Op dinsdag 15 september 2026 is het Prinsjesdag en presenteert het kabinet het Belastingplanpakket 2027. In het Coalitieakkoord, de Voorjaarsnota en de Strategische agenda 2026-2030 zijn al voornemens voor de komende jaren bekendgemaakt. Op Prinsjesdag wordt duidelijk hoe deze plannen concreet uitwerken. Omdat het een minderheidskabinet betreft, is de kans op wijzigingen tijdens de parlementaire behandeling groter. Wij volgen de actuele ontwikkelingen en passen deze website aan zodra er nieuws is.
Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste verwachte fiscale maatregelen.
De maatregelen gelden vanaf 2027, tenzij anders is vermeld. De maatregelen aangegeven met een * zijn al vastgelegd in een eerder wetsvoorstel.
Op zogenoemde ‘niet-ingeprijsde’ (niet-voorspelbare) valutaresultaten is (op verzoek) de deelnemingsvrijstelling van toepassing, wanneer de inspecteur heeft bevestigd dat met de betreffende rechtshandeling een valutarisico op de deelneming wordt afgedekt. Toepassing van de deelnemingsvrijstelling (op verzoek) zal echter niet langer mogelijk zijn voor ‘ingeprijsde’ valutaresultaten, oftewel valutaresultaten die te verwachten zijn omdat ze verband houden met de sterkte of zwakte van de valuta.
Met deze maatregel moet de inkomstenderving worden gedekt die het gevolg is van het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 over de toepassing van de liquidatieverliesregeling.
De Hoge Raad heeft in een arrest van 27 februari 2026 geoordeeld dat het onzakelijkheidsvermoeden in de splitsingsfaciliteit niet in overeenstemming is met de Europese Fusierichtlijn. Om deze strijdigheid weg te nemen, wordt dit bewijsvermoeden geschrapt in zowel de splitsingsfaciliteit als de bedrijfsfusiefaciliteit.
Het aftrekpercentage van de energieinvesteringsaftrek (EIA) wordt verhoogd van 40% naar 45,5%.
Voor de toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling, wordt de vermindering van schulden door toepassing van een afschrijvingsbevoegdheid van DNB of een vergelijkbare instelling, onder omstandigheden gelijkgesteld met het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten. Hierdoor kan in een dergelijke situatie een beroep op de kwijtscheldingswinstvrijstelling worden gedaan (dit is nu niet het geval).
Er kan onduidelijkheid bestaan over de vraag of er een kwalificerend lidmaatschapsrecht is, als verschillende leden van een houdstercoöperatie een samenwerkende groep vormen, maar deze verschillende leden niet met elkaar verbonden zijn. De wettekst kan namelijk zo worden uitgelegd dat wordt getoetst of sprake is van een samenwerkende groep ten aanzien van een lid en niet of sprake is van een samenwerkende groep ten aanzien van de leden in de houdstercoöperatie. Dat laatste is de bedoeling van de wetgever, en het groepsbegrip zal in die lijn worden aangepast.
Er komt een teruggaafregeling voor Nederlandse achterliggers die via buitenlandse beleggingsinstellingen dividenden afkomstig van in Nederland gevestigde vennootschappen ontvangen. Door deze teruggaafregeling kunnen Nederlandse achterliggers de ten laste van de buitenlandse beleggingsinstelling ingehouden dividendbelasting onder voorwaarden terugvragen.
Voor aandelenopties toegekend aan werknemers van startups en scale-ups is een grondslagversmalling voorgesteld. Daardoor is slechts 65 procent van het belastbare voordeel als loon belast. Dit verlaagt de effectieve belastingdruk en maakt medewerkersparticipatie aantrekkelijker als beloningsvorm.
Lees meer in ons Belastingnieuwsbericht ‘Consultatie wetsvoorstel fiscale stimulering startups’.
Er komt een arbeidsrechtsvermoeden van werknemerschap: zelfstandigen die onder een bepaald uurtarief werken (indicatief 38 euro in 2026) kunnen zich op het rechtsvermoeden beroepen. Als zzp’ers een beroep doen op het rechtsvermoeden moeten de opdrachtgevers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Lees meer in ons Belastingnieuwsbericht ‘Rechtsvermoeden bij laag uurtarief stap dichterbij‘.
De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers kunnen personeelskorting blijven geven. Deze korting kan ten laste van de werkkostenregeling worden gebracht, waarbij het niet langer nodig is om bij te houden hoeveel korting per werknemer is gegeven.
De toegestane maximale vrijgestelde kilometervergoeding voor werknemers is omhooggegaan van 23 eurocent naar 25 eurocent per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De verhoogde gericht vrijgestelde vergoeding geldt ook als met het openbaar vervoer, met de (motor)fiets of lopend wordt gereisd. Vooruitlopend op wetgeving is dit al goedgekeurd via het ‘Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok’.
Het maximum pensioengevend loon wordt tot en met 2032 niet geïndexeerd en blijft 137.800 euro.
Vanaf 2027 moeten werkgevers een pseudo-eindheffing van 12 procent over de cataloguswaarde van de auto van de zaak betalen voor werknemers die een fossiele (niet volledig emissievrije) auto van de zaak ter beschikking hebben en deze ook gebruiken voor privédoeleinden. Dit geldt ook als de werknemer zelf bijdraagt aan de kosten. Voor auto's die vóór 2027 zijn verstrekt, geldt een overgangsrechttermijn tot 17 september 2030, wat mogelijk wordt verlengd tot 1 januari 2031. Verder volgen er mogelijk vrijstellingen voor tijdelijke vervangende auto's en lesauto's en een anticumulatiebepaling voor eindheffing hoge vertrekvergoeding.
Het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU (Regeling Vervroegd Uittreden) boven de drempelvrijstelling wordt stapsgewijs verhoogd: 64% in 2027 en 65% in 2028.
Het maximaal belastingvrij te vergoeden forfaitair voor de expatregeling wordt 27%. Er is overgangsrecht voor expats die al gebruikmaakten van de expatregeling vóór 2024. Daarnaast komt er een hogere salarisnorm voor werknemers die niet onder het overgangsrecht vallen.
Het forfaitaire uurloon speelt een rol bij inhoudingsplichtigen die eerder geen S&O-werkzaamheden uitvoerden. Vanwege het ontbreken van historische gegevens dient in dat geval uitgegaan te worden van een forfaitair bedrag. Het forfaitaire uurloon wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 29 euro naar 33 euro.
Ter compensatie van de gevolgen van de maatregelen op het gebied van het eigen risico en de zorg komt er een verhoging van het tarief van het Arbeidsongeschiktheidsfonds voor werkgevers.
Het kabinet komt op Prinsjesdag met een reactie op de aangenomen motie-Stultiens om de verruiming van de hypotheekrenteaftrek terug te draaien. De verruiming van de aftrek kwam door de herintroductie van het drietarievensysteem in box 1 van de inkomstenbelasting.
Bij het ontstaan van de buitenlandse belastingplicht door met name een zetelverplaatsing van een vennootschap naar Nederland gaat de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang als uitgangspunt gelden. Hierdoor valt alleen een waardestijging of een waardedaling na de zetelverplaatsing in Nederland onder de box 2-heffing.
Op Prinsjesdag komt de staatssecretaris met een voorstel voor verbeteringen van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 via een novelle. Het betreft bijvoorbeeld introductie van één jaar achterwaartse verliesverrekening, doorschuifregeling voor huwen in gemeenschap van goederen en scheiden in het geval van onroerende zaken en aandelen in startende ondernemingen, de verlaging van het tarief van 36 naar 35 procent en de verhoging van het heffingsvrije resultaat van 1800 naar 1900 euro en de verdere ontwikkeling van het stelsel naar een vermogenswinstbelasting. Het nieuwe box 3-stelsel moet per 1 januari 2028 ingaan.
De vrijstelling en de heffingskorting voor groene beleggingen in box 3 vervallen per 1 januari 2028. De vrijstelling voor groene beleggingen gaat per 1 januari 2027 omlaag van 26.715 euro (2026; partners 53.430 euro) naar 200 euro (partners 400 euro). Op Prinsjesdag zal blijken of de heffingskorting groen beleggen toch behouden blijft.
Ter compensatie van de gevolgen van de maatregelen op het gebied van het eigen risico en de zorg komt er een verhoging van het tarief in de eerste en tweede schijf van box 1 in de inkomstenbelasting.
Er komt een vrijheidsbijdrage voor burgers om de stijging van de uitgaven voor defensie te kunnen bekostigen. De vrijheidsbijdrage wordt geheven in de inkomstenbelasting door de tabelcorrectiefactor beperkt toe te passen.
Het belastingvoordeel voor zzp'ers wordt afgebouwd tot 900 euro in 2027.
De startersaftrek gaat omlaag en verdwijnt volledig per 1 januari 2028. Uit de beleidsevaluatie blijkt dat deze regeling niet doeltreffend is om ondernemerschap te stimuleren en gepaard gaat met relatief hoge uitvoeringskosten.
Ter dekking van de kosten van de maatregel ter stimulering van medewerkersparticipatie in startups en scale-ups wil het kabinet de meewerk- en stakingsaftrek in de inkomstenbelasting per 1 januari 2027 met 75% versoberen en uiteindelijk per 1 januari 2030 afschaffen.
Voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak geldt in 2027 een bijtelling van 20 procent van de catalogusprijs. Per 2028 wordt de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s afgeschaft. Het verlaagde bijtellingstarief geldt in 2027 tot een autowaarde van 30.000 euro.
De ‘youngtimer-regeling’ (bijtelling over actuele waarde) wordt verder versoberd. De minimumleeftijd voor youngtimers wordt vanaf 2027 met negen jaar verhoogd naar 25 jaar. Het kabinet onderzoekt nog wel opties voor een geleidelijker transitiepad.
De maximale aftrek van reiskosten voor niet-werknemers, bijvoorbeeld IB-ondernemers en resultaatgenieters, gaat omhoog van 23 naar 25 eurocent per kilometer, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. Eerder is dit al goedgekeurd via het ‘Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok’.
Omdat de definitie van startups en scale ups in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (inwerkingtreding 2028) onvoldoende aansluit bij de specifieke kenmerken van die ondernemingen, geldt al per 1 januari 2027 een nieuwe definitie. Een startup of scale-up is een onderneming die gericht is op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie. De aandelen mogen niet worden verhandeld op een gereguleerde markt en mogen niet voor meer dan 25 procent direct of indirect in handen zijn van een beursgenoteerd lichaam.
Lees meer hierover in ons Belastingnieuwsbericht ‘Consultatie wetsvoorstel fiscale stimulering startups’.
Papieren schenkingen zijn schenkingen die de schenker schuldig blijft aan de begiftigde, waarover rente moet worden berekend. De rente die de schenker jaarlijks is verschuldigd, wordt verlaagd van 6% naar 3%, zodat de begiftigde een kleiner voordeel krijgt. Daarnaast moet een fiscaaltechnische aanpassing in de Successiewet het voordeel wegnemen dat wordt behaald door bij een papieren schenking gebruik te maken van het progressieve tarief in de schenk- en erfbelasting.
Lees meer hierover in ons Belastingnieuwsbericht ‘Voorjaarsnota volgt Coalitieakkoord in fiscale voornemens'.
Het kabinet onderzoekt een maatregel bij het verstrekken van een lening met onzakelijke voorwaarden of een onzakelijke lening aan natuurlijk personen of rechtspersonen. De maatregel moet de materiële bevoordeling bij dergelijke leningen belasten en ook duidelijkheid geven over de waardering van zo'n voordeel bij een dergelijke lening aan een rechtspersoon.
De zogeheten ‘zuivelvrijstelling’ wordt flink ingeperkt. Dat wil zeggen dat enkel nog pure zuivel- en sojadranken vrijgesteld blijven, evenals zuigelingen- en medische voeding. Dranken met slechts een (zeer) beperkt aandeel zuivel zijn vanaf 2027 dus ook belast met verbruiksbelasting. Tevens wijzigt dan ook de term ‘limonade’ in ‘overige alcoholvrije drank’.
De wetswijziging verduidelijkt de huidige wettekst om in de praktijk te waarborgen dat leveringen aan en onderhoud van oorlogsschepen onder het 0 procent btw-tarief vallen.
Het verlaagde btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten wordt met ingang van 2028 afgeschaft.
Tot eind 2026 moet de energieleverancier de zonnestroom die een eigenaar van zonnepanelen teruglevert aan het elektriciteitsnet, verrekenen met het verbruik van zijn klant. De particulier betaalt dan verbruikskosten, energiebelasting en btw over het deel dat hij netto verbruikt. Deze zogenoemde salderingsregeling stopt in 2027.
Er komen 3 tarieven voor de vliegbelasting. Voor korte vluchten wordt het tarief 29,40 euro, voor middellange vluchten 47,24 euro en voor lange vluchten 70,86 euro. De tarieven worden nog gecorrigeerd voor de inflatie.
Binnen de CO2-heffing industrie worden geen dispensatierechten (DPR's) meer toegekend voor de productie van hernieuwbare waterstof. Voor de productie van hernieuwbare waterstof is een eigen instrumentarium ontwikkeld. Het ontvangen van aanvullende DPR's zou mogelijk leiden tot verstoring van het bestaande en aanstaande waterstofinstrumentarium.
De CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) gaat in 2027 omhoog naar 149,3 euro per 1000 kilo CO2 (zonder inflatiecorrectie).
De vrijstelling voor het verbranden van zuiveringsslib vervalt per 2027.
De verschuldigde motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s wordt in de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 verlaagd naar nihil. Daarnaast wordt de motorrijtuigenbelasting die btw-ondernemers verschuldigd zijn voor bestelauto’s in dezelfde periode met 50 procent verlaagd. Beide maatregelen zijn al goedgekeurd via het ‘Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok’.
Het algemene tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of een vakantiewoning) wordt verlaagd van 8 naar 7 procent.
Er komt een vrijstelling overdrachtsbelasting voor overdrachten van onroerende zaken tussen woningcorporaties. Het betreft “DAEB-vastgoed” (maatschappelijk vastgoed en sociale huurwoningen die woningcorporaties beheren en bouwen voor mensen met een lager inkomen).
Per 1 januari 2027 verandert de rechtsbescherming bij geschillen om uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingschulden. Ten eerste wordt het huidige administratieve beroep vervangen door een bezwaarprocedure, waarna beroep openstaat bij de fiscale rechter. Daarnaast worden diverse uitvoeringsregels genormeerd die op dit moment alleen in het beleid zijn vastgelegd en wordt het uitvoeringskader herijkt. Hiermee wordt beoogd om de rechtszekerheid voor burgers en bedrijven te vergroten, de uitvoeringspraktijk transparanter en beter toetsbaar te maken en het kader voor saneringen te verduidelijken en verbeteren.