Oordeel HvJEU raakt (oa Nederlandse) overdrachtsbelasting

09/06/26

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) heeft op 4 juni 2026 in een uitspraak geoordeeld dat geen (Portugese) overdrachtsbelasting mag worden geheven over de overdracht van een vennootschap met onroerende zaken, wanneer het gaat om een transactie die valt onder de EU Richtlijn Indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (EU Kapitaalsbelastingrichtlijn). De EU Kapitaalsbelastingrichtlijn bepaalt dat EU-landen bij kapitaalvennootschappen geen indirecte belasting mogen heffen op het bijeenbrengen van kapitaal. Het HvJEU bepaalt dat daarmee ook de overdrachtsbelasting die Portugal wilde heffen, niet is toegestaan.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?

Nederlandse overdrachtsbelasting wordt geheven bij verkrijging van onroerende zaken, of vennootschappen die, kort gezegd, grotendeels onroerende zaken houden. Ook andere EU-landen kennen een overdrachtsbelasting, een Real Estate Transfer Tax (RETT). Bij transacties die onder de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn vallen, zoals een inbreng van aandelen in een andere vennootschap, mag volgens het HvJEU geen overdrachtsbelasting worden geheven. Ook andere in de richtlijn gedefinieerde transacties en herstructureringen vallen binnen de werking van de richtlijn en kunnen ertoe leiden dat geen (overdrachts)belasting mag worden geheven. 

Heeft er in jouw organisatie onlangs zo’n transactie plaatsgevonden waarbij overdrachtsbelasting of RETT is afgedragen, of verwacht je dat een dergelijke transactie gaat plaatsvinden, bekijk dan samen met je belastingadviseur of deze transactie onder de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn valt. Mogelijk kan bezwaar worden gemaakt tegen deze overdrachtsbelasting. Wacht niet te lang, want in de meeste landen gelden termijnen waarbinnen je bezwaar moet maken.  

De uitspraak van het HvJEU

Nederland heft al sinds 2006 geen kapitaalsbelasting meer. In zoverre zou je kunnen denken dat een uitspraak van het HvJEU over de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn weinig Nederlandse consequenties zou hebben. Maar nu het HvJEU tot het gegeven oordeel komt dat ook overdrachtsbelasting een heffing is die in voorkomende gevallen door de richtlijn wordt verboden, heeft het ook voor Nederland consequenties. Dit geldt ook voor de nodige andere EU-landen. 

De zaak betrof de oprichting van een Portugese besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, Nova Iberiomoldes SGPS S.A. ("Nova"). Het aandelenkapitaal van Nova werd gestort door de inbreng van de aandelen in een Portugese besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid die twee Portugese onroerende zaken hield. Voor Portugese RETT-doeleinden is de verwerving van 75% of meer van het aandelenkapitaal in een bedrijf dat Portugese onroerend goed bezit een belastbare gebeurtenis.

Het HvJEU oordeelde dat de transactie onder de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn valt, omdat Nova controlerende aandelen in andere kapitaalmaatschappijen verwierf in ruil voor het uitgeven van eigen aandelen. Daarom moet op basis van de richtlijn de transactie vrij worden gesteld van elke vorm van indirecte belasting. De Portugese RETT heeft binnenlands weliswaar het karakter van een overdrachtsbelasting, maar het HVJEU karakteriseert het als een indirecte belasting die wordt opgeroepen door een kapitaalstorting waarbij de inbreng bestaat uit aandelenbelangen in vastgoedlichamen, en die dus onder het verbod van de richtlijn valt.

Concreet kan de uitspraak van het HvJEU belangrijke gevolgen hebben voor de ruimte die lidstaten hebben om overdrachtsbelasting te heffen bij kapitaalstortingen en herstructureringen in het kader van de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn. Denk daarbij aan het bijeenbrengen van kapitaal, zoals aandeleninbreng, en om herstructureringen, waaronder (grensoverschrijdende) fusies en splitsingen, zoals bedoeld in de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn. Voor Nederland zou dit onder andere gaan om transacties met vastgoedlichamen, zogenoemde art. 4-lichamen, vernoemd naar art. 4 van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer (WBR) waarin ook de verkrijging van vastgoedlichamen onder de overdrachtsbelasting worden gebracht.

Als bij een inbreng of herstructurering die onder de EU Kapitaalsbelastingrichtlijn is te brengen, een dergelijk vastgoedlichaam wordt verkregen, wordt daar nu in beginsel overdrachtsbelasting over geheven (tenzij een vrijstelling van toepassing is). Dit arrest zou die heffing niet meer toelaatbaar maken (al kan dit anders zijn bij bestrijding van misbruik in specifieke omstandigheden). De (indirecte) verkrijging van onroerende zaken zou daarmee onbelast blijven voor de overdrachtsbelasting. Portugal en Duitsland argumenteerden dat de transactie onder een uitzondering valt waardoor wel overdrachtsbelasting mag worden geheven, en dat heffing van belasting ook is gerechtvaardigd met het doel belastingontwijking te voorkomen. Het HvJEU gaat hier, anders dan het oordeel waartoe de Advocaat-Generaal van het HvJEU kwam, niet in mee. De EU-lidstaten mogen belastingontwijking bestrijden maar mogen zich daarbij niet baseren op algemene vermoedens.

Contact us

Jeroen Elink Schuurman

Jeroen Elink Schuurman

Global Real Estate Tax Leader, PwC Netherlands

Maarten de Wilde

Maarten de Wilde

Director, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)63 419 67 89

Volg ons