Het doel van IFRS 18 is de vergelijkbaarheid van financiële prestaties van entiteiten te verbeteren, en de transparantie te vergroten. De nieuwe standaard richt zich specifiek op zorgen van investeerders over de wijze waarop entiteiten hun bedrijfsresultaat definiëren en verbetert verder de transparantie van bepaalde prestatiemaatstaven die door het management worden gebruikt (zogenaamde ‘management performance measures’).
IFRS 18 biedt verbeterde richtlijnen voor de wijze waarop entiteiten financiële informatie moeten aggregeren en disaggregeren op basis van gedeelde kenmerken. Deze principes zijn van toepassing op zowel de primaire jaarrekening als de toelichtingen.
Inkomsten en uitgaven moeten nu worden opgesplitst in vijf categorieën (operationeel, investeringen, financiering, vennootschapsbelasting en beëindigde activiteiten) op basis van gespecificeerde criteria. Hoewel de categorieën in de winst-en-verliesrekening lijken op de categorieën in de kasstroomoverzichten, zijn de onderliggende vereisten voor classificatie anders. Bovendien moeten nu gedefinieerde subtotalen en totalen worden opgenomen in de winst-en-verliesrekening.
Prestatiemaatstaven voor resultaten (een subset van inkomsten en uitgaven) die buiten de jaarrekening van een entiteit worden gerapporteerd, moeten nu worden openbaargemaakt in een enkele toelichting. Deze MPM’s moeten ook worden aangesloten met het onder IFRS meest rechtstreeks vergelijkbare totaal en subtotaal, en voor elk van die items moet het effect van de vennootschapsbelasting en het effect van een eventueel minderheidsbelang worden vermeld.
IFRS 18 heeft voornamelijk invloed op de winst-en-verliesrekening. De verwachting is dat entiteiten, bij het toepassen van de verbeterde principes van aggregatie en disaggregatie, oordeelsvorming moeten toepassen om te bepalen hoe ze financiële informatie zullen groeperen (of niet groeperen) in zowel de primaire financiële overzichten als de bijbehorende toelichtingen. Hoewel IFRS 18 geen stappenplan biedt, noemt de richtlijn wel zaken waar rekening mee moet worden gehouden. Een belangrijk principe is dat de primaire financiële overzichten bedoeld zijn om een bruikbare, gestructureerde samenvatting te geven en dat de toelichtingen meer informatie moeten bieden over materiële posten om gebruikers te helpen de primaire financiële overzichten te begrijpen.
Enkele eerste observaties ten aanzien van de implementatie van IFRS 18 betreffen het bepalen van de presentatiecategorie voor koersverschillen, voor de bewegingen in derivaten en het bepalen van MPM’s en de vereiste openbaarmakingen.
Voor koersverschillen vereist IFRS 18 nu dat een entiteit het verschil presenteert in dezelfde categorie in de winst-en-verliesrekening als de onderliggende post die heeft geleid tot het koersverschil (tenzij dit leidt tot onevenredige kosten of inspanningen). Voor een entiteit met transacties in meerdere valuta’s heeft dit operationele gevolgen. Zo zou een dergelijke entiteit het rekeningschema kunnen uitbreiden met valutarekeningen of subrekeningen voor alle vereiste categorieën en ervoor kunnen zorgen dat de boeking van het valutaverschil overeenkomt met de onderliggende post.
IFRS 18 biedt specifieke richtlijnen voor de categorie waarin de winsten of verliezen uit financiële instrumenten die door een entiteit worden gebruikt om risico’s af te dekken, moeten worden gepresenteerd (met enkele uitzonderingen). Over het algemeen moeten winsten of verliezen van financiële instrumenten (zowel derivaten als niet-derivaten) die onderdeel zijn van een hedgerelatie, worden geclassificeerd in de categorie die wordt beïnvloed door het risico dat de entiteit probeert af te dekken. Hetzelfde geldt voor derivaten die niet deel uitmaken van een hedgerelatie. Wanneer een derivaat niet in aanmerking komt voor hedge-accounting, moet zorgvuldig worden overwogen of het instrument ‘is managing a risk’ zoals bedoeld in IFRS 18.
IFRS 18 introduceert enkele maatstaven in de IFRS-jaarrekening die voorheen onder ‘non-GAAP measures’ vielen (MPM’s). IFRS 18 omvat alleen prestatiemaatstaven die betrekking hebben op de winst-en-verliesrekening, en om te kwalificeren als een MPM moet de maatstaf een subtotaal zijn van inkomsten en uitgaven. Maatstaven die betrekking hebben op alleen inkomsten of uitgaven, activa of passiva, en liquiditeit of niet-financiële prestaties (bijvoorbeeld koolstofemissies) zijn geen MPM’s. Richtlijnen van toezichthouders zoals ESMA blijven relevant voor alternatieve prestatiemaatstaven (‘alternative performance measures’, APM’s) die niet voldoen aan de definitie van MPM volgens IFRS 18.
De overgang naar IFRS 18 zal naar verwachting leiden tot verschillende herclassificaties in de winst-en-verliesrekening. Entiteiten doen er daarom goed aan alvast na te denken over wat de nieuwe standaard voor hen zal betekenen. Hoewel de standaard pas ingaat op 1 januari 2027, zal vergelijkende informatie vereist zijn vanaf 31 december 2026. Voor entiteiten die tussentijdse financiële overzichten presenteren, zal de overgangsdatum eerder zijn, namelijk de datum in 2026 van het kwartaal of halfjaar dat wordt gepresenteerd. Bij de overgang moeten entiteiten voor elke regel in de winst-en-verliesrekening een zichtbare aansluiting maken tussen de vorige IAS 1-presentatie en de nieuwe IFRS 18-presentatie. Vroegtijdige toepassing is toegestaan, maar EFRAG (European Financial Reporting Advisory Group) is nog bezig met het beoordelen van de goedkeuringscriteria voor de standaard.
IFRS 18 is van toepassing op alle entiteiten die rapporteren volgens de IFRS-verslaggevingsstandaarden. Hoewel de algemene principes van de standaard gericht zijn op niet-financiële entiteiten (bijvoorbeeld reguliere ondernemingen), bevat de standaard ook enkele specifieke principes voor entiteiten die zich voornamelijk bezighouden met investeren of financieren.
IFRS 18 streeft naar meer transparante en vergelijkbare financiële verslaggeving tussen vergelijkbare entiteiten. Hoewel deze nieuwe standaard alleen betrekking heeft op de presentatie en toelichting, is het belangrijk dat entiteiten de praktische implicaties niet onderschatten bij het starten van het implementatieproces.