Fiscaal overgangsrecht bij een no deal Brexit

05/02/19

Op 15 januari 2019 heeft een meerderheid van het Britse Lagerhuis tegen Theresa May’s Brexit-deal gestemd en daarmee tegen goedkeuring van uittredingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU). Vanwege de blijvende onduidelijkheid wil de staatssecretaris komen tot (kortdurend) fiscaal overgangsrecht in geval van een no deal Brexit. Dit geldt overigens niet voor de douanewetgeving.

Gevolgen van een no deal Brexit

Als er geen deal wordt gesloten, zal het Verenigd Koninkrijk voor de belastingwetgeving een zogenoemd derde land worden. Dit betekent dat een no deal scenario (direct) vanaf de datum van terugtrekking leidt tot een andere fiscale behandeling voor burgers en bedrijven. Fiscale behandeling is namelijk vaak afhankelijk van de vraag of de belastingplichtige in een EU-lidstaat of in een derde land woont of is gevestigd. Burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen en in Nederland belasting betalen kunnen bijvoorbeeld het recht op eventuele persoonsgebonden aftrekposten verliezen.

Overgangsrecht

Het kabinet kan deze fiscale gevolgen niet voorkomen en heeft ook niet die intentie. Maar de staatssecretaris wil wel een overgangsregeling treffen waardoor burgers en bedrijven enige tijd de mogelijkheid hebben om zich op de nieuwe situatie voor te bereiden bij een no deal Brexit. Het overgangsrecht zal in een beleidsbesluit worden vastgelegd. Er wordt gedacht aan overgangsrecht voor het lopende belastingjaar. Dat zal in veel gevallen 2019 zijn, maar mogelijk gaan er voor gebroken boekjaren andere termijnen gelden. Per belastingsoort zal worden bezien of er overgangsrecht komt.

Ook voor bedrijven komt dus overgangsrecht. Dit moet acute (fiscale) gevolgen en administratieve lasten voorkomen. De staatssecretaris noemt als voorbeeld een concern dat  een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormt. Als een vennootschap in het VK een schakel in deze fiscale eenheid vormt, verbreekt die fiscale eenheid vanaf 29 maart aanstaande. Dit schokeffect middenin een boekjaar vindt de staatssecretaris in dit geval niet gewenst en daarom zal hier overgangsrecht voor komen.

Vervolg

Zodra de voorbereiding van het beleidsbesluit is afgerond, zal het concept aan de Tweede Kamer worden gestuurd, waarna de Kamer twee weken de tijd krijgt om hierop te reageren. Het besluit zal pas definitief worden als duidelijk wordt dat het Verenigd Koninkrijk de EU zonder deal zal verlaten.

Contact

Jan-Willem Thoen

Senior Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 36 80

Claudia Buysing Damsté

Partner, Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 38 11

Volg ons