21/04/26
Het ministerie van Financiën is op 16 april 2026 een internetconsultatie gestart met daarin aanvullende maatregelen tegen dividendstripping. Bij dividendstripping gaat het soms om fraude, waarbij dividendbelasting dubbel wordt teruggevraagd of verrekend. Dit is vanzelfsprekend verboden. In andere gevallen gaat het om belastingplanning, waarbij dividendbelasting wordt teruggevraagd of verrekend door een partij die economisch gezien geen belang heeft bij het dividend zelf. Dit laatste wordt als onwenselijk beschouwd. In 2024 zijn al maatregelen ingegaan om dividendstripping effectiever aan te pakken.
Hierna lees je meer over dividendstripping en de aanvullende maatregelen die worden overwogen.
De term ‘dividendstripping’ doelt soms op fraude, waarbij dividendbelasting dubbel wordt teruggevraagd of verrekend. Dat was altijd al verboden. In andere gevallen gaat het om onwenselijke belastingplanning waarbij dividendbelasting wordt teruggevraagd of verrekend door een partij die economisch gezien geen belang heeft bij het dividend zelf.
Bij deze vorm van dividendstripping worden de juridische eigendom van aandelen en het economische belang bij die aandelen gesplitst om op die manier een belastingvoordeel te behalen. Het gaat om transacties waarbij een partij (tijdelijk) juridisch gerechtigd wordt gemaakt tot dividenden, met als doel het verminderen of verrekenen van dividendbelasting.
De juridische eigendom van de aandelen (dat wil zeggen de eigendom op basis van het civiele recht) wordt tijdelijk overgedragen aan een ander, terwijl het economische belang achterblijft bij de oorspronkelijke, vaak buitenlandse, aandeelhouder. De reden waarom een dergelijke overdracht plaatsvindt, is dat degene bij wie het economische belang achterblijft, geen (of minder) recht op vermindering of verrekening van dividendbelasting heeft, terwijl degene aan wie de juridische eigendom wordt overgedragen dat recht wel heeft. Dividendstripping onderscheidt zich van ‘normale’ effectentransacties waarbij de juridische eigendom van, en het economische belang bij, effecten gezamenlijk worden overgedragen.
Er worden twee generieke maatregelen gepresenteerd, namelijk de nettorendementbenadering en de zogenoemde Duits-Oostenrijkse maatregel. Daarnaast zijn er twee specifieke maatregelen: een gericht op pensioenfondsen en een gericht op situaties waarin dividendstripping-elementen over een groep worden verspreid. Na deze internetconsultatie worden de maatregelen opnieuw gewogen en wordt besloten of en zo ja welke maatregel(en) nader wordt (worden) uitgewerkt en opgenomen in een wetsvoorstel.
Deze maatregel richt zich op aandelen die verhandeld worden op de beurs en toetst het nettorendement op een dividend bij de ontvanger om te bepalen of dit ook de economisch gerechtigde is.Op grond van de maatregel is verrekening, vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting niet mogelijk als:
De dividendstrippingmaatregelen van Duitsland en Oostenrijk zijn met elkaar vergelijkbaar. De Duits-Oostenrijkse maatregel bepaalt dat de belastingplichtige voor een tegemoetkoming in de dividendbelasting rondom de registratiedatum ten minste 45 dagen economisch risico moet lopen met betrekking tot de aandelen (inclusief registratiedatum dus ten minste 46 dagen in totaal).
De maatregel ontzegt het recht op verrekening, vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting als de belastingplichtige niet gedurende een minimumperiode voldoende economisch belang heeft bij beursaandelen. Gedurende die periode moet een waardedaling van de aandelen of winstbewijzen de belastingplichtige hoofdzakelijk (voor minimaal 70%) aangaan. Ook hier geldt een doelmatigheidsdrempel van 20.000 tot 100.000 euro (bedrag nader te bepalen). Om deze maatregel te kunnen toepassen, moet de inspecteur aannemelijk maken dat een dividend is toe te rekenen aan een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van ingelegde pensioengelden.
Pensioenfondsen (en sommige andere organisaties) zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Voor hen bestaat de mogelijkheid dividendbelasting terug te vragen of een inhoudingsvrijstelling toe te passen. De maatregel ontzegt een vrijstelling of teruggaaf van dividendbelasting als een dividend is toe te rekenen aan een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van de ingelegde pensioengelden. Ook hier geldt een doelmatigheidsdrempel van 20.000 tot 100.000 euro (bedrag nader te bepalen). Om deze maatregel te kunnen toepassen, moet de inspecteur aannemelijk maken dat een dividend is toe te rekenen aan een bedrijfsmatige activiteit anders dan het beleggen van ingelegde pensioengelden.
Deze maatregel verduidelijkt wat wordt bedoeld met “samenstel van transacties”, zoals al is geadresseerd in de nieuwe dividendstrippingregels van 2024. Het gaat tegen dat elementen van dividendstripping zo worden opgeknipt dat de bestaande maatregelen niet van toepassing lijken te zijn.
Van 16 april tot 28 mei 2026 zijn de voorgestelde maatregelen in consultatie. De maatregel(en) die na einde van de consultatie het meest geschikte lijkt zal worden uitgewerkt in een wetsvoorstel.
Als een uiteindelijk wetsvoorstel door het parlement wordt aangenomen, zullen waarschijnlijk stringente(re) voorwaarden gaan gelden voor de verrekening, teruggaaf of vermindering van dividendbelasting indien jouw organisatie of onderneming dividenden ontvangt. Mocht jouw organisatie worden geraakt door deze maatregelen, dan kan het interessant zijn om input te geven op de consultatie.