Via de tweede nota van wijziging bij het Belastingplan 2025 zijn aanvullende maatregelen genomen die niet meer in het pakket Belastingplan 2025 konden worden opgenomen. Zoals aangekondigd is in deze tweede nota van wijziging de versobering naar 30-20-10-regeling teruggenomen, voordat deze effectief in de praktijk is toegepast.
Wel vindt er vanaf 2027 op een andere manier een versobering plaats. Het maximale percentage wat forfaitair belastingvrij vergoed mag worden, wordt voor de gehele periode van maximaal 60 maanden verlaagd naar 27%. Voor de jaren 2025 en 2026 blijft het maximale forfait voor alle ingekomen werknemers 30%.
Om een deel van de kosten van het terugdraaien van de versobering te dekken wordt de salarisnorm verhoogd. De salarisnorm die geldt als voorwaarde voor toepassing van de 30%-regeling zal per 1 januari 2027 worden verhoogd van 46.107 euro naar 50.436 euro (gebaseerd op de bedragen van 2024, deze bedragen worden hierna nog elke jaar geïndexeerd). Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een mastergraad wordt de salarisnorm van 35.048 euro verhoogd naar 38.338 euro (ook deze bedragen gelden voor 2024 en worden nog jaarlijks geïndexeerd).
Er gaat een overgangsregeling gelden voor werknemers die vóór 2024 al de 30%-regeling toepassen. Zowel de verlaging naar een maximale forfaitaire vergoeding van 27% als de verhoogde salarisnormen hebben gedurende de gehele looptijd van de 30%-regeling geen impact op deze expats. Indien de toepassing van de 30%-regeling ondertussen wordt verbroken, geldt de overgangsregeling niet meer.
Bij de tweede nota van wijziging is het overgangsrecht op aanbeveling van de Raad van State uitgebreid. Ook voor de werknemers die in 2024 voor het eerst gebruikmaken van de 30%-regeling blijft de huidige (geïndexeerde) salarisnorm gedurende de rest van de looptijd van de expatregeling gelden. De verlaging van de maximale belastingvrije vergoeding van 30% naar 27% gaat voor deze werknemers wel per 2027 gelden.
Door de daling van het maximaal te vergoeden forfaitaire percentage van 30% naar 27%, is de kans iets groter dat de werkelijke kosten die samenhangen met de werkzaamheden in Nederland hoger zijn dan het belastingvrij te vergoeden forfaitaire percentage. In dat geval is het nog steeds mogelijk om de werkelijke extraterritoriale kosten (ET-kosten) te vergoeden in plaats van gebruik te maken van het forfait. De werkgever moet deze kosten dan wel kunnen aantonen. De kosten moeten daarnaast ook per werknemer bijgehouden worden in de loonadministratie. De keuze voor de toepassing van de werkelijke vergoeding of het forfait dient in het eerste loontijdvak van ieder kalenderjaar genomen te worden, met uitzondering van de eerste vier maanden van het eerste jaar van de tewerkstelling.
Vorig jaar is ook het wetsvoorstel aangenomen om per 2025 de partiële buitenlandse belastingplicht af te schaffen. De partiële buitenlandse belastingplicht houdt in dat onder de expat regeling er een keuzemogelijkheid bestond om voor box 2 en box 3 gezien te worden als buitenlands belastingplichtige, ondanks een fiscale woonplaats in Nederland.
De afschaffing van de partiële buitenlandse belastingplicht blijft wel in stand. Wel geldt er nog een overgangsregeling voor expats die al vóór 2024 gebruik maken van de 30%-regeling. Zij kunnen tot en met uiterlijk 2026 gebruik maken van de partiële buitenlandse belastingplicht.
Het terugdraaien van de versobering van de 30%-regeling is positief nieuws voor zowel de expats en hun werkgevers als de uitvoerbaarheid van de expatregeling. Een vast percentage voor de gehele looptijd van de expatregeling is makkelijker toe te passen in de salarisadministratie en geeft meer duidelijkheid en stabiliteit voor de expats. Wel is het belangrijk om goed te administreren en communiceren, welke werknemers per 2027 onder het verlaagde percentage van 27% vallen en voor welke werknemers op basis van het overgangsrecht het maximale percentage van 30% en de lagere salarisnormen van toepassing blijven.