Rechtsvermoeden bij laag uurtarief stap dichterbij

10/06/26

De Eerste Kamer heeft op 16 juni ingestemd met het wetsvoorstel Invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van een uurtarief. Dit voorstel beoogt werkenden aan de onderkant van de zelfstandigenmarkt beter te beschermen en maakt onderdeel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt. Het rechtsvermoeden vormde oorspronkelijk één van de onderdelen van het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR). Het onderdeel dat zag op de beoordeling en kwalificatie van arbeidsrelaties wordt via de aangekondigde Zelfstandigenwet verder uitgewerkt en maakt geen deel meer uit van de VBAR.

Arbeidsrechtelijke gevolgen 

Het wetsvoorstel voegt een nieuw artikel (7:610aa) toe aan het Burgerlijk Wetboek. Op grond van deze bepaling kan een werkende die werkzaamheden verricht tegen een vergoeding van minder dan het wettelijk vastgestelde uurtarief, zich bij de rechter beroepen op het vermoeden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het is dan aan de opdrachtgever om dit vermoeden te weerleggen. Het rechtsvermoeden leidt dus niet automatisch tot een arbeidsovereenkomst, maar verschuift de bewijslast in een procedure. Het uurtarief bedraagt momenteel € 38 per uur en wordt jaarlijks geïndexeerd; via het aangenomen amendement-Neijenhuis is deze indexatie gekoppeld aan de cao-loonontwikkeling. Daarmee introduceert het wetsvoorstel geen minimumuurtarief en wijzigt het de bestaande criteria voor de beoordeling van arbeidsrelaties niet. Het dient vooral als middel om de gang naar de rechter te vergemakkelijken voor zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Werken als zelfstandige met een lager tarief dan deze € 38 blijft dus mogelijk.

Fiscale gevolgen

Het wetsvoorstel is een arbeidsrechtelijk vermoeden en introduceert geen nieuwe fiscale normen. Voor de vraag of fiscaal sprake is van een dienstbetrekking blijven de reguliere criteria leidend. De staatssecretaris bevestigt dit expliciet in de nota naar aanleiding van het verslag van 5 juni 2025: wanneer de Belastingdienst (of de Arbeidsinspectie) een onderzoek instelt naar de kwalificatie van een arbeidsrelatie, kunnen zij zich niet baseren op het rechtsvermoeden. Een civielrechtelijk oordeel kan indirect wel fiscale gevolgen hebben. Als een rechter oordeelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, is de kans groot dat de Belastingdienst tot dezelfde conclusie komt en daar fiscale gevolgen aan verbindt. Het wetsvoorstel versterkt daarmee vooral de procespositie van werkenden onder het wettelijke uurtarief, zonder de inhoudelijke (en fiscale) criteria voor arbeidsrelaties te veranderen.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Werken met zelfstandigen blijft mogelijk, ook met dit rechtsvermoeden, zolang de opdracht ook echt conform de afspraken wordt uitgevoerd. Voor opdrachtgevers wordt het nu nog meer van belang dat goed wordt vastgelegd hoe de arbeidsrelatie eruitziet én hoe deze in de praktijk wordt uitgevoerd. De criteria waaraan een rechter toetst of sprake is van een arbeidsrelatie veranderen namelijk niet; er komen dus geen nieuwe vereisten bij.

Wat wél verandert is de manier waarop zelfstandigen die werken beneden het wettelijke uurtarief (nu € 38) kunnen laten toetsen of zij in dienstverband werken of als zelfstandige. Wie onder dit tarief werkt, hoeft enkel het rechtsvermoeden in te roepen; de bewijslast ligt dan bij de opdrachtgever. Wie boven dit tarief werkt, moet zelf onderbouwen aan de hand van de geldende criteria of sprake is van een dienstverband.

 

 

Nadat de Eerste Kamer op 16 juni ingestemd heeft met het wetsvoorstel, volgt de inwerkingtreding bij koninklijk besluit zo spoedig mogelijk. Het rechtsvermoeden maakt onderdeel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt, samen met de aangekondigde Zelfstandigenwet en de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. Zie ook onze themapagina 'Werken met zelfstandigen' voor eerdere ontwikkelingen en algemene duiding.

Contact

Maaike Damen

Maaike Damen

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 117 61 13

Maaike Sips

Maaike Sips

Senior Manager Knowledge Centre Tax, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)6 5375 55 65

Henk van Keersop

Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 285 13 14

Daniël Sternfeld

Daniël Sternfeld

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 089 28 89

Volg ons