25/11/25
De OESO heeft haar update van 2025 van het OESO-modelbelastingverdrag ('Model Tax Convention' of 'MTC') en het bijbehorende commentaar uitgebracht. Deze update weerspiegelt recente ontwikkelingen in internationale belastingheffing en biedt verbeterde richtlijnen over de interpretatie en toepassing van belastingverdragen. Een van de belangrijkste wijzigingen is het herziene commentaar op het artikel over vaste inrichtingen (vi's). De nieuwe richtlijn heeft als doel onzekerheden te verduidelijken over hoe de vaste inrichting moet worden geïnterpreteerd in situaties met grensoverschrijdend werken.
Als een onderneming een vi in een ander land heeft, heeft dit gevolgen voor de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting in die beide landen. Ook kan een vaste inrichting loonbelastingverplichtingen in dat buitenland met zich brengen, en kan het de inkomstenbelasting van de werknemer beïnvloeden. De vraag of een buitenlandse werkplek van een werknemer een vaste inrichting vormt, kan dus op meerdere vlakken fiscale gevolgen hebben.
Het bijgewerkte commentaar kan nieuwe inzichten bieden in de fiscale gevolgen van grensoverschrijdend werken op afstand, hoewel de praktische impact zal afhangen van de betrokken rechtsgebieden. Dit is vooral relevant in gevallen waarin werknemers langere periodes of meerdere dagen per week vanuit het buitenland werken. Organisaties zouden daarom hun thuiswerkregelingen moeten heroverwegen om te bepalen of deze onder de bijgewerkte richtlijnen kunnen leiden tot een vaste inrichtingsrisico voor de onderneming, met name voor werknemers die meer dan 50% van hun werktijd thuis of op een andere locatie in het buitenland doorbrengen en van wie de aanwezigheid in het buitenland een commercieel doel voor de onderneming dient.
De meest ingrijpende wijzigingen in de update van 2025 van de MTC betreffen het commentaar op artikel 5, dat de definitie van een vi behandelt - een vaste bedrijfsruimte van een onderneming van een verdragsstaat in de andere verdragsstaat. Het bijgewerkte commentaar richt zich specifiek op situaties waarin werknemers op afstand werken vanaf locaties die normaal gesproken niet onder controle van de werkgever vallen, zoals het huis of vakantiehuis van een werknemer.
De herzieningen kunnen deels worden gezien als wijzigingen en deels als verduidelijkingen. Eerder hechtte het commentaar veel waarde aan de vraag of de werkgever expliciet of impliciet vereiste dat de werknemer thuis werkte bij het bepalen of een thuiskantoor als een vi van de onderneming in aanmerking komt. In de praktijk zorgde het begrip 'impliciete vereiste' voor onzekerheid en leidde het tot verschillende interpretaties tussen belastingautoriteiten. In het bijgewerkte commentaar is het werkgeversvereiste - expliciet of impliciet - niet langer opgenomen.
Een andere belangrijke (en logische) ontwikkeling is dat de nieuwe richtlijnen niet langer slechts zien op het huis van de werknemer. Het geldt ook voor andere locaties die voor werk worden gebruikt, zoals een gehuurde plek in een gebouw met flexibele kantoorruimte of elke andere plek waar werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.
Een belangrijk onderwerp dat wordt behandeld is in welke mate de plek als ‘vast’ moet worden gezien. Als een werknemer minder dan 50% van zijn werktijd vanuit huis (of een andere relevante plaats) werkt gedurende een periode van twaalf maanden die begint of eindigt in een fiscaal boekjaar, wordt die plek doorgaans niet geacht een vaste inrichting te vormen. Als de drempel van 50% wordt overschreden, hangt de bepaling af van de specifieke feiten en omstandigheden.
In dit opzicht legt de bijgewerkte commentaar meer nadruk op de commerciële redenen van thuiswerken. Het bevat een lijst met voorbeelden waarbij aanwezigheid in het buitenland een commercieel doel dient voor de onderneming, waarvan de meeste betrekking hebben op activiteiten die naar buiten gericht zijn. Een voorbeeld hiervan betreft echter interacties met het eigen personeel van de onderneming of met personeel van verbonden ondernemingen.
Hoewel de wijzigingen in het commentaar op Artikel 5 meer duidelijkheid en een meer samenhangend beoordelingskader lijken te bieden, zou hun directe praktische waarde nog steeds beperkt kunnen zijn.
Ten eerste stelt het commentaar expliciet dat de herziene overwegingen "relevant, maar niet uitputtend" zijn om te bepalen of een woning of andere locatie een vi vormt. Andere factoren kunnen nog steeds worden meegenomen, hoewel - gezien de verwijzing naar de "prominente overweging" van commerciële redenen - deze aanvullende factoren mogelijk minder gewicht hebben.
Ten tweede zijn de meeste bestaande belastingverdragen gebaseerd op eerdere versies van de MTC en het commentaar, vaak zelfs van vóór de vorige update. Dit roept vragen op in hoeverre verdragen dynamisch geïnterpreteerd moeten worden, en of de nieuwe richtlijnen als verduidelijking of als inhoudelijke wijziging moeten worden gezien. Hoewel het onderliggende concept van een vaste inrichting voor op afstand werken misschien niet fundamenteel is veranderd, is de nadruk dat zeker wel.
Al met al zijn de wijzigingen nuttig om een beter werkbaar en geschikter kader te bieden voor de praktijk van op afstand werken die de afgelopen jaren is geëvolueerd. Ze lossen echter zeker niet alle discussies over het bestaan van een vaste inrichting bij afstandwerken op.
Related Content
Grondslagverbreding belastingheffing lucratief belang
Het voorstel om vanaf 1 januari 2026 lucratief belang inkomen in box 2 zwaarder te belasten tot maximaal 36% is uitgesteld tot 1 januari 2028.
Fraus legis en renteaftrek: Hoge Raad geeft duidelijkheid
De Hoge Raad beslist dat, ondanks een geslaagd beroep op de tegenbewijsregeling van art. 10a Vpb, de rente niet aftrekbaar is omdat sprake is van fraus legis.
Belastingplan 2026
Belastingplan 2026. Wat kunt u verwachten? Bekijk het overzicht van de belangrijkste verwachte fiscale maatregelen.
Hoge Raad oordeelt over dynamische verdragsinterpretatie
In een arrest inzake het wel of niet aanwezig zijn van een Duitse werkgever, oordeelt de Hoge Raad over de dynamische verdragsinterpretatie.