Hoge Raad: Duitse pensioenuitkering niet volledig belast in Nederland

06/23/26

Op 19 juni 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld over de Nederlandse belastingheffing op uitkeringen uit de Duitse Rentenversicherung (“Duits pensioen”). De Hoge Raad oordeelt dat een dergelijke uitkering niet zonder meer volledig in Nederland in box 1 belast is. Daarbij is van belang of, en in hoeverre, de premies in Duitsland fiscaal aftrekbaar waren. De uitspraak is met name relevant voor belastingplichtigen die in Duitsland pensioen hebben opgebouwd en in Nederland wonen wanneer zij de pensioenuitkeringen ontvangen.

Wat betekent dit voor jou / jouw organisatie? 

Deze uitspraak is met name relevant voor organisaties met werknemers, gewezen werknemers of bestuurders die in Duitsland pensioen hebben opgebouwd en de Duitse uitkeringen later in Nederland ontvangen. In die gevallen is het van belang om na te gaan in hoeverre de onderliggende premie-inleg in Duitsland fiscaal aftrekbaar was. Dat kan van invloed zijn op de omvang van de Nederlandse belastingheffing over de uitkering. Voor werkgevers met grensoverschrijdende werknemerspopulaties kan deze uitspraak daarom aanleiding zijn om bestaande pensioen- en payrolldossiers opnieuw te beoordelen.

De casus

In deze zaak gaat het om een belastingplichtige die van 1980 tot 1997 in Duitsland woonde en werkte. In die periode was hij verplicht verzekerd op grond van de Deutsche Rentenversicherung (Duits staatspensioen, vergelijkbaar met de AOW). In 2018 woonde hij gedurende het gehele jaar in Nederland en ontving hij ouderdomsuitkeringen uit deze regeling. De inspecteur rekende de volledige uitkering tot het belastbare inkomen uit werk en woning.

In Nederland geldt voor pensioenregelingen meestal de zogenoemde omkeerregel. Dat betekent eenvoudig gezegd: tijdens de opbouw is vaak een belastingvoordeel (premie onbelast/aftrekbaar) mogelijk, en pas bij uitkering wordt belasting geheven.

Bij een buitenlands pensioenregeling werkt dat in grote lijnen net zo. Wel moet dan worden gekeken of tijdens de opbouw in het buitenland al belasting is betaald over (een deel van) de pensioenpremies. Als dat zo is, kan het onredelijk zijn om datzelfde deel later in Nederland nog eens volledig te belasten.

 

 

 

Eenvoudig voorbeeld: Iemand heeft in Duitsland pensioen opgebouwd. Van elke 100 euro premie was 45 euro aftrekbaar en 55 euro niet. Over die 55 euro is dus in Duitsland al belasting betaald. Als die persoon later in Nederland woont en pensioen ontvangt, ligt het dan niet voor de hand om ook dat deel nog eens volledig in Nederland te belasten. Dat zou neerkomen op dubbele belasting over hetzelfde pensioen.

In casu stelde belanghebbende dat slechts 45 procent van de in Duitsland betaalde premies aftrekbaar was geweest. Volgens hem mocht daarom ook slechts 45 procent van de Duitse pensioenuitkering in Nederland worden belast. Het overige deel hield volgens hem verband met premies waarover in Duitsland al belasting was geheven. Als Nederland ook dat deel zou belasten, zou volgens belanghebbende in zoverre opnieuw belasting worden geheven.

Relevant in deze casus is dat Nederland op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland het exclusieve heffingsrecht heeft, omdat de uitkering in dat jaar lager is dan € 15.000. 

Oordeel van het Hof

Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden volgde belanghebbende in dit standpunt. Volgens het Hof moest de aanspraak op de Duitse uitkering worden gesplitst. Het deel dat samenhing met in Duitsland aftrekbare premies behoort tot het belastbare inkomen uit werk en woning. Het deel dat samenhing met niet-aftrekbare premies blijft daarbuiten. Het deel van het pensioen dat niet in Box 1 wordt belast, moet wel worden meegenomen in de grondslag voor Box 3.

Omdat de inspecteur de berekening van belanghebbende onvoldoende had weersproken, ging het Hof ervan uit dat 45 procent van de uitkering in Box 1 belast was en 55 procent niet.

Oordeel van de Hoge Raad

De staatssecretaris stelde cassatieberoep in en betoogde onder meer dat de Duitse uitkering volledig als loon uit vroegere dienstbetrekking belast moest worden. Daarbij verwees hij ook naar een arrest van de Hoge Raad uit 1994, waarin uitkeringen uit de Duitse Rentenversicherung volledig belast werden geacht.

De Hoge Raad volgt dit standpunt niet. Volgens de Hoge Raad geldt voor dergelijke buitenlandse pensioenuitkeringen een bijzondere wettelijke regeling die voorgaat op het algemene loonbegrip. Daarom moet worden beoordeeld in hoeverre over de onderliggende aanspraak al eerder een met de Nederlandse heffing naar het inkomen vergelijkbare belasting heeft plaatsgevonden.

Ook het beroep op het arrest uit 1994 slaagt niet. De Hoge Raad benadrukt dat dit arrest betrekking had op een belastingjaar waarin de huidige wettelijke regeling nog niet gold. Dat arrest is daarom niet beslissend voor deze zaak.

Verder betoogde de staatssecretaris dat het Duitse pensioen niet als buitenlandse pensioenregeling moest worden aangemerkt, maar als een publiekrechtelijke periodieke uitkering die volledig belast zou zijn. Ook dat betoog slaagt niet. De Hoge Raad acht het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk dat tussen partijen niet in geschil was dat sprake was van een buitenlandse pensioenregeling.

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond. Daarmee blijft het oordeel van het Hof in stand: niet de volledige Duitse pensioenuitkering is in Nederland belast, maar alleen het deel dat samenhangt met de in Duitsland aftrekbare premies.

Contact us

Emina Mujkic

Emina Mujkic

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 396 55 63

Bastiaan Starink

Bastiaan Starink

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 375 58 28

Daniël Sternfeld

Daniël Sternfeld

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 089 28 89

Maaike Damen

Maaike Damen

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 117 61 13

Volg ons