De herziening kan gevolgen hebben voor je verwachte emissiekosten, beschikbare gratis rechten en investeringsplanning. De plannen lijken de industrie meer ruimte te geven, maar houden vast aan de noodzaak om te verduurzamen. De Commissie wil extra flexibiliteit naar verwachting koppelen aan voorwaarden en aan meer gerichte financiering van industriële verduurzaming.
Het is daarom verstandig om zowel naar de je korte termijn kostenstructuur van CO₂ en het handelingsperspectief als naar de kansen te kijken. Het is van belang de meest kosteneffectieve route naar decarbonisatie in beeld te krijgen. Breng in ieder geval het volgende in kaart:
wat is de industriële CO₂-uitstoot voor elk proces nu;
worden investeringen in elektrificatie, efficiëntie, CO₂-afvang en -opslag of andere reductietechnologieën door de voorstellen (en later de definitieve maatregelen) aantrekkelijker;
welke gegevens, plannen of investeringsverplichtingen zijn mogelijk nodig om voor gratis rechten of ondersteuning of betere benchmarking in aanmerking te (blijven) komen;
hoeveel emissierechten heeft je organisatie in de verschillende scenario's in de periodes vóór en na 2030 nodig;
wat zijn de kosten-scenario's (en opbrengsten) van zowel de gratis toegewezen rechten, de aan te kopen rechten als de rechten die verkocht kunnen worden?
Houd er rekening mee dat de voorstellen nog niet definitief zijn en dat de definitieve maatregelen nog worden uitonderhandeld.
Het EU ETS stelt een maximum (cap) aan de totale uitstoot van CO₂ van de sectoren die onder dit systeem vallen. Dit maximum correspondeert met een maximum hoeveelheid emissierechten, waarbij één emissierecht staat voor één ton uitstoot. De emissierechten (EU EUA) zijn verhandelbaar. De emissierechten die bij uitgifte worden geveild, genereren opbrengst voor de EU en lidstaten. Vanwege de cap en het vaste percentage waarmee de resterende hoeveel uitstootrechten daalt (lineaire reductiefactor, LRF) neemt het totale aantal beschikbare rechten jaarlijks af. De toenemende schaarste in de beschikbare rechten stimuleert investeringen in CO₂-efficiënte alternatieven.
Het CBAM, dat niet onder deze review valt, zorgt ervoor dat ook voor bepaalde producten van buiten de EU wordt betaald voor de CO₂-uitstoot die vrijkwam bij de productie ervan.
Ondernemingen die onder dit systeem vallen moeten emissierechten inleveren voor hun uitstoot. Bepaalde industrieën ontvangen een deel van hun emissierechten gratis. De gratis rechten beperken de operationele kosten voor fossiele energie-intensieve sectoren binnen het EU ETS. Hierdoor kunnen deze ondernemingen blijven beter concurreren met bedrijven buiten de EU die geen CO₂-kosten dragen.
Bij de herzieningsvoorstellen van de Europese Commissie staan het Europese concurrentievermogen en de gevolgen van de hoge energieprijzen in de periode na 2030 centraal.
Gratis emissierechten langer beschikbaar: de kosteloze toewijzing voor bedrijven zal ook na 2030 worden voortgezet en zal nauwer worden gekoppeld aan investeringen in het CO₂-vrij maken van de economie in Europa.
Langzamere afbouw van emissierechten: de lineaire reductiefactor (LRF) wordt 3,7 procent voor 2031-2035 en 1,7 procent voor 2036-2040, waardoor het traject geleidelijker wordt en beter aansluit bij het binnenlandse klimaatambitieniveau.
Gerichte besteding ETS-inkomsten: de lidstaten zullen 50 procent van hun nationale ETS-inkomsten moeten besteden aan investeringen om ETS-sectoren CO₂-vrij te maken.
Industrial Decarbonisation Bank: de IDB krijgt 100 miljard euro aan financiering voor het op grote schaal CO₂-vrij maken van de industrie in heel Europa, waarbij de ETS Investment Booster voor 2030 gelanceerd wordt als eerste fase van de IDB
Aanpassing van benchmarks: een afzonderlijk voorstel inzake benchmarks heeft als doel de kosteloze toewijzing aan de industrie ter waarde van 6 miljard EUR voor de periode 2026-2030 te verhogen. Voor sectoren die onder het CBAM vallen, zal de vermindering van de kosteloze toewijzing worden vertraagd en zal de uitfasering tot 2038 worden verlengd.
Permanente koolstofverwijdering: integratie van permanente koolstofverwijdering in het EU -ETS. Dit heeft als doel de hard-to-abate sectoren extra flexibiliteit te bieden en tegelijkertijd de opschaling van deze technologieën ondersteunen.
Internationale koolstofkredieten: internationale koolstofkredieten kunnen in de periode 2036-2040 tot maximaal 2 procent worden ingezet. Dit maakt het mogelijk om decarbonisatieprojecten buiten de EU te financieren en meer handelingsperspectief te bieden in de periode 2036-2040, wanneer de emissiereductie in Europa uitdagender zal worden.
Lucht- en zeevaart en afvalverbranding: het voorstel versterkt het EU-ETS voor de lucht- en zeevaart en voegt additionele vormen van afvalverbranding toe.
Een grotere reserve voor prijsstabiliteit: de Commissie stelt een hervorming van de marktstabiliteitsreserve (MSR) voor om de marktstabiliteit en de voorspelbaarheid voor investeringen verder te versterken, de liquiditeit in stand te houden en buitensporige prijsvolatiliteit te verminderen. Dit vormt een aanvulling op het voorstel van de Commissie van april om een einde te maken aan het automatisch ongeldig verklaren van emissierechten in deze reserve.
Naast de ETS-herziening presenteert de Commissie het actieplan om de elektrificatie van de Europese economie te versnellen. Hoewel dit een afzonderlijk initiatief is, bestaat een duidelijke inhoudelijke samenhang met de herziening van het ETS. Het ETS verhoogt de kosten van fossiele uitstoot, terwijl het elektrificatieplan belemmeringen voor de overstap naar elektriciteit moet verminderen.
Het Actieplan voor elektrificatie bestaat uit een aantal voorstellen om de prijskloof te verkleinen tussen de kosten van elektriciteit en fossiele energie en beoogt het gebruik van schonere, op elektriciteit gebaseerde technologieën zoals warmtepompen, elektrische voertuigen en batterijen in heel Europa te stimuleren.
De Commissie constateert dat elektriciteit in veel lidstaten zwaarder wordt belast dan gas, hetgeen elektrificatie minder aantrekkelijk kan maken. De Commissie komt daarom met diverse initiatieven om het verschil tussen de kosten van elektriciteit en gas te verkleinen. Zo stelt de Commissie voor dat de lidstaten als beginsel aanhouden dat het tarief voor elektriciteit niet hoger mag zijn dan het tarief voor gas.
Belastingen op energie worden grotendeels op nationaal niveau vormgegeven. Een Europees initiatief leidt daarom niet automatisch tot wijzingen van de Nederlandse energiebelasting.
De Commissie kwam in april al met suggesties voor lidstaten zoals een btw-tarief van 6% voor warmtepompen, zonnepanelen en zonneboilers. Dit gebeurde in het kader van de AccelerateEU – aanpak. Lidstaten worden nu opnieuw aangemoedigd gebruik te maken van de mogelijkheden die reeds zijn opgenomen in de btw-richtlijn om elektrificatie te ondersteunen. Dit kan door verlaagde btw-tarieven toe te passen op elektrificatietechnologieën, zoals warmtepompen, zonnepanelen en thuisbatterijen, en door lagere registratiebelastingen voor elektrische voertuigen, kortere afschrijvingstermijnen of fiscale stimulansen voor zakelijke batterij-elektrische voertuigen (BEV’s) aan te bieden.
Als onderdeel van het initiatief Circular VAT, dat is aangekondigd in de Clean Industrial Deal, zal de Europese Commissie een EU-kader presenteren waarmee lidstaten de elektrificatie van bedrijfswagenparken kunnen stimuleren.
De publicatie van het Commissievoorstel voor de ETS-herziening op 17 juli 2026 vormt het begin van het Europese wetgevingsproces. Op 23 en 24 juli wisselen de milieuministers naar verwachting voor het eerst van gedachten over het voorstel. Vanaf september start de inhoudelijke behandeling in het Europees Parlement en bespreken verschillende formaties van de Raad de gevolgen voor klimaat, industrie en concurrentievermogen.
In november en december 2026 worden de onderhandelingen over de ETS-herziening en het bredere klimaatkader voor de periode na 2030 voortgezet. Bijeenkomsten van de Europese Raad en de Milieuraad kunnen daarbij richting geven aan de positie van de lidstaten. Het Europees Parlement stelt naar verwachting begin 2027 zijn onderhandelingspositie vast. Daarna onderhandelen het Parlement, de Raad en de Commissie in trilogen over de definitieve wetgeving.
Voor wat betreft het Actieplan voor elektrificatie wordt erna gestreefd in de eerste helft van 2027 overeenstemming te bereiken.
Partner, Energy transition and sustainable energy, PwC Netherlands
Tel: +31 (0)65 160 08 61