Onze veiligheid en weerbaarheid hebben de hoogste prioriteit in de nieuwe geopolitieke werkelijkheid. Dit biedt grote kansen voor de Nederlandse economie, aldus Willem-Jan Dubois, partner en defensie industrie-expert bij PwC, in een reactie op het rapport-Wennink.
Nederland moet de naïviteit van zich afschudden en de werkelijkheid onder ogen komen. Dat is, heel in het kort, mijn afdronk van wat oud-ASML-topman Peter Wennink zegt in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart. Die werkelijkheid is dat Nederland het vermogen dreigt te verliezen om het hoofd te bieden aan de grote maatschappelijke uitdagingen die op ons afkomen.
Een van die uitdagingen is onze veiligheid en weerbaarheid. Op dit gebied zijn het versnellen van de vergunningverlening en het versimpelen van regels heel belangrijk. Dit zijn de randvoorwaarden die volgens het rapport-Wennink de sleutel zijn tot investeringen en groei. Dertig jaar lang heeft Defensie steeds minder geld gekregen en kenden de aanbestedingsprocedures vele stappen. Het was eigenlijk één groot ontmoedigingsproces om er maar voor te zorgen dat we elke gespendeerde euro maximaal konden verantwoorden. Nu de situatie radicaal is veranderd en grootschalige investeringen nodig zijn, wordt dit systeem uitgedaagd om de benodigde snelheid, schaal en flexibiliteit te bieden.
Als de regeldruk afneemt, kan de samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven veranderen. Snelheid, wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid staan daarin centraal. Dat is eens te meer nodig omdat Defensie bedrijven oproept fors te investeren, terwijl de zekerheid over afname en continuïteit beperkt blijft zolang er geen directe crisis of oorlogssituatie is. Dit kan leiden tot terughoudendheid bij bedrijven, vooral bij kleinere spelers die minder investeringsruimte hebben.
Hier heeft de overheid een duidelijke rol, bijvoorbeeld door risicodeling, coulantere voorwaarden voor financiering en actiever optreden als de eerste afnemen. Op het gebied van publiek-private samenwerking kunnen we ons verder laten inspireren door initiatieven als het Amerikaanse DARPA (Defense Advanced Research Projects Agency), waarin overheid, kennisinstellingen en bedrijven gezamenlijk werken aan baanbrekende innovaties, zonder vooraf vastgelegde uitkomsten.
‘Nederland moet zich ontwikkelen van toeleverancier naar Original Equipment Manufacturer (OEM),’ schrijft Wennink. Daar ben ik het volledig mee eens; al is dat nog niet zo makkelijk. Grote internationale defensiebedrijven hebben een dominante positie in de keten. Zij bepalen de specificaties, contractvoorwaarden en marges (en dragen ook het risico), terwijl toeleveranciers afhankelijk zijn van hun keuzes. Nederland heeft momenteel maar een paar van deze strategische OEM’s, bijvoorbeeld op het gebied van radar- en maritieme systemen en in de scheepsbouw.
Kiezen voor duidelijke OEM-posities is niet alleen van belang voor onze nationale veiligheid, maar ook voor economische waardecreatie, innovatie en politieke relevantie binnen Europa. Maken we die keuzes niet, dan loopt Nederland het risico dat al die NAVO-norm-miljarden die we aan onze veiligheid en weerbaarheid uitgeven grotendeels in het buitenland terechtkomen. Daarnaast zouden talent en kennis zich dan onvoldoende kunnen ontwikkelen, wat het bredere innovatievermogen aantast.
Nederland beschikt over een enorme, maar versnipperde innovatiekracht, bijvoorbeeld binnen ecosystemen als Brainport. Het huidige aanbestedings- en opdrachtensysteem van Defensie kan hier nog beter op worden aangesloten. In plaats van probleemgericht te vragen om oplossingen, wordt vaak al een specifieke oplossing voorgeschreven. Hierdoor blijft potentieel onbenut en worden innovatieve combinaties niet vanzelfsprekend gevormd. Ook moet de samenwerking tussen bedrijven verder worden gestimuleerd en moeten de processen hierop worden ingesteld.
Met het oog op onze veiligheid en weerbaarheid moeten we niet alleen denken aan het stimuleren van de defensie-industrie an sich, maar ook aan dual use-technologieën, iets waar Wennink ook op wijst. Voorbeelden van dual use zijn oplossingen of producten die oorspronkelijk voor civiele toepassingen zijn ontwikkeld, maar ook militaire relevantie blijken te hebben. Zo ontwikkelde een Nederlands bedrijf radar- en detectietechnologie voor vogelherkenning bij luchthavens. Later bleek die van grote waarde voor drone-detectie. Bedrijven moeten wel klaar zijn om in dit ecosysteem te werken. We zien dan ook veel organisaties kritisch kijken naar de eisen die er op dit vlak worden gesteld. Vertrouwen en transparantie in de eigen waardenketen is er daar een van.
Niet alleen de ‘defensieparagraaf’, maar Wenninks hele rapport leest bijna als een handboek voor Nederland in een onzekere wereld. Zijn analyse is realistisch en de timing is bijzonder relevant, gelet op de politieke en geopolitieke ontwikkelingen. De kern is helder: als Nederland relevant, weerbaar en welvarend wil blijven, zijn bewuste keuzes, institutionele aanpassingen en nauwere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven onontkoombaar. Laten we zelf die keuzes maken en samen waarmaken, voordat anderen dit voor ons doen.
Partner, PwC Netherlands