Vraagtekens bij beleidsbesluit over belastingvrijstelling pensioenlichamen

Start adding items to your reading lists:
or
Save this item to:
This item has been saved to your reading list.

Pensioenlichamen zijn onder voorwaarden vrijgesteld van Nederlandse vennootschapsbelasting en dividendbelasting. De voorwaarden daarvoor lijken voor buitenlandse pensioenlichamen nogal beperkend te zijn en kunnen zelfs in strijd zijn met het Europees recht.

Op 12 januari 2018 heeft het ministerie van Financiën een beleidsbesluit gepubliceerd met voorwaarden om in aanmerking te komen voor de belastingvrijstellingen. Wanneer wordt voldaan aan deze voorwaarden zijn zowel in Nederland als in het buitenland gevestigde pensioenlichamen vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Pensioenlichamen die aan de voorwaarden voor deze vrijstelling voldoen, zijn in principe tevens gerechtigd tot een teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. Los van specifieke situaties voldoen Nederlandse pensioenlichamen gewoonlijk aan deze voorwaarden, maar voor buitenlandse pensioenlichamen lijkt dat dus anders te zijn.

Wat betekent dit voor u?

Nederlandse pensioenlichamen

Nederlandse pensioenlichamen die Nederlandse pensioenregelingen aanbieden, zullen gewoonlijk voldoen aan de voorwaarden van de belastingvrijstellingen. Dit kan anders zijn als zij buitenlandse pensioenregelingen uitvoeren die elementen bevatten die niet voldoen aan eerdergenoemde toetsingscriteria. In dat geval kan de Nederlandse fiscus de belastingvrijstellingen weigeren.

Buitenlandse pensioenlichamen

Naar verwachting zullen veel buitenlandse pensioenfondsen niet voldoen aan de voorwaarden genoemd in het beleidsbesluit om in aanmerking te komen voor de belastingvrijstellingen. Reden is dat hun pensioenregelingen vaak niet voldoen aan een of meerdere voorwaarden voor een Nederlandse kwalificerende pensioenregeling.

Impact voor pensioenlichamen die niet voldoen aan de voorwaarden van het beleidsbesluit

Als een pensioenregeling niet voldoet aan de voorwaarden van het beleidsbesluit, zal de Nederlandse fiscus waarschijnlijk de belastingvrijstellingen niet toekennen. Dit is anders als een pensioenlichaam beschikt over een tax ruling waarin het recht op de belastingvrijstellingen is bevestigd. Hoewel de tax ruling in zo’n geval vanaf 2020 niet langer geldig zal zijn, heeft dit wellicht geen negatieve impact op de bronbelastingpositie van pensioenlichamen voor wat betreft de dividendbelasting. De regering is namelijk voornemens om de Nederlandse dividendbelasting per 2020 af te schaffen, behalve in gevallen waarin sprake is van misbruik of in geval van dividendbetalingen naar laagbelaste belastingjurisdicties. We verwachten niet dat aan pensioenlichamen uitbetaald dividend zullen worden beschouwd als een onderdeel van een misbruiksituatie.

Voor de vormen van Nederlandse broninkomsten die binnen de heffingssfeer vallen van de vennootschapsbelasting – zoals opbrengsten van in Nederland gelegen onroerende zaken – zal de beëindiging van de tax ruling per 2020 leiden tot een heffing van vennootschapsbelasting per 2020, tenzij het pensioenlichaam alsnog voldoet aan de voorwaarden van het beleidsbesluit.

De dividendbelastingpositie van pensioenlichamen die op grond van een belastingverdrag in aanmerking komen voor een belastingvrijstelling of een vermindering van dividendbelasting, zullen naar verwachting niet nadelig geraakt worden door het beleidsbesluit.

Hoofdlijnen van het besluit

Algemene voorwaarden voor de belastingvrijstellingen

Een van de voorwaarden is dat het pensioenlichaam kwalificerende pensioenregelingen uitvoert. Daarbij worden de volgende voorwaarden gesteld:

  1. De pensioenregeling staat alleen open voor afgebakende groep deelnemers en heeft in beginsel een verplicht karakter;
  2. De pensioenregeling moet voldoen aan de vereisten voor de bescherming en veiligstelling van opgebouwde pensioenaanspraken om bij pensionering te kunnen voorzien in een levenslange pensioenvoorziening;
  3. De pensioenregeling is gebaseerd op collectief georganiseerde solidariteit.

Nederlandse pensioenregelingen voldoen gewoonlijk aan deze voorwaarden.

Specifieke voorwaarden voor buitenlandse pensioenlichamen

Volgens het beleidsbesluit komen buitenlandse pensioenlichamen in aanmerking voor de belastingvrijstellingen als hun activiteiten voor 90% of meer bestaan uit de verzorging van (gewezen) werknemers, hun (gewezen) echtgenoten dan wel (gewezen) partners en hun (pleeg)kinderen voor de gevolgen van ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid. De winsten van het pensioenlichaam komen ten goede aan de deelnemers van de pensioenregeling en mogen niet uitgekeerd worden aan de aandeelhouders of vermogensverschaffers met uitzondering van een uitkering tot ten hoogste 5% per jaar over het gestorte kapitaal of over de inleggelden. De pensioenregelingen moeten naar aard en strekking overeenkomen met een Nederlandse kwalificerende pensioenregeling zoals hierboven beschreven. Het beleidsbesluit bevat een lijst aan toetsingscriteria waaraan een buitenlandse pensioenregeling cumulatief moet voldoen voor de status als kwalificerende pensioenregeling. De toetsingscriteria zijn strikt en betreffen de volgende:

  1. De pensioenregeling mag geen opt-out mogelijkheid bevatten of een (gedeeltelijke) eenmalige kapitaalsuitkering op pensioendatum (lumpsum), behalve voor zover deze wordt aangewend voor de aankoop van meerdere pensioenuitkeringen;
  2. De pensioenrechten houden verband met de duur van de arbeidsovereenkomst en vormen een beloning voor de verrichte arbeid;
  3. De pensioenregeling kent een afkoopverbod met uitzondering voor kleine pensioenen (in verband met de beperking van administratieve lasten);
  4. De pensioenregeling voorziet in ouderdomspensioen, nabestaandenpensioen en pensioen bij arbeidsongeschiktheid;
  5. De pensioenregeling voorziet in een levenslang ouderdomspensioen waarbij in bepaalde gevallen een pre-pensioenregeling is toegestaan;
  6. De pensioenregeling is gebaseerd op een pensioenregeling tussen werkgever en werknemer. Een pensioenregeling voor een zelfstandige kwalificeert in beginsel niet;
  7. De pensioenregeling is geen onderdeel van een sociaalzekerheidsstelsel van enig land.

Overgangsregeling

Buitenlandse pensioenlichamen die in het verleden een vaststellingsovereenkomst of goedkeurende brief van de inspecteur (hierna tezamen ‘tax ruling’ genoemd) hebben ontvangen en waarbij is vastgesteld dat recht bestaat op de belastingvrijstellingen, behouden recht op deze tax ruling tot 1 januari 2020. Per deze datum wordt de tax ruling geacht te zijn opgezegd.

Inwerkingtreding

Het beleidsbesluit is op 12 januari 2018 in de Staatscourant geplaatst en heeft terugwerkende kracht tot 14 december 2017, de dagtekening van het besluit.

Onze mening

Het beleidsbesluit is onder meer een resultaat van vragen die in de praktijk zijn opgekomen omtrent de omstandigheden waaronder een buitenlandse pensioenregeling naar aard en strekking overeenkomt met een Nederlandse pensioenregeling. Hoewel we waarderen dat het ministerie van Financiën hierop is ingegaan, is naar onze mening de vergelijking van buitenlandse pensioenlichamen met Nederlandse, vrijgestelde pensioenlichamen op onjuiste criteria gemaakt. Gegeven het doel van de belastingvrijstellingen en de opvattingen die binnen de EU en de OECD over erkenning van buitenlandse pensioeninstellingen/-regelingen bestaan, zou de vergelijking moeten worden gemaakt vanuit de gedachte dat buitenlandse pensioenlichamen pensioenregelingen uitvoeren die in eigen land kwalificeren en gangbaar zijn onder de aldaar geldende pensioen- en arbeidswetgeving. Buitenlandse pensioenregelingen moeten worden gerespecteerd. Dat zou ook consistent zijn met de criteria die worden toegepast bij de Nederlandse loonbelastingdoeleinden.

Het beleidsbesluit is een uitleg van het ministerie van Financiën van art. 5 Wet op de vennootschapsbelasting. Deze wetsbepaling over de belastingvrijstelling is niet veranderd. Gezien de uitvoeringspraktijk die tot het besluit werd gehanteerd om de vrijstelling deelachtig te worden, bevreemden deze strikte voorwaarden daarom. Bovendien moet de (uitleg van de) Nederlandse belastingwetgeving in overeenstemming zijn met de fundamentele verdragsvrijheden van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Ervan uitgaande dat een of meer van de voorwaarden van het besluit mag worden beschouwd als een beperking van de fundamentele vrijheden, verwachten we dat EU-pensioenlichamen van wie de belastingvrijstellingen zijn geweigerd, hun zaak aan het Hof van Justitie EU zullen voorleggen om de weigering te laten beoordelen. Overigens mogen ook buiten de EU gevestigde pensioenlichamen die aandelen houden in Nederland gevestigde vennootschappen beroep doen op de bescherming van het EU-recht voor wat betreft hun dividendbelastingpositie bij dividenduitkeringen.

De overgangsmaatregel lijkt willekeurig te zijn gezien het feit dat art. 5 Wet op de vennootschapsbelasting niet is veranderd. Deze maatregel kan door pensioenlichamen als oneerlijk worden beschouwd die geen tax ruling hebben afgesloten, maar wel hebben vertrouwd op de uitleg van de Wet zelf. Bovendien houdt de overgangsmaatregel geen rekening met het feit dat juist een investering in Nederlands onroerend goed een investeringshorizon heeft die doorgaans ver achter het jaar 2020 ligt.

Volgende stappen

In Nederland gevestigde, vrijgestelde pensioenlichamen die buitenlandse pensioenregelingen uitvoeren en buitenlandse pensioenlichamen met bronnen van inkomen in Nederland, doen er goed aan om te beoordelen of zij voldoen aan de voorwaarden van het beleidsbesluit. Ook kunnen zij het dialoog aangaan met de Nederlandse fiscus om uit te vinden of hun eigen standpunt toch juist is. Zou de Nederlandse fiscus tot het oordeel komen dat het pensioenlichaam niet in aanmerking komt voor de belastingvrijstellingen, dan zou het lichaam verdere stappen kunnen overwegen zoals een klacht indienen bij de Europese Commissie of een proces opstarten tegen een belastingaanslag of tegen een beschikking waarbij de belastingvrijstellingen worden geweigerd.

Contact

Als u de mogelijke impact van dit beleidsbesluit voor uw specifieke geval wilt bespreken, neem dan contact op met uw PwC-adviseur of met Jeroen Elink Schuurman (Tel: +31 (0)88 792 64 28) of met Joep Bertrams (Tel: +31 (0)88 792 72 95).

Bron: Belastingdienst, 14-12-2017, nr. 2017-224004 (gepubliceerd 12-1-2018).

Contact

Jeroen Elink Schuurman
Partner, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)88 792 64 28
E-mailadres

Volg ons