Actuele pensioenzaken

Overzicht pensioenactualiteiten 2026-Q1

Overzicht pensioenactualiteiten 2026-Q1
  • Publicatie
  • 22 apr 2026

Vanuit PwC houden wij je graag op de hoogte van relevante pensioenontwikkelingen. In dit overzicht van het eerste kwartaal van 2026 lees je over de voortgang van de pensioentransitie bij pensioenfondsen en de eerste tastbare resultaten, de toenemende urgentie voor werkgevers met verzekerde regelingen, recente uitingen van de AFM over communicatie en toezicht, kabinetsmaatregelen op pensioenterrein en overige actuele pensioenontwikkelingen.

Transitie pensioenfondsen: voortgang

Op 22 januari 2026 stuurde minister Paul (SZW) de vierde voortgangsrapportage monitoring Wtp naar de Kamer. De transitie ligt op koers. Per 1 januari 2026 zijn in totaal dertig pensioenfondsen/kringen overgestapt, goed voor ongeveer tien miljoen deelnemers. In het restant van de eerste helft van 2026 volgen nog zes fondsen, in de tweede helft van 2026 nog eens vijftien. In 2027 maken 61 fondsen de overstap en op 1 januari 2028 de laatste 25. De uiterste transitiedatum blijft ongewijzigd. De totale pensioenbeheerkosten stegen in 2024 met 17,7 procent naar 1,4 miljard euro, mede door transitievoorbereidingen en ICT-investeringen. De verwachting is dat deze kosten na het zwaartepunt van de transitie (1 januari 2027) weer dalen. De minister benadrukt dat er geen ruimte is voor uitstelgedrag en roept alle partijen op om door te pakken.

De overstap levert direct tastbaar resultaat op. Volgens het nieuwsbericht van de Rijksoverheid zijn de pensioenen bij ingevaren fondsen gemiddeld met veertien procent structureel verhoogd, doordat in het nieuwe stelsel buffers gerichter worden ingezet en een groter deel van iedere euro naar de uitkering kan.

Op 26 februari 2026 bevestigde de Pensioenfederatie dit met concrete cijfers: meer dan 1 miljoen gepensioneerden zien hun uitkering stijgen, met verhogingen variërend van acht procent tot ruim twintig procent, afhankelijk van het fonds en de leeftijdscategorie. PFZW verhoogde met twaalf procent, bpfBOUW met 20,8 procent en Pensioenfonds Horeca & Catering met 18,8 procent. De Pensioenfederatie wijst er daarbij op dat een hogere uitkering gevolgen kan hebben voor toeslagen.

Ondanks de omvang van de transitie blijft het aantal klachten beperkt blijkt uit de voortgangsrapportage. Dit werd ook bevestigd door de Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP). In heel 2025 werden 426 geschillen geregistreerd, waarvan het overgrote deel betrekking heeft op pensioenberekening en informatieverstrekking, niet op de Wtp zelf. Het aantal civiele Wtp-zaken bij de Raad voor de Rechtspraak bleef onder de tien. Wel neemt naar verwachting het aantal Wtp-gerelateerde vragen duidelijk toe naarmate meer deelnemers overstappen.

Urgentie voor werkgevers met verzekerde regelingen 

Op 17 februari 2026 hebben Adfiz, VNO-NCW en MKB-Nederland een urgentiebrief opgesteld waarin werkgevers nadrukkelijk worden opgeroepen om vóór 1 juli 2026 te starten met het aanpassen van hun pensioenregeling. In de brief wordt gewezen op de ingrijpende financiële gevolgen wanneer een regeling niet op tijd is aangepast, en benadrukt dat álle contracten moeten worden gewijzigd, ook wanneer een overeenkomst geen einddatum heeft of als er wordt gekozen voor eerbiedigende werking. Werkgevers wordt geadviseerd als eerste stap contact op te nemen met een pensioenadviseur, die kan helpen bij het maken van keuzes, de communicatie met werknemers en de implementatie.

Dat urgentie geboden is, blijkt ook uit de hiervoor genoemde vierde voortgangsrapportage monitoring Wtp. Het Verbond van Verzekeraars geeft aan dat voor een groot deel van de pensioenregelingen bij verzekeraars en ppi's nog geen besluit is genomen over de nieuwe regeling: op dit moment is pas voor 31 procent van de deelnemers bij ppi's en 22 procent van de deelnemers bij verzekeraars een besluit genomen.

Alle pensioenregelingen moeten uiterlijk 1 januari 2028 Wtp-proof zijn. Omdat het arbeidsvoorwaardelijke proces voor werkgevers vaak vele maanden in beslag neemt, wordt geadviseerd om uiterlijk 1 juli 2026 te starten met de aanpassing. Wanneer pensioenregelingen niet tijdig worden aangepast, kan dit ingrijpende fiscale gevolgen voor werknemers hebben.

Een bijzonder aandachtspunt bij de transitie van verzekerde regelingen betreft de individuele keuzemogelijkheid voor werknemers met een geëerbiedigde staffel om over te stappen naar de nieuwe vlakke premieregeling. Deze eenmalige en onomkeerbare keuze kan door de werkgever worden aangeboden, maar brengt risico's met zich mee. Vooral jongere werknemers zullen belangstelling hebben omdat de premie-inleg in de vlakke regeling voor hun leeftijd doorgaans hoger is. Werkgevers moeten er echter rekening mee houden dat dit kan leiden tot hogere totale pensioenpremies. Daarnaast is het essentieel dat werknemers vooraf duidelijk en cijfermatig worden geïnformeerd over de gevolgen, inclusief het feit dat er geen compensatie geldt bij nadelige effecten. Juridische risico's liggen op de loer wanneer werknemers later stellen onvolledig te zijn geïnformeerd. De pensioenuitvoerder is niet verplicht aan zo'n individuele keuze mee te werken, en als hij dat wel doet, is dat doorgaans onder strikte voorwaarden.  

Uitingen AFM in Transitiebulletins Pensioenen (februari en maart 2026)

  1. Oproep aan adviseurs: pas verzekerde regelingen snel aan
    In het februaribulletin dringt de AFM aan op snelle aanpassing van verzekerde regelingen vanwege de lange doorlooptijden. Dit signaal sluit aan bij de urgentiebrieven van Adfiz, VNO-NCW en MKB-Nederland. De AFM benadrukt dat communicatie een kernproces moet zijn, zowel tijdens als na de transitie naar het nieuwe stelsel.
  2. Communicatieplannen: wettelijke omissies moeten worden weggewerkt
    De AFM constateert dat in recent beoordeelde communicatieplannen nog steeds wettelijke omissies voorkomen. Zij verwacht dat deze tekortkomingen in volgende plannen worden hersteld.
  3. Keuzes uitkeringsfase: communiceer helder en evenwichtig
    Over de keuze in de uitkeringsfase — koopkrachtbehoud (indexatie) versus het voorkomen van verlagingen — ziet de AFM nog verbeterpunten. Pensioenuitvoerders moeten hierover helder en evenwichtig communiceren, zodat deelnemers een weloverwogen keuze kunnen maken.
  4. TUPO-advies: positief met vijf aandachtspunten
    De AFM is positief over de concept-TUPO-modellen (Transitie Uniform Pensioenoverzicht), maar formuleert vijf aandachtspunten voor het gebruik ervan na invaren.
  5. Compliance: verder gaan dan formele naleving
    In het maartbulletin benadrukt de AFM dat compliance bij pensioenfondsen verder moet gaan dan het formeel afvinken van regels. De focus moet liggen op de bedóeling van regelgeving en het belang van deelnemers.
  6. Communicatie over uitkeringen: minimaal één maand vooraf melden
    Pensioenuitvoerders moeten wijzigingen in uitkeringen minimaal één maand vooraf aan deelnemers melden; bij verlagingen liefst eerder. Combinatie met het UPO is onder voorwaarden toegestaan.
  7. Invaren en administratieve freeze: deelnemers mogen niet worden benadeeld
    Een tijdelijke bevriezing van de administratie rond het invaren mag deelnemers niet benadelen. De AFM benadrukt dat goede voorbereiding en communicatie hierover vereist zijn, zodat deelnemers weten wat zij kunnen verwachten gedurende de freeze-periode.
  8. Toezicht op transitieoverzichten blijft onverminderd van kracht
    De AFM stuurt informatieverzoeken nog maar aan een selectie van fondsen, maar blijft onverminderd toezicht houden op zowel prognose- als definitieve transitieoverzichten na invaren. In het toezicht voor 2026 legt de AFM extra focus op het definitieve transitieoverzicht, naast prognoses, communicatie, keuzebegeleiding en nabestaandenpensioen.

Pensioenfonds hoeft geen inzage te geven in pensioenberekening 

In december 2025 waren er twee uitspraken van rechters in Lelystad en Breda in procedures van deelnemers tegen PFZW. In beide zaken vroeg een deelnemer aan de rechter om het fonds op te dragen al zijn persoonsgegevens te delen, waaronder alle berekeningen voor het vaststellen van de pensioenuitkering. De rechters oordeelden echter dat een pensioenberekening geen persoonsgegeven is: het betreft de uitkomst van een rekenkundige formule die op alle pensioenen wordt toegepast. Hoewel het proces wordt gevoed met persoonsgegevens, is de berekening zelf dat niet. Deelnemers kunnen de berekening dus niet opeisen met een beroep op het AVG-inzagerecht.

Ombudsman Pensioenen roept op tot bescherming individu bij herziening te hoog vastgesteld pensioen 

Op 10 maart 2026 waarschuwde ombudsman Pensioenen Jeroen Steenvoorden in Pensioen Pro dat pensioenfondsen soms jarenlang te hoge bedragen communiceren, in pensioenoverzichten, brieven en andere uitingen, zonder dat deelnemers dit doorhebben. Wanneer de fout wordt hersteld, kan dat de financiële planning van deelnemers serieus raken: zij hebben mogelijk gerekend op de hogere bedragen en hun uitgavenpatroon daarop ingericht. De Ombudsman stelt dat het maatschappelijk begrip voor correcties afneemt naarmate te hoge bedragen langer zijn gecommuniceerd. Hij signaleert dat de bescherming van de collectiviteit in geschillen soms prevaleert boven die van het individu en pleit ervoor dat meer gebruik wordt gemaakt van gewenningsuitkeringen, zodat deelnemers de tijd krijgen hun financiële situatie aan te passen. Zijn oproep aan de wetgever en de Pensioenfederatie is helder: versterk de bescherming van het individu ten opzichte van het collectief. Dat is volgens hem niet alleen goed voor het vertrouwen in het pensioenstelsel, maar vormt ook een stimulans voor fondsen om hun administratie op orde te houden.

Kabinetsmaatregelen rondom pensioen

  1. Kabinet investeert in projecten rondom 'Gezond naar het pensioen' 
    Op 27 januari 2026 maakte het kabinet bekend dat het, samen met werknemers- en werkgeversorganisaties, tot en met 2030 ongeveer 200 miljoen euro inzet voor projecten en innovaties die bijdragen aan duurzame inzetbaarheid, met extra aandacht voor mensen met zwaar werk. De middelen komen voort uit het pensioenakkoord uit 2019 en het akkoord 'Gezond naar het pensioen' uit oktober 2024. Het geld gaat onder meer naar subsidies voor samenwerkingsverbanden en mkb-bedrijven om zwaar werk te voorkomen of te verlichten, naar het onderzoeks- en innovatiecentrum FRAIM van de TU Delft (dat samen met TNO mkb-bedrijven helpt oplossingen te ontwikkelen voor zwaar fysiek werk) en naar de realisatie van een expertisecentrum zwaar werk door TNO, gericht op het verzamelen en delen van kennis rond zwaar werk, de RVU-regeling en duurzame inzetbaarheid.
  2. Twee bezuinigingen op pensioenterrein in akkoord op hoofdlijnen
    Op 30 januari 2026 presenteerden D66, CDA en VVD een akkoord op hoofdlijnen voor een minderheidskabinet, met daarin twee bezuinigingen op pensioenterrein. Ten eerste wordt de aftoppingsgrens voor belastingvrije pensioenopbouw, in 2024 bevroren op 137.800 euro, voor nog eens zes jaar gehandhaafd; de eerstvolgende verhoging zou dan in 2033 plaatsvinden. Deze maatregel levert volgend jaar 95 miljoen euro op, oplopend tot 407 miljoen euro in 2030. Ten tweede gaat de AOW-leeftijd één-op-één meestijgen met de levensverwachting, zonder de huidige demping. Deze snellere stijging levert structureel 2,8 miljard euro op.

    Na ophef over met name de snellere stijging van de AOW-leeftijd liet de nieuwe minister Vijlbrief (SZW) weten geen haast te hebben met de invoering van deze maatregel. Hij haalt niets van tafel, maar wil eerst in gesprek met de sociale partners over hun wensen. Omdat er dit jaar voor vrijwel alle maatregelen nog geen wetgeving nodig is, heeft hij daarvoor de tijd, al geeft hij aan dat het sneller kan gaan zodra bonden en werkgevers aan tafel zitten.
  3. Kabinet stelt bedrag ineens uit tot 1 januari 2029
    Uit de Voorjaarsnota die op 27 maart 2026 naar de Kamer werd gestuurd, blijkt dat de invoering van de Wet herziening bedrag ineens wordt uitgesteld van 1 juli 2026 naar 1 januari 2029, dus tot ná de pensioentransitie. Het uitstel komt tegemoet aan de wens van pensioenuitvoerders en een belangrijk deel van de Eerste Kamer. Keerzijde is dat het uitstel de overheid naar schatting 26 miljoen euro per jaar kost aan gemiste belastinginkomsten. Bovendien worden werknemers die rekenden op de mogelijkheid om bij pensionering maximaal tien procent ineens op te nemen, teleurgesteld, terwijl meer keuzevrijheid juist een belangrijk punt was in het pensioenakkoord.

    Overig:
    Animatie over life events: verandering met ingang van Wtp
    SPO Nyenrode ontwikkelde een animatie als onderdeel van het leerprogramma SPO Wtp-proof. Een animatie die uitlegt welke wijzigingen de Wtp met zich meebrengt bij verschillende life events. Aan bod komen samenwonen, het beëindigen van een relatie, overlijden, werkloosheid of een periode van ziekte en een verandering van baan. De animatie is een praktisch hulpmiddel dat pensioenuitvoerders en werkgevers kunnen inzetten om deelnemers op een toegankelijke manier te informeren over wat het nieuwe stelsel concreet betekent bij ingrijpende levensgebeurtenissen.

Nieuwe Q&A: premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid
Op 17 maart 2026 publiceerde Werken aan ons Pensioen een nieuwe Q&A die verduidelijkt welke pensioenregeling bij een verzekeraar of PPI wordt voortgezet wanneer een deelnemer ziek wordt tijdens de overgang van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel. De toezegging hiertoe deed toenmalig minister Paul (SZW) tijdens het Commissiedebat Pensioenen van 29 januari 2026. De kern: de premievrije voortzetting bij arbeidsongeschiktheid kan onder het karakter van de oude pensioenregeling worden voortgezet wanneer de eerste ziektedag vóór de overgang naar het nieuwe stelsel ligt. Dit geldt ook voor deelnemers die op het moment van overgang ziek zijn en na afloop van de wachttijd arbeidsongeschikt worden verklaard.

Bekijk hier alle pensioenartikelen

Contact us

Willem Eikelboom

Willem Eikelboom

Senior Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)64 238 01 53

Jan Meijer

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 115 75 16

Volg ons