EU Industrial Accelerator Act: stimuleren industrie en werkgelegenheid

07/04/26

Om de vraag naar Europese industriële producten te stimuleren heeft de Europese Commissie onlangs het wetsvoorstel Industrial Accelerator Act (IAA) gepresenteerd. Het doel is om Europese industriële capaciteit voor specifieke net-zero technology sectoren te stimuleren en daarmee EU-bedrijven in deze sectoren te laten groeien en banen in de EU te creëren.

De IAA richt zich op specifieke producten zoals cement, aluminium, auto's en nettonul-technologieën zoals batterijen, zonne-energie, windenergie, warmtepompen en kernenergie. Daarbij wordt de invoering van schonere, toekomstbestendige technologieën door de industrie ondersteund. Het gaat onder meer om uniforme standaarden, 'Made in EU' en 'CO2-arm' vereisten voor publieke aanbestedingen waarmee Europese bedrijven in zekere mate een voorkeursbehandeling kunnen krijgen bij overheidsopdrachten en overheidssteun.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

De IAA biedt met name kansen voor bedrijven die actief zijn in de volgende strategische sectoren:

  • Energie-intensieve industrieën: Producenten van staal, aluminium, beton en cement die investeren in CO2-arme productieprocessen kunnen profiteren van voorkeursbehandelingen bij publieke aanbestedingen. Vanaf 2029 gelden minimumvereisten voor CO2-arm staal (minimaal 25%), beton en mortel (minimaal 5% CO2-arm én van EU-oorsprong) en aluminium (minimaal 25% CO2-arm én van EU-oorsprong) in civiele gebouwen, infrastructuur en voertuigen.
  • Net-zero-technologieën: Fabrikanten van batterijen, zonnepanelen, zonne-thermische systemen, windturbines (onshore en offshore), warmtepompen, elektrolysers en nucleaire technologieën met productie in de EU kunnen op basis van de Made EU vereisten rekenen op verhoogde vraag vanuit overheidscontracten en ondersteuningsregelingen.
  • Automotive sector: Producenten van elektrische voertuigen en componenten waarvan de assemblage, onderdelen, batterijen, aandrijflijnen en elektronica van EU-oorsprong zijn, krijgen een concurrentievoordeel bij publieke aanbestedingen. Het voorstel introduceert ook specifieke definities voor 'kleine betaalbare elektrische voertuigen gemaakt in de EU' en 'zakelijke auto's en bestelwagens gemaakt in de EU'.
  • Bouw- en infrastructuursector: Aannemers en leveranciers die werken met CO2-arme materialen van Europese oorsprong positioneren zich gunstig voor overheidsopdrachten in de bouw- en infrastructuursector.
  • MKB-bedrijven in de maakindustrie: De vereenvoudigde vergunningsprocedures worden breed ondersteund, met name door MKB-bedrijven die over minder middelen beschikken om administratieve lasten te beheren.

De IAA creëert zowel nieuwe commerciële kansen als compliance-uitdagingen voor bedrijven in energie-intensieve en strategische sectoren. Het is raadzaam om nu al te beoordelen in hoeverre uw organisatie kan profiteren van deze nieuwe regelgeving en welke aanpassingen nodig zijn om aan de vereisten te voldoen.

In 2035 moet de eigen EU-maakindustrie 20 procent van het EU-bruto binnenlands product opleveren, tegen 14,3 procent nu.

Made in EU-criterium

Het 'Made in EU'-criterium vormt een belangrijk onderdeel van het voorstel. Voor energie-intensieve producten en elektrische voertuigen worden minimum EU-oorsprongvereisten geïntroduceerd (zie over het belang van oorsprong ook ons Tax News Article ‘Relevance of origin and stable supply chains’). 

Het ‘Made in EU’-criterium in het voorstel sluit aan bij de niet‑preferentiële oorsprongsregels zoals vastgelegd in het Douanewetboek van de Unie (DWU). Dit criterium wordt echter uitgebreid tot goederen die afkomstig zijn uit landen buiten de EU, indien de EU met dat land een douane‑unie of een handelsverdrag heeft gesloten. Daarnaast worden, in het kader van nationale aanbestedingen, ook landen meegenomen die partij zijn bij de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten.

Het voorgaande leidt tot een merkwaardige vermenging van preferentiële en niet‑preferentiële oorsprong. Aangezien handelsverdragen doorgaans zijn gebaseerd op preferentiële oorsprongsregels, betekent dit dat voor goederen uit deze landen niet de preferentiële oorsprongsregels uit het handelsverdrag worden toegepast, maar de niet‑preferentiële oorsprongsregels. Hierbij dient te worden opgemerkt dat niet voor alle producten een duidelijke niet-preferentiële oorsprongsregel is opgenomen in het DWU

Voor elektrische voertuigen worden meer specifieke oorsprongsvereisten gesteld aan de assemblage, componenten, batterijen, aandrijflijnen en elektronica.

Het ‘Made in EU’-criterium creëert kansen.

  • Profiteren van geen of lagere invoerrechten als wordt besloten extra producten te sourcen/produceren in een land waarmee de EU een vrijhandelsverdrag heeft gesloten.
  • Betrouwbare supply chain, landen waarmee de EU een vrijhandelsverdrag heeft, zijn doorgaans landen waarmee jarenlang is onderhandeld over de goederenstromen tussen de EU en dat land. De kans op disrupties zoals extra tarieven is klein, wat de continuïteit van de productie ten goede komt.
  • Lokaal produceren, dit zal bijdragen aan het verminderen van verstoringen in de supply chain, evenals aan het terugdringen van de CO₂‑uitstoot, doordat goederen over kortere afstanden worden vervoerd.

Tegenover kansen staan zoals gebruikelijk altijd compliance verplichtingen. Doordat gekozen is voor aansluiting bij bestaande wet- en regelgeving zijn deze goed vooraf in te schatten en te adresseren.

Made in EU vereisten voor subsidiabele projecten

Met de Industrial Accelerator act worden additionele made in EU eisen toegevoegd aan projecten die subsidie ontvangen. Dit heeft betrekking op de net-zero technologieën batterijsystemen, zon PV technologie, warmtepompen, windturbines op land en zee, nucleaire technologie en waterstof producties (electrolyse).

Vereenvoudiging van de vergunningverlening

In het kader van de vereenvoudigingsagenda van de Commissie stroomlijnt en digitaliseert de IAA bepaalde vergunningsprocedures voor industriële projecten, met o.a. uniforme vergunningstermijnen. De gestroomlijnde vergunningsprocedures omvatten single points of contact en tijdslimieten voor alle energie-intensieve industriële decarbonisatieprojecten. Naar verwachting leidt dit tot een eenmalige netto reductie van ongeveer 240 miljoen euro aan administratieve lasten voor bedrijven.

Overnames en investeringen: EU joint ventures vereist

Het voorstel wil ook de regels voor buitenlandse investeringen van meer dan 100 miljoen euro en overnames in de geselecteerde strategische sectoren strenger maken. De Commissie stelt als eis dat bij een joint venture minimaal 51 procent van de aandelen in Europese handen is en dat de helft van de werknemers uit de EU komt. Deze maatregelen zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat buitenlandse investeringen gepaard gaan met kennisontwikkeling, werkgelegenheid en integratie in de waardeketen.

Specifieke nationale industriële productieregio’s

De landen moeten gebieden aanstellen waarin de nationale industriële productie kan worden geconcentreerd. Deze gebieden kunnen additionele financiële en regulatory steun ontvangen. Voor projecten in deze 'industriële productie-acceleratiegebieden' gelden aanvullende voordelen zoals stilzwijgende goedkeuring bij tussenstappen en prioritaire behandeling van aansluitingsverzoeken.

Volgende stappen

Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie moeten instemmen met het voorstel voordat deze wordt aangenomen en in werking treedt. Daarvoor treden de partijen in overleg met elkaar.

Omdat het voorstel veel elementen bevat die door nationale EU-lidstaten moeten worden geïmplementeerd voordat het effect sorteert, is het van belang dat bedrijven de ontwikkelingen nauwlettend volgen. Wij raden organisaties om hun blootstelling aan de nieuwe vereisten te analyseren en zich voor te bereiden op een meer interventionistisch en op economische veiligheid gericht industriebeleid binnen de EU, uiteraard kunnen wij bedrijven daarbij helpen.

In het kader van de voorbereiding op deze wetgeving moet zeker het bepalen van de oorsprong van producten niet worden vergeten. Een gedegen oorsprongsadministratie is essentieel om de voordelen die deze wetgeving biedt te benutten. Wij als PwC beschikken over uitgebreide ervaring in het ondersteunen van ondernemingen bij het beoordelen van hun supply chains en hun oorsprongsbeheer. Dit omvat onder meer het beoordelen van de oorsprong van uw producten, uw procedures rondom oorsprong en uw supply chains, om te bepalen of met enkele aanpassingen preferentiële oorsprong kan worden geclaimd. Daarnaast kunnen wij ondersteunen bij de implementatie van software ter ondersteuning van uw oorsprongsbeheer.

Contact us

Claudia Buysing Damsté

Claudia Buysing Damsté

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 103 04 63

Suzanne Bras

Suzanne Bras

Senior Manager Customs & International Trade, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 395 86 76

Mohammed Azouagh

Mohammed Azouagh

Senior Manager - Tax, Sustainability and Incentives, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 380 36 54

Marc Hogenhuis

Marc Hogenhuis

Manager Sustainability, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)68 136 28 48

Volg ons