De nieuwe pseudo‑eindheffing van 12% over de waarde raakt organisaties met een wagenpark op fossiele brandstof, waarvan de werknemers de auto's ook mogen gebruiken voor privé‑ en/of woon‑werk ritten. Je krijgt te maken met:
Extra werkgeverskosten door de pseudo‑eindheffing;
Meer complexiteit bij de afdracht van loonheffingen (herkennen welke auto’s en perioden onder de pseudo‑eindheffing vallen);
Het is verstandig om nu je beleid voor het ter beschikking stellen van auto’s te beoordelen, zodat je voorbereid bent op de nieuwe wetgeving.
De pseudo-eindheffing is een extra werkgeversheffing die vanaf 2027 van toepassing wordt als je een fossiele personenauto van de zaak ter beschikking stelt die ook privé mag worden gebruikt. Doel van de maatregel is om het beschikbaar stellen van fossiele leaseauto's voor privégebruik minder aantrekkelijk te maken en zo de verduurzaming van het wagenpark te versnellen.
De hoofdlijnen zijn:
Anders dan bij de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak, kan de werknemer voor de pseudo-eindheffing de auto zelfs niet maximaal 500 kilometer per kalenderjaar voor privédoeleinden gebruiken zonder dat de pseudo-eindheffing verschuldigd is. En voor de pseudo-eindheffing telt woon-werkverkeer ook mee als privégebruik, terwijl voor de reguliere bijtelling voor de auto van de zaak woon-werkverkeer niet als privégebruik telt.
In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 heeft het kabinet de pseudo-eindheffing nader uitgewerkt. Naar aanleiding van gesprekken met de sector worden verschillende aanpassingen en verduidelijkingen voorgesteld.
Een fossiele vervangende auto wordt gedurende maximaal veertien kalenderdagen uitgezonderd van de pseudo-eindheffing als de vaste auto tijdelijk niet beschikbaar is wegens onderhoud, reparatie, schadeherstel of een bandenwissel. Duurt de vervanging langer dan veertien dagen, dan geldt de uitzondering vanaf de vijftiende dag niet meer. De pseudo-eindheffing kan dan voor de vervangende auto verschuldigd zijn over de volledige kalendermaand waarin de vijftiende dag valt.
Tot en met 31 december 2030 geldt een tijdelijke uitzondering voor de pseudo-eindheffing als een werkgever een fossiele personenauto in een kalenderjaar gedurende één aaneengesloten periode van maximaal zeven dagen ook voor privédoeleinden ter beschikking stelt. Binnen deze periode mag de auto aan één of meerdere werknemers ter beschikking worden gesteld. Wordt dezelfde auto in dat kalenderjaar gedurende meerdere perioden of langer dan zeven aaneengesloten dagen ter beschikking gesteld, dan geldt de uitzondering niet. Dit kan bijvoorbeeld relevant zijn bij een eenmalig en kortdurend ter beschikking gestelde huur- of deelauto.
Als het heffingsrecht over het loon van een werknemer op grond van een belastingverdrag gedeeltelijk aan een andere staat toekomt, mag dezelfde verdeling worden toegepast op de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s. Niet het feitelijke gebruik van de auto, maar de verdragsrechtelijke verdeling van het heffingsrecht over het loon is daarbij bepalend. In de praktijk zal deze verdeling veelal aansluiten bij de verhouding van de in Nederland en in het buitenland gewerkte dagen.
De pseudo-eindheffing is niet van toepassing op personenauto’s met een handgeschakelde transmissie die worden gebruikt voor het geven van rijles.
"Pseudo-eindheffing dwingt tot vergroening bedrijfswagenpark."
Bart van Oschdirector Automotive Industry Leader, PwC NederlandDe pseudo-eindheffing over 2027 moet uiterlijk bij de aangifte van het tweede loonaangiftetijdvak in 2028 worden betaald. Werkgevers kunnen er ook voor kiezen om gedurende het jaar de heffing af te dragen door middel van een schatting, waarna een eindafrekening volgt. Wanneer een fossiele auto van de zaak niet het volledige kalenderjaar ter beschikking is gesteld, dan geldt alleen een bijtelling voor de betreffende kalendermaanden. Wanneer een fossiele auto van de zaak gedurende een gedeelte van een kalendermaand voor privégebruik beschikbaar is gesteld, wordt voor de pseudo-eindheffing aangenomen dat deze de hele maand beschikbaar was voor privédoeleinden.
De pseudo-eindheffing mag niet door de werkgever worden doorberekend aan de werknemer.
Voor fossiele personenauto’s die de werkgever vóór 1 januari 2027 voor het eerst aan een of meerdere werknemers ter beschikking heeft gesteld, wordt de overgangsregeling verlengd tot en met 31 december 2030. Voor deze auto’s kan de pseudo-eindheffing daardoor vanaf 1 januari 2031 van toepassing worden. Een tijdelijke onderbreking van de terbeschikkingstelling beëindigt het overgangsrecht volgens de memorie van toelichting niet.
Bij een fusie of overname blijft het overgangsrecht behouden omdat de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever. Wanneer een werknemer wisselt van werkgever (met een ander loonheffingennummer), ook al is dit binnen een concern, vervalt het overgangsrecht. De werkgever behoudt wel het overgangsrecht als hij een auto waarop het overgangsrecht van toepassing is, gedurende de overgangstermijn ter beschikking stelt aan een andere werknemer (op hetzelfde loonheffingennummer).
Binnen een concern gaat de overgangsregeling voor de pseudo-eindheffing verloren wanneer brandstofauto's worden overgedragen tussen groepsmaatschappijen met verschillende loonheffingennummers. Om optimaal gebruik te maken van de overgangsregeling, is het volgens de staatssecretaris van Financiën raadzaam om vóór 2027 één centrale personeels-bv op te richten die alle brandstofauto's aan werknemers ter beschikking stelt.
De pseudo‑eindheffing staat niet op zichzelf en is onderdeel van maatregelen om het wagenpark te verduurzamen. Waar in voorgaande jaren het gebruik van emissievrije auto's werd gestimuleerd door lagere bijtellingspercentages voor de werknemer, wordt vanaf 2027 juist het gebruik van fossiele auto’s extra belast. De lagere bijtellingspercentages voor werknemers zijn de laatste jaren stap voor stap al afgebouwd. In 2026 geldt nog een verlaagd bijtellingspercentage van 18 procent over de eerste 30.000 euro van de cataloguswaarde en in 2027 stijgt dit percentage naar 20%. Vanaf 2028 eindigt het verlaagde bijtellingspercentage.
De wijzigingen van de pseudo-eindheffing maken deel uit van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 en moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2027.