De EC streeft naar een evenredigere aanpak van administratieve samenwerking en fiscale compliance. Dit omvat mogelijke verlichting op gebieden waar de huidige rapportage als te breed of dubbel wordt ervaren. Tegelijkertijd beoogt de herschikking het kernkader voor transparantie te behouden en de effectiviteit daarvan te vergroten door de kwaliteit en vergelijkbaarheid van gegevens die beschikbaar zijn voor belastingautoriteiten te verbeteren.
Concreet betekent dit dat, als het voorstel in de huidige vorm wordt aangenomen, sommige organisaties niet langer onder het toepassingsbereik van de richtlijn vallen. Onder het huidige voorstel zouden de volgende organisaties kunnen worden uitgezonderd:
Multinationale ondernemingen (MNE’s) die onder de Pillar Two-regels vallen, voor zover het gaat om de verplichte rapportageregels van DAC6 (behalve, grofweg, wanneer zij niet effectief worden belast tegen het Pillar Two-minimum van 15%);
Kleine platformexploitanten: platformexploitanten kunnen worden vrijgesteld van DAC7 wanneer het jaarlijkse totale aantal transacties dat via hun platform wordt gefaciliteerd onder een (momenteel nog niet gespecificeerde) drempel blijft. Deze verlichting lijkt bedoeld om de compliancekosten voor kleine en middelgrote ondernemingen te beperken, met name in het licht van het voorstel over tussenverkopers dat de reikwijdte van DAC7 kan verruimen.
Daarnaast krijgen MNE-groepen in het huidige voorstel de mogelijkheid om één rapport per groep in te dienen, zowel voor Country-by-Country reporting (DAC4) als voor de centrale indiening van de Pillar Two top-up tax information return (DAC9).
Als jouw organisatie momenteel onder één of meer DAC’s valt, adviseren wij u de DAC Recast te blijven volgen, aangezien de uiteindelijke wijzigingen in reikwijdte en werking van de administratieve samenwerking binnen de EU gevolgen kunnen hebben voor jouw organisatie.
Het voorstel bevat een ‘anti-gold-plating'-, ofwel ‘geen nationale koppen’-clausule. Deze clausule zou lidstaten verhinderen aanvullende nationale rapportageverplichtingen in te voeren of te handhaven die betrekking hebben op dezelfde, of in wezen vergelijkbare, gegevens als de gegevens die onder het DAC-kader moeten worden gemeld. Aangezien meerdere lidstaten momenteel regels hanteren die mogelijk binnen de reikwijdte van de gold-platingclausule vallen, zal deze bepaling waarschijnlijk nauwlettend worden bekeken naarmate het DAC Recast-voorstel het EU-wetgevingsproces doorloopt.
“Lidstaten zouden geen disproportionele aanvullende rapportageverplichtingen moeten invoeren of handhaven op het gebied waarop de richtlijn betrekking heeft"
Europese CommissieDAC Recast (onofficiële vertaling)Maatregel 1 – zou ervoor zorgen dat DAC6-rapportageverplichtingen voor grensoverschrijdende constructies evenredig en effectief blijven, en tegelijk een meer geharmoniseerde toepassing van de Main Benefit Test (MBT) bevorderen.
Maatregel 2 – zou de DAC7-rapportageregels wijzigen om rapportage over goederen met een geringe waarde te beperken en mogelijk bepaalde tussenverkopersmodellen onder de definitie van platformexploitant te brengen, met het oog op aansluiting bij de OECD Model Rules for Digital Platforms (MRDP).
Maatregel 3 – zou de informatieverplichtingen voor MNE-groepen stroomlijnen voor DAC4 (Country-by-Country reporting) en DAC9 (centrale indiening van de Top-up Tax Information Return).
Maatregel 4 – zou de juistheid van gerapporteerde Taxpayer Identification Numbers (TIN’s) verbeteren.
Maatregel 5 – zou de volledigheid verbeteren van informatie die onder DAC1 wordt uitgewisseld over bepaalde categorieën inkomen en vermogen.
Dergelijke MNE’s staan al onder toezicht van belastingautoriteiten en de EC verwacht dat de minimumbelasting van 15% van Pillar Two agressieve fiscale planning neutraliseert. Wanneer een Ultimate Parent Entity (UPE) is gevestigd in een jurisdictie met een kwalificerend side-by-side-regime, zou de uitzondering alleen gelden als de deelnemers aan de constructie voor het relevante belastingtijdvak zijn onderworpen aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing en niet gelden wanneer gerelateerde financiële voordelen worden toegekend.
De term ‘meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies’ zouden alleen constructies omvatten die uitvoerbaar zijn. In lijn daarmee zou ‘relevante belastingplichtige’ alleen zien op de belastingplichtige die begint met de implementatie van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie.
De rapportagetermijn zou aanvangen wanneer de eerste stap in de implementatie is gezet en worden verlengd van 30 naar 90 dagen.
In lijn met recente arresten van het Hof van Justitie van de EU zou het juridisch beroepsgeheim alleen gelden voor advocaten en andere beroepsbeoefenaren die wettelijk bevoegd zijn om juridische vertegenwoordiging te waarborgen. Intermediairs die vanwege hun verschoningsrecht zijn vrijgesteld van rapportage en handelen onder de officiële titel ‘advocaat’ in hun jurisdictie, zouden alleen hun cliënt hoeven te informeren en niet enige andere intermediairs.
Het voorstel maakt duidelijk dat systematische rapportage van de informatie dat een derde land betrokken is bij de meldingsplichtige constructie, noodzakelijk zou blijven.
Deze algemene wezenskenmerken vallen onder de MBT en zien op constructies waarbij de belastingadviseur tot geheimhouding is verplicht of wordt betaald op basis van een belastingvoordeel, of waarbij sprake is van een standaardconstructie of gestandaardiseerde documentatie. Volgens het DAC Recast-voorstel hebben deze wezenskenmerken beperkte waarde voor belastingautoriteiten.
De verwijzing naar het OESO-werk over niet-coöperatieve jurisdicties wordt vervangen door een verwijzing naar het werk van de Code of Conduct Group, waarbij lidstaten gezamenlijk jurisdicties van derde landen toetsen aan vaste criteria om te bepalen of zij voor belastingdoeleinden coöperatief zijn.
Een nieuwe versie van dit ‘substance-wezenskenmerk’ zou in de plaats komen van het ingetrokken voorstel voor de Unshell-richtlijn, zoals eerder aangekondigd. Dit wezenskenmerk moet verder worden uitgewerkt in een uitvoeringshandeling van de Raad.
Op meerdere plaatsen wordt vermeld dat richtsnoeren zullen worden uitgebracht over de toepassing van de MBT (main benefit test). Het DAC Recast-voorstel bevat dergelijke richtsnoeren echter nog niet.
De DAC7-elementen van de DAC Recast moeten worden gelezen naast de (Engelstalige) openbare consultatie van de OESO over gerichte wijzigingen van de Model Rules for Digital Platforms (MRDP; DAC7 in de EU), die openstaat voor reacties tot 14 augustus 2026. De EU- en OESO-teksten komen duidelijk overeen in hun intentie om de nieuwe regels in lijn te houden met de OESO-modelregels.
Afschaffing van de drempel van 30 transacties en verhoging van de monetaire drempel van EUR 2.000 naar EUR 3.000 om incidentele verkopers van goederen met een geringe waarde uit te sluiten.
Uitbreiding van de definitie van platformexploitant naar bepaalde tussenverkopers, gecombineerd met specifieke due-diligenceprocedures om dergelijke tussenpersonen te identificeren en over hen te rapporteren.
Behandeling van entiteiten die gelieerd zijn aan de platformexploitant als uitgesloten verkopers.
De EU lijkt een mkb-uitzondering te overwegen voor platformexploitanten met een jaarlijkse totale vergoeding onder een bepaalde, momenteel nog niet gespecificeerde, drempel.
MNE-groepen krijgen de mogelijkheid om één rapport per groep in te dienen, zowel voor Country-by-Country reporting als voor de centrale indiening van de top-up tax information return. De meldingstermijn is gebaseerd op de termijn voor Country-by-Country reporting: de laatste dag van het boekjaar van de MNE-groep. Hiervoor moet de EC één gemeenschappelijk format vaststellen, dat uiterlijk op de laatste dag van het rapportageboekjaar van de MNE-groep moet worden ingediend.
De EC zal een nieuwe tool ontwikkelen voor digitale en geautomatiseerde verificatie van de juistheid van TIN’s. Het gebruik van de tool wordt verplicht voor belastingadministraties en optioneel voor rapporterende ondernemingen.
‘Beschikbare informatie’ omvat voortaan informatie uit alle registers en databanken van autoriteiten van de lidstaten op nationaal overheidsniveau, niet alleen van belastingautoriteiten. Daarnaast biedt het voorstel, in lijn met het ‘slechts eenmaal’-principe, de juridische basis voor belastingautoriteiten om toegang te krijgen tot relevante informatie die door andere nationale overheidsinstanties wordt gehouden. In het bijzonder verbetert het voorstel de toegang van belastingautoriteiten tot registers die zijn ingesteld op grond van AML-wetgeving, met name het nieuwe gekoppelde vastgoedregister. Tot slot wordt een juridische basis geboden voor toegang van belastingautoriteiten tot pensioenregisters op nationaal niveau.
De EC stelt dat het DAC Recast-voorstel onder meer volledig in lijn is met de Omnibus inzake directe belastingen, die op dezelfde dag is gepubliceerd. Zie hiervoor ons artikel EU Tax Omnibus: belangrijkste wijzigingen en impact voor Nederland, evenals met de Pillar Two- en FASTER-richtlijnen en het EU Inc-voorstel, inclusief het daarin opgenomen ‘slechts eenmaal’-principe voor het indienen van informatie.
Het voorstel vereist unanieme goedkeuring door de Raad op grond van artikel 115 VWEU. De definitieve tekst zal daarom afhangen van politieke onderhandelingen tussen de EU-lidstaten en kan wezenlijk afwijken van het EC-voorstel. In dat kader bekleedt Ierland het voorzitterschap van de Raad van 1 juli tot en met 31 december 2026. Ierland heeft aangegeven dat de DAC Recast tijdens zijn voorzitterschap prioriteit heeft. Volgens het voorstel moeten de EU-lidstaten de regels vóór 2028 hebben omgezet en moeten deze vanaf 1 januari 2028 van toepassing zijn.