18/11/22
De energie- en bouwsector moeten zich meer dan ooit richten op innovatie. Dat zeggen PwC-experts Roel Drost (Climate & Reporting) en Peter van Asperen (Legal) naar aanleiding van de recente uitspraak van de Raad van State over de bouwvrijstelling. Wat de PwC’ers betreft is het praten over stikstofbeleid voorbij: ‘We moeten nú innoveren en emissieloos gaan bouwen. Maar het is geen gemakkelijke opgave’.
Begin deze maand deed de Raad van State uitspraak in een zaak over het megaproject Porthos. Daarmee moet CO2 van bedrijven in de Rotterdamse haven worden opgeslagen in lege gasvelden onder de zeebodem. De procedure was aangespannen door de organisatie Mobilisation for the Environment (MOB), die zich inzet voor het behoud van biodiversiteit.
Door de uitspraak zette de hoogste bestuursrechter in ons land een streep door de bouwvrijstelling en haalde daarmee een belangrijke pijler van het stikstofbeleid van de overheid onderuit. Met deze vrijstelling kon de stikstof die bij de bouw van projecten vrijkomt, bij het geven van een vergunning buiten beschouwing worden gelaten.
De Raad van State is het daar dus niet mee eens. Er moet nu weer vooraf worden bekeken hoeveel stikstof er bij elk bouwproject vrijkomt en wat daarvan de gevolgen zijn. Dat zal tot grote vertragingen in de bouw- en energiesector leiden. Zulke berekeningen kosten maanden en er zijn weinig specialisten die dit soort rapportages kunnen opstellen.
De uitspraak van de Raad van State heeft ook een breder milieudilemma blootgelegd. Het Porthos-project heeft als doel CO2 af te vangen om klimaatverandering terug te dringen.Tegelijkertijd veroorzaakt het project stikstofemissies. Het ene milieu-effect zit het andere milieu-effect dus in de weg.
Dit dilemma gaan we terugzien bij meerdere goedbedoelde projecten, zoals de realisatie van windmolenparken op zee. Daarvoor moeten kabels worden aangelegd en dat veroorzaakt forse stikstofemissies. Zo ontstaat er frictie tussen de klimaat- en energietransitie-agenda enerzijds en de natuuragenda anderzijds.
Bedrijven in de genoemde sectoren doen er ondertussen goed aan om innovaties versneld door te voeren, zodat de impact van de uitstoot wordt verkleind. Denk aan het elektrificeren van materieel en transport, en het creëren van emissieloze bouwplaatsen. Maar daarvoor zijn wel forse kapitaalinvesteringen nodig.
Wij zien hier een rol voor de overheid. De regering heeft al een heel pakket aan maatregelen getroffen voor onder andere de landbouw, de bouw en de verkeers- en vervoerssector om de stikstofuitstoot te verlagen. Maar kennelijk is de Raad van State niet overtuigd van het effect van die maatregelen.
Aan de overheid is het nu om verdere stappen te nemen. Voor duurzame innovaties zou ze bijvoorbeeld subsidies aan bouwbedrijven beschikbaar kunnen stellen of met gerichte investeringen bijdragen aan het bevorderen van emissieloze bouwplaatsen. Binnen de agrarische sector is een betere uitkoopregeling nodig, zodat er betere onderhandelingen met de grootste uitstoters mogelijk zijn.
Kortom, er nog voldoende alternatieven om de stikstofuitstoot te verlagen. Maar het is wel tijd dat we snel concreet worden, want de tijd dringt.
CEO’s in de chemische sector verwachten dat duurzaamheid de sector nog sterker zal beïnvloeden dan macro-economische factoren.
Maatschappelijke opgaven rondom zorg, onderwijs, werk, digitalisering, duurzame-energietransitie en huisvesting zijn nauw met elkaar verbonden. (Semi-)publieke...
Digitalisering kan leiden tot grote efficiencyslagen door onder meer een afname van faalkosten.