22/12/25
Op 11 december 2025 heeft het Hof van Justitie van de EU (HvJ EU) antwoord gegeven op de vraag hoe moet worden beoordeeld of een werknemer die in meerdere landen werkt een ‘substantieel gedeelte’ van zijn werkzaamheden verricht in zijn woonstaat. Centraal stond daarbij of ook werkzaamheden die buiten de EU, EER en Zwitserland worden verricht, moeten worden meegenomen bij deze beoordeling. Het antwoord is relevant voor werkgevers met werknemers die een internationaal werkpatroon hebben, met name wanneer de werkzaamheden deels in derde landen plaatsvinden.
Een in Duitsland wonende werknemer heeft een dienstverband bij een Zwitserse werkgever. Per kwartaal werkt hij ongeveer 10,5 dagen in Duitsland, 10,5 dagen in Zwitserland en de rest van de tijd in landen buiten de EU, EER en Zwitserland (deze landen worden ‘derde landen’ genoemd). Zijn maandsalaris verandert niet naargelang het land waarin hij de werkzaamheden verrichtte. Hierdoor is de arbeidstijd bepalend voor de beoordeling van het toepasselijke socialezekerheidsstelsel.
De Duitse socialezekerheidsautoriteit liet de werkzaamheden in derde landen buiten beschouwing. Door uitsluitend te kijken naar de werkzaamheden in Duitsland en Zwitserland, kwam zij tot de conclusie dat de werknemer 50 procent van zijn arbeidstijd in Duitsland werkte. Op die basis werd de Duitse socialezekerheidswetgeving van toepassing geacht.
De rechter in eerste aanleg oordeelde echter dat alle werkzaamheden in loondienst, inclusief die in derde landen, moeten worden betrokken bij de beoordeling. Wanneer ook deze werkzaamheden worden meegeteld, bedraagt het aandeel van Duitsland slechts circa 16 procent van totale arbeidstijd.
Voor werknemers die in meerdere landen werken, geldt als uitganspunt dat zij sociaal verzekerd zijn in hun woonland als daar een substantieel gedeelte (25%) van hun werkzaamheden wordt verricht. Wordt deze drempel niet gehaald, dan verschuift de sociale zekerheid in beginsel naar het land waar de werkgever is gevestigd, mits sprake is van één werkgever.
Of er sprake is van een substantieel gedeelte, wordt uitsluitend beoordeeld aan de hand van objectieve, en kwantitatieve criteria. Hier wordt gekeken naar de arbeidstijd die in de woonstaat wordt verricht en/of de bezoldiging die aan die werkzaamheden kan worden toegerekend. Een aandeel van minder dan 25 procent geldt daarbij als indicatie dat geen substantieel gedeelte van de werkzaamheden in de woonstaat wordt verricht.
Het Hof heeft in een eerdere uitspraak al benadrukt dat deze beoordeling strikt en beperkt moet blijven. Omstandigheden zoals woonplaats, de vestigingsplaats en organisatorische factoren of praktische banden met een land mogen geen rol spelen bij deze toets. Ook heeft het Hof verduidelijkt dat de beoordeling vooruitkijkend plaatsvindt, op basis van de verwachte werkzaamheden in de komende twaalf maanden, en niet op basis van historische werkpatronen.
Het HvJ EU geeft aan dat bij de beoordeling of sprake is van een substantieel gedeelte van de werkzaamheden in de woonstaat, alle werkzaamheden van de werknemer in aanmerking moeten worden genomen, inclusief werkzaamheden die in derde landen worden verricht.
De tekst van de toepassingsverordening spreekt over “alle werkzaamheden” en eerdere rechtspraak ondersteunt deze brede benadering.
In de voorliggende casus betekent dit dat het aandeel van de werkzaamheden in Duitsland (circa 16%) geen substantieel gedeelte vormt. Omdat de werknemer in dienst is bij één werkgever die in Zwitserland is gevestigd, leidt dit ertoe dat de Zwitserse socialezekerheidswetgeving van toepassing is.
Voor werkgevers is het belangrijk om het werkpatroon van hun medewerkers nauwkeurig te monitoren. Alleen wanneer je precies weet waar je werknemers werken, kun je bepalen in welk land ze sociaal verzekerd zijn en aan welke verplichtingen je als werkgever moet voldoen. Hiervoor is het niet alleen van belang om de werkdagen in het woonland en het land van de werkgever in kaart te brengen, maar ook de werkzaamheden in andere landen inclusief derde landen. Door proactief te monitoren en alle relevante arbeidsdagen te registreren, voorkom je onduidelijkheid en mogelijke risico’s. Zo zorg je ervoor dat je altijd compliant bent en je werknemers correct en tijdig zijn verzekerd.