10/02/26
Dit artikel is gebaseerd op de informatie zoals deze op 6 februari 2026 bekend was.
Vanaf 2027 geldt er een nieuwe werkgeversheffing voor fossiele leaseauto’s die ook voor privédoeleinden worden gebruikt. Als werkgever draag je deze pseudo-eindheffing als een extra belastingheffing af, terwijl de bestaande bijtelling voor de werknemer van kracht blijft.
De pseudo‑eindheffing is een maatregel uit het Belastingplan 2026 en past in de bredere fiscale koers om zakelijke mobiliteit te verduurzamen.
De nieuwe pseudo‑eindheffing van 12% over de waarde raakt organisaties met een wagenpark op fossiele brandstof, waarvan de werknemers de auto's ook mogen gebruiken voor privé‑ en/of woon‑werk ritten. Je krijgt te maken met:
Extra werkgeverskosten door de pseudo‑eindheffing;
Meer complexiteit bij de afdracht van loonheffingen (herkennen welke auto’s en perioden onder de pseudo‑eindheffing vallen);
Het is verstandig om nu je beleid voor het ter beschikking stellen van auto’s te beoordelen, zodat je voorbereid bent op de nieuwe wetgeving.
De pseudo-eindheffing is een extra werkgeversheffing die vanaf 2027 van toepassing wordt als je een fossiele personenauto van de zaak ter beschikking stelt die ook privé mag worden gebruikt. Doel van de maatregel is om het beschikbaar stellen van fossiele leaseauto's voor privégebruik minder aantrekkelijk te maken en zo de verduurzaming van het wagenpark te versnellen.
De hoofdlijnen zijn:
Anders dan bij de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak, kan de werknemer voor de pseudo-eindheffing de auto zelfs niet maximaal 500 kilometer per kalenderjaar voor privédoeleinden gebruiken zonder dat de pseudo-eindheffing verschuldigd is. En voor de pseudo-eindheffing telt woon-werkverkeer ook mee als privégebruik, terwijl voor de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak woon-werkverkeer niet als privégebruik telt.
De pseudo-eindheffing over 2027 moet uiterlijk bij de aangifte van het tweede loonaangiftetijdvak in 2028 worden betaald. Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om gedurende het jaar de heffing af te dragen door middel van een schatting, waarna een eindafrekening volgt. Wanneer een fossiele auto van de zaak niet het volledige kalenderjaar ter beschikking is gesteld, dan geldt alleen een bijtelling voor de betreffende kalendermaanden. Wanneer een fossiele auto van de zaak gedurende een gedeelte van een kalendermaand voor privégebruik beschikbaar is gesteld, wordt voor de pseudo-eindheffing aangenomen dat deze de hele maand beschikbaar was voor privédoeleinden.
De pseudo-eindheffing mag niet door de werkgever worden doorberekend aan de werknemer.
Voor zakelijke auto’s met CO2 uitstoot die al vóór 1 januari 2027 aan werknemers ter beschikking zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto's ga je pas vanaf 17 september 2030 de pseudo-eindheffing betalen.
De pseudo‑eindheffing staat niet op zichzelf en is onderdeel van maatregelen om het wagenpark te verduurzamen. Waar in voorgaande jaren het gebruik van emissievrije auto's werd gestimuleerd door lagere bijtellingspercentages voor de werknemer, wordt vanaf 2027 juist het gebruik van fossiele auto’s extra belast. De lagere bijtellingspercentages voor werknemers zijn de laatste jaren stap voor stap al afgebouwd. In 2026 geldt nog een verlaagd bijtellingspercentage van 18 procent over de eerste 30.000 euro van de cataloguswaarde en in 2027 stijgt dit percentage naar 20%. Vanaf 2028 eindigt het verlaagde bijtellingspercentage.