Overzicht fiscale maatregelen

De maatregelen gelden vanaf 2021, tenzij anders is vermeld. De maatregelen aangegeven met een * zijn al vastgelegd in een eerder wetsvoorstel.

Inkomstenbelasting

Tarief box 1

In de inkomstenbelasting wordt het (gecombineerd) basistarief verlaagd naar 37,10 procent. Het toptarief blijft 49,5 procent voor inkomen boven 68.507 euro. Het basistarief wordt in stapjes verder verlaagd tot 37,03 procent in 2024. Het toptarief blijft gelijk.

Tarief box 2*

Het box 2-tarief gaat omhoog van 26,25 procent naar 26,9 procent.

Aanpassing box 3

Grondslag en tarief

Het heffingsvrij vermogen stijgt van momenteel 30.846 euro naar 50.000 euro (voor partners van 61.692 euro naar 100.000 euro). Daarnaast worden de schijfgrenzen aangepast: de tweede schijf begint bij 100.000 euro vermogen en derde schijf bij 1.000.000 euro vermogen. Het tarief wordt verhoogd van 30 procent naar 31 procent. Zie in dit verband ook onze box 3-visual.

Voor latere jaren wordt onderzocht wat de praktische mogelijkheden zijn voor een heffing op basis van werkelijk rendement. Daarin wordt ook de rol van banken meegenomen bij het vaststellen van werkelijk rendement. Verder komt er een onderzoek naar de mogelijkheden om een tegenbewijsregeling in te voeren voor mensen die vooral of uitsluitend spaargeld in box 3 hebben. Uitkomsten van beide onderzoeken worden in het voorjaar van 2021 bekendgemaakt, zodat ze gebruikt kunnen worden tijdens de kabinetsformatie.

(Geen) doorwerking naar vermogens- en inkomensafhankelijke regelingen

Voor toepassing van de zorgtoeslag, het kindgebonden budget, de kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage in het kader van de Wet langdurige zorg, is bepaald dat nog steeds het huidige (geïndexeerde) drempelvermogen blijft gelden (voor 2021: 31.340 euro). De aanpassing in box 3 werkt in zoverre dus niet door naar de vermogenstoets in deze regelingen. De aanpassing werkt wel door voor inkomensafhankelijke regelingen via het verzamelinkomen, dat daardoor lager uitvalt. Dat is doorgaans gunstig omdat een lager verzamelinkomen eerder recht geeft op onder andere toeslagen en het kindgebonden budget.

Geen belasting in box 3, maar nog wel aangifte

Mensen met een vermogen van meer dan 31.340 euro moeten straks nog steeds box 3 aangeven in de aangifte inkomstenbelasting, ook als zij geen belasting meer hoeven te betalen vanwege het verhoogde heffingvrije vermogen. De Belastingdienst geeft deze informatie namelijk door aan andere overheidsinstanties. De inspecteur zal het bedrag waarmee de rendementsgrondslag de drempel van 31.340 euro overschrijdt bij beschikking vaststellen op de belastingaanslag.

Belastingplichtigen met een vermogen van meer dan 31.340 euro die niet tijdig hun box 3-vermogen aangeven, ontvangen een herinnering, vervolgens een aanmaning en uiteindelijk stelt de inspecteur een ambtshalve aanslag vast.

Verdere verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd tot 6.670 euro in 2021. De versnelde afbouw gaat in ongelijke stappen omlaag naar 3.240 euro in 2036. 

Percentage aftrekposten verlaagd*

Bepaalde aftrekposten in de inkomstenbelasting worden in 2021 aftrekbaar tegen maximaal 43 procent. Het gaat onder meer om hypotheekrenteaftrek, ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek), MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling.

Verhoging arbeidskorting

De arbeidskorting wordt verhoogd naar maximaal 4.205 euro. De verhoging met ingang van 2022 wordt hiermee vervroegd toegepast in 2021 vanwege een versnelde verlaging van de zelfstandigenaftrek.

Verlaging IACK

Het maximale bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt verlaagd tot 2.815 euro. Met ingang van 2022 stijgt het maximale bedrag aan inkomensafhankelijke combinatiekorting met 77 euro.

TOGS en Subsidie vaste lasten vrijgesteld

Tegemoetkomingen op basis van de TOGS en Subsidie vaste lasten vallen niet onder de winst, zodat hierover geen winstbelasting hoeft te worden betaald. In een eerder besluit was dit al geregeld en nu wettelijk vastgelegd. Een eventuele terugbetaling kan ook niet in aftrek van de winst worden gebracht. 

Lees meer hierover op Maatregelen tegen de impact van het coronavirus, onder Tozo en TOGS.

Bovenmatige schulden dga bij eigen bv*

Het wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap is eerder dit jaar al ingediend. Vanaf 2023 moeten ab-houders 26,9 procent inkomstenbelasting betalen over bovenmatige schulden (meer dan 500.000 euro) die zij hebben aan eigen bv(‘s). Datzelfde geldt voor schulden van hun bloed- en aanverwanten. Alleen eigenwoningleningen worden onder voorwaarden uitgezonderd. Zie ook ‘Dga’s moeten belasting betalen over bovenmatige leningen’.

Vervanging aftrek scholingskosten*

De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt per 2022 vervangen door de subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie), die zal gelden voor personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. Belastingplichtigen kunnen in 2021 nog van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven gebruikmaken.

Verduidelijking berekeningswijze kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De KIA wordt voor twee situaties in de wetgeving verder uitgewerkt. Ten eerste betreft het de situatie waarin een ondernemer deelneemt in een samenwerkingsverband zoals een maatschap of een vof. In dat geval wordt eerst een bedrag aan KIA bepaald aan de hand van alle investeringen van de deelnemers in het samenwerkingsverband plus de buitenvennootschappelijke investeringen van de betreffende belastingplichtige. Vervolgens wordt naar evenredigheid bepaald welk deel van de bepaalde KIA aan de belastingplichtige toekomt op basis van diens bijdrage aan de investeringen. Daarnaast wordt geregeld dat een ondernemer die meerdere afzonderlijke ondernemingen naast elkaar drijft voor iedere onderneming apart recht heeft op de KIA.

Contante giften niet langer aftrekbaar*

Contante giften komen niet meer in aanmerking voor de giftenaftrek. Dit is vanwege fraudegevoeligheid bij aftrek van contante giften en de goede alternatieven voor contante giften, zoals het overmaken van een gift, waarbij de gift aannemelijk te maken is met een bankafschrift.

Loonbelasting

Aanpassing werkkostenbudget

Voor 2020 is het werkkostenbudget in verband met de coronacrisis verhoogd van 1,7 procent naar 3 procent voor de eerste 400.000 euro van de loonsom. Voor het resterende deel van de loonsom bedraagt het werkkostenbudget 1,2 procent. Vanaf 2021 bedraagt het werkkostenbudget 1,7 procent voor de eerste 400.000 euro van de loonsom en 1,18 procent voor het resterende deel van de loonsom. De blijvende verlaging van 1,2 procent naar 1,18 procent is een nieuwe maatregel ter dekking van de voorgestelde verruiming van de gerichte vrijstelling voor scholingskosten.

TOFA: toegepaste fiscale behandeling gecodificeerd

De TOFA voorzag flexwerkers voor de maanden maart, april en mei 2020 van een inkomen van 550 euro bruto per maand. Deze tegemoetkoming is fiscaal behandeld als loon uit vroegere dienstbetrekking, waarbij het UWV als inhoudingsplichtige in beginsel de loonheffingskorting heeft toegepast. Deze fiscale behandeling wordt nu met terugwerkende kracht naar 1 januari 2020 wettelijk vastgelegd.

Subsidieregeling bonus zorgprofessional COVID-19

De fiscale behandeling van de bonussen voor zorgmedewerkers in verband met de coronacrisis is vastgesteld. Werkgevers moeten de bonussen aan werknemers aanwijzen als eindheffingsbestanddeel voor de werkkostenregeling. Ook de bonussen aan niet-werknemers kunnen als eindheffingsbestanddeel worden behandeld. Voor deze bonussen geldt een eindheffingstarief van 75 procent. Volgens de subsidieregeling worden de bonussen inclusief compensatie voor de verschuldigde eindheffing uitbetaald aan de zorginstellingen.

Gerichte vrijstelling voor scholingskosten

De gerichte vrijstelling voor het volgen van een opleiding of studie gericht op het verwerven van inkomen, wordt uitgebreid voor situaties waarin de vergoeding of verstrekking van de opleiding geldt als loon uit vroegere arbeid. Door deze verruiming kunnen bijvoorbeeld vergoedingen van scholingskosten als onderdeel van een sociaal plan en nog niet tijdens de dienstbetrekking opgenomen scholingsbudgetten ook onder de gerichte vrijstelling vallen. 

Extra budget voor WBSO

Het kabinet stelt in 2021 extra budget beschikbaar voor de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk). Het budget wordt ingezet voor de verhoging van het tarief in de eerste schijf (van 32 procent naar 40 procent) en het starterstarief (van 40 procent naar 50 procent). Deze verhoging komt ten goede aan alle WBSO-gebruikers, waarbij met name het innovatieve mkb en starters een extra stimulans krijgen om te investeren in Research & Development.

Baangerelateerde investeringskorting (BIK)

De Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) wordt per 2021 ingevoerd, maar geldt al voor investeringen vanaf 1 oktober 2020. Met deze investeringskorting kunnen zowel IB-ondernemers als Vpb-ondernemers onder bepaalde voorwaarden een deel van hun investeringen verrekenen met hun loonheffingen. Voor investeringen tot en met vijf miljoen euro geldt dat 3,9 procent van de investering in mindering kan worden gebracht op de loonheffingen. Bij grotere investeringen geldt daarnaast een korting van 1,8 procent van het investeringsbedrag boven de vijf miljoen euro. Investeringen die op of na 1 oktober 2020 zijn gedaan en in 2020 volledig worden betaald, vallen niet onder de BIK. Als investeringen vanaf 1 oktober 2020 gedeeltelijk in 2020 zijn betaald maar volledig worden betaald tussen 1 januari 2021 en 31 december 2022, kunnen deze wel voor de BIK in aanmerking komen.

Vanaf 1 september 2021 kan een BIK-aanvraag worden ingediend. De RVO moet binnen 12 weken op een aanvraag beschikken, zodat de ondernemer de investeringskorting, die is vormgegeven als een afdrachtvermindering op de loonheffingen, later in 2021 voor het eerst kan toepassen. De BIK-afdrachtvermindering kan worden toegepast op alle af te dragen loonheffing van dat kalenderjaar, eventueel door middel van correcties van eerdere loonaangiften van het betreffende jaar.

In verband met een mogelijke strijdigheid met het EU-recht worden bepalingen die zien op aansluiting van de BIK bij de fiscale eenheid nu tijdelijk geschrapt en voorgelegd aan de Europese Commissie.

Deze bepalingen zullen alleen in werking treden als de Europese Commissie dat heeft goedgekeurd. In dat geval wordt de aansluiting bij de fiscale eenheid voor de toepassing van de BIK alsnog mogelijk op een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021.

Lees meer over de BIK in ons artikel ‘Hoe benut u de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK)?

Verduidelijking voor S&O afdrachtvermindering met betrekking tot publieke kennisinstelling  

Publieke kennisinstellingen komen sinds 2016 niet in aanmerking voor de S&O-afdrachtvermindering indien zij speur- en ontwikkelingswerk verrichten. Om onduidelijkheid weg te nemen die samenhangt met eventuele Vpb-plicht omvat de definitie nu niet langer dat een dergelijke instelling geen winstoogmerk heeft.  

Aanpassingen overgangsrecht levensloopregeling

Op basis van het huidige overgangsrecht voor de levensloopregeling vindt eind 2021 afrekening plaats over op dat moment nog aanwezige aanspraken. Voor een goede afwikkeling hiervan wordt het overgangsrecht op een aantal punten aangepast. De instelling die de regeling uitvoert wordt inhoudingsplichtig voor de verschuldigde loonheffing. Bovendien wordt het fictief genietingsmoment  vervroegd naar 1 november 2021. Op die manier kan de instelling de verschuldigde loonheffing op tijd op de (ex-)werknemer verhalen. En kan de werknemer voor 1 januari 2022 zijn belastingschuld  betaald hebben, wat leidt tot een verlaging van het box 3-vermogen.

Einde overgangsrecht 30%-regeling* 

Vanaf 1 januari 2019 is de looptijd van de 30%-regeling (expatregeling) verkort van acht naar vijf jaar. Overgangsrecht is van toepassing op werknemers die na 1 januari 2019 de 30%-regeling zouden verliezen als gevolg van deze verkorte looptijd. Eind 2020 eindigt dit overgangsrecht. Een substantiële groep werknemers zal hierdoor niet langer gebruik kunnen maken van de 30%-regeling en een lager netto-inkomen ontvangen dan zij vooraf verwachtten per 1 januari 2021. Vanaf deze datum komen deze werknemers ook niet meer in aanmerking voor het opteren als buitenlands belastingplichtige voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en sparen en beleggen (box 3).

Vennootschapsbelasting

Tarief 

De eerder aangekondigde verlaging van het hoge tarief in de vennootschapsbelasting van 25 naar 21,7 procent gaat niet door. Het tarief van de eerste schijf van de vennootschapsbelasting gaat wel omlaag van 16,5 naar 15 procent. Dit lage tarief geldt in 2021 voor winsten tot 245.000 euro en in 2022 wordt deze grens verhoogd naar 395.000 euro.

Innovatiebox

Het effectieve tarief van de innovatiebox wordt verhoogd van 7 procent naar 9 procent. Dit was vorig jaar op Prinsjesdag al aangekondigd.

Aanpassing verliesverrekening

De regels voor de verliesverrekening in de vennootschapsbelasting zijn aangepast. 

De nieuwe regeling komt erop neer dat per 1 januari 2022 een in de tijd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening gaat gelden (dit is nu zes jaar voorwaarts). Echter, daarbij zijn de verliezen (zowel voorwaarts als achterwaarts) slechts tot een bedrag van 1 miljoen euro aan belastbare winst volledig verrekenbaar. Bij een hogere winst in een jaar dan 1 miljoen euro zijn de verliezen slechts verrekenbaar tot 50 procent van die hogere belastbare winst verminderd met een bedrag van 1 miljoen euro. 

Voorbeeld
Bij een verrekenbaar verlies van 3 miljoen euro en een winst in het daaropvolgende jaar van 4 miljoen euro, is dus 2,5 miljoen euro winst verrekenbaar met verliezen (namelijk 1 miljoen en 50 procent van de resterende 3 miljoen) en moet over de resterende 1,5 miljoen euro vennootschapsbelasting worden betaald. Achtergrond van de voorgestelde regeling is dat grotere winstgevende bedrijven in winstjaren altijd vennootschapsbelasting betalen.

De nieuwe regeling bevat ook overgangsrecht. Voor de voorwaartse verrekening van verliezen geldt dat verliezen geleden in boekjaren die zijn aangevangen op of na 1 januari 2013, onder de nieuwe regeling vallen die op 1 januari 2022 in werking treedt.

De staatssecretaris heeft goedkeurend beleid toegezegd voor de situatie waarin de samenloop van de zogenoemde compenserende heffingstoets van de renteaftrekbeperkende maatregelen en de aangepaste verliesverrekeningsregels onredelijk uitpakt.

Fiscale coronareserve

Bedrijven die een verlies verwachten over 2020 als gevolg van de coronacrisis, mogen hiervoor in de aangifte vennootschapsbelasting 2019 al een coronareserve vormen. Hierdoor kan een liquiditeitsvoordeel ontstaan. Hier was eerder al een besluit over. Lees meer hierover op Maatregelen tegen de impact van het coronavirus, onder de tab winstbelasting.

Aanpassing liquidatieverliesregeling

De liquidatie- en stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting is aangepast. Voor zover het liquidatieverlies meer bedraagt dan vijf miljoen euro kan het slechts in aanmerking worden genomen indien de belastingplichtige doorslaggevende zeggenschap heeft in het ontbonden lichaam en het ontbonden lichaam is gevestigd in Nederland, een andere EU/EER lidstaat of een staat waarmee de EU een specifieke associatieovereenkomst heeft gesloten. De vereffening dient te zijn voltooid binnen drie jaar na staking van de activiteiten of het besluit daartoe. Deze temporele voorwaarde geldt voor alle liquidatieverliezen ongeacht de omvang daarvan. Er is overgangsrecht voor liquidaties waartoe vóór 1 januari 2021 is besloten. De nieuwe regeling bevat een met de aanpassing van de liquidatieregeling vergelijkbare regeling voor stakingsverliezen (beëindiging buitenlandse vaste inrichting). Bij stakingsverliezen geldt een uitzondering voor twee typen beleggingen (onroerende zaak in een derde staat en medegerechtigdheid tot het vermogen van een in een derde staat gedreven onderneming) waardoor een stakingsverlies van meer dan vijf miljoen euro in aanmerking kan worden genomen. 

De nieuwe regeling bevat daarnaast enkele aanvullende aanpassingen zodat de nieuwe voorwaarden niet kunnen worden ontlopen. Zo wordt met een doorkijkbepaling voorkomen dat via een (tussen)houdster wordt ontkomen aan de regeling. Er moet worden gekeken of het liquidatieverlies ook had kunnen worden genomen als de belastingplichtige het belang direct zou hebben gehouden. 
Lees hier meer over de aanpassing van de liquidatieverliesregeling.

De staatssecretaris heeft toegezegd dat wanneer na een splitsing aandelen worden uitgereikt, voor de bepaling van het zogenoemde opgeofferde bedrag - onder voorwaarden - mag worden uitgegaan van een evenredig gedeelte van het voor de aandelen in de splitsende rechtspersoon opgeofferde bedrag.

Geen voorstel beperking aftrekbaarheid aandeelhouderskosten en royalty’s

Een van de eerder geschetste maatregelen van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals was de beperking van de aftrekbaarheid van aandeelhouderskosten en royalty’s. Een voorstel hiertoe werd al verwacht. Het kabinet wil echter eerst de wenselijkheid hiervan in kaart brengen door de aard, omvang en invloed van aandeelhouderskosten en royalty’s te onderzoeken. Uit het rapport van de Adviescommissie blijkt bovendien ook niet dat Nederland ten aanzien van de aftrekbaarheid van royalty’s afwijkt van andere EU lidstaten.

Aankondiging aanpassing arm's length-beginsel

Het kabinet wil informeel kapitaal-structuren aanpakken en komt in het voorjaar van 2021 met een apart wetsvoorstel voor de aanpassing van het arm’s length-beginsel. Het arm’s length-beginsel zorgt ervoor dat handel tussen groepsvennootschappen marktconform verloopt. Het wetsvoorstel zal neerwaartse aanpassing van het Nederlandse belastbare bedrag beperken wanneer dit bedrag bij de ontvanger niet of lager wordt belast.

Aankondiging onderzoek vermogensaftrek

Het kabinet gaat onderzoek doen naar verdere beperking van renteaftrek onder de earningsstrippingmaatregel in combinatie met de invoering van een vermogensaftrek. Dit zou budgettair neutraal moeten verlopen. De termijn waarop het onderzoek zal plaatsvinden is nog niet bekend.

Aanvullende substancevereisten voor intragroepsfinanciering / licensing*

Een eerder gepubliceerd besluit bepaalt dat vanaf 1 januari 2021 aanvullende substancevereisten voor dienstverleningslichamen zullen gelden. Een dienstverleningslichaam is een Nederlandse belastingplichtige waarvan de activiteiten voor meer dan 70 procent bestaan uit het direct of indirect ontvangen en betalen van rente/royalty's/huur van een buitenlandse groepsmaatschappij. De aanvullende vereisten zijn: 1) 100.000 euro aan loonkosten en 2) ten minste 24 maanden over kantoorruimte beschikken. Als niet aan deze eisen wordt voldaan, wordt informatie uitgewisseld met het land van waaruit de rente/royalty's/ huur wordt betaald (bronstaat). Het gevolg hiervan zou kunnen zijn dat de bronstaat verdragsvoordelen onthoudt.

Informatieuitwisseling substanceloze doorstroomvennootschappen

Het kabinet zal de mogelijkheid gaan onderzoeken om per 2022 informatie uit te wisselen met het buitenland voor doorstroomvennootschappen (doorstroom van dividenden) die in Nederland over onvoldoende substance beschikken. Dit is ook in lijn met de bestaande, soortgelijke maatregelen voor doorstroomvennootschappen die hoofdzakelijk rente of royalty’s ontvangen uit en doorbetalen aan het buitenland.

Aankondiging aanpassen verrekening voorheffingen met vennootschapsbelasting 

Het kabinet wil per 1 januari 2022 de verrekening van dividendbelasting en kansspelbelasting met de vennootschapsbelasting beperken. Deze maatregel zal de verrekening van voorheffingen beperken tot de in een jaar verschuldigde vennootschapsbelasting. Niet-verrekende voorheffingen zullen naar een volgend jaar worden doorgeschoven.

Alternatieven fiscale eenheidsregime (groepsregeling)

Er is een brief naar de Tweede Kamer verzonden met een update over de stand van zaken met betrekking tot de (on)mogelijkheid van een nieuwe groepsregeling. De brief bevat een inventarisatie van mogelijkheden en knelpunten. De beslissing over de vormgeving van een wetsvoorstel wordt overgelaten aan een volgend kabinet.

Samenloop ATAD2 en earningsstrippingmaatregel

Op dit moment is samenloop mogelijk tussen de ATAD2-maatregelen (dit zijn maatregelen tegen hybridemismatches) en de earningsstrippingmaatregel (renteaftrekbeperking). Hierdoor kan het voorkomen dat inkomen dubbel in aanmerking wordt genomen, of rentebetalingen twee maal niet in aftrek worden toegelaten. Voorgesteld wordt om dergelijke rentebetalingen naar rato af te zetten tegen dubbel in aanmerking genomen inkomen, al dan niet in een volgend jaar. Ook de samenloop met de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars wordt aangepast. 

Voorkomen vrijstelling specifieke renteaftrekbeperking 

Er is een specifieke aftrekbeperking voor kosten en valutaresultaten ten aanzien van schulden binnen concern welke worden gebruikt voor een zogenoemde besmette rechtshandeling (bijvoorbeeld aankoop deelneming). Doordat ook positieve resultaten (bijvoorbeeld valutawinst) onder deze regeling vallen, is het mogelijk dat er in de praktijk sprake is van een vrijstelling in plaats van een aftrekbeperking. De regeling is dusdanig aangepast dat de vrijstelling niet hoger kan zijn dan de aftrekbeperking. De beoordeling vindt per lening plaats.

Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars

De generieke minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars wordt zodanig aangepast dat vanaf 2021 aanvullend tier-1 kapitaal niet langer meetelt als eigen vermogen. Ook gaat de eigenvermogenratio van 8 procent naar 9 procent. Aanvullend worden de tarieven van de bankenbelasting in 2021 eenmalig verhoogd van 0,44 procent naar 0,66 procent en van 0,22 procent naar 0,33 procent.

TOGS en Subsidie vaste lasten vrijgesteld

Tegemoetkomingen op basis van de TOGS en Subsidie vaste lasten vallen niet onder de winst, zodat hierover geen winstbelasting hoeft te worden betaald. In een eerder besluit was dit al geregeld en nu wettelijk vastgelegd. Een eventuele terugbetaling kan ook niet in aftrek van de winst worden gebracht. 

Lees meer hierover op Maatregelen tegen de impact van het coronavirus, onder Tozo en TOGS.

Contante giften niet langer aftrekbaar*

Contante giften komen niet meer in aanmerking voor de giftenaftrek. Dit is vanwege fraudegevoeligheid bij aftrek van contante giften en de goede alternatieven voor contante giften, zoals het overmaken van een gift, waarbij de gift aannemelijk te maken is met een bankafschrift.

Bronbelastingen

Conditionele bronbelasting op rente en royalty’s*

Via de Wet bronbelasting 2021, onderdeel van het Belastingpakket 2020, wordt een conditionele bronbelasting ingevoerd op uitgaande rente- en royaltybetalingen aan gelieerde lichamen die zijn gevestigd in landen zonder winstbelasting of met een statutair tarief lager dan 9 procent, landen op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden of in misbruiksituaties. Het tarief van de bronbelasting is gelijk aan het hoogste tarief in de vennootschapsbelasting, namelijk 25 procent (tarief 2021). De wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

DAC6

Rapportagemomenten DAC6*

De periode van 30 dagen voor de rapportage van nieuwe grensoverschrijdende constructies begint op 1 januari 2021. Dit betekent dat constructies waarvan de meldingsplicht tussen 1 juli 2020 en 1 januari 2021 is ontstaan, uiterlijk 31 januari 2021 moeten worden gemeld. De termijn voor het melden van "historische" grensoverschrijdende constructies (constructies waarvan de eerste implementatie-stap plaatsvond tussen 25 juni 2018 en 1 juli 2020) is verschoven van 31 augustus 2020 naar 28 februari 2021. Lees meer over de Nederlandse implementatie van DAC6 in dit artikel.

Overdrachtsbelasting

Overdrachtsbelastingvrijstelling voor starters

Starters op de woningmarkt genieten vanaf 1 januari 2021 een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Iemand kwalificeert als starter wanneer deze starter bij aankoop van de eerste woning jonger dan 35 jaar is, maar wel meerderjarig. Een starter kan de vrijstelling maar eenmalig toepassen. Vanaf 1 april 2021 geldt een maximale woningwaardegrens van 400.000 euro, die jaarlijks wordt geïndexeerd. Die grens geldt voor de hele woning en niet voor de waarde van het verkregen deel van de woning. Alleen starters die een huis kopen onder 400.000 euro krijgen de vrijstelling, starters die een duurder huis kopen, betalen net als andere huizenkopers twee procent overdrachtsbelasting over het hele bedrag van de woning.

Kopers vanaf 35 jaar en kopers jonger dan 35 jaar die geen recht meer hebben op de vrijstelling, gaan het verlaagde tarief van 2 procent voor woningen betalen. Voorwaarde voor zowel starters als kopers vanaf 35 jaar is dat zij ook daadwerkelijk in de woning gaan wonen en wel voor onbepaalde duur. 

Verhoging algemene tarief overdrachtsbelastingtarief

Het algemene tarief voor de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6 naar 8 procent (eerder was een verhoging naar 7 procent aangekondigd). Dit geldt voor bedrijfs- en fabriekspanden, maar ook voor woningen die de koper niet gebruikt om zelf duurzaam te bewonen, dus bijvoorbeeld vakantiewoningen of woningen bestemd voor de verhuur. 

Ook de verkrijging van de economische eigendom van een woning of de verkrijging van aandelen in een onroerend-zaakrechtspersoon (fictieve onroerende zaken) valt onder het algemene tarief van 8 procent.

Wooncoöperaties worden uitgezonderd van de verhoging van het tarief van de overdrachtsbelasting van twee naar acht procent, wanneer zij huizen van woningcorporaties overkopen. Wooncoöperaties  als gemeenschappelijke bewoners van een complex moeten gelijk gesteld worden aan de individuele koper van een complex. Overdrachten tussen woningcorporaties in sanering worden onder voorwaarden vanaf 1 oktober 2020 vrijgesteld van overdrachtsbelasting.

Omzetbelasting

E-commerce*

Met ingang van 1 juli 2021 verandert de btw-behandeling en het aangifteproces van grensoverschrijdende consumentenleveringen ingrijpend. Bovendien wordt een bemiddelend, faciliterend platform (zoals Amazon, Alibaba) in bepaalde gevallen fictief aangemerkt als leverancier. Daarnaast verdwijnt de btw-vrijstelling voor invoer van goederen met een geringe waarde (22 euro). Meer over deze wijzigingen en een eventuele verschuiving van de ingangsdatum vindt u in ons bericht 'Stand van zaken e-commerce & btw'.

CO2-heffing

Wetsvoorstel CO₂-heffing voor de industrie

In 2021 wordt een nationale CO₂-heffing van kracht voor industriële productie en afvalverbranding. Deze heffing wordt naast het bestaande systeem voor CO₂-beprijzing op het niveau van de EU (EU-ETS) geïntroduceerd. De subsidieregeling indirecte emissiekosten ETS loopt in 2020 af. Bedrijven krijgen een (op termijn afnemende) vrijstelling over een deel van de uitstoot (dispensatierechten), zodat zij in staat zijn de bedrijfsvoering aan te passen op minder CO₂-uitstoot. Er zijn mogelijkheden om een overschot aan dispensatierechten aan te wenden voor verrekening en overdracht. Meer over de Nederlandse CO₂-heffing industrie en de op 15 september 2020 gepubliceerde PwC speelveldtoets vindt u in ons bericht ‘Wetsvoorstel CO2-heffing voor de industrie’.

Milieu

Wet vliegbelasting*

In het regeerakkoord is opgenomen dat er per 2021 een nationale vliegbelasting wordt ingevoerd, indien de Europese route onvoldoende (of onvoldoende snel iets) oplevert. 

Voor passagiersvluchten vanuit Nederland wordt een heffing van 7,45 euro per vertrekkende passagier ingevoerd. Vanwege de hub-functie van Schiphol worden transferpassagiers niet in de heffing betrokken.

Het tarief wordt in december nog precies vastgesteld omdat het nog wordt gecorrigeerd voor de inflatie.

Verlenging verlaagd tarief energiebelasting voor openbare laadpalen

Sinds 2017 geldt voor openbare laadpalen (oplaadinstallaties voor elektrische voertuigen die beschikken over een zelfstandige aansluiting) een verlaagd tarief voor de Energie Belasting. Deze maatregel wordt verlengd tot en met 2022. Dit geldt ook voor het betreffende nultarief voor de Opslag Duurzame Energie- en Klimaattransitie. Hiermee wordt het elektrisch rijden verder gestimuleerd.

Korting op IB-bijtelling zonnecelauto’s vanaf 2021

Bij het Klimaatakkoord is geregeld dat de korting op de IB-bijtelling voor het voor privédoeleinden ter beschikking staan van een auto van de zaak zonder CO2-uitstoot ook na 2020 wordt voortgezet, maar wel in stappen wordt afgebouwd. Voor zonnecelauto's geldt een uitzondering. Voor hen geldt vanaf 2021 een korting op de bijtelling over de hele catalogusprijs. 

Wijziging ODE-tarieven voor de jaren 2021 en 2022

De tarieven voor de Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie (ODE) voor 2021 en 2022 worden verhoogd. De tarieven voor het jaar 2022 kunnen later alsnog opnieuw worden gewijzigd. De tariefsverhoging is onderdeel van een samenhangend pakket in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord waarin gelijktijdig wordt voorzien in een ruimere belastingvermindering in de energiebelasting voor huishoudens. Hierdoor wordt de verdeling van het belastingdeel op de energienota tussen huishoudens en bedrijven gedeeltelijk verschoven van huishoudens naar het bedrijfsleven.

Overig

Tijdelijke verhoging schenkingsvrijstelling

De bestaande schenkvrijstellingen voor kinderen en overige verkrijgers worden alleen voor het jaar 2021 verhoogd met 1.000 euro. Met deze crisismaatregel komt de vrijstelling van schenkbelasting per kind voor 2021 uit op 6.604 euro voor schenkingen van de ouders en de vrijstelling voor overige verkrijgers voor 2021 op 3.244 euro. Door deze verhoging van de vrijstelling van de schenkbelasting kunnen particuliere geldschieters als familie en/of vrienden een noodlijdende ondernemer helpen om de coronacrisis door te komen.

Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen*

In de aanloop naar Prinsjesdag is het Wetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen gepubliceerd. Deze wet regelt drie afzonderlijke maatregelen. Het wordt per 2022 mogelijk maximaal 10 procent van het pensioenvermogen op de pensioeningangsdatum te laten uitkeren. Daarnaast wordt de RVU-heffing voor regelingen voor vervroegd uittreden versoepeld van 2021 tot en met 2025. Ten slotte worden de mogelijkheden tot fiscaal verlofsparen vanaf 2021 uitgebreid. Lees hier meer over de maatregelen uit dit wetsvoorstel

Op het laatste moment is geregeld dat het bedrag ineens ook op één ander vast moment dan de pensioeningangsdatum kan worden opgenomen. Lees hier meer over de gevolgen hiervan voor pensioenuitvoerders.

Overgangsrecht Natuurschoonwet

Onroerende zaken die onder voorwaarden zijn aangemerkt als landgoederen komen in aanmerking voor bepaalde fiscale vrijstellingen. Zo moet de verkrijger ervoor zorgen dat het landgoed minimaal 25 jaar als landgoed gerangschikt blijft (instandhoudingseis). Voor onroerende zaken die in bepaalde situaties niet langer voldoen aan de instandhoudingseis, blijven de verkregen fiscale faciliteiten onder voorwaarden behouden.

Buitenlandse landgoederen Natuurschoonwet

Ook een buiten Nederland gelegen onroerende zaak die een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed kan onder voorwaarden als landgoed worden aangemerkt en dus in aanmerking komen voor bepaalde fiscale vrijstellingen. Dit kon eerder al op basis van een goedkeurend besluit.

Verbetering uitvoerbaarheid toeslagen

Vooruitlopend op een volledige hervorming van het toeslagenstelsel worden nu al maatregelen getroffen die de meest urgente problemen in het huidige stelsel oplossen. Zo worden grote terugvorderingen van eerder toegekende toeslagen voorkomen door de kinderopvangtoeslag voortaan proportioneel vast te stellen en wordt terugvordering van toeslagen in bijzondere omstandigheden gematigd. Daarnaast wordt de rechtsbescherming van burgers verbeterd door de mogelijkheden om in gesprek te gaan met de burger te vergroten. Als laatste zijn er maatregelen voorgesteld die het verlies van het recht op toeslagen door partnerschap voorkomen. Dit alles moet zorgen voor een meer menselijke maat en meer rechtsbescherming in het toeslagenstelsel.

Verandering belastbaar feit BPM

Het belastbaar feit voor de BPM (het moment waarop de BPM is verschuldigd) wordt veranderd van het moment van registratie motorvoertuig in het kentekenregister (dat wil zeggen inschrijving én tenaamstelling), naar uitsluitend het moment van inschrijving van het motorvoertuig in het kentekenregister. Dit moet tot een vereenvoudiging van het BPM stelsel leiden. De aanpassing zal ingaan per 1 januari 2022.

Eenmalige huurverlaging en verhuurderheffing

Huurders met een inkomen beneden de 23.255 euro voor een eenpersoonshuishouden (voor ouderen 23.175 euro) of 31.550 euro voor een meerpersoonshuishouden (voor ouderen 31.475 euro) hebben mogelijk recht op een eenmalige huurverlaging. Dit is het geval indien de huur voor de woning boven 619,01 euro per maand ligt (voor huishoudens van drie personen of meer 663,40 euro per maand). De woningcorporatie voert de huurverlaging in principe automatisch door, maar een huurder kan ook een verzoek indienen. De huurverlaging is juridisch afdwingbaar via de Huurcommissie.

Als tegemoetkoming voor de huurverlaging wordt het tarief van de verhuurderheffing die woningcorporaties betalen verlaagd met 0,036 procentpunt naar 0,526 procent over de berekende WOZ-waarde.

Volg ons

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Hide