Belastingdienst licht nieuw RVU-beleid toe

De Belastingdienst heeft een Handreiking gepubliceerd, waarin de Belastingdienst toelicht wat het nieuwe beleid is voor het beoordelen van een RVU. Een wijziging van het beleid was noodzakelijk naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2018.

In het arrest van juni 2018 heeft de Hoge Raad bepaald hoe moet worden beoordeeld of sprake is van een RVU. In de betreffende casus ging het om een reorganisatie met een sociaal plan waarin ook een vrijwillige vertrekregeling was opgenomen. De vrijwillige vertrekregeling stond open voor alle werknemers. De Hoge Raad oordeelde dat op basis van de objectieve kenmerken en voorwaarden van de vrijwillige vertrekregeling moet worden beoordeeld of sprake is van een RVU. De Hoge Raad stelde expliciet dat de feitelijke uitstroom niet ter zake doet, net zomin als de intentie van de werkgever om een uitkering aan te bieden of de reden van de werknemer om voor een vertrekregeling te opteren.

Wat betekent dit voor u?

Op basis van het arrest concludeerden we al dat de Belastingdienst veel minder snel tot het standpunt kan komen dat sprake is van een RVU (zie dit eerdere bericht). Dit blijkt nu ook uit de nieuwe Handreiking die de Belastingdienst heeft gepubliceerd. De Belastingdienst geeft aan in welke situaties bijvoorbeeld nog wel sprake kan zijn van een RVU. Zie hiervoor de volgende paragraaf.

Wij adviseren u om in de vormgeving van een sociaal plan of afvloeiingsregeling rekening te houden met het beoordelingskader van de Hoge Raad zoals dat ook in de Handreiking is opgenomen.

Nieuw beleid Belastingdienst

Op basis van de nieuwe Handreiking zal de Belastingdienst toetsen of een vertrekregeling, uitgaande van de voorwaarden voor deelname aan de regeling en de overige kenmerken van de regeling, ten doel heeft om te voorzien in uitkeringen ter overbrugging tot aan de AOW- of pensioendatum. De Handreiking geeft de volgende voorbeelden (niet limitatief) van situaties waarin sprake kan zijn van een RVU:

  • Bij een reeks van individuele ontslagen van oudere werknemers op basis van een verschil van inzicht met de werkgever, zou de Belastingdienst kunnen bewijzen dat feitelijk sprake is van leeftijdgerelateerd ontslag, zodat de vertrekvergoeding kwalificeert als RVU.
  • Bij een vertrekregeling in het kader van een reorganisatie die uitsluitend openstaat voor werknemers vanaf een bepaalde leeftijd, waarbij de leeftijd het doorslaggevende criterium is om voor de regeling in aanmerking te komen. Het kan hierbij ook gaan om een deel van een regeling die alleen openstaat voor een specifieke groep van oudere werknemers.

Om de RVU-heffing te voorkomen blijft het dan ook van belang om de juiste voorwaarden te hanteren, en de ontslagsituatie in een groter geheel te beoordelen. De Handreiking geeft meer duidelijkheid op dit gebied, maar beantwoordt nog niet alle vragen. 

Contact

Henk van Keersop

Senior Manager, PwC Netherlands

Tel: +31 (0)88 792 14 85

Volg ons