Particulier

Wat kunt u nu al doen om in 2020 fiscaal voordeel te behalen, en wat kunt u beter even uitstellen? Welke acties kunt u als particulier ondernemen en waar moet u rekening mee houden? We hebben een selectie van tips en aandachtspunten voor u samengesteld zodat u zich goed kunt voorbereiden.

De volgende thema’s komen aan de orde: werken, ondernemen, pensioen, sparen en beleggen, schenken en erven, wonen, mobiliteit en administratie.

Let op de tips of aandachtspunten met een * zijn niet definitief en kunnen tijdens de parlementaire behandeling van het Belastingplan nog wijzigen.

Werken

Werken

Tips

Volg dit jaar nog een opleiding of studie*

Bent u van plan om een opleiding of studie te volgen, dan kunt u de kosten daarvan in 2019 en 2020 nog in aftrek brengen voor uw inkomstenbelasting. De persoonsgebonden aftrekpost voor scholingsuitgaven vervalt waarschijnlijk vanaf 1 januari 2021 en wordt dan vervangen door een subsidieregeling STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie) voor natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt.

Aandachtspunten

Aanpassing tarief box 1 per 2020

Het inkomstenbelastingtarief wordt per 2020 (versneld) beperkt tot twee schijven: een (gecombineerd) basistarief van 37,35 procent en een toptarief van 49,5 procent voor het deel van het inkomen boven 68.507 euro. Vanaf 2021 is het (gecombineerd) basistarief 37,10 procent en blijft het toptarief 49,5 procent voor inkomen boven 68.507 euro.

Aanpassing aftrekposten in 2020

Bepaalde aftrekposten in de inkomstenbelasting worden in 2020 aftrekbaar tegen maximaal 46 procent, gelijk aan het tarief voor de hypotheekrenteaftrek. Het aftrekpercentage wordt vervolgens met drie procent per jaar teruggebracht tot uiteindelijk 37,10 procent in 2023. Het gaat onder meer om aftrek van onderhoudsverplichtingen (alimentatie), aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten, aftrek van weekenduitgaven voor gehandicapten, aftrek van scholingsuitgaven en giftenaftrek.

WAB: Aangepaste ketenregeling

Op 1 januari 2020 treedt de WAB in werking.Vanaf 2020 wordt het daarom mogelijk om gedurende een periode van drie jaar (in plaats van twee jaar) maximaal drie elkaar opvolgende contracten voor bepaalde tijd aan te gaan, voordat sprake is van een contract voor onbepaalde tijd. Daarnaast wordt evenals nu de keten pas doorbroken op het moment dat tussen twee arbeidsovereenkomsten zes maanden zitten. De nieuwe regeling zal zonder overgangsrecht direct vanaf 2020 van toepassing zijn op bestaande tijdelijke contracten.

Voorbeeld:
Op 1 mei 2018 is een contract afgesloten voor bepaalde tijd van 6 maanden dat is geëindigd op 1 november 2018. Dit contract is verlengd voor een periode van 12 maanden, eindigend op 1 november 2019. Het is in deze situatie mogelijk om nogmaals een contract voor 12 maanden aan te gaan, dat zal eindigen op 1 november 2020. Door de inwerkingtreding van de nieuwe ketenregeling ontstaat er geen contract voor onbepaalde tijd per 1 mei 2020. Dit is omdat op 1 januari 2020 de oude termijn van 2 jaar nog niet is overschreden en pas per 1 januari 2020 de termijn van 3 jaar geldt.

WAB: Recht op transitievergoeding gaat in per datum indiensttreding

Werknemers hebben op dit moment pas recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding) als zij twee jaar in dienst zijn geweest. Met de inwerkingtreding van de WAB krijgen werknemers dat recht direct vanaf de aanvang van het contract. De transitievergoeding bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Per 1 januari 2020 komt de hogere transitievergoeding voor oudere werknemers te vervallen. Ook wanneer werknemers langer dan tien jaar bij hun werkgever in dienst zijn, hoeft de werkgever voor hen geen hogere transitievergoeding meer te betalen.

WAB: Oproepovereenkomst wordt minder flexibel

De WAB introduceert het begrip ‘oproepovereenkomst’ in de wet. Daarvan is sprake als de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst en een werknemer geen recht heeft op loon wanneer hij of zij geen arbeid verricht. Bij een oproepovereenkomst gelden voor de  werkgever de volgende nieuwe regels:

  • de werkgever moet de werknemer ten minste vier dagen van tevoren oproepen; 
  • als de werkgever de oproep intrekt, dan heeft de oproepkracht toch recht op loon over de opgeroepen periode;
  • als het contract met de oproepkracht een jaar heeft geduurd, dan moet de werkgever de werknemer een aanbod voor een contract met een vast aantal uren doen.
Extra geboorteverlof voor partner van moeder (WIEG)

Na de bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner, de persoon met wie de werknemer ongehuwd samenwoont of degene van wie de werknemer het kind erkent, heeft de werknemer op grond van de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) per 1 januari 2019 recht op geboorteverlof van een hele werkweek met behoud van loon. De werknemer mag dit meteen opnemen of in de eerste vier weken na de geboorte, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling. De WIEG regelt daarnaast dat de werknemer vanaf 1 juli 2020 binnen zes maanden na de geboorte nog vijf weken extra verlof mag opnemen tegen een uitkering van 70 procent van het loon (tot maximaal 70 procent van het maximumdagloon). Het UWV vergoedt dit aan de werkgever.

Ondernemen

Ondernemen

Tips

Let op met lenen van uw bv*

Het kabinet is van plan om voor zover de totale som aan schulden van een directeur-grootaandeelhouder en partner aan de eigen bv meer bedraagt dan 500.000 euro - met uitzondering van bestaande en nieuwe eigenwoningschulden - deze vanaf 2022 te belasten in box 2 als dividenduitkering tegen het dan geldende tarief van 26,9 procent. Deze maatregel wordt in het najaar 2019 in een wetsvoorstel uitgewerkt en zou per 2022 in werking moeten treden. Afhankelijk van hoe de maatregel er uiteindelijk uit komt te zien, kan het voor u verstandig zijn om eventuele bovenmatige leningen nu al af te bouwen. Omdat het eerste toetsmoment 31 december 2022 is, hebt u tot dat moment daarvoor de tijd.

Voorkom verliesverdamping in box 2

Verliezen in box 2 zijn zes jaar voorwaarts verrekenbaar met box 2-inkomsten. Na die termijn verdampen de nog niet verrekende verliezen. Mogelijk kunt u verliesverdamping per 2020 voorkomen door in 2019 maatregelen te treffen. Verliezen behaald tot en met 2018 zijn nog negen jaar verrekenbaar in box 2. In sommige situaties kunt u voor box 2-verliezen een belastingkorting verkrijgen die u tot negen jaar na het ontstaan van het verlies kunt verrekenen met de belasting in box 1.

Keer nog dit jaar dividend uit uw VBI uit

Als u in 2019 geen dividend uit uw vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI) uitkeert, krijgt u voor de inkomstenbelasting te maken met een forfaitair rendement van maximaal 5,60 procent over de waarde in het economische verkeer van de VBI. Voor zover u wel dividend uitkeert, kunt u het forfaitaire rendement daarmee verrekenen. Over het forfaitaire rendement of het uitgekeerde dividend is 25 procent box 2-heffing verschuldigd. Als u een dividend uitkeert dat gelijk is aan het forfaitaire rendement, leidt dit niet tot een hogere box 2-heffing. Het uitgekeerde dividend verhoogt wel uw vermogensgrondslag voor box 3.

Keer zo mogelijk dividend in plaats van extra loon uit

De keuze voor een dividenduitkering is fiscaal aantrekkelijker dan uitbetaling van extra loon. Over extra loon wordt in 2019 maximaal 51,75 procent inkomstenbelasting geheven, terwijl over een dividenduitkering belasting wordt geheven van 40 tot 43,75 procent (gecombineerde heffing inkomsten- en vennootschapsbelasting). Let op dat een wijziging van de hoogte van uw loon gevolgen kan hebben voor uw pensioenopbouw. Houd er ook rekening mee dat de keuze voor dividend in plaats van extra loon niet volledig vrij is, maar wordt beperkt door de regels voor het gebruikelijk loon.

Breng herfinanciering eigenwoningschuld bij de eigen bv van box 1 naar box 3

Als u uw bestaande eigenwoningschuld (gedeeltelijk) herfinanciert, dan blijft de rente onder voorwaarden aftrekbaar. Vanwege de huidige relatief lage hypotheekrente en de nieuwe forfaitaire rendementen in box 3, kan het nu al fiscaal aantrekkelijk zijn om uw eigenwoningschuld niet in box 1 maar in box 3 te laten vallen. Dit kan bijvoorbeeld door de voorwaarden van de lening op een bepaalde manier aan te passen of door de lening tijdelijk af te lossen en vervolgens een nieuwe lening af te sluiten. Vanwege de afbouw van het tarief waartegen u de hypotheekrente in box 1 in aftrek kunt brengen - stapsgewijs van 49 procent (2019) naar uiteindelijk 37,10 procent (2023) - neemt het voordeel van deze herfinanciering in de toekomst toe. Houd er rekening mee dat het kabinet heeft aangekondigd vanaf 2022 voor box 3-schulden slechts een forfaitaire renteaftrek van circa 3,03 procent toe te laten.

Voorbeeld:
Het uitgangspunt in dit voorbeeld is dat uw box 3-vermogen in 2020 onder het hoogste forfaitaire rendement valt (5,33%) en dat u uw hypotheekrente tegen het maximale tarief in aftrek kunt brengen in box 1 (46%).

Stel: de eigenwoningschuld bedraagt 500.000 euro en de jaarlijkse hypotheekrente bedraagt 15.000 euro (3%). In 2020 vindt hypotheekrenteaftrek plaats tegen een tarief van 46 procent, waardoor u een effectief voordeel van 6.900 euro in box 1 behaalt (€15.000 * 46%). Als de schuld in box 3 valt, verlaagt deze de vermogensgrondslag, waardoor u een effectief voordeel van 7.995 euro behaalt (€ 500.000 * 5,33% * 30%). Het effectieve voordeel in box 3 is in dit voorbeeld dus hoger dan het effectieve voordeel in box 1.

Stel aflossing door uw bv van belaste vordering uit tot na 1 januari 2020

Als u een vordering hebt op uw eigen bv die u wilt laten aflossen, stel dan de aflossing uit tot ná 1 januari 2020. U kunt dan een vol jaar box 3-heffing over het bedrag van de aflossing besparen.

Houd een urenadministratie bij

Als ondernemer of als zzp’er hebt u recht op verschillende fiscale aftrekposten, zoals de zelfstandigenaftrek. Daarvoor is vereist dat u ten minste 1.225 uren per jaar aan uw onderneming besteedt. Dat moet u kunnen aantonen met een urenadministratie.

Trek huurkosten zelfstandige werkruimte af

Als u beschikt over een zelfstandige werkruimte in uw huur- of koopwoning, kunt u onder omstandigheden de daarmee samenhangende kosten aftrekken van de belastbare winst of het belastbaar resultaat.

Pas de OVOB (de vernieuwde KOR) toe bij plaatsing zonnepanelen

Als u zonnepanelen hebt en stroom levert aan uw energieleverancier, bent u btw-ondernemer. U kunt dan met ingang van 2020 gebruik maken van de nieuwe OVOB: de omzet gerelateerde vrijstellingsregeling van omzetbelasting. Door met ingang van 2020 een beroep te doen op de OVOB, moet een deel van de in aftrek gebrachte btw op de factuur van de niet-geïntegreerde zonnepanelen die is uitgereikt vóór 2020 terugbetaald worden. Het deel dat terugbetaald moet worden, bedraagt twintig procent per jaar. Deze regeling gaat van start na het jaar van aanschaf en loopt gedurende vier jaar door. Er is echter ook een drempel van 500 euro. Als jaarlijks minder dan 500 euro btw terugbetaald moet worden, dan blijft deze herziening achterwege en hoeft u bij een beroep op de OVOB geen btw terug te betalen. Wanneer een beroep op de OVOB 2020 wordt gedaan is deze regeling minimaal drie jaar van toepassing. Als u afziet van toepassing van de OVOB moet u wel btw betalen over de geleverde energie. Vaak wordt daarbij de specifieke forfaitaire regeling toegepast. De hoogte van de verschuldigde btw is dan afhankelijk van de capaciteit (wattpiek per jaar) van de zonnepanelen.

Pas het correcte btw-tarief voor e-publicaties toe 

Voor veel categorieën elektronische uitgaven is per 1 januari 2020 het verlaagde btw-tarief van toepassing. De verkopende ondernemer moet al vooraf zijn administratieve systemen en de prijsstelling van de producten aanpassen. Omdat een overgangsregeling ontbreekt, moet u rekening houden met de timing van de facturering en de betaling rond de jaarwisseling. Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan abonnementen die in januari 2020 ingaan, maar al in december 2019 door de consument betaald moeten worden.

Aandachtspunten

Geleidelijke verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt in negen jaarlijkse stappen afgebouwd tot uiteindelijk 5.000 euro in 2028: acht stappen van 250 euro en één laatste stap van 280 euro. Daarmee komt de zelfstandigenaftrek van 7280 euro (2019) in 2020 uit op 7.030 euro.

Aanpassing aftrekposten in 2020

Bepaalde aftrekposten in de inkomstenbelasting worden in 2020 aftrekbaar tegen maximaal 46 procent, gelijk aan het tarief voor de hypotheekrenteaftrek. Het gaat onder meer om ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, aftrek speur- en ontwikkelingswerk, meewerkaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, stakingsaftrek), MKB-winstvrijstelling en de terbeschikkingstellingsvrijstelling.

Aanpassing belastingheffing VBI*

Het forfaitaire rendement voor vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI’s) wordt per 1 januari 2020 verlaagd van 5,60 procent naar 5,33 procent. Een VBI is een beleggingsinstelling die vrijgesteld is van de heffing van vennootschapsbelasting, zodat de voordelen die zij met haar beleggingen behaalt niet belast zijn met vennootschapsbelasting. Wel geldt jaarlijks een forfaitair rendement in box 2 over de werkelijke waarde van de VBI tegen een tarief van 26,25 procent (2020) inkomstenbelasting.

Aanpassing box-2-tarief voor de inkomstenbelasting*

Over uw inkomsten in box 2 (inkomsten uit een aanmerkelijk belang) betaalt u een vast tarief. Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog: van de huidige 25 procent via 26,25 procent in 2020 naar 26,9 procent in 2021.

Vermogen uit uw VBI halen

Als u van plan bent om vermogen uit uw VBI te halen, let er dan op dat dit vermogen langer dan achttien maanden in de VBI heeft gezeten. Zo niet, dan wordt dat vermogen namelijk voor die periode ook tot uw box 3-vermogen gerekend en als zodanig belast. Een uitzondering daarop is als u kunt aantonen dat u een zakelijke reden hebt om het vermogen uit uw VBI te halen.

Pensioen

Pensioen

Tips

Maak uw keuze voor 31 december 2019 in het kader van afschaffing PEB

Nu pensioen in eigen beheer (PEB) per 1 april 2017 is afgeschaft, hebt u tot 31 december 2019 drie opties: uw PEB behouden, kiezen voor een omzetting in een oudedagsverplichting (ODV) of afkoop van het PEB. Als u kiest voor de ODV of afkoop moet u de commerciële balanswaarde van de pensioenaanspraken verminderen (afstempelen) naar de fiscale balanswaarde. Dit vindt plaats zonder belastingheffing. De keuze tussen handhaving van het PEB, de ODV en afkoop hangt met name af van uw financiële situatie. Ook het wetsvoorstel Excessief lenen bij eigen vennootschap kan hierbij een rol spelen.

Kies alsnog voor afkoop

Hebt u gekozen voor een ODV dan kunt u tot uiterlijk 31 december 2019 alsnog overgaan tot afkoop. De (ex-)partner moet instemmen met de omzetting. Licht uw (ex-)partner daarom tijdig in.

Benut dit jaar nog de korting bij afkoop PEB-aanspraken

In 2019 kunt u uw PEB afkopen met een fiscale korting van 19,5 procent. Ook is dit jaar over de afkoop geen 20 procent revisierente verschuldigd. Uitgangspunt bij afkoop is de fiscale balanswaarde van de PEB-aanspraken ten tijde van afkoop. De korting wordt verleend over maximaal de fiscale balanswaarde per 31 december 2015. Gedeeltelijke afkoop is niet mogelijk. Na 2019 vervalt deze Nederlandse grondslagkorting. Uw (ex-)partner moet instemmen met de afkoop. Licht uw (ex-)partner daarom tijdig in. Om bij de keuze voor afkoop gebruik te kunnen maken van de korting, moet uw (ex-)partner uiterlijk in 2019 toestemming hebben gegeven. De korting geldt niet voor opgebouwde aanspraken na 31 december 2015. Deze aanspraken zijn bij afkoop progressief belast tegen maximaal 51,75 procent (geen revisierente).

Plan een aantrekkelijke besteding van uw vrijgekomen pensioenvermogen

Bij de keuze voor afkoop kunt u besluiten om het vrijgekomen pensioenvermogen in privé te houden of terug te storten in de bv, bijvoorbeeld om de rekening-courantschuld met de bv af te lossen. Ook andere manieren om het geld te besteden kunnen aantrekkelijk zijn. Een goede financiële planning is daarbij van groot belang, omdat u wellicht na pensionering een vervangend inkomen nodig hebt. Dit geldt ook bij de keuze om uw PEB-aanspraken premievrij te behouden dan wel om te zetten in een ODV, aangezien verdere pensioenopbouw daarbij niet mogelijk is.

Stempel af bij ontoereikende dekkingsgraad van pensioenaanspraken

Wanneer de dekkingsgraad van de pensioenaanspraken ontoereikend is en uw pensioen nog niet is ingegaan, kunt u de pensioenaanspraken verminderen (afstempelen). Dit is onder voorwaarden mogelijk bij een dekkingsgraad lager dan 75 procent, rekening houdend met de fiscale waarde van de pensioenvoorziening en de waarde in het economisch verkeer van alle overige activa en passiva. Hierbij is bijvoorbeeld het dividend dat de afgelopen zeven jaren is uitgekeerd relevant. Als aan alle voorwaarden is voldaan, kan een afstempeling van uw pensioenaanspraken gevolgd door omzetting in de ODV vóór 31 december 2019 fiscaal aantrekkelijker zijn dan afkoop.

Houd bij uitkeren dividend rekening met commerciële pensioenvoorziening

Wilt u over 2019 dividend uitkeren en hebt u nog een PEB-voorziening op de balans staan, dan is de commerciële PEB-voorziening bij het bepalen van de vrij uitkeerbare reserves van belang. Als de vrij uitkeerbare reserves niet voldoende zijn op het moment waarop het besluit tot dividenduitkering valt, kan de Belastingdienst het standpunt innemen dat u hebt afgezien van pensioen of dat u het pensioen al hebt genoten. Hierdoor kan de (markt)waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken progressief worden belast tegen 51,75 procent en is 20 procent revisierente verschuldigd. De marktwaarde is aanzienlijk hoger dan de fiscale PEB-voorziening; de verschuldigde belasting kan daarom gelijk aan of hoger dan de aanwezige activa zijn. Het is dus raadzaam om een berekening te laten maken voordat u een dividenduitkering doet.

Aandachtspunten

Wetsvoorstel tot verdeling van pensioen bij scheiding*

Een recent ingediend wetsvoorstel bevat een nieuwe regeling voor de verdeling van pensioen bij echtscheiding vanaf 1 januari 2021. Het plan is om de pensioenband tussen ex-partners te verbreken door het recht op partner- en ouderdomspensioen standaard om te zetten in een zelfstandige pensioenaanspraak op zijn haar/ haar eigen leven. Echtgenoten kunnen bij huwelijkse voorwaarden of een echtscheidingsconvenant afwijken van de wettelijke regeling. Het wetsvoorstel bepaalt limitatief welke afwijkende afspraken echtgenoten kunnen maken. Dit wetsvoorstel kan gevolgen hebben voor bestaande huwelijkse voorwaarden, bijvoorbeeld als daarin is afgesproken om de huidige ‘standaard’ Wet verevening pensioenrechten te volgen. Na inwerkingtreding van het wetsvoorstel is zo’n verevening namelijk niet meer mogelijk na 1 januari 2021.

Dekkingsgraad van pensioen-bv bij PEB toetsen

U doet er verstandig aan om de dekkingsgraad van uw pensioen-bv regelmatig te toetsen. De Belastingdienst kan namelijk het standpunt innemen dat bij een te lage dekkingsgraad sprake is van afzien van pensioen, met alle fiscale gevolgen van dien. Dit geldt ook voor de vraag of het rendementsprofiel van het vermogen nog wel past bij de omvang van de huidige en toekomstige commerciële pensioenvoorziening.

Toestemming (ex-)partner bij afkoop of omzetting PEB

Kiest u voor afkoop of omzetting van het PEB, dan moet u, uw partner maar ook eventueel uw ex-partner een formulier invullen waaruit instemming blijkt. Houd er rekening mee dat ook de aan uw (ex-)partner toekomende pensioenrechten komen te vervallen. Het verlies van rechten bestaat uit het partnerpensioen bij overlijden en/of het recht op verevening van het ouderdomspensioen bij scheiden. Aan uw (ex-)partner moet een passende compensatie plaatsvinden voor het verlies van rechten als gevolg van de afkoop of omzetting PEB. U kunt met uw (ex-)partner een andere dan evenredige verdeling overeenkomen zonder dat dat leidt tot het verschuldigd worden van schenkbelasting. Dat is het geval voor zover de onderbedeelde partner hiervoor een passende compensatie ontvangt.

Verwerking verleende compensatie aan ex-partner

Hebt u directe compensatie verleend aan uw ex-partner of maakt de compensatie onderdeel uit van een echtscheidingsconvenant, houd er dan rekening mee dat de compensatie belast is bij uw ex-partner en bij u aftrekbaar is in de inkomstenbelasting. 

Invloed afkoop of omzetting PEB op beloningspakket

Bij afkoop of omzetting van het PEB veranderen de hoogte en samenstelling van uw beloningspakket. Dat kan gevolgen hebben voor het in aanmerking te nemen gebruikelijke loon van u als dga.

Formaliteiten bij afkoop of omzetting PEB

Uw bv moet bij afkoop of omzetting van het PEB aan bepaalde formaliteiten voldoen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders of een reglement ODV. Hiervoor hebt u in beginsel een maand de tijd vanaf het moment van afstempelen. Denk daarbij ook aan het eventueel aanmelden van uw bv bij de Belastingdienst voor de eenmalige inhouding en afdracht van loonbelasting.

Sparen en beleggen

Sparen en beleggen

Tips

Behaal voordeel door optimale verdeling box 3-vermogen tussen fiscale partners*

Fiscale partners kunnen het gezamenlijke box 3-vermogen (na aftrek van het gezamenlijke heffingsvrije vermogen van 60.000 euro) onderling aan elkaar toerekenen. Door gebruik te maken van deze mogelijkheid om vermogen aan elkaar toe te rekenen, kan een voordeel in box 3 worden bereikt. Ze moeten hierbij wel rekening houden met andere (fiscale) regelingen, waaronder de gevolgen voor de heffingskortingen. Het belastingtarief blijft 30 procent. Het heffingsvrije vermogen per persoon bedraagt vanaf 1 januari 2020 30.846 euro (in 2019: 30.360 euro). Overigens heeft het kabinet aangekondigd dat voor de zomer 2020 een wetsvoorstel komt waarin de box 3 heffing vanaf 1 januari 2022 op meerdere punten ingrijpend wordt gewijzigd.

Betaal belastingaanslagen voor 1 januari 2020

Het kan aantrekkelijk zijn om uw openstaande (definitieve) belastingaanslagen nog dit jaar te betalen en daarmee uw box 3-vermogen te verlagen. Nog niet betaalde belastingschulden mogen namelijk niet in box 3 in aftrek worden gebracht, met uitzondering van te betalen erfbelasting.

Vraag tijdig voorlopige aanslag aan voor aftrek belastingschuld in box 3

Als u voor 1 november 2019 een voorlopige aanslag hebt aangevraagd of voor 1 oktober een definitieve aangifte hebt ingediend en de Belastingdienst heeft geen voorlopige aanslag opgelegd voor 31 december 2019, dan mag u al in 2019 een bedrag ter grootte van de na 31 december 2019 opgelegde en betaalde belastingaanslag opnemen als schuld in box 3. Dit bedrag komt dan in aftrek op de belaste bezittingen in box 3 in 2019. Bij het aanvragen van een voorlopige aanslag is het van belang is dat het een ‘echt’ verzoek om een voorlopige aanslag betreft en niet slechts de indiening van een schattingsformulier voor IB-ondernemers en resultaatgenieters.

Schenk voor 1 januari 2020

Overweeg uw (reguliere) schenking voor 1 januari 2020 te doen. Een schenking verlaagt uw box 3-vermogen. Dit kan u vermogensrendementsheffing (box 3) besparen. Let wel, deze schenking verhoogt vervolgens het box 3-vermogen van de begiftigde en kan daardoor bij de begiftigde leiden tot een hogere vermogensrendementsheffing, tenzij de begiftigde voor 1 januari 2020 de schenking aanwendt voor consumptief gebruik of aflossing van de eigenwoningschuld.

Overweeg beleggingen onder te brengen in een bv of VBI

Afhankelijk van uw vermogen en verwacht rendement kan het fiscaal gunstig zijn om uw vermogen onder te brengen in een bv (box 2) of in een vrijgestelde beleggingsinstelling (VBI; speciaal regime in box 2). Een VBI is een beleggingsinstelling die vrijgesteld is van de heffing van vennootschapsbelasting, zodat de voordelen die zij met haar beleggingen behaalt niet belast zijn met vennootschapsbelasting. Wel geldt jaarlijks een forfaitair rendement in box 2 van maximaal 5,33 procent (2020) over de werkelijke waarde van de VBI tegen een tarief van 26,25 procent (2020) inkomstenbelasting.

Betaal hypotheekrente vooruit

Het kan aantrekkelijk zijn om hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2020 vooruit te betalen in 2019. Dit kan uw eventuele box 3-belasting verlagen. Daarnaast wordt de hypotheekrenteaftrek in 2020 verlaagd met 3 procent. Het is ook voordelig om de rente vooruit te betalen als u in 2020 een lager inkomen of belastingheffing tegen een lager progressief tarief verwacht.

Stel voornemen tot verhuur eigen woning uit tot na 1 januari 2020

Als u uw eigen woning verhuurt, wordt deze niet meer gezien als eigen woning, maar als beleggingsvermogen. Daardoor verplaatst uw box 1-woning zich in de meeste gevallen naar box 3. Als u de woning pas vanaf 2 januari verhuurt, dan zal de woning in 2020 niet in de box 3-heffing worden meegenomen.

Claim als buitenlands belastingplichtige teruggaaf dividendbelasting

Als buitenlands belastingplichtige - u bent dan niet woonachtig in Nederland - hebt u mogelijk recht op gedeeltelijke teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting. U mag als buitenlands belastingplichtige in principe niet slechter worden behandeld dan een binnenlands belastingplichtige. Als de Nederlandse belastingdruk op uw dividenden hoger is dan wanneer u binnenlands belastingplichtige zou zijn geweest, dan hebt u recht op teruggaaf van het verschil.

Doe grote aankopen vóór 1 januari 2020

Als u grote aankopen of uitgaven voor consumptieve doeleinden hebt gepland, dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om deze alvast voor 1 januari 2020 te doen. Dit kan u vermogensrendementsheffing (box 3) besparen.

Benut de vrijstelling groene beleggingen en andere box 3-vrijstellingen

Er is een vrijstelling in box 3 van 58.540 euro (2019) per persoon voor groene beleggingen. Daarnaast geldt onder voorwaarden een vrijstelling in box 3 voor voorwerpen van kunst en wetenschap, bossen, natuurterreinen en Natuurschoonwet-landgoederen.

Schenken en erven

Schenken en erven

Tips

Gebruik jaarlijkse schenkingsvrijstellingen

Het kan gunstig zijn om gebruik te maken van de jaarlijkse schenkingsvrijstellingen. Voor het jaar 2019 gelden de volgende vrijgestelde bedragen:

  • Kinderen (stiefkinderen, pleegkinderen of de weduwe/weduwnaar van uw overleden kind): 5.428 euro.
  • Kleinkinderen en derden: 2.173 euro.
Benut de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling kinderen

Voor schenkingen aan kinderen (stiefkinderen, pleeg­kinderen of de weduwe/weduwnaar van uw overleden kind) kan eenmalig onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de verhoogde vrijstelling. In 2019 bedraagt deze vrijstelling voor kinderen (of hun partner) in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar eenmalig 26.040 euro. Voor schenkingen voor een dure studie van het kind bedraagt dit eenmalig vrijgestelde bedrag onder voorwaarden 54.246 euro en voor de eigen woning van het kind zelfs 102.010 euro. U kunt de eenmalig verhoogde vrijstelling ook toepassen als uw eigen kind al ouder is dan 40 jaar, maar zijn of haar partner nog wel tussen de 18 en 40 jaar is. Als de schenker binnen 180 dagen na de schenking overlijdt, hoeft de verkrijger over die schenking van 102.010 euro - in tegenstelling tot de meeste andere schenkingen - geen erfbelasting te betalen.

Benut de schenking eigen woning aan derden

U kunt eenmalig onder voorwaarden tot 102.010 euro onbelast schenken aan een ander voor een eigen woning. Dit geldt ook voor een schenking ter aflossing van een oude restschuld van voor 29 oktober 2012. De eigen woning kan buiten Nederland zijn gelegen. Tussen de schenker en de verkrijger is geen familierelatie noodzakelijk. Wel moet de verkrijger of diens partner tussen de 18 en 40 jaar zijn en mag binnen de relatie van schenker en verkrijger maar eenmaal beroep op deze verhoogde vrijstelling worden gedaan. De schenking mag wel over drie jaren worden gespreid. Als de schenker binnen 180 dagen na de schenking overlijdt, hoeft de verkrijger over die schenking van 102.010 euro - in tegenstelling tot de meeste andere schenkingen - geen erfbelasting te betalen.

Betaal erfbelasting met kunstvoorwerpen of cultuurgoederen uit de nalatenschap

U kunt een verzoek indienen tot kwijtschelding van erfbelasting in ruil voor kunst- en cultuurbezit. Deze kwijtschelding kan oplopen tot 120 procent van de waarde van de voorwerpen die u aan de Staat wilt overdragen, maar niet meer dan de verschuldigde belasting en belastingrente. Daarvoor beoordeelt de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen eerst of de voorwerpen uit de nalatenschap van voldoende nationaal kunst- of cultuurhistorisch belang zijn. Het is ook mogelijk dat een erflater voor zijn overlijden vraagt of voorwerpen uit zijn nalatenschap aan de voorwaarden voldoen. Dit heet een verzoek bij leven. De Belastingdienst gaat sinds kort ook akkoord als kwalificerende kunstvoorwerpen in gedeelde eigendom vanuit de nalatenschap in betaling worden gegeven.

Benut de fiscale voordelen voor buitenlands landgoed

Voor in buitenland gelegen landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 kunt u onder voorwaarden gebruik maken van fiscale voordelen voor de schenk- en erfbelasting en de overdrachtsbelasting. Eén van die voorwaarden is dat het in het buitenland gelegen landgoed deel uitmaakt van het Nederlandse cultureel erfgoed.

Plan uw schenkingen aan goede doelen

Periodieke giften hebben als voordeel dat u ze onbeperkt in aftrek mag brengen in uw aangifte inkomstenbelasting, met een maximaal belastingvoordeel van 51,75 procent tot gevolg. Voor de aftrek van een periodieke gift is vereist dat die gift schriftelijk moet zijn vastgelegd. Onder voorwaarden is een onderhandse overeenkomst daarvoor voldoende. Het gaat dan om giften aan een algemeen nut beogende instelling (anbi) of een sociaal belang behartigende instelling (sbbi, zoals een sportvereniging, dorpshuis of muziekvereniging). Een voorwaarde is dat de sbbi een vereniging is met minimaal 25 leden die niet aan vennootschapsbelasting is onderworpen, of daarvan is vrijgesteld. Bij complexere schenkingen, zoals schenking van een waardevol kunstobject, kan het raadzaam zijn de schenking in een notariële akte vast te leggen. Het percentage waartegen u een gift in aftrek kunt brengen, wordt vanaf 2020 gelijkgetrokken met het maximale aftrektarief eigen woning (46 procent) en vervolgens met drie procent per jaar teruggebracht tot uiteindelijk 37,10 procent in 2023. Om een zo groot mogelijk fiscaal voordeel te behalen, kunt u het beste nog dit jaar starten met een periodieke gift.

Maak gebruik van de ‘gewone’ giftenaftrek

Daarnaast kunt u gebruikmaken van de aftrek voor ‘gewone’ giften aan anbi’s of aan steunstichtingen sbbi (een stichting die uitsluitend is opgericht om geld in te zamelen voor het jubileum van een sociaal belang behartigende instelling), waarvoor andere voorwaarden gelden dan bij een periodieke gift. Zo moet u rekening houden met een drempel en een plafond die afhankelijk zijn van uw inkomen. Afhankelijk van uw wensen zijn er diverse geefstructuren mogelijk. Het percentage waartegen u een gift in aftrek kunt brengen, wordt vanaf 2020 gelijkgetrokken met het maximale aftrektarief eigen woning (46 procent) en met drie procent per jaar teruggebracht tot uiteindelijk 37,10 procent in 2023. Als u vóór eind 2019 schenkt, kunt u dus nog gebruik maken van het maximale aftrektarief van 51,75 procent.

Vermenigvuldig uw gift aan culturele instellingen voor uw giftenaftrek

Giften aan een algemeen nut beogende instelling (anbi) die is aangewezen als culturele instelling mag u met 1,25 vermenigvuldigen voor de giftenaftrek inkomstenbelasting, met een maximum van 1.250 euro.

Benut de giftenaftrek voor giften vanuit uw bv aan anbi en steunstichting sbbi

Giften vanuit uw bv aan een anbi en aan een steunstichting sbbi komen onder voorwaarden in aanmerking voor de giftenaftrek voor de vennootschapsbelasting. De aftrek bedraagt ten hoogste 50 procent van de winst, met een maximum van 100.000 euro. Een van de voorwaarden voor aftrek van een schenking aan een anbi is dat u als aandeelhouder geen doorslaggevende zeggenschap mag hebben over de anbi als verkrijger van uw gift. Als uw bv een zakelijk belang heeft bij de betaling aan een goed doel, is er sprake van zakelijke kosten die volledig aftrekbaar zijn voor de vennootschapsbelasting, zonder plafond. Wij adviseren per geval aan de hand van de feiten en omstandigheden te beoordelen of het om zakelijke kosten of om een gift gaat.

Vermenigvuldig uw gift vanuit uw bv aan culturele instellingen voor uw giftenaftrek

U mag uw gift vanuit uw bv aan een culturele instelling vermenigvuldigen met 1,5 vermenigvuldigen voor de giftenaftrek vennootschapsbelasting, met een maximum van 2.500 euro.

Neem familiewaarden als vertrekpunt bij investering in ‘eigen’ goed doel

Door familiewaarden als vertrekpunt te kiezen bij investeringen in een ‘eigen’ goed doel, ontstaat er grotere betrokkenheid van de familie bij het goede doel en dit geeft de familieleden meer persoonlijke voldoening. Bovendien versterkt het de familieband, ook tussen de generaties.

Aandachtspunten

Wijziging huwelijksvermogensrecht

Bij huwelijken - en geregistreerde partnerschappen - na 1 januari 2018 ontstaat standaard een beperkte gemeenschap van goederen in plaats van een algehele gemeenschap van goederen. Dit betekent dat het voorhuwelijkse privévermogen, maar ook erfenissen en giften die tijdens het huwelijk worden verkregen, tot het privévermogen van de partners blijven behoren. Vermogen dat de partners tijdens het huwelijk afzonderlijk of gezamenlijk verkrijgen, en goederen die vóór het huwelijk al gezamenlijk aan hen toebehoorden, vallen in de beperkte gemeenschap. Hetzelfde geldt voor schulden die zij aangaan tijdens huwelijk, of schulden die al gezamenlijk vóór het huwelijk zijn aangegaan. Dit heeft als zodanig geen fiscale gevolgen. Partners kunnen van de wettelijke gemeenschap afwijken door huwelijkse voorwaarden aan te gaan.

Vermogensverschuiving bij aangaan of wijzigen huwelijkse voorwaarden

Het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden kan leiden tot een vermogensverschuiving tussen de gehuwden of geregistreerde partners. In bepaalde situaties en onder voorwaarden kan sprake zijn van een belastbare schenking.

Zakelijke rente bij notariële schuldigerkenning

Wanneer u een notariële ‘papieren schenking’ doet, zonder daadwerkelijk vermogen over te dragen aan uw kinderen, let er dan op dat u jaarlijks een zakelijke rente (zes procent) moet betalen over de schuldig gebleven bedragen. Als u die zes procent rente een jaar niet betaalt, zijn er onder voorwaarden nog mogelijkheden om dit te repareren. Houd er rekening mee dat het kabinet heeft aangekondigd vanaf 2022 voor box 3-schulden slechts een forfaitaire renteaftrek van circa 3,03 procent toe te laten.

Direct opeisbare renteloze of laagrentende lening

Als u een kind een direct opeisbare renteloze of laagrentende lening verstrekt, moet uw kind over het verschil tussen zes procent rente en de werkelijk bedongen rente jaarlijks schenkbelasting betalen. U kunt dit voor de toekomst repareren door de voorwaarden van de lening te wijzigen, zodat deze niet langer direct opeisbaar is én een zakelijke rente draagt. Een alternatief is om uw kind alsnog zes procent rente aan u te laten betalen.

Wonen

Wonen

Tips

Maak een keuze tussen box 1 en box 3*

Vanwege de huidige relatief lage hypotheekrente en de nieuwe forfaitaire rendementen in box 3 kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om uw eigenwoningschuld niet in box 1 maar in box 3 te laten vallen. Dit kan bijvoorbeeld door de voorwaarden van de lening op een bepaalde manier aan te passen of door de lening tijdelijk af te lossen en vervolgens een nieuwe lening af te sluiten. Vanwege de afbouw van het tarief waartegen u de hypotheekrente in box 1 in aftrek kunt brengen - stapsgewijs van 49 procent (2019) naar uiteindelijk 37,10 procent (2023) - neemt het voordeel van deze herfinanciering in de toekomst toe. Houd er rekening mee dat het kabinet heeft aangekondigd vanaf 2022 voor box 3-schulden slechts een forfaitaire renteaftrek van circa 3,03 procent toe te laten.

Voorbeeld:
Het uitgangspunt in dit voorbeeld is dat uw box 3-vermogen in 2020 onder het hoogste forfaitaire rendement valt (5,33%) en dat u uw hypotheekrente tegen het maximale tarief in aftrek kunt brengen in box 1 (46%).

Stel: de eigenwoningschuld bedraagt 500.000 euro en jaarlijkse hypotheekrente bedraagt 15.000 euro (3%). In 2020 vindt hypotheekrenteaftrek plaats tegen een tarief van 46 procent, waardoor u een effectief voordeel van 6.900 euro in box 1 behaalt (€15.000 * 46%). Als de schuld in box 3 valt, verlaagt deze de vermogensgrondslag, waardoor u een effectief voordeel van 7.995 euro behaalt (€ 500.000 * 5,33% * 30%). Het effectieve voordeel in box 3 is in dit voorbeeld dus hoger dan het effectieve voordeel in box 1.

Stel voornemen tot verhuur eigen woning uit tot na 1 januari 2020

Als u uw eigen woning verhuurt, wordt deze niet meer gezien als eigen woning, maar als beleggingsvermogen. Daardoor verplaatst uw box 1-woning zich in de meeste gevallen naar box 3. Verhuurt u de woning pas vanaf 2 januari 2020, dan zal de woning in 2020 niet in de box 3-heffing worden meegenomen.

Benut verhuisregelingen eigen woning

Als u een leegstaande woning hebt, kunt u onder voorwaarden gedurende drie jaar recht hebben op de zogenoemde verhuisregelingen. Dit betekent bijvoorbeeld dat uw eigen woning die in 2017 of later leeg is komen te staan en voor verkoop is bestemd, in 2020 nog steeds wordt gezien als eigen woning en daarmee in aanmerking komt voor de hypotheekrenteaftrek. Voor de woning die u sinds 2017 hebt gekocht of sindsdien in aanbouw is, kunt u ook nog in 2020 hypotheekrenteaftrek genieten, mits u de woning uiterlijk in 2020 betrekt als hoofdverblijf. Wanneer u uw eigen woning in de tussentijd (langer dan tijdelijk) verhuurt, dan kunt u vanaf het moment van verhuur geen gebruik meer maken van de verhuisregelingen. Die woning is voor u dan box 3-vermogen geworden.

Betaal hypotheekrente vooruit

Het kan aantrekkelijk zijn om hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2020 vooruit te betalen in 2019. Dit kan uw eventuele box 3-belasting verlagen. Daarnaast wordt de hypotheekrenteaftrek in 2020 verlaagd met 3 procent. Het is ook voordelig om de rente vooruit te betalen als u in 2020 een lager inkomen of belastingheffing tegen een lager progressief tarief verwacht.

Aandachtspunten

Verlaging eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,6 procent van de WOZ-waarde. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45 procent. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.080.000 euro blijft 2,35 procent.

Tijdelijke verhuur eigen woning

Denk eraan om 70 procent van de inkomsten uit tijdelijke verhuur van uw eigen woning op te geven als inkomen in box 1. De inkomsten mag u nog verminderen met kosten die direct met de verhuur samenhangen. Tijdelijke verhuur heeft geen gevolgen voor uw hypotheekrenteaftrek, tenzij het gaat om een leegstaande eigen woning die te koop staat. Als u uw eigen woning tijdelijk verhuurt, heeft dat mogelijk gevolgen voor de btw (kortstondige verhuur is btw belast) en toeristenbelasting. Daarnaast kan lokale regelgeving in uw stad van toepassing zijn. Ten slotte is het raadzaam om bij uw (opstal)verzekeraar en uw hypotheekverstrekker na te gaan of de tijdelijke verhuur niet in strijd is met de daarvoor geldende voorwaarden.

Mobiliteit

Mobiliteit

Aandachtspunten

Bijtellingspercentage voor leaseauto’s 

Sinds 1 januari 2017 gelden er nieuwe bijtellingspercentages voor leaseauto’s. Deze zijn van toepassing vanaf het jaar dat de auto op naam is gezet in het kentekenregister en blijven (maximaal) vijf jaar van toepassing. De bijtellingspercentages zijn als volgt:

Het 4%-bijtellingspercentage voor emissieloze (elektrische) auto’s wordt per 1 januari 2020 verhoogd naar 8 procent. Voor een auto met een cataloguswaarde hoger dan 45.000 euro geldt voor het bedrag boven de 45.000 euro een bijtellingspercentage van 22 procent.

Administratie

Administratie

Tips

Pas middeling toe

Hebt u een sterk wisselend inkomen uit werk en woning? Dan betaalt u waarschijnlijk meer belasting dan wanneer u dat inkomen gelijkmatig verdeeld krijgt over de jaren. U kunt dan in aanmerking komen voor de middelingsregeling. Met middeling berekent u uw gemiddelde inkomen over drie aaneengesloten kalenderjaren. Dit is het middelingstijdvak. Vervolgens berekent u hoeveel belasting u per jaar moet betalen. Zijn de nieuwe belastingbedragen lager dan die van de eerdere aanslagen? Dan hebt u mogelijk recht op een teruggaaf. Het verschil moet echter groter zijn dan 545 euro.

Aandachtspunten

Aangiftetermijn schenkingen

Vergeet niet vóór 1 maart 2020 aangifte te doen van uw schenking. Dit geldt voor alle belaste schenkingen (voor zover meer wordt geschonken dan de jaarlijkse vrijstelling) en voor schenkingen waarvoor in 2019 een beroep is gedaan op de eenmalige (aanvullende) verhoogde vrijstelling. Dit kunt u doen via een officieel aangiftebiljet schenkbelasting (te downloaden via www.belastingdienst.nl) of via een brief aan de Belastingdienst. Het is ook mogelijk om online aangifte schenkbelasting te doen via Mijn Belastingdienst. Wanneer u later dan vier maanden na afloop van het kalenderjaar waarin een schenking heeft plaatsgevonden daarvan aangifte doet, gaat de aanslagtermijn pas de dag na de aangifte in. Door aangifte te doen binnen de termijn, kan lange onzekerheid over de aanslag worden vermeden. U kunt ook meteen na de ontvangen schenking aangifte doen.

Aangiftetermijn erfbelasting

Binnen acht maanden na het overlijden van de erflater moet de executeur aangifte doen. Als de erflater in zijn testament geen executeur heeft aangewezen, moet u als erfgenaam binnen de gestelde termijn aangifte doen. Dit geldt voor alle belaste erfrechtelijke verkrijgingen (voor zover u meer ontvangt dan de vrijstelling). U kunt een aangifteformulier aanvragen bij de Belastingdienst. U kunt ook uitstel vragen voor het indienen van de aangifte, maar vanaf acht maanden na overlijden moeten de erfgenamen belastingrente betalen over het bedrag van de aanslag ongeacht of de aanslag al is opgelegd. U kunt de heffing van belastingrente van minimaal vier procent over de te betalen erfbelasting voorkomen door uiterlijk drieëneenhalf maand na de overlijdensdatum aangifte te doen of binnen vijf maanden na het overlijden een verzoek om een voorlopige aanslag in te dienen. Sinds 1 januari 2019 geldt dat degene die voor de eerste dag van de negende maand na het overlijden – dus binnen de aangiftetermijn – verzoekt om een voorlopige aanslag of aangifte doet, geen belastingrente in rekening wordt gebracht als de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte.

Aanpassing belastingrente erfbelasting in bijzondere situaties*

In bijzondere situaties start de aangiftetermijn erfbelasting later dan op de dag van het overlijden. Per 1 januari 2020 sluit ook de berekening van belastingrente aan op het verloop van die later aangevangen aangiftetermijn. Er wordt in die bijzondere situaties dus geen belastingrente meer berekend als het verzoek om een voorlopige aanslag of de aangifte is ontvangen binnen de aangiftetermijn die verlaat is aangevangen. De voorlopige of definitieve aanslag erfbelasting moet dan zijn vastgesteld conform het verzoek of de aangifte. Voorbeelden van bijzondere situaties zijn onzekerheid wie de erfgenaam wordt vanwege zwangerschap, onbeheerde nalatenschappen zonder vereffenaar en verkrijgingen als gevolg van de vervulling van een voorwaarde.

Spontane aangifte aanslagbelastingen*

De inspecteur krijgt per 1 januari 2020 voor spontane aangiften aanslagbelastingen (zoals inkomstenbelasting en schenk- en erfbelasting) dezelfde wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden die hij nu al heeft voor aangiften die volgen op een vooraf verzonden of uitgereikte uitnodiging daartoe. Bij een spontane aangifte is niet vooraf een uitnodiging verstuurd. Daarnaast wordt de aanslag- respectievelijk navorderingstermijn met zes maanden verlengd als binnen zes maanden voor het einde van die termijn een verzoek om uitnodiging of een spontane aangifte is gedaan. Hiermee krijgt de inspecteur meer tijd om de belastingschuld en aanslag correct vast te stellen.

Aanpassing inkeerregeling*

De mogelijkheid om boetevrij in te keren, wordt per 1 januari 2020 uitgesloten voor inkomen uit aanmerking belang. Ook wordt inkomen uit sparen en beleggen dat binnen respectievelijk buiten Nederland is opgekomen, voortaan gelijk behandeld en in zijn geheel uitgesloten van de boetevrije inkeerregeling.

Communicatie met de Belastingdienst*

Belasting- en inhoudingsplichtigen krijgen per 1 januari 2020 de mogelijkheid om te kiezen hoe ze hun zaken met de Belastingdienst regelen: op papier of digitaal. Voor bepaalde berichten (berichten van de afdeling douane binnen de Belastingdienst), groepen (ondernemers) en in bepaalde omstandigheden geldt het keuzerecht niet.

Toeslagen: invordering en verrekening*

De Invorderingswet gaat (grotendeels) ook gelden voor toeslagen. Dit heeft onder andere tot gevolg dat naar verwachting vanaf 1 januari 2021 in faillissement- of beslagsituaties toeslagschulden voorrang krijgen boven andere, niet-fiscale schulden. Het zal vanaf 1 januari 2021 ook mogelijk zijn om toeslagen met belastingschulden en toeslagschulden te verrekenen met teruggaven van belasting.

Publicatie jaarrekening

De jaarrekening van een bv moet binnen vijf maanden na het einde van het boekjaar zijn opgemaakt. De aandeelhouder kan deze termijn verlengen met vijf maanden. Zijn alle aandeelhouders van de bv ook bestuurder, dan geldt de ondertekening van de jaarrekening tot directe vaststelling. In de statuten van de bv kan hiervan worden afgeweken. Normaliter is de uiterste publicatietermijn twaalf maanden na het einde van het boekjaar. De directe vaststelling van de jaarrekening verkort deze termijn tot tien maanden na het einde van het boekjaar. Deponering dient plaats te vinden binnen acht dagen na vaststelling van de jaarrekening.

Afschrijving gebouwen in eigen gebruik

Voor ondernemingen die bij natuurlijke personen worden belast in de inkomstenbelasting is het mogelijk om af te schrijven tot 50 procent van de WOZ-waarde van gebouwen in eigen gebruik. Het onderscheid in uw administratie tussen verhuurde gebouwen en gebouwen in eigen gebruik is voor u als ondernemer in de inkomstenbelasting dus relevant. Ook blijft het van belang om de WOZ-beschikking te controleren en zo nodig bezwaar aan te tekenen.

UBO-register*

Alle privépersonen die meer dan 25 procent (in)direct eigendom of zeggenschap hebben in een entiteit, zoals een vennootschap of stichting, kwalificeren volgens Europese regelgeving als ultimate beneficial owner (UBO) en moeten worden opgenomen in een openbaar register. In Nederland zal dat het Handelsregister worden, dat wordt beheerd door de Kamer(s) van Koophandel (KvK). De persoonsgegevens die daarbij openbaar worden zijn de naam van de UBO, de geboortemaand en -jaar, nationaliteit, woonstaat en aard en omvang van het economisch belang. Het register moet uiterlijk 10 januari 2020 in alle EU-lidstaten operationeel zijn.

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Volg ons