De rechtsstaat vormt een fundamenteel onderdeel van onze samenleving. Voor burgers, ondernemers en organisaties is toegang tot het recht cruciaal. PwC deed in 2022 onderzoek naar oplossingen voor een toekomstbestendige rechtsspraak en wetshandhaving.
Het vertrouwen in en voortbestaan van de rechtsstaat is, net als in 2022, onderwerp van gesprek. Afgelopen jaar gaf voorzitter van het College van procureurs-generaal Rinus Otte aan dat het nu nog te lang duurt voordat strafzaken worden behandeld. Dit doet geen recht aan de slachtoffers en de daders. Structurele verbeteringen en vernieuwingen zijn nodig om de uitdagingen voor een toekomstbestendige rechtspraak en rechtshandhaving aan te gaan. De justitiële keten werkt daarom hard aan innovatie en verbeteringen.
Dit is de derde blog in een reeks waarin we ingaan op onze aangedragen oplossingen uit 2022 en actuele voorbeelden uit de praktijk delen. We eindigen met een aantal kansen die wij zien voor de toekomst. In deze blog gaan we in op het bevorderen van de selectie van zaken en variëteit in afdoeningen, onder andere met datagedreven werken. Wij gaan in op de ontwikkelingen die spelen bij het Openbaar Ministerie (OM). Hiervoor spraken we met Margreet Fröberg, Hoofdofficier van Justitie in Den Haag.
De strafrechtketen staat al langere tijd onder druk. Strafzaken worden complexer, de doorlooptijden nemen toe en de achterstanden groeien. Wanneer erkenning, schadevergoeding of hulpverlening te lang op zich laten wachten voor zowel de verdachte en het slachtoffer, heeft dit een negatief effect op het vertrouwen in de rechtsstaat. Om de druk op te keten te verlichten en mee te bewegen met de maatschappelijke ontwikkelingen is bij het Openbaar Ministerie (OM), de politie en andere ketenpartners behoefte aan bewuste en duidelijke keuzes in de opsporing en vervolging. Deze keuzes helpen te bepalen welke zaken daadwerkelijk baat hebben bij een strafrechtelijke interventie en zorgen ervoor dat het strafrecht ingezet kan worden tegen misdrijven die ontwrichtend zijn voor de samenleving.
Het OM beschikt over de bevoegdheid om af te zien van strafrechtelijke vervolging van strafbare feiten. Dit wordt het Opportuniteitsbeginsel genoemd. Margreet Fröberg is in 2024 door het College van procureurs-generaal gevraagd om als voorzitter van de stuurgroep Opportuniteit uit te zoeken hoe het OM dit beginsel in de praktijk beter en gerichter kan inzetten: ‘Het strafrecht is bedoeld om normerend op te treden tegen criminaliteit. Als het gezag over de opsporing is het aan het OM om de politie aan te sturen zodat zaken instromen bij het OM waar het strafrecht de meest passende oplossing biedt voor de samenleving.’
Waar de strafrechtelijke procedure niet de passende oplossing is, werkt het OM samen met de politie aan het verhogen van de variëteit van alternatieve afdoeningen zodat deze zaken niet meer bij het OM instromen. De politie kan bijvoorbeeld een waarschuwend stopgesprek, een verwijzing naar de hulpverlening of het laten betalen van een schadevergoeding van de dader aan het slachtoffer inzetten.
Veel Voorkomende Criminaliteit (VVC) vormt de grootste zaakstroom bij het OM. Daarom richt het OM zich op dit moment samen met de politie op het vergroten van grip op de instroom van dit soort zaken. Het OM wil gebruik gaan maken van landelijke, regionale en lokale criminaliteits- en veiligheidsbeelden om te kunnen sturen op een instroom van zaken die een afspiegeling vormt van wat er in maatschappij speelt.
(Intel)beelden en het met data inzichtelijk maken van trends helpen om risico’s en ontwikkelingen in de criminele modus operandi, nieuwe fenomenen en maatschappelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Een duidelijke verschuiving is de toename van digitale criminaliteit, zoals phishing en online fraude. Deze trend is nog onvoldoende zichtbaar in de VVC-zaken die bij het OM binnenkomen. Fröberg ziet hier in toenemende mate kansen voor data-gedreven werken: ‘Het OM werkt aan het toekomstbestendig maken van het strafrecht en werkt daarin nauw samen met de politie. Het OM wil op basis van (intel)beelden afspraken maken over de verwachtte instroom van zaken, zoals een hogere instroom van digitale criminaliteit. Hiermee wordt het strafrecht minder reactief en kunnen het OM en de politie actiever bijdragen aan een veilige samenleving.’
Tegelijkertijd blijven experts onmisbaar om de context van een zaak te beoordelen en om cijfers en analyses goed te duiden. Fröberg vult aan: ‘De context waarin een strafbaar feit gepleegd is, bepaalt welke straf of interventie passend is. Wat is de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer? Is de verdachte een bekende bij de politie? Ligt de oorzaak van het gepleegde strafbare feit in een behoefte voor (mentale) zorg? Hebben we te maken met een weerbaar slachtoffer? Hebben we te maken met een bredere problematiek in deze regio? De antwoorden op deze vragen moet door de professional beoordeeld blijven worden.’
Het hebben van een breder palet aan afdoeningsmogelijkheden in het strafrecht geeft professionals meer ruimte. Door de contextinformatie samen te brengen met informatie uit (intel)beelden, effectiviteit van interventies en beschikbare capaciteit te combineren, kan bepaald worden of het strafrecht passend is of dat de inzet van een alternatieve interventie een betere keuze is. Hoe eerder dit wordt bepaald, hoe meer ruimte er is voor tijdige vervolging van zaken waar het strafrecht wél het verschil maakt, zoals bij digitale criminaliteit.
Door duidelijke keuzes te maken over welke typen delicten een strafrechtelijke aanpak verdienen, kunnen zaken sneller worden afgehandeld. Dit kan het vertrouwen in de rechtsstaat vergroten. (Intel) beelden maken inzichtelijk bij welk soort zaken dit geldt. Op basis van praktijkervaringen en inzichten vanuit het OM, hebben wij drie concrete adviezen voor de gehele strafrechtketen om selectie van zaken en variëteit in afdoeningen, met behulp van datagedreven werken, verder te versterken:
Werk vanuit een gedeeld beeld tussen (intel)beelden en professionals
Combineer de praktijkkennis van professionals, zoals wijkagenten, hulpofficieren en gebiedsofficieren en het lokaal bestuur, met de inzichten en beelden van maatschappelijke ontwikkelingen. Dit geeft een compleet beeld van wat er landelijk, regionaal en lokaal speelt. Voordat het werken met (intel) beelden volledig is ingericht, is het belangrijk om samen met de professionals een tussenweg te vinden om stapsgewijs te wennen aan en te leren van data-gedreven sturing.
Betrek (keten)partners in het vormgeven van de variëteit in afdoeningen
Breid het palet aan afdoeningsmogelijkheden uit door samen te werken met ketenpartners, private partijen, betrokken organisaties (in het sociaal domein) en buurtinitiatieven. Met heldere afspraken, duidelijke rol- en taakverdeling en gedeelde verwachtingen over de toe- en doorstroom, zorgen alle partijen samen voor passende en tijdige interventies.
Communiceer duidelijk aan de professionals over de gewenste keuzes
Geef professionals heldere instructies waarbinnen zij zelfstandig keuzes kunnen maken over de juiste afdoening en aan welke zaken tijd te besteden. Dit voorkomt onnodige vertraging in de strafrechtketenen en zorgt dat het strafrecht ingezet wordt daar waar het voor bedoeld is. Per regio verschilt de context en de problematiek. Daardoor is er niet één zelfde manier waarop zaken altijd moeten worden afgedaan om de gewenste werking van het strafrecht te realiseren.
Senior Manager, PwC Netherlands
Partner People & Organisation, PwC Netherlands