03/02/26
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 december 2025 vier uitspraken gedaan, waarin is geoordeeld dat de dienstverlening door een hospice aan een cliënt moet worden beschouwd als één dienst die belast is tegen 21% btw. De btw-vrijstellingen voor gezondheidszorg en verhuur en het verlaagde btw-tarief voor eten en drinken of kortdurende verhuur zijn allemaal niet van toepassing. Voor het hospice is van belang dat door deze uitspraak een volledig recht op aftrek van voorbelasting ontstaat op gemaakte kosten.
In de afgelopen jaren is regelmatig door hospices geprocedeerd over de btw-kwalificatie van hun werkzaamheden. Sommige hospices beriepen zich daarbij op toepassing van een btw-vrijstelling, andere hospices beriepen zich juist op btw-heffing en daarmee aftrek van voorbelasting op gemaakte kosten. Door de uitspraken van het Gerechtshof ontstaat nu duidelijkheid dat hospicezorg in veel gevallen belast zal zijn met btw en hospices de btw op kosten in aftrek kunnen brengen. Dat neemt niet weg dat denkbaar is dat hospices in een andere feitelijke situatie zitten dan de hospices uit deze procedure en dus ook de btw-kwalificatie anders kan zijn. Een beoordeling van de vergelijkbaarheid van de feiten en omstandigheden zal dus altijd nog noodzakelijk zijn.
In alle gevoerde procedures bestond de dienstverlening vanuit het hospice aan de cliënt uit de volgende onderdelen:
De medische zorg die een cliënt nodig heeft wordt niet door het hospice verzorgd, maar door een zorginstelling.
In geschil was of de prestaties van een hospice voor btw-doeleinden afzonderlijk of gezamenlijk moeten worden gekwalificeerd, of er een btw-vrijstelling van toepassing is op deze prestaties en, als dat niet het geval is, of een verlaagd btw-tarief van toepassing is op deze prestaties.
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt uiteindelijk dat de verschillende prestaties die het hospice verricht gezamenlijk moeten worden gekwalificeerd en belast zijn tegen het algemene btw-tarief van 21%. Het gevolg daarvan is dat het hospice weliswaar btw verschuldigd is over de verrichte diensten, maar btw in aftrek kan brengen op de gemaakte kosten. Voor hospices waarvan de kosten de cliëntgebonden opbrengsten overstijgen kan dit een fors financieel voordeel opleveren.
Een vraag die het Gerechtshof om procesmatige reden naast zich neerlegt is de vraag of de subsidie die een hospice ontvangt van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport belast is met btw. Gezien de invloed die deze vraag nog kan hebben op het uiteindelijke btw-positie en het financiële belang is het jammer dat het Gerechtshof deze vraag niet in behandeling heeft genomen. In de uiteindelijke beoordeling van het financiële belang van uw situatie is het daarom raadzaam om de invloed van de subsidies wel mee te wegen.
Wij adviseren om de btw-kwalificatie van de door u aangeboden hospicezorg (of eventuele vergelijkbare samengestelde prestaties) te beoordelen aan de hand van de feitelijke situatie. Deze uitspraak geeft daarbij handvatten maar de uitkomst blijft sterk afhankelijk van de individuele samenstelling van aangeboden prestaties. Neem contact op met uw vaste PwC-adviseur als u hierbij ondersteuning wenst.
Het categorisch uitsluiten van diensten van de koepelvrijstelling is volgens het HvJ EU in strijd met de Btw-richtlijn.
Het doorbelasten van verzekeringspremies aan een MSB is definitief vrijgesteld van btw nu de proefprocedure is afgerond.
De Hoge Raad wil weten of de btw-vrijstelling voor intramurale zorg van toepassing is per entiteit of op een fiscale eenheid