Ruimere toepassing vereenvoudigde ABC-regeling na uitspraak HvJ EU

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

Administratieve omissie in EU-land B staat toepassing van de vereenvoudigde ABC-regeling op zichzelf niet in de weg, maar kan nog wel tot boetes leiden.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU) verruimt de regeling voor de vereenvoudigde ABC-levering en legt de regeling zo uit dat deze ook van toepassing is voor de situatie waarin de tussenhandelaar (B) weliswaar is gevestigd (of is geregistreerd) in EU-land A, maar gebruikmaakt van zijn btw-id-nummer in EU-land B.

Het HvJ EU laat daarmee in deze zaak (Firma Hans Bühler KG, C-580/16) de context en het vereenvoudigings-doel van de regeling prevaleren over de letterlijke tekst van het betreffende richtlijn-artikel.

Wat betekent deze uitspraak mogelijk  voor uw onderneming?

Door dit arrest is bij ABC-leveringen als de onderhavige toch administratieve lastenverlichting mogelijk voor tussenhandelaar B. Als aan bepaalde (verruimde) voorwaarden wordt voldaan, hoeft de tussenhandelaar zich in dit soort situaties namelijk niet (meer) te registreren en aangifte te doen in het land van eindbestemming (EU-land C).

Bovendien kan toepassing van de vereenvoudigde ABC-levering tot cash-flow voordelen leiden voor de betrokken partijen, nu in dat geval zowel op de eerste levering als op de tweede levering in de keten geen btw in rekening hoeft te worden gebracht.

De mogelijkheid tot lastenvermindering door de-registratie sorteert bijvoorbeeld effect als B nu nog in een of meerdere EU-landen (C) (voorzichtigheidshalve) een btw-id-nummer heeft om reden dat B in het EU-land van vertrek van de goederen voor de btw is geïdentificeerd. 

 

Tenzij een registratie in C op grond van andere activiteiten nog is verplicht, kan B op basis van het arrest van het HvJ de registratie(s) in C waarschijnlijk terugdraaien. We adviseren in dergelijke gevallen om in overleg met uw btw-adviseur de mogelijke haken en ogen van de-registratie in EU-land C in kaart te brengen.

In de situatie waarin partij B tevens is gevestigd of is geregistreerd in het land (EU-land A) van waar de goederen naar C worden verzonden en partij A om die reden momenteel (voorzichtigheidshalve) lokale btw in rekening brengt, kan worden heroverwogen of dat op basis van dit arrest van het HvJ EU nog steeds nodig is. Uiteraard dient de eerste levering in de keten dan wel als intra-EU levering te kunnen worden aangemerkt, wat vereist dat partij A of partij B het vervoer van de goederen naar C verzorgt en de beschikkingsmacht van de goederen niet al op partij C overgaat voordat de goederen naar EU-land C worden verzonden.

Wij kunnen ons voorstellen dat hier zeker in groepsverband afspraken over zijn te maken. Uw btw-adviseur kan u verder informeren over de mogelijkheden in dit verband.

 

Achtergrond

De in Duitsland gevestigde en voor de btw geregistreerde Firma Hans Bühler KG (hierna: Bühler) was van oktober 2012 tot en met maart 2013 ook in Oostenrijk voor de btw geregistreerd omdat zij van plan was daar een vaste inrichting op te richten.  

In de bewuste periode heeft Bühler haar Oostenrijkse btw-id-nummer uitsluitend gebruikt voor zogenoemde vereenvoudigde ABC-leveringen.

Bühler (B) kocht goederen in van een Duitse leverancier (A) onder verstrekking van haar Oostenrijkse btw-id-nummer en verkocht deze goederen door aan een Tsjechische afnemer (C). De goederen werden rechtstreeks door A naar C verzonden. Bühler vermeldde op de verkoopfactuur, naast haar Oostenrijkse btw-id-nummer, het Tsjechische btw-id-nummer van haar afnemer en dat het om een “intracommunautaire driehoeks-transactie” ging waarbij de btw was verlegd naar de eindafnemer. 

Door deze handelwijze hoefde Bühler in Oostenrijk geen btw te voldoen maar had zij slechts een verplichting tot het “listen” van de transacties. Bovendien had Bühler door toepassing van de vereenvoudigde ABC-levering geen btw-verplichtingen in Duitsland (EU-land A) en/of Tsjechië (EU-land C).

Bij de listing verzuimde Bühler het vakje ‘ABC-transactie’ aan te kruisen. Ondanks dat zij deze omissie na twee maanden verbeterde, stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat sprake was van ‘mislukte driehoekstransacties’ omdat Bühler niet tijdig aan de listingverplichting had voldaan en niet had aangetoond dat bij de uiteindelijke verwerving in Tsjechië btw was geheven. Verder stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat Bühler in hetzelfde land als haar leverancier is gevestigd/geïdentificeerd (Duitsland) zodat de vereenvoudigde ABC-regeling niet kon worden toegepast.

De Oostenrijkse belastingdienst legde op grond van vorenstaande een naheffingsaanslag op omdat Bühler door het verstrekken van haar Oostenrijkse btw-id-nummer aan partij A (eveneens) in Oostenrijk een belaste intra-EU verwerving van de goederen had moeten aangeven.  

Bij de listing verzuimde Bühler het vakje ‘ABC-transactie’ aan te kruisen. Ondanks dat zij deze omissie na twee maanden verbeterde, stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat sprake was van ‘ “mislukte driehoekstransacties’ ” omdat Bühler niet tijdig aan de listingsverplichting had voldaan en niet had aangetoond dat bij de uiteindelijke verwerving in Tsjechië btw was geheven. 
Verder stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat Bühler in hetzelfde land als haar leverancier is gevestigd/geïdentificeerd (Duitsland) zodat de vereenvoudigde ABC-regeling niet toegepast kon worden. Volgens haar moeten de drie partijen betrokken bij de transactie in drie verschillende lidstaten zijn geïdentificeerd.

 

De Oostenrijkse belastingdienst legde een naheffingsaanslag op omdat Bühler door het verstrekken van haar Oostenrijkse btw-id-nummer bij de inkoop de eerste transactie (A-B) eveneens in Oostenrijk als belaste verwerving had moeten aangeven en geen vrijstelling voor deze verwerving op grond van de vereenvoudigde ABC-levering van toepassing was.

 

Bij de listing verzuimde Bühler het vakje ‘ABC-transactie’ aan te kruisen. Ondanks dat zij deze omissie na twee maanden verbeterde, stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat sprake was van ‘ “mislukte driehoekstransacties’ ” omdat Bühler niet tijdig aan de listingsverplichting had voldaan en niet had aangetoond dat bij de uiteindelijke verwerving in Tsjechië btw was geheven. 
Verder stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat Bühler in hetzelfde land als haar leverancier is gevestigd/geïdentificeerd (Duitsland) zodat de vereenvoudigde ABC-regeling niet toegepast kon worden. Volgens haar moeten de drie partijen betrokken bij de transactie in drie verschillende lidstaten zijn geïdentificeerd.

 

De Oostenrijkse belastingdienst legde een naheffingsaanslag op omdat Bühler door het verstrekken van haar Oostenrijkse btw-id-nummer bij de inkoop de eerste transactie (A-B) eveneens in Oostenrijk als belaste verwerving had moeten aangeven en geen vrijstelling voor deze verwerving op grond van de vereenvoudigde ABC-levering van toepassing was.

 

Bij de listing verzuimde Bühler het vakje ‘ABC-transactie’ aan te kruisen. Ondanks dat zij deze omissie na twee maanden verbeterde, stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat sprake was van ‘ “mislukte driehoekstransacties’ ” omdat Bühler niet tijdig aan de listingsverplichting had voldaan en niet had aangetoond dat bij de uiteindelijke verwerving in Tsjechië btw was geheven. 
Verder stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat Bühler in hetzelfde land als haar leverancier is gevestigd/geïdentificeerd (Duitsland) zodat de vereenvoudigde ABC-regeling niet toegepast kon worden. Volgens haar moeten de drie partijen betrokken bij de transactie in drie verschillende lidstaten zijn geïdentificeerd.

 

De Oostenrijkse belastingdienst legde een naheffingsaanslag op omdat Bühler door het verstrekken van haar Oostenrijkse btw-id-nummer bij de inkoop de eerste transactie (A-B) eveneens in Oostenrijk als belaste verwerving had moeten aangeven en geen vrijstelling voor deze verwerving op grond van de vereenvoudigde ABC-levering van toepassing was.

 

Bij de listing verzuimde Bühler het vakje ‘ABC-transactie’ aan te kruisen. Ondanks dat zij deze omissie na twee maanden verbeterde, stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat sprake was van ‘ “mislukte driehoekstransacties’ ” omdat Bühler niet tijdig aan de listingsverplichting had voldaan en niet had aangetoond dat bij de uiteindelijke verwerving in Tsjechië btw was geheven. 
Verder stelde de Oostenrijkse belastingdienst dat Bühler in hetzelfde land als haar leverancier is gevestigd/geïdentificeerd (Duitsland) zodat de vereenvoudigde ABC-regeling niet toegepast kon worden. Volgens haar moeten de drie partijen betrokken bij de transactie in drie verschillende lidstaten zijn geïdentificeerd.

 

De Oostenrijkse belastingdienst legde een naheffingsaanslag op omdat Bühler door het verstrekken van haar Oostenrijkse btw-id-nummer bij de inkoop de eerste transactie (A-B) eveneens in Oostenrijk als belaste verwerving had moeten aangeven en geen vrijstelling voor deze verwerving op grond van de vereenvoudigde ABC-levering van toepassing was.

 

Beslissing HvJ EU

Volgens het HvJ EU moet niet uitsluitend naar de tekst van de vereenvoudigde ABC-regeling worden gekeken, maar ook naar de context en het doel van die bepaling. Een tussenhandelaar mag best in meerdere EU-landen voor de btw zijn geïdentificeerd voor toepassing van de vereenvoudigde ABC-regeling.

Logischerwijs mist de regeling toepassing als de tussenhandelaar in EU-land C voor de btw is geïdentificeerd, omdat de vereenvoudigde ABC-regeling juist tot doel heeft een registratie in het land van aankomst van de goederen (EU-land C) te voorkomen.

 

Volgens het HvJ EU is voor de beoordeling of aan de specifieke voorwaarde van de vereenvoudigde ABC-regeling is voldaan, enkel het btw-identificatienummer waaronder de tussenhandelaar (in EU-land B) de verwerving verricht, van belang.

Een belastingplichtige die onder de voorwaarden van de vereenvoudigingsmaatregel een verwerving verricht mag dat voordeel niet worden geweigerd louter op grond dat hij ook in het EU-land van vertrek van de verzending of vervoer voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.

Wat de te late indiening van de ‘lijsten’ betreft, oordeelt het HvJ EU, dat dit slechts een administratieve omissie is, maar dat het in casu een formele fout betreft die toepassing van de vereenvoudigde ABC-regeling op zichzelf niet in de weg staat indien aan de materiële voorwaarden is voldaan.

Contact

Robert Lantman
Senior Manager - Indirect Taxes, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 39 95
E-mailadres

Sebastiaan Boender
Senior manager, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 42 46
E-mailadres

Volg ons