Om onze welvaart te behouden in een veranderende wereld moeten we belangrijke keuzes maken. Barbara Baarsma, hoofdeconoom van PwC Nederland, benoemt de economische uitdagingen die Nederland te wachten staan en geeft aanbevelingen voor de noodzakelijke koerswijzigingen.
Wie wil het niet?
Wie wil niet de brede welvaart die Nederland nu nog kent, behouden? Hoe verdeelt het debat in de politiek en daarbuiten ook is, over het einddoel bestaat opvallend veel overeenstemming. Ondanks polarisatie en fragmentatie zijn we het in Nederland eens over waar we heen willen. Wat we nodig hebben, is politiek leiderschap dat de route naar dat doel uitstippelt, en eraan vasthoudt.
Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, dat realiseer ik me goed. Want wie blijft doen wat hij altijd deed, zal het gewenste doel niet bereiken. ‘Business as usual’ is geen optie meer. Als we de koers niet verleggen, valt de economie stil. En bij stilstand genereren we niet de middelen die nodig zijn om brede welvaart te behouden.
Het lijkt een paradox: om te behouden wat we hebben, is verandering nodig. Maar dat is het niet. Want als we onze economie niet vernieuwen, loopt ons land vast. De knelpunten kennen we allemaal:
Hoogproductieve bedrijven die willen groeien, lopen vast. De benodigde productiefactoren – arbeid, ruimte, ecologische draagkracht – worden bezet door laagproductieve activiteiten, zo lieten we zien in ons rapport ‘Future-proofing the Dutch economy’. Dat zijn activiteiten met een grote ecologische en ruimtelijke voetafdruk, vaak afhankelijk van laag, soms zelfs te laag betaalde arbeidsmigranten.
Door deze schaarse factoren te heralloceren naar hoogproductieve sectoren, neemt het groeivermogen van onze economie toe. En dat is hard nodig. Want op lange termijn hangt onze economische groei vrijwel volledig af van één motor: arbeidsproductiviteitsgroei. De andere groeifactor – het arbeidsaanbod – groeit niet of nauwelijks meer. De vergrijzing remt de toename, en ook de instroom van arbeidsmigranten neemt af. Die herallocatie vereist geen sector- of industriebeleid, maar generiek randvoorwaardelijk beleid.
Het is niet aan de overheid om te bepalen of een sector of individueel bedrijf in Nederland actief mag zijn, maar wel of een activiteit wenselijk is; of deze voldoet aan de gestelde randvoorwaarden.
Voorbeelden van randvoorwaardelijk beleid zijn:
Dit zijn allemaal elementen van een goed ondernemingsklimaat. Maar dat klimaat staat onder druk, al sinds 2018 zo bleek uit PwC’s business climate heatmap. Niet alleen door geïmporteerde geopolitieke onzekerheden, maar ook door binnenlands veroorzaakte onzekerheden door inconsistent en onvoorspelbaar overheidsbeleid; wat de investeringsbereidheid van bedrijven ondermijnt.
Daar komt bij dat de uitvoeringscapaciteit van de overheid en de uitvoeringsorganisaties merkbaar is afgenomen. Tot slot voorspellen de snel dalende onderwijskwaliteit en de beperkte investeringen in R&D weinig goeds voor de toekomstige productiviteitsgroei.
Randvoorwaardelijk sturen betekent dat laagproductieve activiteiten minder aantrekkelijk worden – en dus worden aangepast, afgebouwd of verplaatst naar andere delen van de EU waar nog wel groeiruimte is.
Ja, deze activiteiten bevinden zich bovengemiddeld vaak in sectoren als veeteelt, vleesverwerking, bloementeelt, transport en logistiek, en de petrochemische industrie. Maar, de productiviteitsverschillen binnen sectoren zijn groter dan tussen sectoren. Dus ook binnen deze sectoren zijn bedrijven actief die toekomstbestendig zijn – of dat kunnen worden.
We zien dit soort verschillen ook tussen de regio’s. Uit PwC’s regionale productiviteitsheatmap bleek dat de uitgangspositie voor structurele groei sterk verschilt tussen veertig Nederlandse regio’s. Regio’s met een hoge private R&D, met een hoog aandeel van de beroepsbevolking en met meer startende bedrijven hebben een hogere arbeidsproductiviteit. Die historisch gevormde positie vertaalt zich naar toekomstige groei. De economie in de Brainport groeit sneller en in de Rijnmond juist langzamer dan het landelijke gemiddelde. De economische structuur rond Rotterdam is verouderd en vraagt om vernieuwing, net zoals dat speelde in de regio rond Eindhoven. Met de kenmerkende Rotterdamse ondernemingskracht zal de regio ongetwijfeld een nieuw verdienmodel ontwikkelen – groen, innovatief en productief.
In het voorwoord van de Miljoenennota schrijft de minister van Financiën dat we op een keerpunt staan: 'Keuzes zijn nodig om te zorgen dat we een welvarend en veilig land blijven. We lijken onvoldoende te beseffen wat op het spel staat.'
Ik heb zojuist geschetst welke keuzes daarvoor nodig zijn. Helaas biedt de Miljoenennota weinig houvast als het gaat om het daadwerkelijk maken van die keuzes. Hopelijk geeft de kiezer straks een duidelijk mandaat aan de politiek om wél een koerswijziging in te zetten. Want op weg naar het doel van behoud van brede welvaart zullen er ook verliezers zijn. Makkelijk wordt het dus niet, maar dat maakt het niet minder noodzakelijk.
Deze blog is een bewerkte versie van de column die Barbara Baarsma uitsprak tijdens het PwC/VNO NCW Miljoenennota-ontbijt.
Hoofdeconoom, PwC Netherlands
Barbara is hoofdeconoom van PwC Nederland en geeft in deze rol leiding aan het economisch bureau van PwC. Sinds 2009 is zij hoogleraar Toegepaste Economie aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast vervult zij verschillende maatschappelijke nevenfuncties.