Leiden convergentie en disruptie echt tot meer welvaart?

Jan Willem Velthuijsen Energy Transition Economist, PwC Netherlands 30/05/22

Hoe nieuwe verdienmodellen juist voor meer werk zorgen

Dragen bedrijven als Uber, Airbnb, Netflix nu echt bij aan meer welvaart? En zorgen ze nu voor minder of juist meer werkgelegenheid? Jan Willem Velthuijsen, hoofdeconoom bij PwC, zoekt de antwoorden op basis van een recent onderzoek.

Brancheoverschrijdende synergieën benutten

De mogelijkheden van digitalisering zijn ongekend. Digitalisering voedt nieuwe waardeproposities, die vaak afwijken van de traditionele proposities in een industrie of sector. Dit noemen we 'industrieconvergentie': bedrijven die snel hun intrede doen in eerder niet-gerelateerde industrieën om brancheoverschrijdende synergieën te benutten.

Ongetwijfeld valt er mooi geld te verdienen als je succesvol op een slimme manier een andere industrie op haar kop zet. Het gras is elders immers altijd groener. Maar hebben we er maatschappelijk ook iets aan? Draagt industrieconvergentie echt bij aan de nationale koek? Leidt disruptie tot meer of minder banen? Houdt het verantwoordelijkheidsbesef van de jonge winnaars gelijke tred met hun aanzwellende omvang?

Industrieconvergentie is niet nieuw

Industrieconvergentie is van alle tijden. In elke strategiecursus worden heroïsche voorbeelden als IBM of GE genoemd. Die bedrijven hebben zich opnieuw uitgevonden in heel andere sectoren. Ze zijn succesvoorbeelden van ondernemingen die merkten dat het product dat ze groot had gemaakt door achtervolgers inmiddels beter of goedkoper kon worden gemaakt.

Om hun hachje te redden zijn zij zich gaan toeleggen op iets aanpalends. Van grote mainframes naar personal computers. En toen van personal computers naar software. En vervolgens van software naar clouddiensten. Dus van een technologiebedrijf naar een dienstverlener. Deze evolutie van IBM is het gevolg van wat academisch docent Clayton Christensen in 1997 disruptie heeft genoemd. En wat de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter overigens al in 1942 met ‘creative destruction’ bedoelde.

Aanjagers van disruptie

De digitalisering van informatie en de exponentiële groei aan data worden al minstens een decennium gezien als de nieuwe grote aanjagers van disruptie. Als je met al die data iets slims kunt doen, heb je de kans dingen goedkoper en beter te maken dan de traditionele producenten. Die zijn misschien succesvol, maar zitten vast in de oude manier van produceren. Iets slims kan van alles zijn. Slimmer klanten benaderen, handiger produceren, klanten en leveranciers soepeler bij elkaar brengen. De eerste spectaculaire voorbeelden zijn al uitvoerig besproken: Uber, Airbnb, Netflix.

Daarbij is de belofte enorm. Bovengenoemde voorbeelden maken in feite ‘slechts’ slim gebruik van data en een digitaal platform. Maar wat lonkt zijn allerlei toepassingen van de combinatie van digitalisering en data met ontluikende nieuwe technologieën, van virtuele realiteit tot gentechnologie, en van drones tot internet-of-things. Combinaties van data-analyse en nieuwe technologie bieden werelden van mogelijkheden voor talloze toepassingen in elke denkbare bedrijfstak, is het idee.

Echte innovatie is een grillig proces

Nou gaven onstuimige futuristen tien jaar geleden al zinderende presentaties, waarin zij voorspelden dat de wereld zou worden overspoeld door een tsunami aan de meeste fantastische nieuwigheden. Van een geïmplanteerde chip die voor je betaalt en tegelijk je gezondheid meet, tot drones die de logistieke problemen van de binnenstad gingen oplossen. 

Zó hard gaat het nou ook weer niet. Echte innovatie blijkt toch altijd een grillig proces te zijn, en tegelijkertijd bekijken autoriteiten al dat gedoe met onze data met argusogen. Of zoals econoom en Nobelprijswinnaar Robert Solow het uitdrukte: het computertijdperk is overal zichtbaar, behalve in de productiviteitstatistieken.

Meer of minder welvaart door disruptie?

Nog belangrijker: er ontstaat maatschappelijke onrust over al die nieuwe technologie. Ook van alle tijden trouwens: gaat die mooie nieuwe technologie niet ten koste van mijn baan? Draagt die nieuwe technologie alleen maar bij aan een klein beetje echte verbetering van mijn welzijn en heel veel winst voor een paar investeerders? Verworden de nieuwe winnaars niet tot monopolisten die tot ik weet niet wat voor misbruik kunnen vervallen?

De hoogste tijd voor de grote vraag: zijn disruptie en industrieconvergentie een eeuwige belofte van optimistische futuristen, of is er werkelijk iets bijzonders aan de hand? En daarmee tegelijk: leiden disruptie en industrieconvergentie tot meer of minder welvaart?

Wij hebben 25 jaar oude data geanalyseerd van ruim zeshonderd bedrijven en organisaties die kennelijk hebben besloten het gras van de buren te gaan proeven: zij hebben een overname gepleegd in een andere sector, of een substantiële investering gedaan. Die data-analyse leidde tot een aantal conclusies.

Meer winst door industrieconvergentie

De eerste conclusie is dat industrieconvergentie inderdaad steeds zichtbaarder wordt. Zoals gezegd is convergentie van alle tijden en we zien dan ook dat de dotcomcrisis al gepaard ging met convergentie van technologie en media, en dat de financiële crisis heeft geleid tot nieuwe gedigitaliseerde modellen in de financiële sector. Maar in de laatste tien jaar zien we een toename in vrijwel alle sectoren. Het versterkt het vermoeden dat de genoemde technologieën baat beginnen te krijgen van de digitalisering, en dat zij hun weg naar volwassen verdienmodellen beginnen te vinden.

En verder is er goed nieuws: per saldo wordt er meer verdiend door industrieconvergentie. Gecorrigeerd voor andere groeifactoren zien wij alsnog een acceleratie van het totale winstbedrag van de zeshonderd ondernemingen. We zien bovendien dat de grotere winst over meer organisaties wordt verdeeld: de winstgevendheid per organisatie neemt gemiddeld minder dan evenredig toe. Dat is goed nieuws voor hen die vreesden dat de winst bij een enkeling terecht zou komen en we monopolisten aan het creëren waren. De data ondersteunen die vrees niet.

Werkgelegenheid neemt niet af door technologie

En ten slotte: nee, de totale werkgelegenheid neemt niet af door de technologie die de plaats inneemt van de arbeider, maar neemt juist toe door de nieuwe verdienmodellen.

Industrieconvergentie is dus per saldo een gunstig maatschappelijk verschijnsel, aldus deze data. Ze verhoogt de macro-economische winst én de werkgelegenheid. En de data suggereren dat we misschien toch het door MIT’s Erik Brynjolfsson geschetste J-curve-effect zien op de productiviteit van moderne economieën, waarbij de aanvankelijk ogenschijnlijk trage innovatie en implementatie nu toch vaart beginnen te krijgen. 

Dat is goed nieuws voor de private sector. Maar het is en blijft van belang dat overheden dit proces binnen de vangrail houden. R&D-ondersteuning, mededingingsbeleid, en een behoorlijke verdeling van al die mooie resultaten blijven cruciaal om de grasmat groen te houden.

‘Capabilities-fit’ bij overname leidt tot succesvollere transacties

Als bedrijven een acquisitie doen om vaardigheden te verwerven die zij zelf niet of onvoldoende hebben, blijkt een goede aansluiting op het gebied van mensen, bedrijfscultuur, aanwezige technologie of processen, essentieel. Voor de grootste kans op waardecreatie is het vinden van een partij met de juiste match op deze unieke bedrijfskenmerken cruciaal, zo blijkt uit het PwC-rapport ‘Creating value through industry convergence’.

Lees er hier meer over

Volg ons

Contact

Jan Willem Velthuijsen

Jan Willem Velthuijsen

Energy Transition Economist, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)62 248 32 93

Hide