspunten zouden de indieners er ook voor kunnen kiezen om eerst het voorstel en de toelichting daarop aan te passen en aan te vullen naar aanleiding van dit advies. Het is nog onduidelijk wat dit betekent voor de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2023.

Advies Raad van State

In het spoedadvies spreekt de RvS begrip uit voor de wens van de initiatiefnemers om maatregelen te treffen om het belastingstelsel beter in balans te brengen en belastingarbitrage tegen te gaan. Tegelijkertijd plaatst de RvS kritische kanttekeningen bij de voorgestelde maatregelen. Zo blijven er voor de betrokken belastingplichtigen mogelijkheden om hun activiteiten zo in te richten dat zij door bepaalde maatregelen niet of slechts beperkt worden geraakt. Belastingarbitrage effectief tegengaan vraagt om een brede aanpak.

De RvS adviseert de initiatiefnemers het wetsvoorstel en de toelichting op diverse punten aan te passen of aan te vullen. Hierna een korte samenvatting van zijn belangrijkste conclusies.

Tariefmaatregel box 2

Het is de RvS onduidelijk welke bijdrage de voorgestelde (complexiteit verhogende) tweeschijventariefstructuur voor heffing over ab-inkomen zou leveren aan het verbeteren van de balans in het belastingstelsel. De grootste onevenwichtigheden worden immers veroorzaakt door de tarieven in de vennootschapsbelasting. Bij gelijkblijvende vennootschapsbelastingtarieven maakt invoering van een tweeschijventariefstructuur in box 2 het voor de betreffende belastingplichtigen nog minder aantrekkelijk om dividend uit te keren, zeker nu voor hen alternatieven beschikbaar zijn.

Daarom adviseert de RvS het wetsvoorstel op het punt van de tariefmaatregel te heroverwegen en serieuze aandacht te geven aan de nog te verschijnen uitvoeringsdienst van de Belastingdienst.

BOR en doorschuiffaciliteiten aanmerkelijk belang

a. Verhuurd vastgoed standaard aanmerken als beleggingsvermogen voor de BOR

De RvS adviseert toe te lichten hoe deze maatregel zich verhoudt tot de doelmatigheidsmarge van artikel 35c lid 1 onderdeel c onder 2 Successiewet 1956 waardoor beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de aan de onderneming toegerekende waarde als ondernemingsvermogen wordt aangemerkt.

b. Kleine ab-pakketten uitzonderen van de BOR, BOR alleen van toepassing bij bezitsvereiste van minimaal 25%

Volgens de RvS geeft de toelichting niet aan hoe tot dit bezitsvereiste van 25% is gekomen. En waarom stellen de initiatiefnemers deze verhoging alleen voor de BOR voor en niet voor de hele ab-regeling, dit ook met het oog op complexiteitsreductie.

c. Verlagen vrijstelling BOR tot 25% en totale vrijstelling beperken tot max 1 miljoen

Toelichting voor deze keuze ontbreekt volgens de RvS. Verder is niet duidelijk of een belastingplichtige meerdere malen in zijn leven van deze vrijstelling gebruik kan maken.

d. Arbitragemogelijkheden die geruisloze doorschuiving of ruimere toepassing van de BOR ook onder het voorstel mogelijk maken

Het wetsvoorstel creëert een arbitragemogelijkheid door geruisloos vanuit de BV de onderneming in een IB-onderneming om te zetten, zodat gebruik kan worden gemaakt van de doorschuifmaatregelen voor winst uit onderneming die wel blijven bestaan. Na verloop van tijd kan de onderneming vervolgens weer geruisloos in een BV worden ingebracht en kan dus het gewenste resultaat, geruisloze doorschuiving naar de opvolger, alsnog worden bereikt zonder dat dit door dit wetsvoorstel wordt geraakt. Dit geldt eveneens voor het nog eenvoudigere in stukjes overdragen van de onderneming, waardoor in stapjes gebruik kan worden gemaakt van de BOR.

De RvS adviseert om de toelichting op de voorstellen over de BOR en de doorschuifregeling in het licht van het voorgaande aan te vullen.

Contact

Jan Nieuwenhuizen

Jan Nieuwenhuizen

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)63 009 60 77

Pjotr Anthoni

Pjotr Anthoni

Senior taxmanager Knowledge Centre, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 091 73 45

Mitra Tydeman

Mitra Tydeman

Taxmanager Knowledge Centre, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)63 024 66 06

Volg ons