Overzicht fiscale maatregelen Belastingplan 2027

Overzicht fiscale maatregelen

De hoogtepunten, in enkele minuten (AI-gegenereerd)

Video

Fiscale maatregelen

5:08
More tools
  • Closed captions
  • Transcript
  • Full screen
  • Share
  • Closed captions

Playback of this video is not currently available

Transcript
De maatregelen gelden vanaf 2027, tenzij anders is vermeld. De maatregelen aangegeven met een * zijn al vastgelegd in een eerder wetsvoorstel.

Vennootschapsbelasting

Renteaftrekbeperking voor woningcorporaties afgeschaft

Woningcorporaties worden vanaf 2028 volledig uitgezonderd van de earningsstripping rentaftrekbeperking (ATAD-maatregel), waardoor het volledige saldo aan renten jaarlijks aftrekbaar is (afgezien van eventuele andere beperkingen). Voor het voort te wentelen rentesaldo dat is ontstaan in boekjaren die aanvangen vóór 1 janauri 2028 blijft de huidige systematiek gelden. Het beoogde effect is het vergroten van de investeringscapaciteit van woningcorporaties. Deze maatregel zal later aan het wetsvoorstel worden toegevoegd, waarbij ook de details bekend zullen worden.

Wetsvoorstel veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024  

Met dit wetsvoorstel implementeert Nederland het Pillar Two Side-by-Side-pakket, waarover op 5 januari 2026 binnen het OESO/G20 Inclusive Framework on BEPS overeenstemming is bereikt. 

Het wetsvoorstel introduceert vier nieuwe veiligehavenregelingen:

  1. de vereenvoudigde effectievebelastingtarief-veiligehavenregel, voor verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2025;
  2. de kwalificerend equivalent minimumbelastingstelsel-veiligehavenregel;
  3. de uiteindelijkemoederentiteit-veiligehavenregel; en
  4. de kwalificerende fiscale stimuleringsregeling-veiligehavenregel.

Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een verlenging van de bestaande tijdelijke kwalificerend landenrapport-veiligehavenregel (ook wel genoemd ‘CbCR-veiligehavenregel’). Deze kan daardoor ook worden toegepast op verslagjaren die aanvangen op of vóór 31 december 2027 en eindigen vóór 1 juli 2029.

De vereenvoudigde effectievebelastingtarief-veiligehavenregel heeft terugwerkende kracht tot en met 31 december 2025. De overige drie nieuwe veiligehavenregelingen en de verlenging van de tijdelijke CbCR-veiligehavenregel hebben terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026.

Verruiming forfaitaire regeling in de innovatiebox

Sinds 2013 kunnen belastingplichtigen ervoor kiezen om de voordelen die aan de innovatiebox kunnen worden toegerekend, forfaitair te bepalen. Het maximale forfaitaire bedrag aan kwalificerende voordelen wordt verhoogd van 25.000 euro naar 100.000 euro. Bedrijven mogen onder deze regeling 25 procent van hun winst aanmerken als kwalificerende voordelen in de innovatiebox, die dan effectief tegen een vpb-tarief van 9 procent worden belast.

Behandeling valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten onder de deelnemingsvrijstelling  

Op zogenoemde ‘niet-ingeprijsde’ (niet-voorspelbare) valutaresultaten is (op verzoek) de deelnemingsvrijstelling van toepassing, wanneer de inspecteur heeft bevestigd dat met de betreffende rechtshandeling een valutarisico op de deelneming wordt afgedekt. Toepassing van de deelnemingsvrijstelling (op verzoek) zal echter niet langer mogelijk zijn voor ‘ingeprijsde’ valutaresultaten, oftewel valutaresultaten die te verwachten zijn omdat ze verband houden met de sterkte of zwakte van de valuta. Ook wordt het mogelijk om de deelnemingsvrijstelling op verzoek vanaf enig moment niet langer toe te passen op het afdekkingsinstrument. Overgangsrecht geldt voor bestaande instrumenten mits vóór 15 september 2026 een beschikking is vastgesteld.

Met deze maatregel moet de inkomstenderving worden gedekt die het gevolg is van het arrest van de Hoge Raad van 21 maart 2025 over de toepassing van de liquidatieverliesregeling.

Vervallen onzakelijkheidsvermoeden bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteit  

De Hoge Raad heeft in een arrest van 27 februari 2026 geoordeeld dat het onzakelijkheidsvermoeden in de splitsingsfaciliteit niet in overeenstemming is met de Europese Fusierichtlijn. Om deze strijdigheid weg te nemen, wordt dit bewijsvermoeden geschrapt in zowel de splitsingsfaciliteit als de bedrijfsfusiefaciliteit. Vanwege deze aanpassing verdwijnt de mogelijkheid om zekerheid vooraf te verkrijgen.

Verhogen aftrekpercentage EIA

Het aftrekpercentage van de energieinvesteringsaftrek (EIA) wordt verhoogd van 40 procent naar 45,5 procent.

Samenloop onderworpenheidstoetsen Vpb en Pijler 2  

Er wordt verduidelijkt dat voor de deelnemingsverrekening en de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten onder het werkelijke bedrag aan winstbelasting mede wordt verstaan het werkelijke bedrag aan kwalificerende binnenlandse bijheffing. Dit is om economische dubbele belasting tussen de vennootschapsbelasting en de kwalificerende binnenlandse bijheffing te voorkomen.

Aanpassing kwijtscheldingswinstvrijstelling*

Voor de toepassing van de kwijtscheldingswinstvrijstelling wordt de vermindering van schulden door toepassing van een afschrijvingsbevoegdheid van DNB of een vergelijkbare instelling, onder omstandigheden gelijkgesteld met het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten. Hierdoor kan in een dergelijke situatie een beroep op de kwijtscheldingswinstvrijstelling worden gedaan (dit is nu niet het geval).

Afschaffing bosbouwvrijstelling

De bosbouwvrijstelling, die voordelen uit bosbedrijf vrijstelt van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, verdwijnt per 1 januari 2029. Er komt geen overgangsrecht. De regeling is negatief geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid. Vijf miljoen euro van de opbrengst gaat via de begroting naar natuurbeleid.

Dividendbelasting

Teruggaafregeling dividendbelasting voor Nederlandse achterliggers van buitenlandse beleggingsinstellingen

Er komt een teruggaafregeling voor Nederlandse achterliggers (zowel juridische entiteiten als natuurlijk personen) die via buitenlandse beleggingsinstellingen dividenden ontvangen afkomstig van in Nederland gevestigde vennootschappen. Door deze teruggaafregeling kunnen Nederlandse achterliggers de ten laste van de buitenlandse beleggingsinstelling ingehouden dividendbelasting onder voorwaarden terugvragen.

Aanpassing groepsbegrip bij een kwalificerend lidmaatschapsrecht houdstercoöperatie

Er kan onduidelijkheid bestaan over de vraag of er een kwalificerend lidmaatschapsrecht is, als verschillende leden van een houdstercoöperatie een samenwerkende groep vormen, maar deze verschillende leden niet met elkaar verbonden zijn. De wettekst kan namelijk zo worden uitgelegd dat wordt getoetst of sprake is van een samenwerkende groep ten aanzien van een lid en niet of sprake is van een samenwerkende groep ten aanzien van de leden in de houdstercoöperatie. Dat laatste is de bedoeling van de wetgever, en het groepsbegrip zal in die lijn worden aangepast. 

Loonbelasting

Stimulering startups en scale-ups

Voor aandelenopties toegekend aan werknemers van startups en scale-ups is een grondslagversmalling voorgesteld. Daardoor is slechts 65 procent van het belastbare voordeel als loon belast. Dit verlaagt de effectieve belastingdruk naar ongeveer 32 procent. Bovendien wordt het belastbare moment verplaatst naar het moment van verkoop van de aandelen. Dit maakt werknemersparticipaties aantrekkelijker als beloningsvorm.

Lees hier ons Belastingnieuwsbericht over dit onderwerp.

Pseudo-eindheffing op privégebruik fossiele auto's

Vanaf 2027 moeten werkgevers een pseudo-eindheffing van 12 procent over de cataloguswaarde van de auto van de zaak betalen voor werknemers die een fossiele (niet volledig emissievrije) auto van de zaak ter beschikking hebben en deze ook gebruiken voor privédoeleinden. Het overgangsrecht voor auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, wordt verlengd tot en met 31 december 2030. Daarnaast wordt voorgesteld een aantal knelpunten in de regeling weg te nemen, waaronder uitzonderingen voor tijdelijke vervangende auto’s (maximaal 14 dagen per onderhouds- of reparatieperiode), voor handgeschakelde lesauto’s en bepaalde kortdurend ter beschikking gestelde huurauto’s. Ook komt er een anticumulatiebepaling ter voorkoming van samenloop met de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen. 

Lees hier ons Belastingnieuwsbericht over dit onderwerp

Greentimerregeling vanaf 2029

Vanaf 2029 wordt een nieuwe korting in de bijtelling voor oudere elektrische auto’s geïntroduceerd: de greentimerregeling. Elektrische auto’s van 5 tot 8 jaar oud krijgen gedurende (maximaal) 3 jaar een verlaagd bijtellingstarief van 14 procent. De regeling gaat gelden van 2029 tot en met 2032, zodat de laatste groep in 2035 uitstroomt.

Afschaffen vrijstelling sector eigen product WKR  

De gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten vervalt. Werkgevers kunnen personeelskorting blijven geven. Deze korting kan ten laste van de werkkostenregeling worden gebracht, waarbij het niet langer nodig is om bij te houden hoeveel korting per werknemer is gegeven. 

Bevriezen aftoppingsgrens pensioen

Het maximum pensioengevend loon wordt tot en met 2032 niet geïndexeerd en blijft 137.800 euro.

Verhoging van het tarief van de Aof-premie

Werkgevers betalen een hogere premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds. Deze verhoging vormt de vrijheidsbijdrage van bedrijven. De Aof-premie voor kleine werkgevers stijgt van 6,27 procent naar 6,67 procent en voor grote werkgevers van 7,63 procent naar 8,03 procent.

Verhoging kilometervergoeding werknemers

De toegestane maximale vrijgestelde kilometervergoeding voor werknemers is verhoogd van 23 cent naar 25 cent per kilometer, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. De verhoogde gericht vrijgestelde vergoeding geldt ook als met het openbaar vervoer, met de (motor)fiets of lopend wordt gereisd. 

Verhoging kilometervergoeding werknemers voor BES-eilanden

Voor de BES-eilanden wordt structureel en met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 goedgekeurd dat de onbelaste kilometervergoeding kan worden verhoogd. Eerder is dit al goedgekeurd via het beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok.

Verlaging expatregeling naar 27%*

Het maximaal belastingvrij te vergoeden forfait voor de expatregeling wordt 27%. Er is overgangsrecht voor expats die al gebruikmaakten van de expatregeling vóór 2024. Daarnaast komt er een hogere salarisnorm voor werknemers die niet onder het overgangsrecht vallen.

Lees hier ons Belastingnieuwsbericht over dit onderwerp.

Rechtsvermoeden uurtarief zelfstandigen*

Er komt een arbeidsrechtsvermoeden van werknemerschap: zelfstandigen die onder een bepaald uurtarief werken (indicatief 38 euro per uur in 2026) kunnen zich op het rechtsvermoeden beroepen. Als zzp’ers een beroep doen op het rechtsvermoeden moeten de opdrachtgevers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Per 31 december 2026 treedt deze wet in werking. 

Lees hier ons Belastingnieuwsbericht over dit onderwerp.

Verhoging pseudo-eindheffing RVU*

Het tarief van de pseudo-eindheffing voor een RVU (Regeling Vervroegd Uittreden) boven de drempelvrijstelling stijgt naar 64 procent en wordt verhoogd naar 65 procent  in 2028.

Aanpassing afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk: forfait uurloon*

Het forfaitaire uurloon stijgt van 29 euro naar 33 euro. Het forfaitaire uurloon speelt een rol bij inhoudingsplichtigen die eerder geen S&O-werkzaamheden uitvoerden. Vanwege het ontbreken van historische gegevens dient in dat geval uitgegaan te worden van een forfaitair bedrag.

Voorwaarde opting-in*

Arbeidsverhoudingen die niet kwalificeren als een (fictieve) dienstbetrekking kunnen voor de loonbelasting toch als een dienstbetrekking worden beschouwd door opting-in. De huidige meldplicht voor opting-in wordt omgezet in een bewaarplicht van een gezamenlijke verklaring. Ook de verplichting van eerstedagsmelding komt formeel te vervallen.

Introductie toelatingsstelsel voor uitzendbureaus (uitleners)*

In de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten wordt een toelatingsstelsel ingevoerd waarbij uitzendondernemingen alleen mogen opereren met een officiële toelating, gebaseerd op de NEN 4400 norm. Dit moet zorgen voor meer betrouwbaarheid en kwaliteit in de sector.

Geen arbeidskorting meer bij doorbetalen van bepaalde UWV-uitkeringen*

De samenvoegbepaling voor werkgevers die UWV-uitkeringen doorbetalen of deze als eigenrisicodrager zelf betalen, wijzigt. Werkgevers tellen de uitkering nog steeds bij het loon op, maar passen daarop geen arbeidskorting meer toe. Werknemers ontvangen daardoor mogelijk een lager nettoloon.

Inkomstenbelasting

Verhoging tarief eerste en tweede schijf in de inkomstenbelasting  

Het tarief in de eerste schijf in de inkomstenbelasting stijgt met 0,48%-punt naar 36,23 procent en in de tweede schijf met 0,6%-punt naar 38,16 procent. Dit is een compensatie voor de lagere zorgpremies. Het grensbedrag voor het hoogste tarief wijzigt niet.

Vrijheidsbijdrage

Er komt een vrijheidsbijdrage voor burgers om de stijging van de uitgaven voor defensie te kunnen bekostigen. In de inkomstenbelasting wordt de vrijheidsbijdrage vormgegeven door de tabelcorrectiefactor (inflatiecorrectie) beperkt toe te passen: in 2027 voor 48 procent, waardoor de inflatiecorrectie 1,01248 wordt. Voor het jaar 2028 is de toe te passen tabelcorrectiefactor nog niet definitief bekend.

Afbouw zelfstandigenaftrek*

De zelfstandigenaftrek gaat omlaag naar 900 euro.

Aftrek reiskosten voor niet-werknemers

De maximale aftrek van reiskosten voor niet-werknemers, bijvoorbeeld IB-ondernemers en resultaatgenieters, gaat omhoog van 23 naar 25 eurocent per kilometer, met terugwerkende kracht naar 1 januari 2026. Eerder is deze maatregel al goedgekeurd via het ‘Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok’.

Afschaffing startersaftrek, willekeurige afschrijving starters en startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid*  

De startersaftrek daalt per 1 januari 2027 van 2.123 euro naar 10 euro en vervalt per 1 januari 2028. Een volledige afschaffing per 2027 is niet uitvoerbaar. Er is geen overgangsrecht. Daarnaast verdwijnt de fiscale regeling willekeurige afschrijving starters per 1 januari 2028.  De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid vervalt per 1 januari 2029. 

Versobering meewerk- en stakingsaftrek en afschaffing drie jaar later*

Ter dekking van de nieuwe fiscale stimuleringsregeling van aandelenoptierechten bij startups en scale-ups wil het kabinet de meewerk- en stakingsaftrek in de inkomstenbelasting eerst met 75 procent versoberen en drie jaar later afschaffen. De inwerkingtreding van de versoberingsmaatregelen zal plaatsvinden per 1 januari van het bij Koninklijk Besluit aan te geven jaar.

Bijtelling auto van de zaak*

Voor nieuwe elektrische auto’s van de zaak geldt in 2027 een bijtelling van 20 procent van de catalogusprijs. Dit  geldt tot een autowaarde van 30.000 euro. Per 2028 wordt de korting op de bijtelling voor elektrische auto’s afgeschaft.  

De ‘youngtimer-regeling’ (bijtelling over actuele waarde) wordt verder versoberd. De minimumleeftijd voor youngtimers gaat vanaf 2027 naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. Wie in 2025 al gebruikmaakte van de youngtimerregeling, kan dit in de kalenderjaren 2026 en 2027 ook nog doen.

Greentimerregeling vanaf 2029

Vanaf 2029 wordt een nieuwe korting in de bijtelling voor oudere elektrische auto’s geïntroduceerd: de greentimerregeling. Elektrische auto’s van 5 tot 8 jaar oud krijgen gedurende (maximaal) 3 jaar een verlaagd bijtellingstarief van 14 procent. De regeling gaat gelden van 2029 tot en met 2032, zodat de laatste groep in 2035 uitstroomt.

Vaststelling verkrijgingsprijs aanmerkelijk belang bij zetelverplaatsing naar NL

Bij het ontstaan van de buitenlandse belastingplicht voor een aanmerkelijkbelanghouder door een zetelverplaatsing van een vennootschap naar Nederland gaat de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang (ab) als uitgangspunt gelden. Hierdoor valt alleen een waardestijging of een waardedaling na de zetelverplaatsing in Nederland onder de box 2-heffing. Deze maatregel geldt niet als de belastingplichtige eerder voor het ab buitenlands belastingplichtig is geweest.

Uitsluiting samenloop faciliteit bij vererfd aanmerkelijk belang en excessief lenen

Het kabinet wil de samenloop van de Wet Excessief lenen bij de eigen vennootschap en een faciliteit bij vererfd aanmerkelijk belang uitsluiten. Het gaat hier om de faciliteit voor onbelast uitkeren uit de vennootschap binnen 24 maanden na overlijden. Door de uitsluiting kan de belastingplichtige deze faciliteit niet gebruiken om heffing over excessief lenen te voorkomen. Deze faciliteit is naar haar aard niet bedoeld voor het faciliteren van excessieve schulden bij de eigen vennootschap. Bovendien voorkomt de uitsluiting dubbele heffing in de toekomst.

Aanpassingen nieuw box 3-stelsel uitgesteld naar Voorjaarsnota 2027

Het kabinet dient op Prinsjesdag geen novelle in bij het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3, omdat de dekking voor verzachtingen ontbreekt. Het kabinet schuift een besluit over aanpassingen van het wetsvoorstel of een nieuw wetsvoorstel over het toekomstige box 3-stelsel door naar de Voorjaarsnota 2027. Het wetsvoorstel blijft waarschijnlijk aangehouden in de Eerste Kamer. Dit betekent dat de invoering per 2028 onder druk staat. Invoering van een volledige vermogenswinstbelasting in box 3 zou met een ambitieus wetgevingstraject per 2030 mogelijk zijn.

Lees meer hierover in ons Belastingnieuwsbericht ' Verzachtingen in box 3 sneuvelen op begroting'.

Nieuwe definitie startup en scale-up

Omdat de definitie van startende onderneming in het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (beoogde inwerkingtreding 2028) onvoldoende aansluit bij de specifieke kenmerken van startups en scale-ups met een aandelenoptieregeling, geldt al per 1 januari 2027 een nieuwe definitie voor de startups en scale-ups. Een startup of scale-up is een inhoudingsplichtige die een onderneming drijft die gericht is op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie. De aandelen mogen niet worden verhandeld op een gereguleerde markt en mogen niet voor meer dan 25 procent direct of indirect in handen zijn van een beursgenoteerd lichaam.

Vrijstelling groen beleggen*

De vrijstelling en de heffingskorting voor groene beleggingen in box 3 vervallen per 1 januari 2028. De vrijstelling voor groene beleggingen gaat per 1 januari 2027 omlaag van 26.715 euro in 2026 (partners 53.430 euro) naar 200 euro (partners 400 euro).

Aftrek specifieke zorgkosten vervalt per 2028

De aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten vervalt per 2028. Dit kan ertoe leiden dat het verzamelinkomen van belastingplichtigen hoger uitvalt, wat gevolgen kan hebben voor inkomensafhankelijke regelingen en inkomensafhankelijke eigen bijdragen.

Verlaging ouderenkorting en verhoging arbeidskorting

Het maximumbedrag van de ouderenkorting, na toepassing van de inflatiecorrectie, gaat omlaag van 2.067 euro naar 1.993 euro. Het maximumbedrag van de arbeidskorting gaat na toepassing van de inflatiecorrectie omhoog met 173 euro naar 5.929 euro.  

Schenk- en erfbelasting

Nog geen aanpak papieren schenking  

Anders dan verwacht op basis van de Voorjaarsnota, ontbreekt een maatregel voor aanpak van papieren schenkingen. Dit zijn schenkingen die de schenker schuldig blijft aan de begiftigde, waarover rente moet worden berekend. De rente die de schenker jaarlijks is verschuldigd, zou verlaagd worden van 6 procent naar 3 procent, zodat de begiftigde een kleiner voordeel krijgt. Daarnaast moest een fiscaaltechnische aanpassing in de Successiewet het voordeel wegnemen dat wordt behaald door bij een papieren schenking gebruik te maken van het progressieve tarief in de schenk- en erfbelasting. 

Lees meer hierover in ons Belastingnieuwsbericht ‘Voorjaarsnota volgt Coalitieakkoord in fiscale voornemens'.

Onderzoek naar aanpak onzakelijke lening

Volgens de Voorjaarsnota onderzoekt het kabinet een maatregel bij het verstrekken van een lening met onzakelijke voorwaarden of een onzakelijke lening aan natuurlijk personen of rechtspersonen. De maatregel moet de materiële bevoordeling bij dergelijke leningen belasten en ook duidelijkheid geven over de waardering van zo'n voordeel bij een onzakelijke lening aan een rechtspersoon. In het pakket Belastingplan is hierover niets terug te vinden. Vooralsnog is het afwachten wat het kabinet hiermee gaat doen.

Omzetbelasting en accijns

Btw-tarief sierteelt verhoogd per 2028

Per 1 januari 2028 geldt voor sierteeltproducten het algemene btw-tarief van 21 procent in plaats van het verlaagde tarief van 9 procent. Dit betreft onder meer snijbloemen, kamer- en tuinplanten, bloembollen en boomkwekerijproducten zoals kerstbomen.

Btw-tarief ballonvaart verhoogd

Per 1 januari 2028 geldt voor ballonvaarten het algemene btw-tarief van 21 procent in plaats van het verlaagde tarief van 9 procent. Op grond van het overgangsrecht is het btw-tarief op het moment van de ballonvaart bepalend, ook bij eerdere vooruitbetaling of aankoop van een voucher.

Uitbreiding éénloketregeling (Wet implementatie Richtlijn Btw in het digitale tijdperk)*

Als onderdeel van de eerste ViDA-pijler wordt de éénloketregeling (‘one-stop-shop') uitgebreid naar onder meer grensoverschrijdende leveringen van gas, elektriciteit, warmte en koude. De regeling voorraad op afroep (‘call-off stock’) wordt afgebouwd en vervangen door de nieuwe overbrengingsregeling per 1 juli 2028.

Verduidelijking toepassing btw-nultarief oorlogsschepen

De wijziging neemt een onduidelijkheid weg en bevestigt de huidige praktijk voor de toepassing van het 0%-tarief voor de levering, verhuur, reparatie en onderhoud van oorlogsschepen.

Veranderingen in de verbruiksbelasting alcoholvrije dranken*

Het kabinet perkt de zogeheten ‘zuivelvrijstelling’ in. Dat wil zeggen dat alleen nog pure zuivel- en sojadranken vrijgesteld blijven, evenals zuigelingen- en medische voeding. Dranken met slechts een (zeer) beperkt aandeel zuivel worden dus belast met verbruiksbelasting. Ook wijzigt de term ‘limonade’ in ‘overige alcoholvrije drank’.  
Tegelijkertijd werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om de verbruiksbelasting om te vormen naar een belasting op basis van het suikergehalte. 

Accijns op alcohol verhoogd

Het kabinet introduceert een indexatiesystematiek voor de accijns op alcohol en alcoholhoudende dranken. De accijnstarieven worden jaarlijks aangepast aan de inflatie (op basis van de zogenoemde tabelcorrectiefactor). Op dit moment is nog niet bekend wat dit per 2027 concreet betekent.

Accijnsverlaging brandstof verlengd  

In 2022 verlaagde het kabinet de accijnstarieven voor benzine, diesel en lpg vanwege de gestegen energieprijzen. Het kabinet verlengt deze accijnsverlaging. De accijns blijft 85 cent per liter benzine en 55 cent per liter diesel. Na afloop van de tijdelijke accijnsverlagingen onderzoekt het kabinet in 2028 opnieuw de grenseffecten daarvan.

Accijnsteruggaafregeling voor biobrandstoffen afgeschaft

De accijnsteruggaafregeling voor motorbrandstoffen die geheel of gedeeltelijk uit biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen bestaan, vervalt.

Tijdelijke accijnsverlaging benzine BES-eilanden

Ook de benzineaccijns op de BES-eilanden wordt in 2027 tijdelijk verlaagd: op Bonaire met 5,5 dollarcent per liter en op Sint-Eustatius en Saba met 4,19 dollarcent per liter.

Accijnsverlaging voor kleine bierbrouwerijen afgeschaft

Het kabinet schaft het verlaagde accijnstarief voor kleine bierbrouwerijen met ingang van 2028 af. Hierdoor wordt de bieraccijns eenvoudiger, overzichtelijker en beter handhaafbaar.

Uitvoering nieuwe Douanewetboek van de Unie

Sinds 2023 wordt op Europees niveau onderhandeld over de herziening van het Douanewetboek van de Unie. Inmiddels is een voorlopig akkoord bereikt. Over de definitieve vaststelling wordt op 17 september door het Europees Parlement gestemd. Het nieuwe Douanewetboek van de Unie treedt naar verwachting eind 2026 in werking. De regels gaan stap voor stap gelden. Deze wijziging maakt geen deel uit van het Belastingplan, maar vloeit voort uit een voorstel van de Europese Commissie.

Klimaat, energie en auto

Verhogen aftrekpercentage EIA

Het aftrekpercentage van de energie-investeringsaftrek (EIA) wordt verhoogd van 40 procent naar 45,5 procent.

Energiebelasting: einde salderingsregeling in 2027*

Tot eind 2026 moet de energieleverancier de zonnestroom die een eigenaar van zonnepanelen teruglevert aan het elektriciteitsnet, verrekenen met het verbruik van zijn klant. De particulier betaalt dan verbruikskosten, energiebelasting en btw over het deel dat hij netto verbruikt. Deze zogenoemde salderingsregeling stopt per 2027.

Accijnsverlaging brandstof verlengd

In 2022 verlaagde het kabinet de accijnstarieven voor benzine, diesel en lpg vanwege de gestegen energieprijzen. Het kabinet verlengt de accijnsverlaging. De accijns blijft 85 eurocent per liter benzine en 55 eurocent per liter diesel. Na afloop van de tijdelijke accijnsverlagingen onderzoekt het kabinet in 2028 opnieuw de grenseffecten daarvan. 

Accijnsteruggaaf regeling voor biobrandstoffen afgeschaft

De accijnsteruggaafregeling voor motorbrandstoffen die geheel of gedeeltelijk uit biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen bestaan, vervalt.

Belasting op leidingwater (BoL): tarief met 10 cent omhoog

In 2027 wordt het tarief op water van drinkwaterkwaliteit verhoogd met 10 cent per 1.000 liter (kubieke meter). Inclusief indexatie komt het tarief in 2027 daarmee op 0,551 cent per 1.000 liter (exclusief btw).

BoL: heffingsplafond vervalt en alleen drinkwaterkwaliteit belast*

Het heffingsplafond van de BoL vervalt. BoL wordt alleen geheven over verbruik van water van drinkwaterkwaliteit. Voor verbruik van water dat geen drinkwater is, bijvoorbeeld oppervlaktewater voor koelen, is dan geen belasting meer verschuldigd.

Wijzigingen Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (BPM)

Naast de introductie van een aantal wijzigingen in de definities van voertuigen worden ook de bpm-tarieven aangepast. Enerzijds worden de CO₂-grenswaarden verlaagd (waardoor sneller een volgende schijf wordt bereikt) en anderzijds wordt de dieseltoeslag (ook voor diesel-plug-in-hybrides) met 1,48 procent verhoogd. 

Tijdelijke verlaging motorrijtuigenbelasting (MRB)

De motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s is voor de periode 1 juli 2026 tot en met 31 december 2026 verlaagd naar nihil. Daarnaast is de motorrijtuigenbelasting die ondernemers verschuldigd zijn voor bestelauto’s voor dezelfde periode met 50 procent verlaagd. Beide maatregelen waren al goedgekeurd via het ‘Beleidsbesluit fiscale maatregelen naar aanleiding van de energieschok’.

Tijdelijke verlaging vrachtwagenheffing

Voor de vrachtwagenheffing geldt met terugwerkende kracht een tijdelijke tariefverlaging van 22,3 procent voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 december 2026.

MRB: aanpassing definities bestelauto en vrachtauto

Onder een bestelauto wordt uitsluitend een motorrijtuig verstaan dat onder voertuigcategorie N1 valt: een lichte bedrijfsauto met een massa van niet meer dan 3.500 kg. Motorrijtuigen die behoren tot voertuigcategorie N2 of N3 en dus een massa van meer dan 3.500 kg hebben, worden aangemerkt als vrachtauto. Met deze wijziging wordt onder meer aangesloten bij de Europese definities en wordt geregeld dat voor bepaalde voertuigen niet zowel de vrachtwagenheffing als motorrijtuigenbelasting verschuldigd is.

MRB: verruiming van de MRB vrijstelling voor oldtimers

Voor oldtimers van vóór 1988 geldt per 2028 een vrijstelling MRB. De vaste peildatum wordt één jaar vervroegd ingevoerd. Alle motorrijtuigen met een DET (datum eerste toelating) van vóór 1 januari 1988 komen dus permanent in aanmerking voor de vrijstelling. In het jaar 2027 betreft dat tijdelijk ook motorrijtuigen die in dat jaar tenminste 39 jaar oud zijn (dus met een DET uit 1987).

Geleidelijker transitiepad youngtimerregeling

De ‘youngtimer-regeling’ (bijtelling over actuele waarde) wordt verder versoberd. De minimumleeftijd voor youngtimers gaat vanaf 2027 naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. Wie in 2025 al gebruikmaakte van de youngtimerregeling, kan dit in de kalenderjaren 2026 en 2027 ook nog doen.

Greentimerregeling vanaf 2029

Vanaf 2029 wordt een nieuwe korting in de bijtelling voor oudere elektrische auto’s geïntroduceerd: de greentimerregeling. Elektrische auto’s van 5 tot 8 jaar oud krijgen gedurende (maximaal) 3 jaar een verlaagd bijtellingstarief van 14 procent. De regeling gaat gelden van 2029 tot en met 2032, zodat de laatste groep in 2035 uitstroomt.

CO2-heffing industrie: tarief voor afvalverbrandingsinstallaties omhoog

De CO2-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) gaat omhoog naar 129,15 euro per 1.000 kilogram CO2 (zonder inflatiecorrectie). Het tarief wordt tot en met 2035 stapsgewijs verder verhoogd.

Afvalstoffenbelasting: vrijstelling voor zuiveringsslib vervalt*

De vrijstelling voor het verbranden van zuiveringsslib vervalt.

Afvalstoffenbelasting: tarieven voor storten, verbranden en overbrengen afval omhoog

De afvalstoffenbelasting voor het storten, verbranden en overbrengen van afval gaat per 1 januari 2028 omhoog met 23,75 euro per 1.000 kilogram. Daarmee wordt het tarief 64 euro per 1.000 kilogram afval in 2028 (prijspeil 2026). De tarieven voor 2029 en 2030 zijn eveneens vastgelegd, op respectievelijk 71 en 81 euro per 1.000 kilogram (prijspeil 2026).

Afvalstoffenbelasting: apart tarief voor storten-met-ontheffing

Vanaf 2029 wordt een apart tarief geïntroduceerd voor storten-met-ontheffing van 109,88 euro per 1.000 kilogram. De prijsontwikkeling tot en met 2039, zowel verhogingen als verlagingen, is eveneens vastgelegd.

Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) verder uitgewerkt

De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) mag lagere boeten opleggen in geval van een kleine inbreuk of onopzettelijke aard. Daarnaast krijgen onafhankelijke personen die 'in derde land betaalde koolstofprijzen' certificeren een meldplicht aan de NEa voor latere wijziging van gegevens.

Fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouw: wijziging verlaagd tarief energiebelasting

Het kabinet verlaagt het energiebelastingtarief voor aardgas in de glastuinbouw tot respectievelijk 30 procent, 47 procent en 54 procent van de reguliere energiebelastingtarieven in de eerste drie verbruiksschijven. Deze compenserende maatregel treedt alleen in werking als het Wetsvoorstel bijmengverplichting groen gas 1 januari 2027 ingaat.

CO2-heffing glastuinbouw verduidelijkt bij personenvennootschappen

Een personenvennootschap (maatschap of VOF) is de belastingplichtige voor de CO2-heffing glastuinbouw. De heffing rust namelijk op degene die het glastuinbouwbedrijf als onderneming drijft, de personenvennootschap zelf, niet op de achterliggende maten of vennoten. De verduidelijking werkt terug naar eerdere jaren.

Vliegbelasting: tariefsdifferentiatie

Er komen drie tarieven voor de vliegbelasting, gedifferentieerd naar de eindbestemming van de passagier. Naast een indexatie van de tarieven wordt een lager hoogste tarief voorgesteld. Het tarief voor korte afstanden wordt 31,04 euro, voor middellange afstanden 49,87 euro en voor lange afstanden 59,43 euro.

Eindbestemming vliegbelasting ook aantoonbaar met vliegplan

Vanaf 1 januari 2027 hangt het tarief van de vliegbelasting af van de eindbestemming van de passagier. Is er geen vervoersovereenkomst, bijvoorbeeld bij privévluchten met een eigen vliegtuig, dan mag de eindbestemming met het vliegplan worden aangetoond.

Overig

Introductie vrijstelling overdrachtsbelasting voor woningcorporaties

Er komt een vrijstelling overdrachtsbelasting voor overdrachten van voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB doeleinden) gebruikte onroerende zaken tussen woningcorporaties. Ander vastgoed, namelijk onroerende zaken die niet gebruikt worden voor DAEB doeleinden, vallen niet onder deze voorgestelde vrijstelling.

Tarief overdrachtsbelasting woningen verlaagd 

Het kabinet verlaagt het tarief van 8 procent voor de verkrijging van woningen waar de koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of een vakantiewoning) naar 7 procent. Het verlaagde tarief geldt ook voor aanhorigheden die gelijktijdig met een dergelijke woning worden verkregen.

Vervallen vrijstelling overdrachtsbelasting Bureau Beheer Landbouwgronden

Er zijn geen overdrachten van landbouwgronden meer waarop de vrijstelling overdrachtsbelasting BBL van toepassing kan zijn, omdat het Bureau Beheer Landbouwgronden per 1 januari 2019 is gestopt met haar kerntaken, waaronder het kopen, beheren of verkopen van landbouwgronden. Deze vrijstelling heeft haar werking verloren.

Wijziging partnerbegrip toeslagen*

Door de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging partnerbegrip toeslagen per 1 januari 2027 verdwijnt het criterium voor samengestelde gezinnen. Hierdoor ben je niet langer automatisch toeslagpartner als je elkaars kind verzorgt zonder dat er sprake is van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenwonen. Daarnaast worden ex-partners niet langer onbedoeld elkaars toeslagpartner. Het partnerbegrip voor de inkomstenbelasting blijft voor nu ongewijzigd. Een wijziging daarvan kan niet eerder plaatsvinden dan 2030 vanwege de beperkte informatievoorziening capaciteit van de Belastingdienst (ICT en databeheer).

Wet toekomst pensioenen*

Uiterlijk 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen zijn aangepast aan de Wet toekomst pensioenen. Is de pensioenregeling ondergebracht bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling, dan moet de eventueel bijgestelde offerte uiterlijk 1 oktober 2027 zijn ondertekend. 

Uitstel pensioen bedrag ineens naar 2029*

De Wet herziening bedrag ineens  is uitgesteld en gaat nu in op 1 januari 2029. Deze wet maakt het fiscaal mogelijk dat mensen bij pensionering maximaal 10 procent van hun ouderdomspensioen in één keer kunnen laten uitbetalen. 

Rechtsbescherming*

De rechtsbescherming bij geschillen om uitstel van betaling en kwijtschelding van belastingschulden wijzigt. Ten eerste wordt het huidige administratieve beroep vervangen door een bezwaarprocedure, waarna beroep openstaat bij de fiscale rechter. Daarnaast worden diverse uitvoeringsregels genormeerd die op dit moment alleen in het beleid zijn vastgelegd en wordt het uitvoeringskader herijkt. Hiermee wordt beoogd om de rechtszekerheid voor burgers en bedrijven te vergroten, de uitvoeringspraktijk transparanter en beter toetsbaar te maken en het kader voor saneringen te verduidelijken en verbeteren.

Bestedingsverplichting voor voormalige ANBI’s per 2029 

In de Kamerbrief van 1 juni 2026 stelt de staatssecretaris voor per 1 januari 2029 een bestedingsverplichting voor voormalige ANBI’s in te voeren. Deze verplichting houdt in dat instellingen na verlies van de ANBI-status twee jaar de tijd krijgen om het resterende vermogen aan te wenden voor algemeen nuttige doelen. Ook instellingen die op die datum al als voormalige ANBI informatieplichtig zijn, zouden onder deze regeling vallen. 

Lees hier ons Belastingnieuwsbericht over dit onderwerp.  

Deze pagina is gemaakt met ondersteuning van generatieve AI.

Download Fiscale factsheet

Belastingtarieven 2027/2026

(PDF of 210.68KB)
Volg ons

Contact

Knowledge Centre

Rotterdam, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 43 51

Hide