Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring

29/10/19

Het kabinet heeft de uitwerking gepubliceerd van het minimumtarief voor zelfstandigen en van de zelfstandigenverklaring. De concept-wettekst is open voor internetconsultatie. Hieronder geven wij de uitwerking van de maatregelen op hoofdlijnen weer.

Achtergrond

Het minimumtarief voor zzp’ers is bedoeld om zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt te beschermen tegen armoede. Het gaat om bescherming van zzp’ers die de fiscale voordelen van het zelfstandig ondernemerschap niet kunnen verzilveren voor een hoger inkomen en die de kosten voor verzekeringen tegen arbeidsrisico’s niet kunnen verdisconteren in het tarief. Het minimumtarief moet zelfstandigen in staat stellen om bij een fulltime werkweek ten minste netto het sociaal minimum te verdienen. De zelfstandigenverklaring is bedoeld om zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid te geven over hun arbeidsrelatie.

Overigens wordt de webmodule die (alle) opdrachtgevers zekerheid kan geven over de arbeidsrelatie met een zelfstandige verder ontwikkeld. De webmodule en opdrachtgeversverklaring maken geen deel uit van het wetsvoorstel.

Zelfstandigenverklaring

Voor zzp’ers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er een zelfstandigenverklaring. Hiermee krijgen zzp’ers en hun opdrachtgevers op voorhand zekerheid dat hun arbeidsrelatie voor de loonheffingen en de werknemersverzekeringen niet wordt gekwalificeerd als een dienstbetrekking. Ze krijgen daarnaast zoveel mogelijk zekerheid ten aanzien van de arbeidsrechtelijke gevolgen.

De zelfstandigenverklaring geldt niet voor de fictieve dienstbetrekking van pseudo-werknemers, de fictieve dienstbetrekking van aanmerkelijkbelanghouders en de fictieve dienstbetrekking van sekswerkers.

 

Voorwaarden zelfstandigenverklaring

Voor de zelfstandigenverklaring is vereist dat voorafgaand aan de werkzaamheden in een schriftelijke gedagtekende overeenkomst onder vermelding van het KvK-nummer van de werkende, wordt vastgelegd dat werkende en werkverstrekker de zelfstandigenverklaring willen overeenkomen. De werkzaamheden worden op basis van de overeenkomst aangegaan voor de periode van maximaal een jaar, met inachtneming van de samentelregeling. De overeenkomst moet worden getekend en in de administratie worden bewaard.

Voorafgaand aan de werkzaamheden neemt de werkverstrekker een document in de administratie op waaruit blijkt dat aannemelijk is dat de arbeidsbeloning ten minste € 75 per uur zal bedragen.

De werkverstrekker neemt daarnaast een door de werkende verstrekt en ondertekend overzicht op in zijn administratie, waarin de volgende gegevens zijn opgenomen:

  • het totaal betaalde of te betalen bedrag exclusief omzetbelasting;
  • de direct aan de opdracht toe te rekenen kosten en tijd, waarbij die kosten per maand zijn uitgesplitst naar kosten voor vervoer, materiaalkosten en overige kosten; 
  • de arbeidsbeloning per uur die ten minste € 75 per uur bedraagt;
  • de datum van aanvang en van beëindiging van de werkzaamheden.

Minimumtarief

Volgens het wetsvoorstel heeft een zelfstandige recht op een arbeidsbeloning van € 16 per uur (exclusief omzetbelasting).

Voor wie geldt het minimumtarief?

Het minimumtarief is van toepassing als werkzaamheden worden verricht op basis van een andere overeenkomst dan een arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling. Het gaat bijvoorbeeld om overeenkomsten van opdracht, van aanneming van werk of ter zake van goederen- en/of personenvervoer. Koopovereenkomsten vallen niet onder de werkingssfeer van het wetsvoorstel. Of de zelfstandige IB-ondernemer is, is niet van belang voor de bepaling of het minimumtarief van toepassing is.

Het minimumtarief geldt als de zelfstandige zijn werkzaamheden in Nederland verricht. Als werkzaamheden buiten Nederland worden verricht is het minimumtarief van toepassing als zowel de zelfstandige als zijn opdrachtgever in Nederland wonen of gevestigd zijn.

Het minimumtarief geldt ook voor rechtspersonen waarin slechts de dga werknemer is. Ook personen die werken in een fictieve dienstbetrekking worden als zelfstandige aangemerkt voor dit wetsvoorstel en vallen onder het minimumtarief.

In beginsel vallen zelfstandigen met personeel niet onder het minimumtarief, mits de werknemer(s) substantiële arbeid heeft (hebben) verricht in de afgelopen drie maanden. Onder substantiële arbeid wordt verstaan dat de werknemers alleen of gezamenlijk voor gemiddeld meer dan 8 uur per week betaald arbeid hebben verricht en als zodanig in de polisadministratie zijn geregistreerd.

Direct aan de opdracht toe te rekenen uren en kosten

Het minimumtarief gaat gelden voor de uren die een zelfstandige direct kan toerekenen aan de opdracht. De direct aan de opdracht toe te rekenen kosten, zoals materiaalkosten, dienen náást het minimumtarief te worden vergoed. Het wetsvoorstel bevat een niet-limitatieve lijst van uren en kosten die niet direct aan de opdracht zijn toe te rekenen.

Verplichtingen zelfstandige en zakelijke opdrachtgever

De verplichting om het minimumtarief te betalen geldt behalve voor zakelijke opdrachtgevers ook voor particuliere opdrachtgevers. Voor particuliere opdrachtgevers geldt wel een verlicht bewijsrechtelijk regime. Voor zelfstandigen en zakelijke opdrachtgevers gelden onder meer de volgende verplichtingen:

  • De zelfstandige moet voorafgaand aan elke opdracht een inschatting maken van de directe kosten en uren en deze gegevens in de vorm van een uren- en kostenoverzicht aan de opdrachtgever overleggen om het uurtarief te berekenen. De zelfstandige moet ook tussentijds en na afloop van de opdracht een uren- en kostenoverzicht aan de zakelijke opdrachtgever verstrekken.
  • De zakelijke opdrachtgever heeft de verplichting de hierboven genoemde gegevens te controleren.
  • Als achteraf blijkt dat meer directe kosten en/of directe uren zijn gemaakt dan vooraf is ingeschat en het tarief daardoor onder het minimumtarief uitkomt, dan is de zakelijke opdrachtgever verplicht om bij te betalen. Een deel van het ondernemersrisico verschuift hierdoor naar de opdrachtgever.
  • De zakelijke opdrachtgever moet bij het einde van de opdracht en per betalingstermijn controleren of hij aan betaling van het minimumtarief voldoet en dit administreren. Deze beoordeling inclusief achterliggende stukken en het bewijs van girale betaling neemt de opdrachtgever op in zijn administratie.
  • Bij opdrachten die langer duren dan een maand moet in beginsel per maand worden gefactureerd en uitbetaald. Partijen kunnen schriftelijk afspraken maken over het moment van facturering, waarbij minimaal per drie maanden moet worden gefactureerd.

Vervolg

De inwerkingtreding van het minimumtarief en van de zelfstandigenverklaring is voorzien voor 2021. Op dit moment is het wetsvoorstel in internetconsultatie. Dit houdt in dat het wetsvoorstel zes weken open staat voor reacties van burgers en maatschappelijke organisaties. Na de internetconsultatie wordt het wetsvoorstel gereed gemaakt voor advies van de Raad van State en vervolgens voor indiening aan de Tweede Kamer.

Contact

Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 14 85

Volg ons