AI speelt een sleutelrol in het behoud van groei, innovatie en welvaart in de komende decennia, stelt het onlangs gepubliceerde rapport-Wennink. PwC-experts Mona de Boer en Edwin van Bommel schetsen de kansen en randvoorwaarden die op dit pad liggen.
Vrijdag 14 december is het rapport-Wennink gepubliceerd, dat past in de lijn van het Deltaplan AI en het plan van de AI Coalitie 4NL (AIC4NL). Ze maken duidelijk dat Nederland op een kruispunt staat als het gaat om kritieke technologieën, waaronder AI, die onze strategische relevantie, productiviteit en toekomstige welvaart bepalen.
Het rapport laat zien dat Nederland in principe een sterke basis heeft. We beschikken over een rijke kennisinfrastructuur, een volwassen start-up-ecosysteem, een sterke focus op publieke waarden en een lange traditie van samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven. Tegelijkertijd staat die basis onder druk en moeten er nu keuzes gemaakt worden op het gebied van digitalisering, infrastructuur, talent en het innovatie-ecosysteem.
Zoals het rapport aangeeft, kan AI een sleutelrol spelen bij het vergroten van de arbeidsproductiviteit. Dat is essentieel in een economie die kampt met vergrijzing, structurele personeelstekorten en stijgende kosten.
Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn over waar Nederland vandaag staat. De mondiale AI-industrie draait momenteel op volle toeren in de Verenigde Staten en China. Maar in Nederland doen relatief weinig bedrijven op dat niveau mee. We staan met ASML aan de absolute wereldtop als het gaat om machines voor chipproductie en we zijn betrokken bij de productie van halfgeleiders. Maar in de lagen daarboven (datacenters, cloudinfrastructuur en AI-software) blijven we achter.
Dat brengt risico’s met zich mee. Op veel cruciale AI-lagen zijn er nauwelijks Nederlandse of zelfs Europese alternatieven. Een te grote digitale afhankelijkheid maakt ons kwetsbaar; niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk. Denk aan de impact op betalingsverkeer, spoorwegen of de luchtvaart. Zo zorgden problemen bij het Amerikaanse cyberbeveiligingsbedrijf Crowdstrike vorige zomer voor een chaos op Schiphol.
De uitdaging is om ook op de tech-vlakken waar Nederland nog niét vertegenwoordigd is, te groeien en daar goede randvoorwaarden voor te scheppen, zoals Wennink stelt. Dat begint met goed onderwijs en een goed investeringsklimaat, waarbij start-ups niet meteen na hun eerste of tweede financieringsronde alleen nog investeerders van buiten Europa kunnen aantrekken. Dat is trouwens niet alleen een Nederlands probleem, maar ook een Europees probleem. We hebben dus meer Europese samenwerking nodig en meer homogene regulering om dat mogelijk te maken.
Het rapport onderstreept terecht dat de Nederlandse AI-industrie gestimuleerd moet worden. Maar minstens zo belangrijk is de toepassing van AI. Daar ligt in Nederland nog veel onbenut potentieel. Dat heeft te maken met de aversie tegen AI die in Nederland wel wat groter lijkt dan in andere landen. Al is duidelijk merkbaar dat bestuurders wat ongeduldig beginnen te worden en zich afvragen of het niet sneller kan en mag met AI. Dat is een welkome ontwikkeling.
Voor bestuurders is het wel belangrijk te beseffen dat AI geen klassieke technologie-implementatie is. Het is in essentie organisatieverandering. Het vraagt om andere manieren van werken, andere besluitvorming en andere vaardigheden. Dat betekent dat organisaties nu moeten beginnen, ook al is niet elke technologie volledig uitgekristalliseerd. Wachten tot alles ‘bewezen’ is, is geen optie. Wie nu niet start, mist straks de wendbaarheid om AI-mogelijkheden verantwoord op te schalen.
Tot nu toe wordt de meeste waarde gerealiseerd met voorspellende AI. De impact van generatieve AI groeit snel. Maar het aantal organisaties dat deze technologie echt schaalbaar inzet, is nog beperkt. Dat biedt kansen voor organisaties die nu durven te investeren.
Als je je afvraagt hoe je meters als organisatie kan maken met AI, dan laten organisaties die vooroplopen met AI een aantal duidelijke patronen zien:
Nu is de uitdaging hoe je als organisatie verantwoorde AI kunt combineren met de noodzaak om tempo te maken, zoals Wennink constateert. Nederland staat wereldwijd op nummer één in de Global Index on Responsible AI (2024). Dat is geen toeval, maar het resultaat van een sterke focus op publieke waarden, transparantie en samenwerking.
Juist die uitgangspunten zijn cruciaal voor AI-toepassingen in domeinen met grote maatschappelijke impact, zoals zorg, veiligheid, energie en klimaat. Alleen AI die als betrouwbaar wordt ervaren, creëert het draagvlak dat nodig is voor grootschalige toepassing. Door nú te investeren in verantwoorde AI, en in de vaardigheden van mensen om deze technologie verantwoord te gebruiken, kan Nederland richting geven aan AI daar waar het er echt toe doet.
Zoals het rapport van Wennink aangeeft, zijn goede randvoorwaarden cruciaal voor de groeiambitie. Zo zullen we datacenters in Nederland moeten hebben als we geloven in het belang van zelfbeschikking. En dan het liefst geopereerd door Nederlandse of Europese bedrijven.
En als we megadatacenters willen, zullen we daar ook wel iets voor moeten opofferen en een goede oplossing moeten vinden voor de bezwaren die er nu nog leven. Hetzelfde geldt voor het aantrekken van talent. Daar moeten we ook in investeren. Te beginnen in niet-technologische opleidingen. Want ook voor een jurist of monteur is het belangrijk om te leren wat de impact van AI is op het werk.
De overheid kan op haar beurt een stimulerende rol hebben in het investeringsklimaat dat nodig is om de economie de gewenste boost te geven. Er zijn veel fondsen beschikbaar in Nederland op verschillende niveaus. Het zou goed zijn om er één krachtig fonds van te maken; in de gedachte van de oprichting van een nationale investeringsbank, zoals genoemd in het rapport.
In de tussentijd moeten we natuurlijk niet wachten op de overheid. We mogen als bedrijfsleven de handschoen zelf oppakken, want ook binnen de huidige kaders is er veel te winnen. En soms vraagt vooruitgang om het verleggen van grenzen.
Het rapport-Wennink is dus geen eindpunt, maar een duidelijk startpunt met een scherpe oproep om in actie te komen. Voor organisaties die vooruit willen ligt hier een duidelijke opdracht: AI strategisch omarmen, gericht investeren en versnellen in toepassing. Niet morgen, maar vandaag.
Partner, PwC Netherlands
Partner, PwC Netherlands
Mona is partner bij PwC Nederland en gespecialiseerd in het gebruik van data en kunstmatige intelligentie. Ze adviseert organisaties vooral over het verantwoord gebruik van AI, zogeheten responsible AI, en over de regel- en wetgeving rondom AI.