Fiscale stimulering startups en scale-ups

Colleagues discussing around laptop
  • Publicatie
  • 15/09/26

Het kabinet wil het vestigingsklimaat voor innovatieve ondernemingen in Nederland en de beloningsmogelijkheden bij kapitaalbeperkte groeibedrijven stimuleren. Op Prinsjesdag 2026 heeft het kabinet daartoe het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups ingediend als onderdeel van het pakket Belastingplan 2027. In het voorjaar van 2026 liep al een internetconsultatie over dit wetsvoorstel.

 

Het wetsvoorstel bevat daartoe een regeling die werknemersopties fiscaal aantrekkelijker maakt. Dit doet het door een grondslagversmalling van 65% procent te introduceren voor werknemersopties en het belastbaar moment te verschuiven naar het moment van verkoop van de aandelen verkregen met de uitoefening.

 

Op een paar belangrijke punten wijkt het ingediende wetsvoorstel af van het conceptwetsvoorstel dat in consultatie is gebracht, waaronder: 

 

  • In het consultatiewetsvoorstel was het voor werknemers niet mogelijk om de opties binnen 2 jaar na toekenning van deze opties uit te oefenen. In het huidige wetsvoorstel mogen de opties en de bij uitoefening verkregen aandelen niet worden vervreemd tot 2 jaar na de toekenning van het optierecht, tenzij sprake is van een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming.

  • De voorgestelde aandelenoptieregeling is niet van toepassing op een werknemer die voor of na toekenning van de optierechten een aanmerkelijk belang bezit als bedoeld in afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  • In het consultatiewetsvoorstel gold als voorwaarde dat de uitoefenprijs ten minste gelijk moest zijn aan de waarde in het economisch verkeer (de marktwaarde) van de onderliggende aandelen. In het huidige wetsvoorstel is in plaats daarvan een ‘voor zover’-bepaling opgenomen: voor zover de waarde in het economisch verkeer van de onderliggende aandelen hoger is dan de uitoefenprijs, is slechts voor de waardeaangroei boven de hogere marktwaarde van de aandelen de grondslagversmalling van 65% van toepassing. Voor het verschil tussen de lagere uitoefenprijs en de marktwaarde van de aandelen ten tijde van de toekenning van de opties geldt de grondslagversmalling expliciet niet.

  • In het wetsvoorstel is er nog een nieuwe voorwaarde toegevoegd. In beginsel is de regeling beperkt tot inhoudingsplichtigen die vallen binnen de EU-definitie van ‘kleine, middelgrote en micro-ondernemingen' (kmo). Inhoudingsplichtigen vallen op hoofdlijnen binnen deze kaders als de onderneming waartoe de inhoudingsplichtige behoort minder dan 250 werknemers heeft en een omzet heeft die € 50 miljoen niet overschrijdt of een jaarlijks balanstotaal dat € 43 miljoen niet overschrijdt. Ook inhoudingsplichtigen die niet vallen binnen de kaders van de kmo-definitie kunnen echter gebruikmaken van de voorgestelde regeling, mits het de-minimissteunplafond van € 300.000 per drie jaar niet wordt overschreden. 

  • In het wetsvoorstel is verder toegevoegd dat de voorgestelde regeling van toepassing is op aandelenoptierechten die een werknemer van een start-up of scale-up de mogelijkheid geven om een of meer aandelen te verkrijgen in het kapitaal van een moedermaatschappij die direct of indirect voor meer dan de helft eigenaar is van de start-up of scale-up en beschikt over een beschikking van de RVO waarin de moedermaatschappij eveneens wordt aangemerkt als een start-up of scale-up.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Om in aanmerking te komen voor deze regeling, moet de onderneming aan verschillende voorwaarden voldoen. Een daarvan is het hebben van een RVO-beschikking, waaruit blijkt dat de onderneming kwalificeert als 'startup' of 'scale-up'. Het is dan ook raadzaam om al in een vroeg stadium te beoordelen of jouw onderneming in aanmerking komt voor een dergelijke beschikking. Daarnaast is het verstandig om te bekijken of het huidige of voorgenomen aandelenoptieplan voldoet aan de voorwaarden en wat de regeling concreet betekent voor het beloningsbeleid.

Achtergrond van het wetsvoorstel

Volgens de toelichting op dit wetsvoorstel is een belangrijk deel van de toekomstige groei van Nederland afhankelijk van het succes van startups en scale-ups en de innovatie die deze bedrijven brengen. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet deze bedrijven betere kansen bieden om succesvol te groeien in Nederland, onder andere door het ophalen van financiering in een vroege fase te vergemakkelijken en het aantrekken en behouden van (internationaal) talent te stimuleren. 

Daarnaast beschikken startups en scale-ups vaak over onvoldoende financiële middelen om werknemers een concurrerende beloning te bieden. Aandelenopties kunnen dit verschil gedeeltelijk overbruggen. Hoewel werknemersparticipaties in verschillende vormen voorkomen, voorziet het wetsvoorstel uitsluitend in een fiscaal gunstige behandeling van aandelenoptieregelingen bij start-ups en scale-ups die aan de vereisten voldoen.

Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt de huidige fiscale behandeling van aandelenopties in Nederland ongunstig te zijn in vergelijking met andere (Europese) startuplanden zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Zweden. Het voordeel uit aandelenopties wordt nu belast in box 1 tegen het progressieve tarief waarbij financiering van belasting mogelijk tot problemen leidt, terwijl andere landen dit voordeel vaak lager belasten of als vermogenswinst behandelen. 

Welke onderneming kwalificeert als ‘startup’ of ‘scale-up

Een startup of scale-up is volgens het wetsvoorstel een onderneming die gericht is op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar bedrijfsmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie. De aandelen mogen niet worden verhandeld op een gereguleerde markt en mogen niet voor meer dan 25 procent direct of indirect worden gehouden door een beursgenoteerde onderneming. 

Onder een schaalbaar, herhaalbaar bedrijfsmodel wordt verstaan het vermogen van een onderneming om de omzet snel te laten groeien zonder ten minste lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik te maken van technologie die lagere marginale kosten met zich brengt en schaalvoordelen biedt. Onder innovatie wordt verstaan het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën, waarbij sprake is van technische vernieuwing of wezenlijke functionele verbetering ten opzichte van de desbetreffende bedrijfstak.

Wie bepaalt of een onderneming aan die definitie voldoet?

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) toetst of er sprake is van een startup of scale-up en geeft hierover een beschikking af. Deze beschikking is acht jaar geldig en kan maximaal driemaal met vijf jaar worden verlengd. 

Indien de geldigheidsduur van de beschikking die door de RVO is afgegeven afloopt, is er niet langer sprake van een startup of scale-up als bedoeld in het wetsvoorstel. De regeling is dan niet meer van toepassing en de opties of de bij uitoefening daarvan verkregen aandelen waarover op dat moment nog geen belasting is betaald vallen terug in de bestaande regeling voor werknemersopties. De werknemer behoudt echter het fiscale voordeel (grondslagversmalling) voor de periode dat sprake was van een startup of scale-up en dit voordeel wordt op het heffingsmoment tijdsevenredig bepaald.

Aan welke voorwaarden moet het aandelenoptierecht voldoen?

Om voor de regeling in aanmerking te komen, moet het aandelenoptierecht voldoen aan de volgende limitatieve voorwaarden:

  • Het betreft optierechten op aandelen in het kapitaal van de inhoudingsplichtige zelf of van een moedervennootschap die direct of indirect voor meer dan de helft eigenaar is van de startup of scale-up, mits beide entiteiten beschikken over een beschikking van de RVO die hen aanmerkt als een start-up of scale-up. 
  • Op het moment van toekenning van het optierecht is sprake van een startup of scale-up en daarvoor is een RVO-beschikking gegeven. Deze beschikking kan eventueel met terugwerkende kracht worden gegeven. 
  • Er is schriftelijk overeengekomen dat de optie en de bij uitoefening daarvan verkregen aandelen niet worden vervreemd tot 2 jaar na de toekenning, tenzij er sprake is van een eerdere verkoop of beursgang van de onderneming.
  • Voor een voorgenomen verkoop door de werknemer van door uitoefening van het optierecht verworven aandelen geldt een verplichte schriftelijke goedkeuringsprocedure.
  • De werkgever dient een adequate administratie te voeren van o.a. het aandelenbezit, de toegekende optierechten en de transacties.
  • In beginsel is de regeling beperkt tot inhoudingsplichtigen die vallen binnen de EU-definitie van ‘kleine, middelgrote en micro-ondernemingen' (kmo). Inhoudingsplichtigen vallen op hoofdlijnen binnen deze kaders als de onderneming waartoe de inhoudingsplichtige behoort minder dan 250 werknemers heeft en een omzet heeft die € 50 miljoen niet overschrijdt of een jaarlijks balanstotaal dat € 43 miljoen niet overschrijdt. Ook inhoudingsplichtigen die niet vallen binnen de kaders van de kmo-definitie kunnen echter gebruikmaken van de voorgestelde regeling, mits het de-minimissteunplafond van € 300.000 per drie jaar niet wordt overschreden. 

Opties die betrekking hebben op aandelen in een startup of scale-up en die kwalificeren als lucratief belang in de zin van artikel 3.92b Wet IB 2001, zijn uitgesloten van de voorgestelde regeling. De voorgestelde regeling is eveneens niet van toepassing op de werknemer die voor of na toekenning van de optierechten een aanmerkelijk belang bezit als bedoeld in afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Beide beperkingen kunnen een onbedoeld effect hebben op de reikwijdte van de regeling. Immers, start-ups en scale-ups die geen relatie hebben met private equity – maar waarvan de aandelen wel binnen de reikwijdte van het lucratief belang vallen vanwege financieringsvormen – kunnen geen gebruik maken van de regeling. Daarnaast kan emigratie van de werknemer tot specifieke fiscale complicaties leiden, waaronder een mogelijke internationale mismatch in het moment van heffing (en dus een risico op dubbele belasting) wat mogelijk tot problemen leidt bij de financiering van belastingen.  

Wat is het fiscale voordeel van de kwalificatie als startup of scale-up?

Het wetsvoorstel wijzigt de fiscale behandeling van aandelenopties die voldoen aan limitatieve voorwaarden op twee punten. Ten eerste geldt een grondslagversmalling: van het belastbare voordeel uit aandelenopties wordt slechts 65 procent als loon belast, waardoor het effectieve tarief uitkomt op ongeveer 32 procent. Daarnaast schuift het heffingsmoment naar het moment waarop de door uitoefening van de aandelenopties verkregen aandelen daadwerkelijk worden verkocht. Dit geldt ook als de werknemer in de tussentijd uit dienst gaat. Onder de huidige regeling vindt heffing plaats op het moment dat de aandelen verhandelbaar worden, wat kan leiden tot liquiditeitsproblemen, omdat de werknemer de aandelen op dat moment wellicht niet kan verkopen. Een werknemer kan onder de nieuwe regeling voordat de opties worden uitgeoefend kiezen om het heffingsmoment op uitoefening te laten plaatsvinden, of als de aandelen nog niet verhandelbaar zijn, op het moment dat deze verhandelbaar worden en dient dit schriftelijk kenbaar te maken aan de werkgever. De grondslagversmalling blijft bij de keuze voor een eerder heffingsmoment van toepassing. Bij een vervreemding of verkoop van het optierecht vóór uitoefening aan een derde wordt het volledige voordeel op dat moment belast. De grondslagversmalling tot 65 procent is dan niet van toepassing.

Wanneer treedt de nieuwe regeling in werking?

Het streven is om de aandelenoptieregeling per 1 januari 2027 in werking te laten treden, mits de Eerste en de Tweede Kamer het wetsvoorstel goedkeuren. 

Is er sprake van overgangsrecht?

Het wetsvoorstel voorziet in overgangsrecht: de regeling is al van toepassing op aandelenopties die op of na 17 april 2025 zijn toegekend, mits deze op 31 december 2026 nog niet in de loonbelasting zijn betrokken en aan alle limitatief gestelde voorwaarden voldoen. De RVO-beschikking moet dan uiterlijk op 31 december 2027 zijn aangevraagd.

Altijd op de hoogte

Meld u aan voor PwC Belastingnieuws

Heb je vragen? Neem gerust contact op met:

Céline Buys
Céline Buys

Partner, PwC Netherlands

Paul de Winter
Paul de Winter

Partner, PwC Netherlands

Frank van Oirschot
Frank van Oirschot

Senior Director, PwC Netherlands

Volg ons