Wij vragen ons netwerk van experts naar de verwachtingen én kansen van deze top, want alleen gezamenlijk kunnen we vooruitgang boeken. Vandaag: Coenraad Krijger, directeur van de Nederlandse afdeling van de International Union for Conservation of Nature (IUCN NL). Hoe kijkt hij naar COP15 en wat betekent dit voor de ambities binnen het bedrijfsleven?
Coenraad Krijger: '"Zonder Montreal geen Parijs" is veelgehoord binnen de klimaatdiscussie’
‘Ik verwacht dat verdragspartijen hun inspanningen opvoeren om het ‘Global Biodiversity Framework’ (GBF) tijdens COP15 aan te nemen. De urgentie voor een ambitieus biodiversiteitsakkoord is inmiddels duidelijk: maar liefst één miljoen soorten wordt met uitsterven bedreigd.’
'Het is niet vreemd dat er nog geen overeenstemming is, want het GBF is een holistisch framework waarbij alle onderdelen invloed op elkaar hebben. Daarom zeggen onderhandelaars: ‘’nothing is agreed until everything is agreed".
‘Om overeenstemming te bereiken, staan samenwerking en het sluiten van compromissen centraal tijdens de slotonderhandelingen. Een aantal zaken stemt hoopvol. Zo haakt het GBF in op bestaande mondiale multilaterale milieuafspraken die al momentum hebben, zoals de duurzameontwikkelingsdoelen van de VN en het Parijsakkoord van VN-agentschap UNFCCC.
‘Zonder Montreal geen Parijs’, is een uitspraak die al veel gehoord wordt in de klimaatdiscussie. Ook de term ‘whole of society approach’ komt veel voorbij. Dit betekent dat niet alleen overheden, maar ook maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers in actie moeten komen. Dit vergroot het draagvlak en de slagkracht van het raamwerk.’
‘Nieuw is de nadruk op het belang van voortgang te meten aan de hand van een monitoringraamwerk. Zo kunnen we bepalen of we het ambitieniveau moeten verhogen en nagaan of landen bijvoorbeeld hun afspraken nakomen. De vorige biodiversiteitsdoelen - de zogenoemde ‘Aichi-targets’ die in 2020 behaald moesten worden - zijn niet behaald. Door betere monitoring is de hoop dat dat dit keer wel gaat lukken.’
‘Zonder afspraken over financiering is het dweilen met de kraan open.’
‘Elke financiële transactie kan leiden tot een negatieve of positieve impact op biodiversiteit. Voor ons is het daarom belangrijk dat het GBF een actietarget bevat over financiering voor biodiversiteit.’
‘De doelen in het GBF kunnen enkel worden behaald als schadelijke prikkels van overheden en bedrijven worden omgevormd tot prikkels die positief - of ten minste neutraal - zijn voor biodiversiteit. Zonder afspraken hierover is het dweilen met de kraan open.
‘Als deze actietarget aangenomen wordt, kunnen bedrijven verwachten dat overheidssubsidies die zorgen voor natuurschade worden stopgezet en/of worden omgevormd tot subsidies die een positief effect hebben op de natuur. Denk aan geld voor landbouwsubsidies en garantieregelingen voor exportkredieten die enkel zullen worden toegediend voor natuurpositieve doeleinden.’
‘Wat ons betreft zijn alle 22 actietargets en de vier overkoepelende doelen even belangrijk. Het is een transformatief raamwerk waarin alle elementen samen nodig zijn om biodiversiteitsverlies te kunnen stoppen in 2030 en in harmonie met natuur te leven in 2050.’
‘Dan kies ik voor de doelstelling rondom het vergroenen van de financiële sector. Momenteel wordt veel meer geld geïnvesteerd in sectoren die de natuur schade berokkenen dan in projecten die de biodiversiteit ten goede komen. Terwijl er grote financiële risico’s verbonden zijn aan het verlies van biodiversiteit en de ecosysteemdiensten die de natuur levert, zoals bestuiving en zoet water. Door de waarde van de natuur en het verband tussen financiële en ecologische risico’s een plek te geven in financiële besluitvorming kan de financiële sector het natuurlijk kapitaal van de planeet ondersteunen in plaats van schade toebrengen.
‘Financiële instellingen kunnen een krachtige hefboom zijn voor verandering. Openbare en particuliere geldstromen kunnen bijvoorbeeld worden afgestemd op natuurpositieve praktijken en op zogenoemde ‘nature-based solutions’. En het is de hoogste tijd om schadelijke prikkels, waaronder perverse subsidies, weg te nemen of een andere bestemming te geven.’
‘Daarnaast moeten centrale banken en andere financiële toezichthouders regelgeving opstellen waarbij banken en investeerders inzage geven in hoeverre hun portfolio’s impact hebben en afhankelijk zijn van natuur en actie nemen waarbij dit financiële risico’s met zich meebrengt.’