HvJ EU: algemene diensten kunnen delen in de koepelvrijstelling

26/01/26

Het Hof van Justitie van de EU ("HvJ EU") heeft op 22 januari 2026 in de gevoegde zaken C-379/24 (ANS) en C-380/24 (Educat) beslist dat lidstaten algemene diensten niet categorisch mogen uitsluiten van de koepelvrijstelling. Het uitgangspunt is dat een door een samenwerkingsverband verrichte dienst btw‑vrijgesteld kan zijn indien die dienst direct nodig is voor de btw‑vrijgestelde activiteiten van de leden, ook als de aard van de dienst niet exclusief aan die activiteit is verbonden. Het HvJ EU verwerpt bovendien een veronderstelde verstoring van de mededinging enkel vanwege het “algemene karakter” van de dienst.

Achtergrond

De gevoegde zaken betroffen Spaanse samenwerkingsverbanden die schoonmaakdiensten verrichten aan hun leden in de zorg- en onderwijssector. De Spaanse belastingdienst weigerde de koepelvrijstelling toe te passen omdat de diensten niet uitsluitend samenhingen met de btw‑vrijgestelde hoofdactiviteiten en deels waren uitbesteed. De verwijzende rechter stelde twee prejudiciële vragen aan het HvJ EU, namelijk (1) of de koepelvrijstelling ook geldt voor algemene diensten die ook in andere sectoren kunnen worden ingezet en (2) hoe het mededingingscriterium moet worden toegepast.



Oordeel van het HvJ EU

Op de eerste vraag beslist het HvJ EU dat toepassing van de koepelvrijstelling (zoals in art. 132(1)(f) Btw‑richtlijn) niet vereist dat de betrokken diensten zodanig specifiek zijn dat ze onontbeerlijk zijn voor een btw‑vrijgestelde handeling. Voldoende is dat de diensten direct nodig zijn voor de uitoefening van de btw‑vrijgestelde activiteit van de leden. Het algemene karakter van bijvoorbeeld schoonmaakdiensten staat niet in de weg aan toepassing van de koepelvrijstelling, met name in sectoren met strengere hygiëne-eisen zoals de zorg en het onderwijs. Het HvJ EU stuurt aan op een functionele benadering waarin het erom gaat of de dienst direct nodig is voor de btw‑vrijgestelde activiteit, niet of zij exclusief of specifiek is aan de btw-vrijgestelde hoofdactiviteit.

Op de tweede vraag beslist het HvJ EU dat lidstaten het mededingingscriterium niet mogen invullen met een wettelijk vastgelegd onweerlegbaar vermoeden dat algemene diensten per definitie tot verstoring van mededinging leiden. Het HvJ EU benadrukt dat nationale voorwaarden de inhoud en reikwijdte van de vrijstelling niet mogen uithollen. Lidstaten mogen maatregelen treffen om misbruik te bestrijden, maar niet op basis van een dergelijke algemene veronderstelling of uitsluiting.

 

Koepelvrijstelling in de Nederlandse praktijk

De koepelvrijstelling is specifiek bedoeld voor koepelorganisaties die voldoen aan de wettelijke vereisten. De leden van zo’n koepelorganisatie verrichten btw-vrijgestelde prestaties of prestaties waarvoor zij niet als ondernemer optreden. Bepaalde diensten die de koepelorganisatie aan deze leden verleent, zijn vervolgens btw-vrijgesteld. De uitspraak geeft samenwerkende organisaties in de EU, ook in Nederland, meer ruimte om algemene ondersteunende diensten onder de koepelvrijstelling te brengen wanneer deze diensten aantoonbaar direct nodig zijn voor het verrichten van de btw‑vrijgestelde activiteiten van hun leden. In Nederland sluiten regelgeving en uitvoeringsbeleid verschillende diensten vaak bij voorbaat uit van de koepelvrijstelling, zoals de ontwikkeling van IT‑systemen en aanverwante diensten, vastgoedbeheer, expertisewerkzaamheden, administratieve dienstverlening en het uitlenen van personeel. Het oordeel van het HvJ EU zet vraagtekens bij zulke categorische uitsluitingen.

De koepelvrijstelling wordt in de praktijk toegepast door organisaties in zowel de publieke als de private sector, zoals gemeenten (bij gemeenschappelijke regelingen, GR’en), samenwerkende onderwijsinstellingen, GGD’s, sportbonden en organisaties in de medische sector. Vaak verricht één partij de ondersteunende diensten voor het gehele samenwerkingsverband. In die context lopen organisaties regelmatig aan tegen de genoemde uitsluitingen, bijvoorbeeld bij penvoerderschap, verschaffen van ICT‑infrastructuur of subsidieadministratie en ‑verantwoording. In de praktijk wordt de koepelvrijstelling in diverse samenwerkingsverbanden tot nu toe niet relevant bevonden, omdat veel diensten onder de categorische uitsluitingsgronden lijken te vallen.

 

Wat betekent dit voor uw organisatie?

Dit arrest kan gevolgen hebben voor de toepassing van de koepelvrijstelling in Nederland. Deze vrijstelling speelt vooral een rol bij samenwerkingen in de publieke sector. Na een aantal arresten in de afgelopen jaren waarin het HvJ EU toepassing van de koepelvrijstelling heeft beperkt (zie bijvoorbeeld de arresten; Kaplan International Colleges UK en DNB Banka), lijkt het HvJ EU het toepassingsbereik van de koepelvrijstelling iets te hebben versoepeld ten opzichte van de Nederlandse praktijk. Dit betekent dat het toepassen van de koepelvrijstelling in meer situaties haalbaar kan worden.

Voor samenwerkingsverbanden in zorg, onderwijs en andere activiteiten van algemeen belang kan toepassing van de koepelvrijstelling leiden tot lagere kosten en minder btw‑druk op noodzakelijke ondersteuning. Organisaties die al een koepelstructuur hebben, doen er goed aan om te toetsen of de koepelvrijstelling van toepassing is op dergelijke dienstverlening. Daarbij is van belang om enerzijds te beoordelen of de diensten direct nodig zijn voor de btw-vrijgestelde activiteiten van hun leden, anderzijds of geen sprake is van reële verstoring van de mededinging. De praktische uitwerking vraagt daarom om een beoordeling per geval.

Organisaties die op dit moment gebruikmaken van de koepelvrijstelling, of die naar aanleiding van dit arrest de mogelijkheden willen verkennen, kunnen dit nader beoordelen en uiteraard contact opnemen met hun vaste PwC-adviseur.

Contact us

Einte van der Wal

Einte van der Wal

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 094 06 32

Rick van Bergenhenegouwen

Rick van Bergenhenegouwen

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 396 30 85

Volg ons