Hof Amsterdam merkt Temper aan als uitzendonderneming

06/23/26

Op 16 juni oordeelde het Gerechtshof Amsterdam dat Temper, een digitaal platform voor tijdelijke arbeid, kwalificeert als uitzendonderneming. De uitspraak geeft verdere duiding aan de wijze waarop het huidige arbeidsrecht moet worden toegepast op platforms die arbeid organiseren. Volgens het Hof hadden de zelfstandige ondernemers die via Temper opdrachten uitvoerden in feite een uitzendovereenkomst met het platform.

Op het moment van publiceren is het nog onduidelijk of Temper in cassatie gaat bij de Hoge Raad. 

Achtergrond

Temper presenteert zich als een digitaal platform dat vraag en aanbod van tijdelijke arbeid bij elkaar brengt en daarvoor een vergoeding ontvangt. FNV en CNV stelden echter dat niet deze contractuele 'neutrale' vormgeving, maar de economische realiteit doorslaggevend moet zijn en dat tussen Temper en de zelfstandigen feitelijk een arbeidsovereenkomst bestond. Het Hof gaat daarin mee en concludeert dat Temper actief werkenden werft om ter beschikking te stellen aan haar opdrachtgevers. Hiermee vervult Temper de allocatiefunctie die kenmerkend is voor een uitzendonderneming. Het Hof komt tot deze conclusie omdat Temper de 'spelregels' tussen zelfstandige en opdrachtgever beïnvloedt, terwijl de Temper-werkers zelf weinig kenmerken van ondernemerschap vertonen: zij doen nauwelijks investeringen, lopen beperkt ondernemersrisico en verrichten werkzaamheden die onderdeel zijn van de gebruikelijke werkzaamheden van de opdrachtgever (inbedding) en dat niet valt in te zien dat de werker niet de gebruikelijke instructies zal krijgen. 

Arbeidsrechtelijke gevolgen

In zijn oordeel grijpt het Hof terug op de (negen) gezichtspunten zoals geformuleerd in het Deliveroo arrest. Het Hof pelt al deze punten af en oordeelt vervolgens dat sprake is van een uitzendovereenkomst tussen Temper en een “werker”.  Gezien onder andere de mate van betrokkenheid van Temper bij de totstandkoming van de contractuele regeling van de driehoeksverhouding tussen Temper, de werker en de opdrachtgever, kan het platform niet louter worden gekarakteriseerd als een bemiddelingssite. Deze kwalificatie als uitzendonderneming brengt voor Temper verstrekkende arbeidsrechtelijke verplichtingen mee: de werkenden worden niet langer als zelfstandigen aangemerkt, maar als uitzendkrachten met een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW. De cao voor Uitzendkrachten wordt van toepassing op de arbeidsrelatie, evenals de overige arbeidsrechtelijke en reguliere werkgeversverplichtingen. De werknemers kunnen bovendien met terugwerkende kracht achterstallig loon en toeslagen gaan vorderen.

Fiscale gevolgen

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam heeft geen directe fiscale gevolgen, omdat het een civiele zaak betreft. Maar voor de belastingheffing wordt uitgegaan van hetzelfde begrip dienstbetrekking als in het civiele recht en kan daarmee doorwerking krijgen: de werkenden kwalificeren dan als werknemers in de zin van de Wet op de loonbelasting en de werknemersverzekeringen. Dit betekent dat het platform inhoudingsplichtig wordt en loonheffingen moet inhouden en afdragen. Voor de werkenden zelf vervalt mogelijk de eventuele behandeling als ondernemer voor de inkomstenbelasting en voor de btw.

Temper kan uiteraard nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad om de uitspraak van het Hof te laten beoordelen. Dat betekent dat we nog moeten wachten op het definitieve oordeel.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Deze uitspraak maakt duidelijk dat online platforms die arbeidskrachten ter beschikking stellen aan opdrachtgevers als uitzendwerkgever kunnen kwalificeren, met alle bijbehorende verplichtingen. Daarbij staat voorop dat niet de juridische vormgeving, maar de feitelijke werkwijze doorslaggevend is: wanneer een platform in werkelijkheid werft, selecteert, matcht, tarieven beïnvloedt en de toegang tot werk controleert, kan het de allocatiefunctie van een uitzendonderneming vervullen – ongeacht hoe de relatie tussen opdrachtgever, zelfstandige en platform is beoogd en overeengekomen. In die situatie kan ook de inlenersaansprakelijkheid van opdrachtgevers aan de orde komen. Platforms en opdrachtgevers doen er daarom goed aan te beoordelen hoe hun werkwijze met de maatstaven van deze uitspraak moet worden beoordeeld.

Wij houden je op de hoogte van verdere ontwikkelingen. Zie ook onze themapagina 'Werken met zelfstandigen' voor een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van werken met zelfstandigen.

Contact us

Maaike Damen

Maaike Damen

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 117 61 13

Henk van Keersop

Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 285 13 14

Daniël Sternfeld

Daniël Sternfeld

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 089 28 89

Dennis Jolly

Dennis Jolly

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 113 93 37

Volg ons