Actuele pensioenzaken

Overzicht pensioenactualiteiten 2025-Q4

Overzicht pensioenactualiteiten 2025-Q4
  • Publicatie
  • 23 jan 2026

Vanuit PwC houden wij je graag op de hoogte van relevante pensioenontwikkelingen. In dit overzicht van het vierde kwartaal van 2025 lees je over de voortgang van de pensioentransitie bij pensioenfondsen, verzekeraars en werkgevers, de publicatie van wet- en regelgeving rond de verlengde transitieperiode, de nieuwste inzichten van de AFM op het gebied van communicatie, compensatie en keuzebegeleiding, recente Kamerstukken en sectorupdates, ontwikkelingen binnen het Europese pensioenbeleid en de actuele aandachtspunten rondom de invoering van het bedrag ineens en de reductie van de witte vlek.

Brochure helpt werkgevers op weg naar Wtp-proof pensioenregeling

Op 18 december 2025 werd op werkenaanonspensioen.nl een praktische brochure gepubliceerd die werkgevers helpt hun pensioenregeling Wtp-proof te maken. De brochure biedt praktische houvast: hoe te beginnen, welke keuzes er zijn, wat de gevolgen zijn van niet-tijdig handelen en welke stappen leiden naar een nieuwe regeling. Als eerste stap wordt geadviseerd een pensioenadviseur in te schakelen; die kan ondersteunen bij het maken van keuzes, de communicatie met werknemers en de implementatie. Adviseurs, accountants en verzekeraars worden opgeroepen de brochure actief onder de aandacht te brengen en het gesprek met werkgevers tijdig te starten. Doel is duidelijk: zorgen dat alle werkgevers op tijd overstappen, zodat ingrijpende gevolgen voor werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders worden voorkomen.

Rapport AFM over communicatie over compensatie en beantwoording Kamervragen

In september 2025 publiceerde de AFM het rapport ‘Informeer deelnemers tijdig en concreet over compensatie’, waarin het belang van tijdige en duidelijke communicatie over compensatie richting deelnemers wordt benadrukt. De AFM waarschuwt dat levensgebeurtenissen zoals baanwisseling, starten als zzp’er of deeltijdwerken ertoe kunnen leiden dat deelnemers (onbedoeld) minder of geen compensatie ontvangen voor de afschaffing van de doorsneesystematiek.

De AFM roept pensioenfondsen op om niet te wachten tot het prognose-transitieoverzicht, maar deelnemers eerder en helder te informeren, bijvoorbeeld via voorbeeldberekeningen op de website, en transparant te zijn als de exacte hoogte van compensatie vooraf nog niet bekend is. Leg uit wie wel of niet compensatie krijgt en welke factoren meespelen (zoals dekkingsgraad, leeftijd en status). Communicatie is een gedeelde verantwoordelijkheid: sociale partners en vooral werkgevers moeten werknemers actief informeren over de uitwerking van compensatie in specifieke situaties, via kanalen als e-mail, intranet en bijeenkomsten. Goede samenwerking tussen pensioenfonds en werkgever vergroot het bereik en voorkomt teleurstellingen achteraf. De kernboodschap: zorg voor tijdige, concrete en persoonlijke keuzebegeleiding, zodat deelnemers geen compensatie mislopen door (veranderde) omstandigheden.

Op 7 november 2025 beantwoordde minister Paul (SZW) Kamervragen van het lid Joseph (BBB) over communicatie en compensatie in de pensioentransitie, naar aanleiding van het AFM-rapport ‘Informeer deelnemers tijdig en concreet over compensatie’. De minister bevestigt dat pensioenfondsen deelnemers uiterlijk één maand voor het transitiemoment een persoonlijk prognose-transitieoverzicht moeten sturen met informatie over compensatie; deze wettelijke eis is in samenspraak met de AFM vastgesteld. Tegelijk benadrukt de minister het belang van eerdere, duidelijke en evenwichtige communicatie die aanzet tot relevante actie, omdat persoonlijke bedragen vaak pas kort voor de transitie beschikbaar zijn.

Over het risico dat deelnemers compensatie mislopen, deelt de minister het uitgangspunt dat goede keuzebegeleiding essentieel is. Pensioenuitvoerders en werkgevers hebben een verantwoordelijkheid om werknemers tijdig te informeren over de werking van compensatie en de mogelijke gevolgen van (arbeids)keuzes; ook werknemers dienen zich actief te informeren. Naast het prognose-transitieoverzicht wijst zij op extra communicatiekanalen zoals brieven, websites, webinars en nieuwsbrieven. Het UPO waarschuwt bovendien dat uitdiensttreding gevolgen kan hebben en verwijst naar aanvullende informatie.

De minister benadrukt dat de vorm en voorwaarden van compensatie per fonds kunnen verschillen, zolang de evenwichtigheid gewaarborgd kan worden over het geheel aan afspraken over de nieuwe pensioenregeling en de transitie. Zij ziet geen aanleiding om aanvullende minimale wettelijke eisen voor informatieverstrekking over compensatieregelingen vast te leggen.

Wet en besluit verlenging transitieperiode gepubliceerd in Staatsblad

Op 20 mei 2025 stemde de Tweede Kamer in met het wetsvoorstel Wet verlenging transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel. De Eerste Kamer behandelde het voorstel plenair op 25 november 2025 en heeft het op 2 december 2025 aangenomen. De wet en het bijbehorende Besluit vaststelling transitietermijnen zijn op 4 december 2025 gepubliceerd.

De Wet verlenging transitieperiode naar het nieuwe pensioenstelsel verschuift de uiterste datum voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028 en verplaatst de diverse transitiedata uit de wet naar een algemene maatregel van bestuur (AMvB), zodat het kabinet – met een voorhangtermijn van vier weken richting beide Kamers – sneller kan bijsturen als dat nodig is. Met deze wet en AMvB krijgen uitvoerende partijen één jaar extra om de transitie zorgvuldig te realiseren, terwijl via delegatie naar de AMvB en een voorhangtermijn van vier weken richting beide Kamers wendbaarheid en parlementaire betrokkenheid worden geborgd.

Uitingen AFM in Transitiebulletins Pensioenen

  1. Licht nominale bedragen op transitieoverzicht toe
    In het bulletin van december 2025 waarschuwt de AFM dat het laten zien van uitsluitend nominale scenariobedragen in laag 1 van het transitieoverzicht de verschillen tussen de oude en nieuwe pensioenregeling onterecht kunnen vergroten, omdat in de nieuwe regeling beleggingsresultaten wel worden meegenomen terwijl bij de oude toekomstige indexaties ontbreken. Dit wekt gemakkelijk onrealistische verwachtingen. Oplossingen zijn een tussenstap met risicovrije rente voor de nieuwe regeling (zoals in het Servicedocument Transitiecommunicatie) of het direct tonen van reële bedragen (met indexatie in de oude regeling). Het transitieoverzicht is vormvrij; kiest een uitvoerder toch voor uitsluitend nominale bedragen in laag 1, dan verwacht de AFM een duidelijke toelichting.
  2. Aanbevelingen voor keuzebegeleiding bij bedrag ineens
    De AFM doet concrete aanbevelingen voor de inrichting van keuzebegeleiding rond het bedrag ineens (maximaal 10% opname bij pensionering). Op basis van een verkennend onderzoek adviseert de AFM:
    • zorg dat deelnemers alle essentiële informatie kunnen meenemen in hun afweging,
    • bied die informatie op een passende manier aan, en
    • houd rekening met sturing in de keuzeomgeving.

      Omdat de keuze complex is en forse impact kan hebben op uitkering, belasting en toeslagen, moet de keuzebegeleiding vanaf het eerste moment dat deelnemers kunnen kiezen direct goed zijn.
  3. UPO – vanaf 2027 alle kosten op individueel niveau tonen
    In haar jaarlijkse UPO-advies (begin december) pleit de AFM ervoor dat alle ingehouden kosten vanaf 2027 op individueel niveau op het UPO worden getoond. Hoewel over de negen voorgestelde UPO-modellen voor 2026 positief is geadviseerd, waarschuwt de AFM dat werken met ‘nettobedragen’ (na kosten) zonder zichtbare onttrekkingen strijdig is met de plicht om alle kosten te tonen en een misleidend beeld kan geven. Omdat systeemaanpassingen nodig zijn, volstaat in 2026 een kwalitatieve toelichting; vanaf 2027 moeten individuele kosten zichtbaar zijn, zowel in de solidaire als in de flexibele premieregeling.
  4. Go/no-go-moment ná prognose-transitieoverzicht: wat verwacht de AFM?
    De AFM verduidelijkt dat pensioenfondsen een ‘onder voorbehoud’-melding in het prognosetransitieoverzicht moeten opnemen als na verzending nog een go/no-gobesluit over kritieke processen volgt. Gebruik hiervoor de concepttekst uit het addendum bij het “Servicedocument Transitiecommunicatie”. Wordt een voorbehoud achterwege gelaten, dan veronderstelt de AFM dat – uitzonderlijke gebeurtenissen daargelaten – de overgang naar het nieuwe stelsel kan doorgaan. Gezien de (kleine) kans op incidenten zoals een beurskrach of cyberaanval verwacht de AFM dat fondsen vooraf uitwerken hoe en wanneer zij deelnemers dan informeren en de persoonlijke gevolgen toelichten.
  5. Nabestaandenpensioen: informeer deelnemer tijdig over vrijwillige voortzetting
    In oktober 2025 wees de AFM erop dat bij transitie de dekking voor nabestaanden kan vervallen na beëindiging van het dienstverband en de standaard uitloopperiode (drie of zes maanden). Pensioenuitvoerders moeten (niet langer actieve) deelnemers tijdig informeren over de optie van vrijwillige voortzetting van partner- en wezenpensioen, zodat er voldoende tijd overblijft om de informatie te beoordelen en advies in te winnen. De stopbrief is niet altijd toereikend door mogelijke ‘administratie freeze’ of verlengde dekking bij WW/Ziektewet; in die gevallen vraagt de AFM om aparte, tijdige communicatie en jaarlijkse herbevestiging met heldere keuzebegeleiding en toelichting op gevolgen en beëindigingsgronden. Wie kiest voor vrijwillige voortzetting, moet jaarlijks opnieuw worden geïnformeerd en om bevestiging worden gevraagd, met duidelijke keuzebegeleiding over de gevolgen (zoals het resterende ouderdomspensioen) en met uitleg dat de dekking tussentijds kan eindigen op verzoek of bij een ‘beëindigingsgrond’ (bijvoorbeeld te weinig resterend kapitaal). Treedt zo’n beëindigingsgrond op, dan verwacht de AFM dat de deelnemer tijdig wordt geïnformeerd zodat hij maatregelen kan nemen.

Nieuw EU-pensioenpakket: helder onderscheid nodig voor Nederland

Op 20 november 2025 presenteerde de Europese Commissie een nieuw EU‑pensioenpakket dat de aanvullende pensioensector moet versterken. Doel is tweeledig: het verhogen van pensioenadequaatheid voor Europese burgers én het beter inzetten van langetermijnspaargelden voor de EU‑economie. Het pakket past binnen de Savings and Investments Union-strategie en speelt in op vergrijzing, de afnemende vervangingspercentages en de gender- en dekkingskloof.

Het pakket bestaat uit een Commissie‑aanbeveling aan lidstaten om nationale pensioentrackingsystemen en dashboards op te zetten of uit te breiden en auto‑enrolment te stimuleren, plus twee wetgevende voorstellen: een wijziging van de IORP II‑richtlijn en een wijziging van de PEPP‑verordening. De IORP‑wijziging beoogt meer schaal en efficiëntie via een sterkere toezichtsfocus op kosten, rendement en schaal, meer transparantie over onderprestaties en het wegnemen van barrières voor marktgedreven consolidatie. Lidstaten worden aangemoedigd de IORP‑standaarden breder te benutten, ook voor instellingen die nu nog buiten de reikwijdte vallen. De PEPP‑herziening moet het product aantrekkelijker maken door meer flexibiliteit voor aanbieders en betere waarde‑voor‑geld, onder behoud van transparantie en beleggersbescherming, en door PEPP inzetbaar te maken in werkgerelateerde arrangementen of auto‑enrolment.

Daarnaast verduidelijkt de Commissie de prudent‑person‑principle: pensioenaanbieders krijgen vrijheid om in uiteenlopende activa (ook aandelen en private markten) te beleggen, mits risico’s aantoonbaar goed worden beheerd. Implementatie op nationaal niveau is cruciaal; de Commissie monitort voortgang en bevordert best practices. Dit moet leiden tot hogere deelname, betere nettorendementen en diepere EU‑kapitaalmarkten.

Invoering bedrag ineens op 1 juli 2026 niet meer haalbaar

Inmiddels is duidelijk geworden dat invoering van het keuzerecht bedrag ineens per 1 juli 2026 niet langer haalbaar is. Het wetsvoorstel herziening bedrag ineens ligt nog in de Eerste Kamer. Leden van de Eerste Kamer hebben vragen gesteld aan de minister van SZW. Deze vragen moeten nog beantwoord worden. De vragen van de Eerste Kamerleden gaan over het moment van inwerkingtreding in samenhang met de afronding van de Wtp-transitie.

De pensioensector geeft aan dat na instemming van beide Kamers minimaal zes tot negen maanden nodig zijn voor implementatie, waardoor de tijd tot 1 juli 2026 te krap is. Senator Roel van Gurp (GroenLinks-PvdA) sluit zich daarbij aan en bepleit invoering pas na afronding van de transitie naar het herziene stelsel, zodat goede keuzebegeleiding kan worden geborgd. Eerder riep PFZW-bestuursvoorzitter Joanne Kellermann in de senaat ook op tot uitstel tot na de transitie; dit vond steun bij onder meer GroenLinks-PvdA en CDA.

Uitstel kent nadelen: het kabinet loopt naar schatting €26 miljoen per jaar aan belastinginkomsten mis, en mensen die graag van het keuzerecht gebruik willen maken kunnen teleurgesteld raken. Tegelijk koppelt minister Mariëlle Paul de inwerkingtreding expliciet aan de tijd die de sector nodig heeft; als de senaat op korte termijn instemt, dan is de voorbereidingstijd maximaal zes maanden, en dat lijkt te kort voor de sector. Alles bij elkaar groeit de kans dat de ingangsdatum opnieuw opschuift, met serieuze overweging om de invoering pas na de pensioentransitie te laten plaatsvinden.

Minister van SZW over voortgang reductie witte vlek (werknemers zonder actieve pensioenopbouw)

Op 17 november 2025 meldde minister Paul (SZW) dat de ‘witte vlek’ verder is gekrompen: volgens recent CBS-onderzoek (stand eind 2023, gepubliceerd op 29 september 2025) daalde het aantal werknemers zonder actieve pensioenopbouw van 936.000 (13,4%) in 2019 naar 680.000 (9,3%) in 2023. Daarmee komt de wettelijk beoogde halvering in 2028 (peildatum 22 december 2027; ongeveer 468.000) dichterbij. Een tussenevaluatie volgt zodra de cijfers over 2024 beschikbaar zijn (verwacht in 2026).

De afschaffing van de wachttijd voor uitzendkrachten per 1 juli 2023 had zichtbaar effect (daling naar 9.000; 3%). Kleinste bedrijven (1–9 werknemers) blijven achter, terwijl in sectoren als softwareontwikkeling, managementadvies, IT-advies en paramedische praktijken relatief veel werknemers nog geen pensioen opbouwen. SZW en sociale partners zetten door met gerichte communicatie en ondersteuning; een verplichting om op de loonstrook te vermelden of een pensioenregeling wordt aangeboden is in voorbereiding.

Zware fiscale gevolgen bij te late overstap naar Wtp-proof pensioenregeling

Alle bestaande pensioenregelingen moeten vóór 1 januari 2028 aangepast worden naar een regeling onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). Dit geldt ook voor regelingen bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI). In een publicatie legt het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen (CAP) van de Belastingdienst uit wat de fiscale en civiele gevolgen zijn als dit niet op tijd gebeurt. Het CAP wijst hierbij op grote gevolgen voor werkgevers, werknemers en pensioenuitvoerders. Vervolgens berichtten media dat ongeveer 1,6 miljoen werknemers risico lopen als werkgevers hun pensioenregeling niet tijdig aanpassen. Werkgevers moeten uiterlijk 1 januari 2028 voldoen aan de Wet toekomst pensioenen; verzekeraars en PPI’s hanteren 1 oktober 2027 als praktische deadline om aanpassingen te verwerken. Niet aanpassen maakt de regeling fiscaal bovenmatig: de volledige premie geldt dan als loon waarover direct loonbelasting en premies voor volksverzekeringen verschuldigd zijn. Tegelijk blijft de pensioentoezegging bestaan; uitvoerders kunnen de uitvoering staken, waardoor de werkgever financieel risico loopt voor arbeidsongeschiktheids- of nabestaandenrisico’s onverzekerd blijken. De fiscale toets ziet alleen op toekomstige opbouw: tijdig omzetten naar een beschikbare premieregeling met leeftijdsonafhankelijke premie (of gebruik van overgangsrecht) is voldoende, zonder terugwerkende kracht. Werkgevers moeten beoordelen of de huidige regeling na 2027 is toegestaan, de (financiële) impact en alternatieven doorrekenen, voor nieuwe medewerkers een regeling vastleggen, het nabestaandenpensioen actualiseren en instemming van OR en werknemers organiseren. Naar schatting is pas 20% van de circa 57.000 contracten omgezet en adviescapaciteit is beperkt.

Belastingdienst: pensioen-APK kan persoonlijk pensioenadvies zijn

Het standpunt van de Kennisgroep loonheffing algemeen KG:204:2025:16 gaat over de vraag of een pensioen APK-gesprek te kwalificeren is als een belast persoonlijk pensioenadvies. Als een werkgever een vrijwillig 1op1 pensioen APK-gesprek aanbiedt, geldt dit als belast loon wanneer het gesprek verder gaat dan keuzebegeleiding. Keuzebegeleiding (art. 48a Pensioenwet) helpt de deelnemer keuzes binnen de pensioenregeling te maken en ziet niet op de persoonlijke fiscale/financiële situatie; de kosten daarvan zijn voor de werkgever gewone bedrijfskosten en niet belast voor werknemers. Zodra het gesprek persoonlijke pensioen- of financiële advisering omvat op basis van iemands totale situatie (bijv. netto-inkomen later, keuze ingangsdatum, bijsparen, lijfrente, hypotheek, beleggen), is het voordeel voor de werknemer belast loon. Een pensioenuitvoerder mag hierbij wel adviseren over keuzes binnen de regeling, maar geen Wft-productadvies geven.

De nieuwe kerncijfers pensioen 2026

Begin december 2025 zijn de pensioenkerncijfers voor 2026 gepubliceerd. Daarin zijn onder meer de nieuwe AOW bedragen, AOW-franchises, het maximale pensioengevend salaris en de factoren voor individuele waardeoverdrachten opgenomen, waarbij rekening is gehouden met de wijzigingen in het wettelijk minimumloon en de uitkeringen per 1 januari 2026. Zie ons actueel bericht voor deze nieuwste kerncijfers.

Bekijk hier alle pensioenartikelen

Contact us

Willem Eikelboom

Willem Eikelboom

Senior Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)64 238 01 53

Jan Meijer

Jan Meijer

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 115 75 16

Volg ons