Steunpakket voor toenemende energiekosten

20/04/26

Het kabinet heeft een fiscaal steunpakket van een kleine 1 miljard euro gepresenteerd. Dit bestaat uit 627 miljoen euro aan uitgavenmaatregelen en 300 miljoen euro aan lastenmaatregelen in 2026. Het pakket is bedoeld om de economische gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten en de verstoringen op de energiemarkten te verzachten voor bedrijven, automobilisten en andere burgers.

Onderdeel van dit pakket is een verhoging van de onbelaste reiskostenvergoeding van 23 naar 25 eurocent per kilometer, een tijdelijke lastenverlichting voor ondernemers met bestelauto (grijze kentekens) via een halvering van de motorrijtuigenbelasting, en gerichte energiemaatregelen voor kwetsbare huishoudens, waaronder extra middelen voor het energienoodfonds en woningisolatie. Daarnaast wordt een aantal geplande verduurzamingssubsidies voor bedrijven eerder beschikbaar. Een algemene verlaging van de brandstofaccijnzen en het faciliteren van openbaar vervoer maken geen deel uit van het pakket.

Wat betekent dit voor jou en jouw organisatie?

Het steunpakket bevat maatregelen die relevant zijn voor organisaties en ondernemingen die worden geraakt door stijgende energie- en mobiliteitskosten, waaronder.

  • werkgevers met woon-werkverkeer en zakelijke mobiliteit,
  • ondernemers met bestelauto’s,
  • huishoudens met hoge energielasten,
  • bedrijven die investeren in verduurzaming.

Impact en financiële gevolgen van de (energie)prijsstijgingen voor jouw bedrijf

Over de impact en de financiële gevolgen voor bedrijven is met het PwC Energy Price Impact Model (EPIM) in kaart gebracht wie het hardst wordt geraakt én wat je daar nu al aan kunt doen, zie daarover ons artikel ‘Hoge energieprijzen vragen om gerichte actie van bedrijven en overheid’. In dit artikel staan ook aanbevelingen waar bedrijven nu mee aan de slag kunnen. Daarnaast bevat het artikel aanbevelingen voor de politiek. 

Steunmaatregelen

De maatregelen kennen drie beleidskaders:

  • koopkracht van huishoudens en veerkracht van bedrijven,
  • leveringszekerheid inzake het aanbod van energie,
  • weerbaarheid met betrekking tot de vraag naar energie.

Deze drie beleidskaders worden in samenhang bezien. Dit moet ertoe leiden dat op korte termijn economische schokken op kunnen worden gevangen, en Nederland op lange termijn beter bestand is tegen volatiele energieprijzen met brede doorwerking in de economie.

Een algemene verlaging van de brandstofaccijnzen maakt bewust geen deel uit van het pakket. Het kabinet wil voorkomen dat brede prijsverlagingen de vraag opstuwen en de schaarste vergroten. In plaats daarvan is gekozen voor gerichte maatregelen die specifieke groepen ondersteunen.

Tegelijk houdt het kabinet rekening met verdere verslechtering en werkt in dit verband met een Landelijk Crisisplan Olie. Door verstoringen in de aanvoer van kerosine en diesel is per 20 april 2026 opgeschaald naar fase 1 van het Landelijk Crisisplan Olie. Wanneer de situatie verslechtert, zijn er scenario’s met extra maatregelen, zoals breder koopkrachtbeleid en gerichte steun om faillissementen te voorkomen. Het huidige pakket is dus een eerste, gerichte stap, met ruimte om op te schalen.

Hierna lichten we de maatregelen van het steunmaatregelenpakket toe in meer detail.

Onbelaste reiskostenvergoeding

De maximale onbelaste reiskostenvergoeding gaat met terugwerkende kracht voor heel 2026 en verder omhoog van 23 naar 25 eurocent per kilometer. Werkgevers kunnen deze hogere vergoeding onbelast toepassen voor woon-werverkeer en zakelijke kilometers. Het kabinet roept werkgevers op om van deze fiscale faciliteit gebruik te maken en gaat hierover in overleg met de sociale partners, zodat deze ruimte structureel in cao's benut kan worden.

Voor Caribisch Nederland gaat de maximale onbelaste kilometervergoeding voor woon-werkverkeer omhoog met 2 dollarcent naar 22 dollarcent per kilometer.

Verlaging motorrijtuigbelasting (MRB) voor ondernemers met bestelauto’s

Voor ondernemers met een bestelauto op grijs kenteken wordt de motorrijtuigenbelasting per 1 juli 2026 tijdelijk met 50 procent verlaagd tot en met december 2026. Deze maatregel is bedoeld om met name kleinere ondernemers te ondersteunen die niet altijd voordeel hebben van de hogere onbelaste reiskostenvergoeding.

Verlaging motorrijtuigenbelasting (MRB) voor vrachtauto’s naar nihil

Voor dezelfde periode, 1 juli tot en met 31 december 2026, gaat de MRB voor vrachtauto's omlaag naar het nihiltarief. Daarnaast gaat het kabinet in gesprek met de transportsector over tijdelijk maatwerk binnen de vrachtwagenheffing, onder andere om de sector over te laten gaan op meer elektrisch rijden.

Verhoging energie-investeringsaftrek (EIA)

Bedrijven krijgen extra ondersteuning bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen door de verhoging van het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) van 40 procent naar 45,5 procent per 1 januari 2027. Daarmee wordt het voor ondernemers aantrekkelijker om investeringen te doen in energiebesparende maatregelen of duurzame energie.

Verduurzamingssubsidies voor bedrijven

Er komt extra ondersteuning voor het midden-kleinbedrijf (MKB) bij het nemen van energiebesparende maatregelen.

De garantie ondernemersfinanciering (GO) wordt per 1 juli 2026 verlengd met 5 jaar en het borgstellingsdeel van het Borgstellingskrediet MKB (BMKB) wordt verhoogd voor 1 jaar, voor de veerkracht van bedrijven. Deze aanpassingen zijn bedoeld om eraan bij te dragen dat levensvatbare bedrijven over voldoende financiering kunnen beschikken.

Subsidie voor particuliere aanschaf elektrische auto’s

Het particuliere wagenpark wordt sneller geëlektrificeerd doordat de inruilregeling brandstofauto’s al eind 2026 opengaat. Deze regeling is bedoeld voor huishoudens met lagere (midden)inkomens om een oude, fossiele auto (emissieklasse 1 t/m 4) te laten slopen en gesubsidieerd een elektrische tweedehandsauto aan te schaffen.

Energiemaatregelen voor kwetsbare huishoudens

Particulieren worden geholpen met energiebesparing door meer ruimte voor leningen uit het Warmtefonds en snelle inzet van energiefixers, verhoging van verduurzamingssubsidies voor VVE’s en door ondersteuning bij verduurzaming in de kwetsbaarste wijken middels extra middelen voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).

Voor de meest kwetsbare huishoudens met een hoge energierekening bereidt het kabinet een noodfonds energie voor, en reserveert daar 195 miljoen euro voor. Of een huishouden in aanmerking komt, zal dan worden vastgesteld aan de hand van inkomen en hoogte van de energierekening.

Dekking van de maatregelen

Voor de dekking aan de inkomstenkant wordt gekeken naar maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van het belastingstelsel. Hierna volgt een toelichting per dekkende maatregel.

Startersaftrek

De startersaftrek wordt vanaf volgend jaar afgeschaft. Uit de beleidsevaluatie blijkt dat deze regeling niet doeltreffend is om ondernemerschap te stimuleren en gepaard gaat met relatief hoge uitvoeringskosten.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)

De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is beoordeeld als beperkt doeltreffend en doelmatig en wordt versoberd. Het maximale investeringsbedrag waarvoor KIA kan worden geclaimd zal worden verlaagd. Het kabinet is voornemens om ook te kijken hoe de regeling kan worden hervormd. Daarbij betrekt het kabinet de structurele middelen van het versoberen van de KIA bij effectievere inzet om meer investeringen los te maken en zo onze economie te versterken.

Accijns op alcohol

Ten slotte wordt binnen de accijns op alcoholhoudende dranken een indexatiesystematiek geïntroduceerd.

Ontwikkelingen EU

Ook de Europese Commissie werkt op dit moment aan wetgeving om de impact van hoge energieprijzen te verzachten. Naar verwachting zal hierover in mei 2026 meer duidelijk worden, dan heeft de Europese Commissie concrete voorstellen aangekondigd. Denk daarbij aan verschillende steun- en verzachtingsmaatregelen die nationaal moeten worden geïmplementeerd en die uiteraard ook moeten worden gefinancierd.

In dit kader wordt het belasten van “overwinst” van energiebedrijven - net als in 2022 - genoemd als optie. De maatregelen die in 2022 werden genomen om overwinsten af te romen, volgden voor een groot deel ook direct uit Europese verordeningen. Het ging in Nederland om de Solidariteitsbijdrage (c.q. EU Verordening 2022/1854) en de inframarginale heffing. Daarnaast werd als aanvullende nationale maatregel tijdelijk de cijns in de Mijnbouwwet verhoogd. De cijns is een aparte heffing onder de Mijnbouwwet die wordt geheven over de omzet die met de winning van olie en gas wordt gemaakt.

Alle drie deze maatregelen leiden in zowel Nederland als daarbuiten tot veel juridische procedures. Het betreft verschillende arbitrageprocedures, nationaalrechtelijke procedures (bezwaar/beroep belastingaanslag) en procedures tegen de verordening direct bij het Hof van Justitie van de EU. Bij de introductie in 2022 hadden wij al een aantal belangrijke knelpunten gesignaleerd: ' Tijdelijk plafond marktinkomsten elektriciteits-producenten'.

Deze procedures onderstrepen het belang dat maatregelen zowel Europees als nationaal een stevigere juridische basis krijgen dan in 2022. Het kabinet geeft overigens aan inhoudelijk niet op deze zaken in te kunnen gaan, omdat ze nog in behandeling zijn. Belangrijk om te realiseren dat er nu meer tijd en ruimte is voor een verfijndere, politiek afgewogen invulling van maatregelen dan bij de abrupte invoering van de noodmaatregelen in 2022.

Knelpunten vormgeving belasting van ‘overwinst’

De Kamer heeft eerder een tweetal moties aangenomen, waarin wordt verzocht om te onderzoeken of en hoe (olie-)bedrijven die mogelijke overwinsten boeken dankzij de stijgende energieprijzen, kunnen bijdragen aan het dempen van de effecten van stijgende prijzen of aan tijdelijk gerichte steun aan kwetsbare huishoudens. Het invoeren van een extra heffing op eventuele hogere winsten naast de vennootschapsbelasting vindt het kabinet (vooralsnog) onwenselijk. Daarnaast geeft het kabinet aan dat het niet eenvoudig is om vast te stellen wat ‘overwinst’ zou zijn, er is daar geen standaard criterium voor beschikbaar.

Wordt overwinst gedefinieerd als winst boven 120% van de gemiddelde winst van eerdere jaren, dan moet worden bepaald wat ‘reguliere’ winstgevende jaren waren en is compensatie voor incidentele opbrengsten op zijn plaats. Een andere optie is een meer stabiele, objectieve maatstaf zoals een winstpercentage over geïnvesteerd vermogen. Wordt de heffing deze keer alleen gericht op “overwinst” op fossiel opgewekte energie (olie, gas, kolen) of juist elektriciteitsopwekking met lage marginale kosten (zon, wind, water, zoals ook bij de inframarginiale heffing)? Gedurende welke periode is er sprake van ‘exceptional circumstances’ die verder gaande heffingen rechtvaardigen?

Naast complexiteit in de definitie van overwinst, zijn knelpunten het bepalen van de exacte reikwijdte van een aanvullende belasting, wie belastingplichtig zijn en de looptijd.

Het kabinet heeft voor een aantal producten en diensten aangegeven of het daarbij reden ziet om overwinsten te belasten.

Gas: Vanwege de relatief beperkte stijging van de aardgasprijs ziet het kabinet op dit moment geen reden om te veronderstellen dat er sprake is van overwinst op de gasmarkt.

Olie: Voor de oliemarkt heeft het kabinet indicaties dat de opbrengsten bij oliewinning en raffinage zijn toegenomen als gevolg van de recente prijsstijgingen. Hoe de kosten zich hebben ontwikkeld, is op dit moment onbekend. Voor een belangrijk deel worden eventuele extra winsten in het buitenland gematerialiseerd, gezien in Nederland bijna geen olie wordt gewonnen.

Raffinage: Voor de Nederlandse raffinaderijen is het op dit moment nog te vroeg om te kunnen stellen dat er extra winsten worden gemaakt. Eventuele gestegen winsten bij Nederlandse raffinaderijen leiden bovendien – voor zover in een betalende positie – al tot een stijging van de inkomsten uit de vennootschapsbelasting.

Tankstations: Het kabinet verwacht op dit moment niet dat er extra winsten worden gemaakt aan het eind van de brandstofketen, zoals bij tankstations.

Contact us

Pjotr Anthoni

Pjotr Anthoni

Senior Tax Manager Knowledge Centre, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 091 73 45

Mariska van der Maas

Mariska van der Maas

Director Knowledge Centre Tax, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 422 10 29

Volg ons