19/12/19
Ruim drie maanden vervult Sandra Pellegrom nu de functie van nationale SDG-coördinator. Als het gaat om het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN is zij positief gestemd over de kansen in Nederland. ‘De agenda voor 2030 leeft bij heel veel partijen in de maatschappij. Ook in het bedrijfsleven kom ik veel enthousiasme tegen. Ik zie een toenemend gevoel van saamhorigheid. Van: we moeten er samen voor zorgen dat de wereld duurzamer wordt. De SDG’s bieden daar een concrete, gedeelde agenda voor, en dat spreekt mensen aan.’
Pellegrom is onder de indruk van de creatieve initiatieven die ze in de eerste maanden als SDG-coördinator tegenkwam. De oud-diplomaat bezoekt veel bijeenkomsten en conferenties over duurzaamheid, gelijkheid en armoedebestrijding. Zo was ze ook aanwezig bij de lancering van de SDG Experience voor kinderen op het kantoor van PwC in Amsterdam. De SDG Experience is een interactieve manier om mensen en organisaties te inspireren actie te ondernemen voor de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de VN. Door middel van een spel leren de deelnemers hoe nieuwe technologie oplossingen kan bieden voor grote mondiale problemen en hoe zij zelf in hun dagelijks leven iets kunnen doen.
SDG-coördinator Sandra Pellegrom (links) en PwC-bestuurslid Renate de Lange samen met enkele schoolkinderen tijdens de lancering van de NextGen SDG Experience.
Pellegrom genoot tijdens de opening zichtbaar van het enthousiasme van de uitgenodigde schoolkinderen. ‘Dit is toch de generatie die het moet gaan doen. Als zij de SDG’s niet omarmen, komen we er zeker niet. De doelstellingen zijn van kracht tot 2030 en dan zijn zij volwassen. De agenda van de VN heeft als doel over tien jaar een betere uitgangspositie voor de wereld te hebben. De negatieve trends waarin we nu zitten, zoals toenemende druk op onze planeet en stijgende ongelijkheid, moeten dan zijn omgedraaid tot positieve. Als we nu niet beginnen met die omslag, zitten de huidige jongeren straks met de gebakken peren. Daarom moeten zij nu ook hun stem laten horen. Het was heel leuk om met ze in gesprek te gaan over hoe zij bijvoorbeeld hun ouders enthousiast kunnen maken.’
‘Als we de duurzame ontwikkelingsdoelen willen halen, moet er iets veranderen in onze manier van ondernemen en leven. Het Klimaatakkoord is een belangrijk voorbeeld, maar de doelen gaan verder dan verduurzamen. Het gaat er bijvoorbeeld ook om dat iedereen kan blijven meedoen in de maatschappij, goed werk kan vinden, zich kan ontwikkelen. En veranderen is nooit makkelijk. Maar ik ben zeker hoopvol. Wat betreft de SDG’s staan we er in Nederland best goed voor. Op het gebied van milieu en de gelijkheid van vrouwen moeten we de komende jaren zeker nog stappen maken, maar we zijn een heel innovatief land, met goed onderwijs. En, dat is misschien nog belangrijker, in het bedrijfsleven zie ik veel enthousiasme. De meeste bedrijven zijn er wel van doordrongen dat het anders moet. Ze zien deze omslag ook steeds meer als een kans: we moeten mee met de veranderende wereld, en daarin zouden we ook een voorloper kunnen zijn.’
‘Als we de duurzame ontwikkelingsdoelen willen halen, moet er iets veranderen in onze manier van ondernemen en leven. Het gaat er ook om dat iedereen kan blijven meedoen in de maatschappij, goed werk kan vinden, zich kan ontwikkelen.'
‘Niet voor alle bedrijven is deze omslag even makkelijk. Je moet immers op een andere manier over je businessmodel en je toekomst gaan nadenken. Zo moet je investeren in zaken die niet binnen een jaar iets opleveren, maar misschien pas over vijf of tien jaar. Zaken die ook iets minder tastbaar lijken: je rol in de maatschappij, de waardering van klanten. Met het maken van winst is niets mis, want een bedrijf moet immers draaien. Maar ook bedrijven hebben een belang bij een toekomstbestendige wereld en hebben daar zelf direct invloed op. Ik merk dat ze het soms nog lastig vinden om het handen en voeten te geven. Mkb-bedrijven bijvoorbeeld willen graag, maar zijn vaak zoekende.’
‘De overheid vraagt bedrijven om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Daarmee kunnen bedrijven bijdragen aan de SDG’s. Samenwerking en partnerschappen rond de SDG’s kunnen meer bedrijven helpen om die stap te maken. In de Nederlandse manier van besluitvorming werken we heel erg bottom-up. Dus als overheid gaan we met alle betrokken partijen om de tafel zitten om tot een gezamenlijk plan te komen. Dat hebben we bijvoorbeeld bij het programma Nederland circulair in 2050 gezien. Als er een plan ligt, jaagt de overheid de uitvoering aan en neemt ze aan de beleidskant de stappen die nodig zijn. Als het om de SDG’s gaat, is het mijn rol om de gewenste partijen met elkaar te laten praten en samenwerkingsverbanden tot stand te brengen, juist ook tussen partijen die elkaar gewoonlijk misschien niet meteen vinden. Met als doel alle goede ideeën die er zijn tot uitvoer te helpen brengen. Ik hoef dat gelukkig niet alleen te doen, maar werk samen met het SDG Nederland-netwerk, waarin ook belangrijke bedrijvenkoepels actief zijn.’
‘Bedrijven hebben veel invloed in de maatschappij, ook op wat burgers ervaren. Daarom moeten bedrijven laten zien dat ze willen helpen bij het aanpakken van problemen in de samenleving. Een bedrijf als PwC laat aan klanten zien hoe dit kan door zelf SDG’s na te streven, maar ook door klanten te helpen dit te doen. Als adviesbureau krijg je ongetwijfeld vragen van klanten over verduurzamen. De brug naar de SDG’s is dan makkelijk gelegd. Die verbindende functie is belangrijk om het potentieel dat we in Nederland hebben, te gaan gebruiken. Ik merk dat veel partijen bereid zijn om mee te helpen aan de gewenste transformatie. Iedereen realiseert zich zo langzamerhand dat we gewoon aan de slag moeten. Hoe langer we dat uitstellen, hoe groter de kans dat we achterlopen ten opzichte van bijvoorbeeld andere Europese landen. We hebben in Nederland de kracht om voorloper te zijn, maar dan moeten we nu wel uit de startblokken.’