Hof: btw‑nultarief accijnsgoederen ook zonder fiscal rep

06/03/26

Op 2 maart 2026 is een interessante uitspraak gepubliceerd van het Gerechtshof Den Haag over de toepassing van het btw-nultarief op de levering van accijnsgoederen binnen een accijnsgoederenplaats. Het Hof heeft geoordeeld dat de Belastingdienst de toepassing van het btw-nultarief op dergelijke leveringen niet mag weigeren enkel omdat een buitenlandse ondernemer geen fiscaal vertegenwoordiger heeft aangesteld. Volgens het Hof is de verplichting tot fiscale vertegenwoordiging in deze situatie in strijd met het Unierecht, nu aan de materiële voorwaarden voor het nultarief is voldaan en er een regeling voor wederzijdse bijstand met de vestigingsstaat bestaat.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Deze uitspraak van het Gerechtshof biedt buitenlandse ondernemers die in Nederland accijnsgoederen verhandelen binnen accijnsgoederenplaatsen een sterk aanknopingspunt om het btw-nultarief toe te passen, ook zonder een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen, mits aan de materiële voorwaarden is voldaan. De uitspraak van het Hof kan ook relevant zijn voor andere situaties waarin een formeel vereiste niet direct bijdraagt aan het bewijs van de materiële voorwaarden. Ook rijst de vraag of de uitkomst van dit arrest ook doorwerkt naar andere situaties waarin fiscale vertegenwoordiging verplicht is gesteld voor buitenlandse ondernemers, zoals voor het aanvragen van een artikel 23-vergunning. Het arrest onderstreept daarnaast het belang van een zorgvuldige beoordeling en onderbouwing van de vestigingsplaats voor btw-doeleinden in situaties waarin dat niet evident is. Wel geldt dat tegen deze uitspraak nog beroep in cassatie bij de Hoge Raad openstaat. Neem gerust contact met ons op om de situatie voor jouw organisatie nader te beoordelen.

Achtergrond

De zaak betrof een naar Nederlands recht opgerichte BV X die een groothandel exploiteerde in alcoholhoudende dranken. BV X had haar statutaire zetel in Nederland en stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De dranken werden ingekocht, opgeslagen en verkocht binnen een accijnsgoederenplaats van een logistiek dienstverlener in Nederland en werden niet uitgeslagen tot verbruik. De directeur-grootaandeelhouder (Dga) woonde in Spanje en BV X had geen personeel in dienst.

BV X paste in haar btw-aangiften het btw-nultarief toe op leveringen van accijnsgoederen binnen de accijnsgoederenplaats. De inspecteur van de Belastingdienst legde naheffingsaanslagen op omdat BV X als buitenlands belastingplichtige geen fiscaal vertegenwoordiger had aangesteld. Dit is een formeel vereiste voor buitenlands belastingplichtigen om het btw-nultarief te mogen toepassen. De Rechtbank verklaarde het beroep van BV X ongegrond en oordeelde dat de fiscale vertegenwoordigerseis een constitutief vereiste vormt. BV X ging in hoger beroep. BV X stelt primair dat zij in Nederland is gevestigd en dat zij daarom helemaal geen fiscaal vertegenwoordiger hoefde aan te stellen. 

Oordeel van het Hof

Het gerechtshof Den Haag vernietigt de uitspraak van de Rechtbank en de opgelegde naheffingsaanslagen. Het Hof volgt de Rechtbank in haar oordeel dat BV X niet in Nederland was gevestigd en hier ook geen vaste inrichting had voor btw-doeleinden. Het Hof komt echter tot een wezenlijk ander oordeel over de verplichting om een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen.

Vestigingsplaats buiten Nederland

BV X had geen fiscaal vertegenwoordiger aangesteld, omdat zij van mening was dat zij in Nederland was gevestigd. Op basis van het EU-recht wordt onder de vestigingsplaats verstaan de plaats waar de centrale bestuurstaken van het bedrijf worden uitgeoefend. Om dit te bepalen wordt er rekening gehouden met de plaats waar de voornaamste beslissingen worden genomen, de statutaire zetel van het bedrijf en de plaats waar de bestuurders van het bedrijf bijeenkomen. Wanneer dit op grond van deze criteria niet met zekerheid kan worden bepaald, vormt de plaats waar de voornaamste beslissingen over de algemene leiding worden genomen het doorslaggevende criterium.

BV X heeft één bestuurder en zowel Rechtbank als Hof achten het daardoor aannemelijk dat de voornaamste beslissingen worden genomen daar waar de bestuurder doorgaans verblijft. In dit geval was dat Spanje. De Dga bracht in 2018 in totaal tien bezoeken en in 2019 vijf bezoeken aan Nederland, maar heeft volgens het Hof niet aannemelijk gemaakt dat de voornaamste beslissingen ook daadwerkelijk tijdens die bezoeken werden genomen. Dat BV X daarnaast een kantoorruimte huurde, een Nederlandse bankrekening had en de administratie liet doen in Nederland doet daar niet aan af. 

Afspraken met klanten vonden gedurende de bezoeken plaats in hotels, restaurants en op het kantoor van de logistiek dienstverlener. BV X heeft naar het oordeel van het Hof niet laten blijken dat zij ook daadwerkelijk gebruik maakte van de kantoorruimte, waardoor deze feitelijk niet meer is dan een postadres.

Fiscale vertegenwoordigingseis in strijd met EU-recht

Het Hof leidt uit jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Wijzigingsrichtlijn af dat de verplichting tot aanstelling van een fiscaal vertegenwoordiger niet gerechtvaardigd is als er met het vestigingsland een rechtsinstrument bestaat voor wederzijdse bijstand. Dat het instrument niet naar tevredenheid van de inspecteur functioneert, kan BV X niet worden tegengeworpen.

Het Hof benadrukt dat het btw-nultarief in beginsel niet mag worden geweigerd als de materiële voorwaarden zijn vervuld. Niet‑naleving van een formeel vereiste kan slechts tot weigering leiden wanneer dit het bewijs verhindert dat aan de materiële voorwaarden is voldaan.

De verplichting om een fiscaal vertegenwoordiger draagt niet bij aan het bewijs dat accijnsgoederen zijn geleverd binnen een accijnsgoederenplaats. Aangezien tussen partijen niet in geschil was dat aan de materiële voorwaarden van tabel II, post a.7.a van de Wet op de omzetbelasting 1968 was voldaan - de goederen bleven onder de accijnsschorsingsregeling en werden niet uitgeslagen tot verbruik – mag het niet naleven van de formele verplichting niet leiden tot weigering van het btw-nultarief.

Contact us

Sander Borremans

Sander Borremans

Senior Manager Indirect Taxes, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)61 029 42 75

Robert Lantman

Robert Lantman

Partner, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)65 183 82 79

Joël de Vries

Joël de Vries

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)68 136 62 37

Volg ons