In deze zaak procedeert een commerciële aanbieder van SOA-tests en HPV tests tegen de Belastingdienst. De Belastingdienst stelt dat de verkoop van testkits en de logistieke afhandeling los moet worden gezien van het uitvoeren van de test en dat over de verkoop en afhandeling btw verschuldigd is. De aanbieder van de tests is van mening dat zij één, samengestelde, prestatie verricht aanpatiënten, waarbij de overige activiteiten ondergeschikt zijn aan het uitvoeren van de test. Volgens de aanbieder is dus op het geheel een btw-vrijstelling van toepassing.
Vervolgens toetst het gerechtshof of het uitvoeren van de SOA-test onder één van de btw-vrijstellingen kan vallen. Naar het oordeel van het gerechtshof is dit het geval. Relevant daarvoor is dat de aanbieder van de SOA-test het laboratoriumonderzoek niet zelf uitvoert, maar inkoopt bij een diagnostisch centrum. Het gerechtshof overweegt dat het diagnostisch centrum de testwerkzaamhedenlaat uitvoeren onder leiding en toezicht van BIG-geregistreerd personeel. Ondanks dat de aanbieder van de SOA-test de werkzaamheden niet zelf uitvoert, is de uitvoering door BIG-geregistreerd personeel doorslaggevend. Het feit dat er geen rechtstreeks contact ontstaat tussen de patiënt en degene die de test daadwerkelijk uitvoert doet aan dit oordeel niets af.
Allereerst toetst het gerechtshof of wat de aanbieder doet moet worden onderscheiden in één of meer prestaties. Het oordeel is dat het kenmerkende element van wat hij doet bestaat uit het uitvoeren van een SOA-test en dat al zijn andere activiteiten daaraan ondergeschikt zijn. Het gaat de patiënt immers uiteindelijk enkel om de uitslag van de test. Alle andere activiteiten volgen daarom de btw-kwalificatie van de SOA-test.
De kennisgroep van de Belastingdienst heeft het standpunt eerder ingenomen dat commerciële laboratoria geen beroep kunnen doen op een btw-vrijstelling. In deze uitspraak komt het gerechtshof tot een ander oordeel . Waar de Belastingdienst het standpunt inneemt dat een ‘inrichting’ alleen een beroep kan doen op de btw-vrijstelling voor intramurale zorg oordeelt het gerechtshof datzowel de btw-vrijstelling voor intramurale zorg als de btw-vrijstelling voor extramurale zorg in een dergelijk geval openstaat. Vanwege deze duidelijke tegenstelling verwachten wij dat cassatie ingesteld gaat worden tegen de uitspraak van het gerechtshof. Wij houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en informeren u waar nodig.
Een bank die haar verkochte kredieten blijft beheren voor de overnemer, kan daarop volgens het Gerecht van de EU geen btw-vrijstelling toepassen.
Het EU Gerecht verduidelijkt in de zaak Cavert dat de btw-zorgvrijstelling alleen geldt als het groepslid dat de dienst verricht zelf is erkend als...
Op 13 mei 2026 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn arrest in de zaak Stellantis Portugal (C-603/24).
Vanaf 2026 moeten niet-EU-ondernemers Nederlandse btw-teruggaaf digitaal aanvragen via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Papieren aanvragen vervallen volledig.